thumb|Grand Prix van Maleisië, 2010 Formule 1, officieel de FIA Formula One World Championship, is de hoogste klasse in het formuleracen. Deze tak van autosport betreft het racen in speciaal voor dit doel ontwikkelde auto's met open wielkasten. Formule 1 wordt meer algemeen tevens gezien als de hoogste klasse in de autosport.
Binnen elk kalenderjaar is er een reeks 'Grand Prix'-wedstrijden (kortweg 'Grand Prix', meervoud 'Grands Prix' of in het Nederlands 'Grote Prijs') die meetellen voor het wereldkampioenschap Formule 1 van dat jaar. Dit wordt ook een seizoen genoemd.
Het eerste wereldkampioenschap werd verreden in 1950. In de loop der jaren ontwikkelde de sport zich op technologisch vlak en werden diverse vernieuwingen in het racen geïntroduceerd, waaronder vleugels, de zogenaamde wing car en de turbomotor. Sommige van deze ontwikkelingen brachten de veiligheid in het gedrang waardoor zij verboden werden, terwijl andere ontwikkelingen verplicht werden gesteld ter bevordering van de veiligheid, zoals de monocoque, het Head and Neck Support system en de halo, een beschermbeugel over de cockpit.
Lewis Hamilton en Michael Schumacher worden tot de succesvolste Formule 1-coureurs gerekend. Zij hebben beiden zeven wereldkampioenschappen gewonnen. Gedurende de geschiedenis hebben zeven vrouwen als coureur deelgenomen aan de Formule 1, waarvan twee ook daadwerkelijk in een grand prix reden.
Beschrijving Formule 1 is de hoogste klasse in de autosport in het algemeen en in het formuleracen in het bijzonder onder organisatie van de Fédération Internationale de l'Automobile. De sport staat aan de technologische top van alle autosport. Formule 1-auto's bereiken, variërend per circuit, snelheden tot ruim boven de waarbij de turbomotor tot 15.000 toeren per minuut (tpm) begrensd is. In de auto's kan de zijwaartse versnelling in bochten oplopen tot meer dan 5 g. De prestaties van de auto's zijn in sterke mate afhankelijk van elektronica (hoewel tractiecontrole en andere coureursondersteuning verboden zijn), aerodynamica, ophanging en banden.
Het Formule 1-seizoen bestaat uit een serie races, een individuele race wordt "Grand Prix" ("Grote Prijs") genoemd. De race wordt verreden op gespecialiseerde circuits en in mindere mate ook op afgesloten stratencircuits. De totaal behaalde punten in een seizoen bepalen de wereldkampioenenschappen, een voor de coureurs en een voor de constructeurs. Zowel coureurs als constructeurs moeten in het bezit zijn van een superlicentie, de hoogste racelicentie uitgegeven door de FIA.Appendix L to the international sporting code, FIA.com Coureurs moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om een superlicentie te krijgen. Zo moeten de coureurs onder andere minimaal 18 jaar oud zijn en ten minste 40 licentiepunten hebben verdiend in andere raceklasses.
Europa is het traditionele centrum van de Formule 1, waar vrijwel alle teams hun oorsprong vinden en fabrieken hebben en waar ongeveer de helft van alle races wordt gehouden. Het bereik van de Formule 1 is de afgelopen jaren sterk uitgebreid en grands prix worden over de hele wereld gehouden. Enkele races in Europa en Amerika zijn komen te vervallen ten gunste van Azië en het Midden-Oosten. In 2009 werden negen van de achttien races buiten Europa gehouden. In 2025 is dit verhoogd naar 15 van de 24 Grote Prijzen.
Formule 1 is een zeer groot televisie-evenement waarnaar door miljoenen mensen wordt gekeken. De Formula One Group is de houder van de commerciële rechten. Als de duurste sport ter wereldF1 owners brace for impact of credit crunch on expensive sport, espn.com, 26 september 2008. Gearchiveerd op 4 april 2014. kunnen de economische effecten significant zijn en worden interne politieke en financiële debatten vaak op de voet gevolgd door de media. Er kijken wereldwijd miljoenen mensen live naar de races, wat de constructeurs vervolgens hoge commerciële sponsorcontracten oplevert.
In september 2016 nam Liberty Media een meerderheid van 18,7 procent van de aandelen in de Formula One Group in bezit; voor 7 miljard euro nam het eigendom over van private-equity-investeerder CVC Capital Partners dat sinds 2005 de meerderheid van de aandelen bezat. Ook Bernie Ecclestone, voormalig eigenaar van de Formule 1, verkocht zijn belang van 5,3 procent aan Liberty Media. Tevens verkocht familiehoudstermaatschappij Bambino Trust haar belang van 8,5 procent aan Liberty Media.Formule 1 nu in handen van Amerikaans mediabedrijf Liberty volkskrant.nl
Geschiedenis De Formule 1 heeft zijn wortels liggen in het “Grand Prix Racing” van de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De "formule" in de naam verwijst naar een pakket regels waaraan alle deelnemers en auto's moeten voldoen. Er werd tot de oprichting van de nieuwe Formule 1-klasse besloten in 1946, na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Er werden dat jaar al enkele races gehouden maar de World Drivers' Championship werd pas in 1947 officieel. De eerste kampioenschapsrace werd gehouden op Silverstone in Groot-Brittannië in 1950. Het kampioenschap voor constructeurs volgde in 1958. In de jaren zestig en zeventig bestonden er in Groot-Brittannië en Zuid-Afrika nationale kampioenschappen. Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden er races buiten de kampioenschapskalender om georganiseerd. Door de stijgende kosten was dit echter commercieel niet meer haalbaar en dit fenomeen verdween in 1983.The last of the non-championship race, web.archive.org
1950–1958: Begin van het kampioenschap miniatuur|Alfa Romeo 159 waarmee Juan Manuel Fangio in 1951 wereldkampioen werd Het eerste wereldkampioenschap Formule 1 werd in 1950 gewonnen door de Italiaan Giuseppe Farina in zijn Alfa Romeo Alfetta 159. Opmerkelijk is dat Alfa Romeo tijdens dit eerste kampioenschap alle overwinningen op haar naam schreef. Hij won met miniem verschil van zijn Argentijnse teamgenoot Juan Manuel Fangio. Fangio wist de wereldtitel later te veroveren in 1951, 1954, 1955, 1956 en 1957 en werd in zijn zegereeks enkel onderbroken door een blessure. Het record van vijf wereldtitels van Fangio stond 45 jaar totdat de Duitse coureur Michael Schumacher zijn zesde titel won in 2003. Hoewel de Brit Stirling Moss vaak meedeed om de titel heeft hij deze nooit op zijn naam kunnen schrijven en wordt hij gezien als de beste coureur die nooit kampioen is geworden.Lawton, James 28 augustus 2007, "Moss can guide Hamilton through chicane of celebrity". The Independent (Publicatie in de krant).
Deze periode werd gedomineerd door teams die gerund werden door autofabrikanten: Alfa Romeo, Scuderia Ferrari, Mercedes-Benz en Maserati, die alle voor de Tweede Wereldoorlog al actief waren in de racerij. De eerste seizoenen werd er vooral gereden met wagens van voor de oorlog, zoals de Alfa Romeo Alfetta 159. De auto's hadden de motor voorin en beschikten over een 1,5 litermotor met compressor of een 4,5 litermotor zonder compressor. Er werd besloten om in 1952 en 1953 te rijden met auto's volgens de specificaties van de Formule 2-auto omdat de angst bestond dat er niet genoeg formule 1-auto's beschikbaar zouden zijn.Decade seasons 1950-1959, Autocourse, 7 augustus 2007 Toen in 1954 werd besloten opnieuw formule 1-auto's te gaan gebruiken, ditmaal met 2,5 litermotoren, introduceerde Mercedes-Benz de geavanceerde W196 die beschikte over innovaties als een gestroomlijnd koetswerk en brandstofinjectie. Mercedes won vervolgens twee jaar achter elkaar het kampioenschap voor coureurs voordat het zich terugtrok uit de racewereld na de ramp van Le Mans in 1955.
1959–1980: Technische vooruitgang miniatuur|Stirling Moss op de Nürburgring in 1961 De eerste grote technologische stap vooruit was de verplaatsing van de motor naar het midden van de auto door Cooper, na dit concept succesvol te hebben toegepast in de Formule 3. Australiër Jack Brabham bewees de superioriteit van deze techniek door in 1959, 1960 en 1966 wereldkampioen te worden. In 1961 lag de motor bij alle auto's in het midden.De Ferguson P99 was de laatste formule 1-auto waarbij de motor nog voorin lag. Deze deed in 1961 mee aan de Britse grand prix.
De eerste Britse wereldkampioen was Mike Hawthorn. Hij reed in een Ferrari en greep het kampioenschap in 1958. Toen Colin Chapman binnenkwam in de Formule 1 als ontwerper en later als oprichter van Team Lotus begon de dominantie van British Racing Green. Met Jim Clark, Jackie Stewart, John Surtees, Jack Brabham, Graham Hill en Denny Hulme wonnen Britse teams en coureurs twaalf wereldtitels tussen 1962 en 1973.
In 1962 introduceerde Lotus de aluminium monocoque als vervanger van het tot dan toe gebruikelijke spaceframe. Dit bleek de grootste doorbraak te zijn sinds het verplaatsen van de motor. In 1968 schilderde Lotus zijn wagens in de kleuren van "Imperial Tobacco" en introduceerde zo sponsoring in de sport.
Aan het einde van de jaren zestig begon aerodynamica steeds belangrijker te worden in het ontwerp van de auto's. In 1968 werden voor het eerst aerodynamische vleugels, die een neerwaartse druk uitoefenen, de zogenaamde spoilers, voor en achter op de wagens gemonteerd.
In 1977 zagen twee nieuwe concepten het daglicht die de Formule 1 grondig door elkaar zouden schudden. Lotus kwam op de proppen met de eerste wing car waarbij de bodemplaat en de zijpontons geprofileerd werden als een omgekeerde vliegtuigvleugel, zodat onderaan de wagen een onderdruk ontstond. Het gevolg was een wagen die zo hard tegen het wegdek gedrukt werd dat men veel hogere bochtsnelheden kon bereiken. De kracht van de downforce was dermate hoog, dat de veren nodig om een gelijke grondhoogte aan te houden (noodzakelijk om het grondeffect te verkrijgen) zo hard waren, dat het opvangen van schokken geheel voor rekening van de banden kwam.Staniforth, Allan, Competition Car Suspension, z.p. 1994, . Tijdens het seizoen 1978 was Lotus dankzij zijn innovatie ongenaakbaar en vanaf 1979 volgden alle andere teams hun voorbeeld.
Renault, dat al een tijdje in het endurance racen actief was, besloot de stap naar de Formule 1 te zetten en koos voor een door een turbo aangedreven 1500 cc-motor in plaats van de klassieke 3 liter-atmosferische krachtbron. Deze zogenaamde turbomotor kende een moeilijke beginperiode maar vanaf 1979 werd hij betrouwbaar in het gebruik en werden er races mee gewonnen. Een voor een kozen de andere teams uiteindelijk ook voor de turbo en deze zou tot het einde van de jaren tachtig de dienst uitmaken.
Door de introductie van de wingcar en de turbo werden de wagens zo krachtig en snel dat de veiligheid in het gedrang kwam. Bovendien joegen deze technische ontwikkelingen de kosten omhoog. Beide werden daarom uiteindelijk door reglementswijzigingen aan banden gelegd.
1980–2000: Big business miniatuur|Williams FW10 gebruikt in 1985 miniatuur|Damon Hills Williams FW18 uit 1996 Bernie Ecclestone begon in de jaren zeventig met het herschikken van de commerciële rechten van de Formule 1. Hij wordt dan ook regelmatig gezien als degene die de Formule 1 heeft gemaakt tot de miljardenindustrie die het nu is.Williams, Richard: The Formula for Striking It Rich, The Guardian, 28 maart 1997.Face value: Mr Formula, The Economist 5 maart 1997. Nadat Ecclestone eind 1971 het Brabham-team overnam kreeg hij zitting in de Formule One Constructors' Association (FOCA) en werd hij in 1978 hiervan de president. Waar circuits eerst teams apart benaderden en betaalden overtuigde Ecclestone de teams ervan om zich samen aan te bieden. Een circuit kon alles of niets krijgen waarbij het circuit de reclame naast de baan over moest laten aan Ecclestone en zijn team.