Dit artikel geeft beknopt en chronologisch de geopolitieke en culturele ontwikkelingen van de geschiedenis van Frankrijk weer.

De geschiedenis van Frankrijk begint met de eerste menselijke vestiging, in het gebied dat zich binnen de grenzen van de huidige Franse soevereine staat bevindt. Bij de groepen die sinds het paleolithicum en het neolithicum aanwezig waren, voegden zich in de bronstijd en de ijzertijd opeenvolgende golven Kelten, en in mindere mate Germanen en Romeinen. De grenzen van het moderne Frankrijk zijn ongeveer die van Gallië, alhoewel het huidige België en Luxemburg, een deel van Duitsland en het zuiden van Nederland in geografisch opzicht ook bij Gallië hoorden. Het zuiden werd beïnvloed door de mediterrane culturen van de Grieken die Marseille gesticht hadden, de Etrusken en de Romeinen. In de regio's aan het Kanaal en de Noordzee was er een culturele uitwisseling tussen Gallië en Groot-Brittanië.

In de 4e eeuw kwamen Germaanse volkeren (Franken, Visigoten, Alemannen, Bourgondiërs) naar het gebied, en in de 9e eeuw de Vikingen die Noormannen werden genoemd.

Sinds het Verdrag van Verdun in 843, kent Frankrijk enige continuïteit als bestuurlijke en culturele eenheid. Frankrijk is daarmee de oudste nog bestaande geopolitieke factor in de Europese machtsverhoudingen. Parijs is al sinds 508 een hoofdstad, door toedoen van de Frankische koning Clovis I. De landsgrenzen liggen sinds de Vrede van Nijmegen in 1678 redelijk vast. Ze vallen voor een groot deel samen met natuurlijke grenzen. Corsica werd echter pas in de tweede helft van de 18e eeuw een deel van Frankrijk. Naast de Germaanse Franken, die hun naam aan het land hebben nagelaten, leefden nog vele andere stammen, volken en groeperingen in wat nu Frankrijk genoemd wordt. Onder de andere Germaanse stammen die hun stempel op het land gedrukt hebben waren vooral de West-Gothen, die aanvankelijk Toulouse als hoofdstad hadden en de Bourgondiërs belangrijk.

Prehistorie

Paleolithicum miniatuur|Een stier uit de Grot der Stieren bij LascauxHet huidige grondgebied van Frankrijk is al minstens enkele tienduizenden jaren bewoond. Opgravingen hebben zelfs overblijfselen van Homo heidelbergensis, neanderthalers en vroege moderne mensen uit het paleolithicum aan het licht gebracht. Vooral het huidige departement Dordogne is rijk aan prehistorische vindplaatsen. Grotschilderingen zoals die van de cro-magnonmens geven een indruk van de hoogstaande artistieke prestaties van deze vroege bewoners. De beroemdste grot is die van Lascaux, circa 17.000 jaar oud en in 1940 ontdekt. Belangrijk voor onze kennis van kunst en werktuigen van de vroege moderne mens zijn ook de Grottes des Combarelles. De meest recente ontdekking van zo'n grot vond plaats in 2005, de Grotte du Visage bij het dorp Vilhonneur in het departement Charente.

Neolithicum Uit het Neolithicum zijn er nog menhirs, dolmens en andere megalieten in Bretagne en elders in Frankrijk bewaard gebleven. Het doel daarvan is niet altijd duidelijk, maar vermoedelijk hadden ze een religieuze betekenis.

Galliërs en Griekse kolonisten miniatuur|Gallia in de 1e eeuw v.Chr.Rond 1000 v.Chr. drongen Keltische stammenOntdek de wereld van de Kelten, Simon James, 1994, Becht - Haarlem het land binnen vanuit het huidige Zwitserland en Zuid-Duitsland en mengden zich met de oorspronkelijke bewoners. Zij zouden bekend worden als Galliërs. Het waren geduchte krijgers en bekwame ambachtslieden (getuige bijvoorbeeld het vele fraaie smeedwerk dat is gevonden en ook door de Romeinen hoog gewaardeerd werd), maar hebben geen geschreven teksten nagelaten. Zij waren dus vermoedelijk geheel op mondelinge overlevering aangewezen. Aan gecentraliseerd bestuur zijn ze (dus) niet toegekomen. Het bleven onafhankelijke stammen, die verwante Keltische talen en dialecten spraken.

De geschreven geschiedenis van Frankrijk begon rond 600 v.Chr. met Griekse kolonisatie. Griekse kolonisten, vooral afkomstig van de Ionische stad Phocaea. Zij stichtten langs de mediterrane kust, in de Provence en de Languedoc diverse nederzettingen, met als belangrijkste en machtigste stad Massilia (nu bekend als Marseille). Andere belangrijke Griekse nederzettingen waren Nikaia (Nice), Agathi (Agde), Antipolis (Antibes) en Megalonia (Maguelone). Ook veel andere plaatsen in Zuid-Frankrijk hebben Griekse wortels. De rivier de Rhône bood goede toegang tot de door de Keltische Galliërs bevolkte binnenlanden, waarmee zich een levendige handel ontwikkelde. Er zijn ook pogingen ondernomen om in Keltische talen te schrijven met het Grieks alfabet. Zuid-Franse dialecten dragen nog altijd de sporen van Griekse invloed uit die tijd.Evolution et structure de la langue française, Walther von Wartburg, 1971, Bern Een ander en belangrijker blijvend gevolg van de Griekse kolonisatie van Zuid-Frankrijk is de wijnbouw.Nicholas Ostler, Empires of the word, Harper Collins, Londen, 2005, De Griekse koloniën waren vaak in conflict met de op handelsgebied concurrerende Etrusken en Carthagers. Daarom verbonden de Griekse stadstaten van de Franse kust zich met de opkomende Romeinen die eveneens vijanden van deze twee handelsvolkeren waren.

Romeinse tijd Na de Punische oorlogen waren deze concurrenten uitgeschakeld maar de Keltische stammen van Zuid-Frankrijk zorgden soms ook voor overlast voor de Griekse steden. De Romeinen werden tussen 181 v.Chr. en 132 v.Chr. regelmatig door de Griekse kolonisten in Zuid-Frankrijk te hulp geroepen tegen de Liguriërs en andere agressieve Kelten. In 121 v.Chr. brachten de Romeinen dit gebied onder permanente controle; het heet nu de Provence (afgeleid van het Latijnse provincia). Zij leverden echter de grootste veldslagen met rondtrekkende Germaanse Kimbren en Teutonen, die dreigden het Italiaanse schiereiland binnen te vallen. In die tijd stichtten de Romeinen Aquae Sextiae, het latere Aix-en-Provence. Het westelijker gelegen Narbonne werd in 22 v.Chr. de hoofdstad van de nieuwe provincie Gallia Narbonensis, die de hele Franse zuidkust en de zuidelijke Alpen omvatte.

Verovering van heel Gallië In 52 v.Chr. bracht Julius Caesar, die toen consul van Gallia Cisalpina was, na een bloedige campagne van enkele jaren heel Gallië onder Romeins bewind. De aanleiding voor deze campagne was het 'te hulp komen' van Gallische stammen in hun onderlinge machtsstrijd. De Romeinen zouden er vijf eeuwen blijven en noemden dit hele gebied Gallia Transalpina. Massilia was tijdens de verovering van de Provence nog redelijk zelfstandig gebleven als Griekse kolonie, maar daar kwam een eind aan in de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar, toen de stad partij koos voor de verliezer Pompeius.

miniatuur|Arena van Nîmes (1e eeuw n.Chr.)Massilia werd later ingedeeld bij de Romeinse provincie Gallia Narbonensis. Geleidelijk werd het Latijn, zoals in heel Gallië, steeds meer de hoofdtaal, hoewel de elite nog lang Grieks bleef spreken. Caesars verovering wordt in het algemeen beschouwd als het begin van de Franse nationale geschiedenis, omdat hiermee de Romaanse identiteit van het land bepaald werd.

Romanisering van Gallië In de 2e eeuw bereikte Nîmes onder de naam Nemausus een hoogtepunt als regionaal centrum van Romeinse macht en cultuur, waarvan de nalatenschap in de Provence nog steeds te bezichtigen is. Het aquaduct Pont du Gard en de arena van Nîmes zijn er de bekendste voorbeelden van. Er ontwikkelde zich geleidelijk aan een Gallo-Romeinse cultuur, waarin het Keltische element steeds meer plaatsmaakte voor het Romeinse. De hogere levensstandaard die de Romeinse cultuur met zich meebracht en het bestaan van een Romeinse schrijfcultuur, in combinatie met de politieke en militaire macht van Rome speelden hierin een grote rol. In de eerste eeuwen van onze jaartelling moet de basis zijn gelegd voor de Franse taal, die van het Latijn afstamt, met toevoeging van Keltische en Germaanse elementen; schriftelijke bewijzen hiervan daterend van voor de 9e eeuw zijn niet bewaard gebleven. Door de hogere levensstandaard werden Germaanse stammen aangetrokken van buiten de Romeinse invloedssfeer. Er waren af en toe lokale opstanden, maar die werden door het Romeinse gezag lange tijd effectief neergeslagen. Ondanks herhaaldelijke vervolging door de Romeinse machthebbers raakte het christendom steeds meer verbreid. Ireneüs van Lyon, afkomstig uit Klein-Azië, was de belangrijkste figuur in deze ontwikkeling; hij zou in 202 een martelaarsdood zijn gestorven.

In 260, dus tijdens de Romeinse crisis van de 3e eeuw, ontstond het onafhankelijke Gallische keizerrijk, dat echter 14 jaar later weer verdween omdat keizer Diocletianus deze crisis wist te bezweren. Tegelijkertijd begonnen echter de Germaanse Franken vanuit het noordoosten op te dringen. Een migratie van Kelten vond plaats in de 4e eeuw in Armorica. Ze werden geleid door de legendarische koning Conan Meriadoc en kwamen uit Groot-Brittannië. Ze spraken de inmiddels uitgestorven Britse taal, die evolueerde naar de Bretonse, Cornish en Welshe talen.

Einde van de Romeinse periode Als gevolg van de Rijnoversteek in 405/406 werd Gallië overspoeld door barbaarse volken (Vandalen, Sueven en Alanen). In die zelfde periode kwam het Romeinse leger in Britannia in opstand en stak over naar het vasteland. De Gallische en Spaanse provincies schaarden zich onder usurpator Constantijn III.

De Romeinse generaal Constantius III herstelde het Romeinse gezag in het westen. In 418 werd de provincie Aquitaine aan de Goten gegeven in ruil voor hun steun tegen de Vandalen en Alanen in Spanje. Diezelfde Goten hadden Rome in 410 ingenomen en een hoofdstad in Toulouse gevestigd. Toen halverwege de jaren twintig in het westelijke rijk opnieuw sprake was van een machtsstrijd kwamen de Goten onder Theodorik I in opstand.

Het Romeinse Rijk had moeite om de barbaarse nieuwkomers - met wie foederati-verdragen werden afgesloten - binnen het rijk te integreren, en generaals als Constantius III en Aëtius moesten deze stammen tegen elkaar uitspelen om enige Romeinse controle te behouden. Aētius gebruikte de Hunnen tegen de Bourgonden. De Hunnen, verenigd door Attila, werden een grotere bedreiging, en Aëtius gebruikte de Visigoten tegen de Hunnen. Het conflict culmineerde in 451 in de Slag bij Châlons, waarin de Romeinen en bondgenoten Attila versloegen.

Omstreeks 465 verloor het Romeinse Rijk haar invloed over Gallië. Aquitanië werd zeker overgelaten aan de Visigoten, die al snel een aanzienlijk deel van Zuid-Gallië en het grootste deel van het Iberisch schiereiland zouden veroveren. De Bourgonden claimden hun eigen koninkrijk in het zuidoosten, en Noord-Gallië werd praktisch overgelaten aan de Franken.

Middeleeuwen

Frankische Rijk miniatuur|De expansie van het Frankische Rijk