Fascisme (Italiaans: fascismo) is een totalitaire ideologie en politiek stelsel met, anders dan het eveneens totalitaire, communistische marxistisch leninisme en maoïsme, een sterke nadruk op revanchistisch nationalisme en militarisme.Fascism is above all a nationalist movement and therefore wherever the nation and the state are strongly identified it also exalts the authority of the state, and its supremacy over all social groups and conflicting interests. (1976): 'Some Notes Toward a Comparative Study of Fascism in Sociological Historical Perspective', in (1976), p. 15 Het fascistische minimum is the common belief in nationalism, hierarchical structures, and the leader principle... Fascism rested on the existance of a state party... (1996), p. 90 Only fascism, the uncompromising enemy of Western civilization, has pushed nationalism to its very limit, to a totalitarian nationalism, in which humanity and the individual disappear and nothing remains but the nationality, which has become the one and the whole. (2005) p. 20 Het fascisme wordt als extreemrechts gezien binnen het politieke links-rechts spectrum.

Het fascisme als politiek stelsel werd als eerste ingesteld in Italië van 1922 tot 1943. Van 1933 tot 1945 bloeide in Duitsland onder Adolf Hitler en zijn NSDAP het nationaalsocialistische bewind, dat vaak met het fascisme vergeleken wordt. Onder het fascisme krijgt één politieke partij of één persoon alle politieke macht in de staat.

Partijmilities in uniform, massademonstraties, extreem nationalisme, het zoeken van publieke vijanden, nadruk op nationale frustraties en verheerlijking van de leider, moeten het volk tot een nationale eenheid smeden.

Fascisme in strikte zin omvat niet het Duitse nationaalsocialisme, dat een andere maatschappijopvatting heeft, met minder corporatisme. Toch worden beide stromingen – het nationaalsocialisme en het eigenlijke fascisme – vaak samen aangeduid met fascisme.

In Italië was het fascisme aan de macht van 1922 tot 1943, onder leiding van Benito Mussolini, die zich Il Duce (de leider) liet noemen. Heden ten dage verwijst de term naar een regeringssysteem dat op dat van Mussolini lijkt: de natie staat boven het individu. staatsgeweld is legitiem. gebruik van moderne propagandatechnieken toepassing van censuur, om politieke tegenstand de kop in te drukken en zo het voortbestaan van het systeem te waarborgen. de economie en de sociale maatschappij worden verregaand van bovenaf gecontroleerd en gereglementeerd, en nationalisme omhelsd.

De term fascisme is afkomstig van de door Mussolini opgerichte groepering (1919), de Fasci di Combattimento. Het Italiaanse fascio betekent 'bundel' in de zin van een politieke groepering. (1997): Fascist Spectacle. The Aesthetics of Power in Mussolini's Italy, University of California Press, p. 95-96 (1995) p. 3 (n. 1) Ook is er verwantschap met de Latijnse term fasces cum securibus, het Oud-Romeinse symbool van autoriteit (een bundel roeden om een bijl heen, waarvan het blad uitsteekt) en het recht om straf uit te delen. Een Romeinse ambtsdrager kreeg een aantal lictoren, naargelang zijn ambtelijke status, toegewezen die zulke roedenbundels voor hem uitdroegen. Het fascistische bewind verwees veelvuldig naar de gloriedagen van het Romeinse Rijk. De filosofische grondlegger van het fascisme is Giovanni Gentile.

Definitie Fascisme is een verschijnsel dat moeilijk beknopt is te omschrijven, maar de volgende basiskenmerken onderscheiden het fascisme van andere politieke stromingen: Het is de tegenstander van zowel de traditioneel linkse als rechtse politieke partijen.All fascisms were antiliberal and anti-Marxist, but they were also anticonservative, inasmuch as they did not want to submit to the old establishment, but to replace it with a new elite. (1996) p. 90fascism is best approached as a genuinely revolutionary, trans-class form of anti-liberal, and in the last analysis, anti-conservative nationalism. (2003) p. 98 Het minacht eigentijdse conservatieve instellingen. Het verheerlijkt militarisme, machtsvertoon en het gebruik van geweld. Het kent een autoritaire structuur met aan het hoofd een charismatische leider. Het streeft naar de instelling van een politieke dictatuur. Het streeft naar een totalitaire staat – de volledige controle over het maatschappelijk leven en de sociale en culturele organisaties. Het is extreem nationalistisch. Het fascisme gaat uit van een continue strijd om de eigen natie te doen overleven te midden van andere staten. Het berust in hoofdzaak op de maatschappelijke middenklasse. Het streeft naar sociale eenheid van de bevolking en opheffing van alle klassen- en belangentegenstellingen. Op economisch gebied pleiten veel fascisten voor corporatisme, en een door de staat geleide economie. De overheid bemoeit zich intensief met de economie en het bedrijfsleven, om zo alle publieke en private middelen aan te wenden om (intern)nationale doelen te bereiken.

De Amerikaanse historicus Robert Paxton kwam na comparatief onderzoek tot de volgende begripsbepaling van fascisme: "een vorm van politiek gedrag dat gekenmerkt wordt door een obsessieve zorg voor het verval van de gemeenschap, vernedering of slachtofferschap, en door een compenserende cultus van eenheid, vitaliteit en zuiverheid, waarin een op de massa steunende partij met toegewijde nationalistische militanten, in een ongemakkelijke maar efficiënte samenwerking met traditionele elites, afstand doet van democratische vrijheden, en met bevrijdend geweld en zonder ethische of wettelijke beperkingen binnenlandse zuivering en buitenlandse expansie nastreeft."Robert O. Paxton, De anatomie van het fascisme, 2025

Soms wordt een onderscheid gemaakt tussen Fascisme mét, en fascisme zonder hoofdletter, waarbij Fascisme verwijst naar de oorspronkelijke Italiaanse politieke stroming, en fascisme naar stromingen die op het Italiaanse fascisme lijken.

Geschiedenis In de 19e eeuw was het nationalisme opgekomen, mede onder invloed van de Franse Revolutie en de verbetering van de communicatiemogelijkheden. Rond 1900 kwamen in Europa de eerste bewegingen op, die een uitlaatklep wilden bieden voor maatschappelijke onvrede, maar niet socialistisch waren, eerder nationalistisch. Zij werden nog niet fascistisch genoemd, maar meestal iets als nationaalsyndicalistisch. Ze zouden waarschijnlijk door de geschiedenis zijn vergeten als de Eerste Wereldoorlog niet was uitgebroken. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen miljoenen veteranen terug van het front. Zij konden in de gewone maatschappij vaak niet meer aarden en raakten meestal ook werkloos. Grenzen waren opnieuw getrokken, waardoor miljoenen ineens als minderheid in een ander land kwamen te wonen. Veel Italianen vonden bovendien dat Italië, voor de honderdduizenden doden en de torenhoge oorlogsschuld, te weinig had teruggekregen. Daarnaast had de oorlog een economische crisis tot gevolg. Velen zochten hun heil in communisme, of propageerden uit angst hiervoor juist een autoritair nationalistisch regime, dat de problemen kon oplossen.

In maart 1919 vormde de gewezen journalist en socialist Benito Mussolini, in Milaan met de Fasci di Combattimento de sansepolcrismo, de voorloper van het fascisme. (2000)Programma dei fasci italiani di combattimento o Programma di San Sepolcro (23 Marzo 1919). Gearchiveerd op 18 april 2023. Deze beweging was samengesteld uit knokploegen van veteranen, en beweerde de orde te willen herstellen en Italië te geven waar het recht op had. In 1919 bezette Gabriele D'Annunzio de stad Rijeka en vormde daar de eerste fascistische samenleving, het Italiaans Regentschap Carnaro genaamd. De stad werd corporatistisch georganiseerd, het leidersprincipe werd ingevoerd, en Italianen die tegenstribbelden werden verplicht wonderolie te drinken. Slovenen en Kroaten werden verdreven of vermoord.Lo Statuto della Reggenza italiana del Carnaro. De Fasci di Combattimento werd uiteindelijk een politieke partij, onder de naam Partito Nazionale Fascista (1921).Programma del Partito Nazionale Fascista In 1922 werd Mussolini met steun van koning Victor Emanuel III premier. Mussolini kon nu heel Italië naar D'Annunzio's voorbeeld omvormen tot een fascistische staat, door één voor één de andere politieke groeperingen (socialisten, liberalen, katholieken) buitenspel te zetten.

Het regime kwam soms in een kwaad daglicht te staan (zie de moord op Matteotti), maar veel Europeanen zagen heil in sterke autoritaire staten. In de jaren 1920-1923 was Europa in chaos gedompeld. Er was behoefte aan orde en tucht en dit boden de fascisten. Indien mogelijk met liefde, indien nodig met geweld, aldus Mussolini.Discorso alla Camera dei Deputati sul delitto Matteotti (3 januari 1925) Bovendien werd in het fascisme een bescherming tegen het communisme gezien. En volgens Mussolini's propaganda zou het fascisme werken in Italië: "de treinen reden op tijd" heette het – een weerlegde mythe. (1982): Mussolini. A Biography, Knopf, p. 243-244 In grote delen van Europa werden autoritaire, tegen het fascisme aanschurkende regimes geïnstalleerd. In de jaren 1930 won het fascisme nog meer aan kracht door de crisis, en door het maatschappelijk tij dat van de losse jaren 1920 naar autoriteit was teruggekeerd. Italië kreeg in internationale zaken een belangrijke stem in het kapittel. In 1933 kwam bovendien de NSDAP in Duitsland aan de macht. En de Japanse militairen dachten over veel zaken precies hetzelfde als de fascisten. In de escalatie van de spanning riep Stalin de communisten op tot samenwerking met andere groepen, om het fascisme een halt toe te roepen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam het fascisme in een ideologisch isolement terecht. Fascistische groeperingen raakten overal ter wereld in diskrediet. Mussolini werd in juli 1943 afgezet en gevangengenomen, op instigatie van de Italiaanse koning. Na bevrijding door een Duits commando werd hij vervolgens de leider van een marionettenbewind, in een inmiddels Duits bezet Noord-Italië, bekend geworden onder de naam republiek van Salò. In 1945 werd Mussolini door partizanen vermoord. De oorlogsmisdaden van de Duitse nationaalsocialisten en de Japanse overheid, met wie de Italiaanse fascisten zich hadden verbonden in het Driemogendhedenpact, zorgden voor een definitieve bezoedeling van het Italiaanse fascisme.

Ideologie Op ideologisch vlak kan het fascisme worden ontleed in twee componenten: rationeel versus irrationeel.

Rationeel In rationele zin verkondigt het fascisme de staat als het kernstuk van zijn doctrine. Voor de fascistische ideologen is de staat geen verzameling van individuen, maar een zelfstandig organisme van hogere orde, een macht, die alle vormen van zedelijk en verstandelijk leven van de mens samenvat en in zich verenigt. Deze staat is totalitair in de zin, dat hij de wil en het verstand van ieder individu omvat. In deze staatsconceptie bezitten alle individuen en groepen wel een eigen functie, maar afzonderlijk geen levensvatbaarheid. Hun bestaan krijgt slechts zin en waarde door de staat, zodat Mussolini kon verklaren alles in de staat, niets tegen de staat, niets buiten de staat.

De fascistische staat is ook absoluut van aard, omdat hij als autonome persoonlijkheid, met eigen waarde en eigen doel, elk individueel bestaan en alle particuliere belangen aan zich ondergeschikt maakt, en de normen van zijn gedrag in zichzelf vindt. Daarom kan de staat zijn gezag ook niet ontlenen aan de individuen (bijvoorbeeld na verkiezingen), maar slechts aan zichzelf. Het gezag is het onaantastbaar bezit van de staat. De staat is in deze zin de eenheid van geest en wil van het volk, die niet gevormd wordt door de gezamenlijke individuen of een meerderheid van hen, maar door de elite. Dat verklaart waarom in het fascisme een grote betekenis wordt toegekend aan hiërarchie.