thumb|300px|Vlag van het EZLN Het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (Spaans: Ejército Zapatista de Liberación Nacional, EZLN) is een deels gewapende revolutionaire beweging uit Chiapas, een van de armste delen van Mexico. Het Bevrijdingsleger kwam in 1994 in opstand tegen de regering en heeft sindsdien het gezag over een deel van de Lacandónjungle. Aanhangers van het EZLN worden zapatisten (Spaans: zapatistas) genoemd.
Het EZLN is een antikapitalistische beweging die streeft naar autonomie van de inheemse bevolking en zich verzet tegen neoliberale globalisering. Het is genoemd naar de Mexicaanse anarchistische opstandelingenleider Emiliano Zapata (1879-1919).
Hoewel passend in de Latijns-Amerikaanse traditie van guerrillabewegingen, onderscheidt het EZLN zich hier tegelijkertijd van doordat, met uitzondering van de eerste opstand in 1994, de beweging veel gebruikmaakt van communicatie (onder andere via de massamedia, het internet en de geschriften van woordvoerder Subcomandante Marcos) en veel minder van geweld om haar doelstellingen te verwezenlijken. Om deze en andere redenen wordt het EZLN wel de eerste postmoderne opstand genoemd.Zie bijvoorbeeld Michael Hardt en Antonio Negri (2005). Multitude. Hamish Hamilton, p. 85. Deze karakterisering heeft evenwel haar critici; Daniel Nugent (1995: Northern intellectuals and the EZLN. Monthly Review 47(3)) wijst op de wortels van de beweging in 500 jaar inheems verzet, de typisch 'moderne' eisen (landbouwgrond itt. 'een modem voor ieder huis') en hun langzame beslissingsproces, gebaseerd op mondeling overleg.
Geschiedenis Achtergrond thumb|Ligging van Chiapas De staat Chiapas, traditioneel woongebied van de Maya's, is van oudsher een achtergebleven deel van Mexico, waar de raciale segregatie groot is en in de loop der eeuwen verschillende gewelddadige conflicten hebben plaatsgevonden tussen de witte kolonisten en de inheemse bevolking.Enrique Krauze (1997). Mexico: Biography of Power—A History of Modern Mexico, 1810–1996. New York: HarperCollins, pp. 779–798.
Chiapasvorsers Collier en Quaratiello geven de volgende cijfers voor de sociaaleconomische toestand in de staat aan de vooravond van de zapatistische opstand (in percentages van het aantal huishoudens; gebaseerd op censuscijfers):George A. Collier en Elizabeth L. Quaratiello (2005). Basta! Land and the Zapatista Rebellion in Chiapas. Food First Books.
Chiapas Landelijk gemiddelde Stromend water <50% 67% Televisie 14% 45% Inkomen >$3450 11% 24%
Daarnaast was de alfabetiseringsgraad de laagste van alle Mexicaanse deelstaten,Jaime Suchlicki (1996). Mexico: From Montezuma to NAFTA, Chiapas, and Beyond. Washington/Londen: Brassey's, pp. 157–169. sprak slechts de helft van de mannen en een nog kleiner deel van de vrouwen Spaans en was de kindersterfte bovengemiddeld. Dit alles wil niet zeggen dat Chiapas niet produceerde; met 3% van de bevolking produceerde de regio 13% van alle mais in het land (het belangrijkste landbouwproduct) en 54% van de waterkracht. Daarnaast komen er aardolie, gas en koffie vandaan. Omdat deze natuurlijke rijkdom nauwelijks ten goede komt aan de Chiapeneken (met uitzondering van de Spaanstalige elite) noemen Collier en Quaratiello de deelstaat zelfs een 'interne kolonie' van Mexico.
Het bestuur van Chiapas werd, zoals in het hele land, van oudsher gedomineerd door de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI), die in het achterliggende decennium haar oorspronkelijk populistische en progressieve koers had verruild voor een neoliberaal kapitalisme, vooral onder de federale presidenten Miguel de la Madrid en Carlos Salinas.David Ronfeldt, John Arquilla, Graham Fuller en Melissa Fuller (1998). The Zapatista "Social Netwar" in Mexico. RAND Corporation. De PRI lag bovendien onder vuur wegens verdenkingen van corruptie.
De ligging van Chiapas in het verre zuiden van het land maakte het verder een natuurlijke wijkplaats voor Centraal-Amerikaanse (vooral Guatemalteekse en Salvadoraanse) guerrillagroepen, bevrijdingstheologen en andere activisten, terwijl in de jaren 80 veel Maya's door de Guatemalteekse Genocide naar Chiapas vluchtten.
Eerste opstand, 1994 Het EZLN werd opgericht op 17 november 1983.Antonio Lupher (2004). Fox and EZLN: the Zapatista rebellion in Mexico. Harvard International Review 26(2):10–11. Het EZLN was aanvankelijk een tak van de marxistische Nationale Bevrijdingskrachten (FLN) die de "FLN zou moeten verbinden met de arbeidende massa van het platteland". Leidster van de EZLN was destijds Maria Gloria Benavides Guevara, beter bekend als Subcomandante Elisa, gesteund door de Subcomandantes Marcos, Daniel en Pedro. In 1989 werd Elisa wegens zwangerschap vervangen door Marcos. De aanhang kwam vooral uit de Lacandónjungle die een toevluchtsoord was voor landloze inheemse boeren van wie velen weggelopen waren van door blanke grondbezitters gerunde landerijen. Hun antiautoritaire houding drukte een sterk stempel op de zapatistische ideologie. Wegens spanning tussen de overwegend inheemse leden van het EZLN en de ladino's van het FLN en twisten over de te volgen strategie dreven FLN en EZLN begin jaren 90 uiteen.
Het bestaan van de beweging werd medio 1993 publiek bekend door een artikel in het weekblad Proceso. De Mexicaanse regering was al langer op de hoogte, in mei 1993 werd in Corralchén zelfs gevochten tussen het EZLN en regeringstroepen, maar ze greep niet in uit angst de deelname aan de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) in gevaar te brengen. Regeringsfunctionarissen ontkenden zelfs publiekelijk het bestaan van het EZLN.
Het EZLN kwam pas grootschalig in actie op 1 januari 1994, de dag waarop het NAFTA-verdrag in werking trad en de 35e verjaardag van de Cubaanse Revolutie. Geleid door Subcomandante Marcos wisten tussen de 500 en 4000 gewapende rebellen zes plaatsen in Chiapas in te nemen, te weten Amatenango del Valle, Ocosingo, Las Margaritas, La Realidad, Comitán en San Cristóbal de las Casas, dat tot hoofdstad werd uitgeroepen. Tevens werd de voormalige gouverneur van Chiapas generaal Absalón Castellanos Domínguez door de zapatisten op zijn ranch nabij Las Margaritas verrast en gevangengenomen. In totaal beschikte het EZLN over naar schatting maximaal 12.000 potentiële strijders en ondersteunende manschappen. Het bevrijdingsleger riep op tot het afzetten van de door verkiezingsfraude aan de macht gekomen president Carlos Salinas en zijn 'illegale dictatuur';George A. Collier (2001). Zapatista Rebellion in Chiapas. In Michael S. Werner, red. Concise Encyclopedia of Mexico. Chicago/Londen: Fitzroy Dearborn. een vreedzame verandering werd door Marcos onmogelijk geacht wegens de diepgewortelde corruptie in de Mexicaanse politiek.
De federale regering van Mexico, die een jaar eerder het bestaan van een guerrillabeweging in Chiapas nog ontkend had, trachtte de opstand te bagatelliseren door te zeggen dat er slechts 200 opstandelingen zouden zijn en dat het EZLN aangestuurd werd door andere guerrillabewegingen in Centraal-Amerika (met name Guatemala). De zapatistas reageerden met een mediaoffensief: ze belegden een persconferentie en stuurden verscheidene publicaties de wereld in waarin zij verklaarden niets te maken te hebben met buitenlandse groeperingen en te steunen op de inheemse bevolking van Chiapas. Ook nodigden ze het Rode Kruis en mensenrechtenorganisaties uit om de situatie in het opstandige gebied te komen aanschouwen.
Om het federale gezag te herstellen werd de aanwezigheid van het regeringsleger in Chiapas versterkt van 2000 naar 12.000 manschappen. Buitenlandse journalisten en mensenrechtenactivisten werden zo veel mogelijk buiten het gebied gehouden; zij werden beschuldigd van inmenging in interne Mexicaanse aangelegenheden. Een groot aantal protesteerde bij de Mexicaanse regering en wist de ogen van de internationale pers op het gebied gericht te houden. De meeste plaatsen werden door de zapatisten zonder slag of stoot verlaten, maar vooral bij Ocosingo en San Cristóbal braken gevechten uit tussen het EZLN en het leger. Bij gevechten en luchtaanvallen kwamen volgens officiële cijfers 145 mensen om het leven, waaronder zapatistenleiders Subcomandante Pedro en Comandante Hugo, en raakten honderden gewond. Al na anderhalve week trok het EZLN zich terug in de jungle.
Internationale niet-gouvernementele organisaties oefenden echter zo'n sterke druk uit op de Mexicaanse regering dat president Salinas al na een paar dagen een wapenstilstand voorstelde, huiverig als hij was om in een verkiezingsjaar het imago van een democratiserend Mexico te schaden. Op 12 januari was de eenzijdige wapenstilstand een feit. Vredesbesprekingen begonnen op 21 februari, waarbij de zapatistas vertegenwoordigd werden door Samuel Ruiz García, bisschop van San Cristóbal. Als teken van goede wil werd generaal Castellanos Domínguez vrijgelaten. Ruiz onderhandelde met regeringsvertegenwoordiger Manuel Camacho Solís over 34 eisen van het EZLN aangaande maatschappelijke, politieke en economische hervormingen, waaronder opzegging van het NAFTA-verdrag. Op 2 maart werd voorlopige overeenstemming bereikt over 32 van de punten.
De EZLN-vergadering verwierp de akkoorden echter op 12 juni en weigerde de wapens neer te leggen. Van 6 tot 9 augustus belegde de organisatie de eerste Convención Nacional Democrático (CND), waarop linkse politici, intellectuelen, vakbonden en belangenorganisaties uit heel Mexico aanwezig waren. Doel van de CND was een brede coalitie te vormen tegen verwachte verkiezingsfraude door de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI) bij de aanstaande verkiezingen. Het EZLN en verschillende oppositiepartijen erkenden de verkiezing van PRI-kandidaat Eduardo Robledo als gouverneur van Chiapas niet en kondigden aan de partijloze politicus Amado Avendaño Figueroa als 'gouverneur in rebellie' te installeren. De regering negeerde deze dreiging simpelweg, de tweede CND van 2–4 november werd slecht bezocht en de rol van het EZLN leek uitgespeeld.
Op 1 december werd Robledo geïnstalleerd, evenals een nieuwe president, Ernesto Zedillo. Toen Zedillo besloot de peso te devalueren, verklaarden de zapatistas de wapenstilstand gebroken en vielen ze dorpen aan ver buiten het militaire cordon om hun gebied. Buitenlandse investeerders trokken massaal hun kapitaal terug. Op 9 februari initieerde Zedillo een militaire actie tegen de zapatistas, daartoe aangezet door hardliners in zijn omgeving en met in zijn achterhoofd het advies van de Chase Manhattan bank dat het neerslaan van de opstand het vertrouwen van buitenlandse investeerders kon herstellen. Voornaamste doel was het leiderschap van het EZLN gevangen te nemen; tevens maakte Zedillo bekend Marcos geïdentificeerd te hebben als de filosofiedocent Rafael Guillén. Het regeringsleger trok het gebied binnen en overviel verschillende dorpen (waarbij volgens Human Rights Watch vermeende EZLN-sympathisanten werden gemarteldHuman Rights Watch (1996). Torture and other abuses during the 1995 crackdown on alleged Zapatistas. Americas 8(3). Geraadpleegd 3 april 2007.), maar wist de EZLN-leiders niet te vangen. Een groot aantal EZLN-aanhangers vluchtte de wildernis in. Robledo trad op 17 februari af als gouverneur en werd opgevolgd door Julio César Ruiz Ferro.
Door opnieuw de internationale pers te mobiliseren wisten de zapatistas de opmars van het leger na 5 dagen tot staan te brengen; een van de middelen die hierbij werd ingezet was een eigen website. De partijen keerden in april terug naar de onderhandelingstafel, maar een overeenkomst werd aanvankelijk niet bereikt. In januari 1996 tekenden Zedillo en het EZLN de akkoorden van San Andrés waarin de rechten van de inheemse bevolking werden vastgelegd, maar deze werden door het Congres van de Unie verworpen. Het vechten begon niet opnieuw, maar leger en paramilitairen bleven uitdrukkelijk aanwezig in Chiapas.
thumb|250px|"U bent in zapatistisch gebied in opstand. Hier beveelt het volk en gehoorzaamt de overheid"
1996–2006