John Fitzgerald Kennedy (Brookline, Massachusetts, 29 mei 1917 – Dallas, Texas, 22 november 1963), ook bekend onder zijn initialen JFK, was een Amerikaans politicus van de Democratische Partij. Vanaf 20 januari 1961 was hij de 35e en jongst gekozenAlleen Theodore Roosevelt was bij aantreden met 42 jaar nog een jaar jonger dan Kennedy, maar Roosevelt was niet gekozen. president van de Verenigde Staten, totdat hij op 22 november 1963, tijdens een officieel bezoek in Dallas, op 46-jarige leeftijd in een open limousine werd beschoten en overleed.

Bij het grote publiek is Kennedy bekend geworden als de president die de Amerikaanse plannen bekendmaakte om een mens op de maan te zetten om zo de ruimtewedloop met de Sovjet-Unie te winnen. Daarnaast werd zijn voortijdig afgebroken termijn gekenmerkt door de Cubacrisis en steeds sterkere Amerikaanse inmenging in de Vietnamoorlog en zijn poging de wapenwedloop te stoppen. Kennedy was evenwel een meer pragmatisch dan ideologisch geïnspireerd leider.

Levensloop Jonge jaren Kennedy kwam uit een van oorsprong Ierse rooms-katholieke familie. Zijn moeder heette Rose Fitzgerald. Zijn vader Joseph (Joe) Kennedy was een politicus en steenrijk zakenman. Het echtpaar had negen kinderen. Het gezin werd na Kennedy's verkiezing tot president ook wel de onofficiële koninklijke familie van de Verenigde Staten en de Kennedyclan genoemd, omdat er zo veel invloedrijke personen uit voortgekomen zijn.

Kennedy bleek zeer intelligent en had goede schoolresultaten, maar hij had al vroeg een slepende ziekte aan zijn maag-darmstelsel en later zware rugproblemen, die hem de rest van zijn leven zouden kwellen. Hij woonde en studeerde enige tijd in Londen en maakte vóór de Tweede Wereldoorlog een reis door Europa, waarover hij in 1940 als afstudeerscriptie een scherp analyserend verslag schreef met daarin waarschuwingen tegen Hitler, getiteld Why England Slept over het Britse aandeel in het Verdrag van München, een scriptie die daarna als boek gepubliceerd een bestseller werd. Hij behaalde aan Harvard cum laude een diploma in internationale betrekkingen.

Tijdens de oorlog diende hij als luitenant bij de Marine hoewel hij aanvankelijk lichamelijk was afgekeurd. Dankzij de invloed van zijn familie lukte het hem echter in een gevechtsfunctie te worden geplaatst, iets wat bij latere verkiezingen gunstig kon zijn.

Een dag nadat Japan Pearl Harbor bombardeerde (op 7 december 1941), werd Kennedy uitgezonden naar de Stille Oceaan. Daar voerde hij het bevel over een motortorpedoboot (de PT-109) die door de Japanse kruiser Amagiri bij de Salomonseilanden overvaren werd en zonk, waarna hij met een moedige actie toch zijn bemanning wist te redden. Na het zinken van de boot zwom Kennedy met de overlevenden vier uur in zee voordat zij een 5,5 km verder gelegen eiland (Kennedy Island of ook wel Kasolo Island) wisten te bereiken. Kennedy, die deel had uitgemaakt van de zwemploeg van Harvard, trok hierbij een gewond bemanningslid. Omdat Kasolo Island slechts 100 meter in doorsnede is en er geen voedsel te vinden was, zwommen Kennedy en zijn mannen naar een ander eiland (Olasana Island). Omdat er in dit gebied regelmatig Japanse schepen langs voeren, was deze tocht niet zonder gevaar. Na tien dagen van kokosnoten geleefd te hebben, werden Kennedy en zijn mannen ontdekt door plaatselijke bewoners en ten slotte gered. Voor zijn betoonde moed en doorzettingsvermogen ontving Kennedy de Navy and Marine Corps Medal. Lt. John F. Kennedy's NMCM citation, Department of the Navy - Naval Historical Center Tegen verslaggevers die aan hem vroegen hoe hij een oorlogsheld was geworden, grapte Kennedy "omdat ze mijn boot tot zinken brachten".

Politieke carrière In 1946 werd Kennedy gekozen tot Congreslid voor Boston en in 1952 tot senator. In 1956 schreef hij Profiles in Courage over Amerikaanse senatoren die met gevaar voor hun loopbaan standpunten innamen die afweken van die van hun partij. Dit boek kreeg in 1957 de journalistieke Pulitzerprijs voor biografie.

Als Congreslid bezocht Kennedy voor het eerst Frans Indo-China, waar op dat moment de Eerste Indochinese Oorlog aan de gang was. In 1956, na de stichting van Noord- en Zuid-Vietnam, bezocht hij de regio opnieuw.

Presidentschap thumb|thumbtime=2|Inauguratie van Kennedy op 20 januari 1961 thumb|De inaugurele rede van John F. Kennedy, 20 januari 1961 John F. Kennedy werd in 1960 gekozen tot 35e president van de VS na een nipte verkiezingsoverwinning (een half procent verschil).Barbara Tuchman (1984) De mars der dwaasheid: Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam. Amsterdam/Brussel: Elsevier, pp.314–318, 331–332. op de Republikein en zittend vicepresident Richard Nixon. Zijn running mate was Lyndon B. Johnson, die dan ook zijn vicepresident werd. Kennedy's presidentschap was sterk pragmatisch; historica Barbara Tuchman kenmerkt Kennedy als "progressief noch conservatief (...) een man met een snel verstand en sterke ambitie die vele verheven principes overtuigend, welsprekend en zelfs barmhartig wist te verwoorden, terwijl zijn daden daar niet altijd mee in overeenstemming waren. (...) In het Kennedy-kamp werden idealisten gewoonlijk 'zeveraars' genoemd of 'sentimentele doetjes'."

Kennedy liet zich niet makkelijk manipuleren en liet al vroeg merken wie de baas was. Na de mislukte invasie in de Varkensbaai ontsloeg Kennedy twee hoge CIA-bazen en dreigde naar verluidt de CIA "in duizend stukjes te versplinteren en uit te strooien in de wind."Who Killed JFK?, Dean Henderson op Wordpress.comEindapport van de HSCA, vanaf FOREIGN AFFAIRS: A FRAGILE PEACE Kennedy wilde ook J. Edgar Hoover ontslaan, die al sinds mensenheugenis de directeur van de FBI was. Hij veranderde van gedachten toen dit plan, vanwege de politieke gevolgen ervan, niet haalbaar bleek te zijn. Kennedy's presidentschap werd ook gekenmerkt door zijn streven naar vrede en zijn menslievendheid. Dit alles leverde hem medestanders op, maar zorgde ook voor tegenstanders op hoge posities.

Kennedy's presidentschap begon in een economisch voorspoedige tijd. Wel waren er in het land veel strijdpunten. Vooral in het zuiden kwam nog veel racisme voor en was er in het openbare leven sprake van een strikte rassenscheiding, vergelijkbaar met apartheid in Zuid-Afrika. Het verzet daartegen nam toe, mede onder invloed van Ds. Martin Luther King. Veel strijders voor burgerrechten waren geïnspireerd door de vooruitgangsboodschap van Kennedy, maar kregen in de praktijk geen steun van de president. Kennedy vond het opheffen van rassenscheiding een zaak van de individuele staten en niet van de federale overheid. Slechts als federale wetten werden overtreden (zoals de weigering zwarte reizigers te bedienen bij busreizen tussen verschillende staten van de VS) greep hij in. De zwarte bevolking moest wachten op president Johnson, de opvolger van Kennedy, die wetgeving invoerde tegen discriminatie op grond van huidskleur.

Buitenlandbeleid De Koude Oorlog voerde vanaf het allereerste begin de boventoon in Kennedy's buitenlandbeleid, dat mede werd bepaald door de Republikeinse minister van Defensie Robert McNamara. In december 1960 was het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam opgericht en twee weken voor Kennedy's inhuldiging op 20 januari 1961 had Nikita Chroesjtsjov, de Russische president, de 'nationale bevrijdingsoorlogen' in Vietnam, Cuba en elders volledige steun van de Sovjet-Unie beloofd. Kennedy verwees hiernaar in zijn inaugurele rede als het 'uur van het grootste gevaar' voor de vrijheid. Al in de eerste tien dagen van Kennedy's presidentschap werd een plan gelanceerd om met Amerikaans geld en personeel de Zuid-Vietnamese strijdmachten uit te breiden met 20.000 militairen en 32.000 paramilitairen. De inmenging in de Vietnamese burgeroorlog werd steeds intensiever; begin 1963 waren er 17.000 Amerikaanse militairen aanwezig in Zuid-Vietnam.

Vietnam Het Congres werd buiten de besluitvorming over Vietnam gehouden; op beschuldigingen uit Republikeinse hoek dat hij "niet openhartig" was tegenover zijn volk, antwoordde Kennedy in februari 1962 dat er "daar geen gevechtstroepen in de gebruikelijke betekenis van het woord naartoe gestuurd" waren. De voornaamste activiteiten van de Amerikaanse krijgsmacht in Vietnam waren troepentransport, opleiding van Zuid-Vietnamese manschappen, luchtsteun bij anti-guerrilla-acties en ontbladering van bossen door onder andere Agent Orange (vanaf 1961). Het aantal Amerikaanse doden in het gebied bedroeg tijdens Kennedy's eerste ambtsjaar 14, het jaar daarop 109. Onder Amerikaanse leiding leken de kansen voor Zuid-Vietnam te keren; gewelddadige deportatie van de Zuid-Vietnamese plattelandsbevolking door de eigen regering speelde hierin overigens ook een grote rol, doordat zo de Vietcong-guerrillero's de toegang tot voedsel kon worden ontzegd.

Kennedy speelde een rol in de escalatie van de oorlog in Vietnam, nadat hij een geslaagde militaire coup tegen de Vietnamese president Ngô Đình Diệm Lies the Government Told You: Myth, Power, and Deception in American History, p.254. Gearchiveerd op 24 augustus 2023. had gesteund, maar niet diens moord. Diệm was gekant tegen een grotere militaire betrokkenheid van de VS in Vietnam en twijfelde over het verbond van zijn land met de Verenigde Staten.

De Varkensbaai-invasie Al snel kreeg Kennedy te maken met een erfenis van zijn voorganger, president Eisenhower: een plan om een invasie te laten plegen op Cuba door anti-Castro-Cubanen onder leiding van onder andere de CIA. Kennedy was door zijn staf op de hoogte en besloot dit plan door te zetten. Kennedy verzekerde de Amerikaanse bevolking dat het land hierbij niet zelf betrokken zou raken. Op het laatste moment wilde de CIA toestemming om Amerikaanse strijdkrachten in te zetten, omdat de invasie met de anti-Castro-Cubanen mislukte. Kennedy weigerde en de invasie liep uit op een groot fiasco. Honderden mannen sneuvelden of werden gevangengenomen. Voor een hoge losprijs kon Kennedy ze later "kopen" van Castro. Dit incident werd bekend onder de naam Invasie in de Varkensbaai en het Varkensbaai-Fiasco. Kennedy hield een speech op televisie waarin hij de volledige verantwoordelijkheid van de blunder op zich nam.

Reis naar de maan Kennedy gaf tijdens zijn presidentschap de ruimtevaart een enorme impuls nadat de Sovjets een voorsprong hadden genomen in de ruimterace. In 1961 stelde hij het Amerikaans Congres voor om geld beschikbaar te stellen voor een reis naar de maan. Kennedy vroeg zich echter af of deze reis een nationale kwestie zou moeten zijn. In een voordracht voor de Verenigde Naties op 20 september 1963 gaf hij aan dat hij mogelijkheden zag deze reis in samenwerking met de Sovjet-Unie te maken. Address at 18th U.N. General Assembly, 20 September 1963. Gearchiveerd op 11 maart 2018. Kennedy kreeg de kans niet dat voorstel nader uit te werken, twee maanden later werd hij vermoord.

Cubacrisis In de tweede helft van zijn presidentschap werden de internationale spanningen in de Koude Oorlog groter en mondden uit in de Cubacrisis, die had kunnen uitlopen op een Derde Wereldoorlog. Er waren nucleaire raketten in het spel en Chroesjtsjov had gedreigd deze af te schieten. Kennedy speelde blufpoker op het hoogste niveau, maar kwam op 28 oktober 1962 als winnaar uit de strijd. Door het diplomatiek oplossen van de crisis steeg zijn populariteit.

Israël Hij maakte het voor Israël in 1962 mogelijk om Amerikaanse Hawk-luchtdoelraketten te kopen. In het telegram van het State Department (ministerie van Buitenlandse Zaken) valt daarover te lezen: "Met het oog op de opbouw in de regio van offensieve luchtbewapening en raketsystemen voelen we ons genoodzaakt welwillend te reageren op Israëls verzoek om kortafstandsraketten voor puur defensieve grond-luchtverdediging." Telegram van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Jewish Virtual Library. Gearchiveerd op 18 december 2025.