thumb|Fort bij Abcoude, het eerste fort van de Stelling en nog gemaakt van baksteen. thumb|Fort bij Vijfhuizen (model A) Betekenis nummers: 1. Hoofdgebouw met twee keelkazematten en frontgebouw; 2. Frontwal; 3. Gracht; 5. Metalen genieloods, 10. Ringvaart thumb|Keelzijde van Fort bezuiden Spaarndam met beide keelkazematten, een deel van de gracht en de brug thumb|Fort bij Spijkerboor, keelzijde hoofdgebouw. thumb|Fort aan het Pampus vanuit de lucht gezien; 2013.
De Stelling van Amsterdam was een verdedigingslinie, gelegen op 15 tot 20 kilometer rond het centrum van de Nederlandse stad Amsterdam. De Stelling is 135 kilometer lang, bevat 45 forten en is aangelegd van 1880 tot 1920.
Op 26 september 1995 werd de Stelling van Amsterdam samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij UNESCO aangemeld voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst waar zij in in haar geheel op werd geplaatst in 1996. In 2021 werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie toegevoegd aan het reeds bestaande werelderfgoed. Beide componenten staan sindsdien op de lijst onder de naam Nederlandse waterverdedigingslinie. Four natural and three cultural sites added to UNESCO’s World Heritage List, whc.unesco.org, 26 juli 2021.
Functie Primair was de Stelling van Amsterdam een waterlinie. In geval van vijandelijkheden zouden grote delen van het gebied rond Amsterdam onder water worden gezet. De vijand zou dan niet kunnen oprukken. Amsterdam zou fungeren als nationaal reduit, als het laatste bastion van Nederland. De aanleg van de Stelling van Amsterdam werd geregeld in de Vestingwet van 1874.
De forten werden gesitueerd op plaatsen waar de waterlinie wordt doorkruist door dijken, wegen of spoorlijnen. Plaatsen waar het water diep genoeg was voor boten waren kwetsbaar, doordat de oprukkende vijand op die plaatsen niet door het water zou worden tegengehouden, zodat hij ook op deze plekken onder vuur genomen moest kunnen worden. In het militaire jargon stonden deze wegen etc. bekend als accessen.
Voorbereiding Rondom Amsterdam bevonden zich sinds 1805 de posten van Krayenhoff, een reeks van aarden en stenen forten. Door de wapenontwikkeling bleken deze veelal niet ver genoeg van Amsterdam te liggen. In 1880 lag het traject voor een nieuwe stelling vast en legde men de laatste hand aan het ontwerp van de forten. Het ontwerp was een verbeterde versie van het gebastioneerde stelsel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De verdedigingslinie bestond uit drie onderdelen, de inundatiegebieden van het voorliggend terrein, de militaire forten en de reduit Amsterdam.
Nationaal reduit Het gebied binnen de fortengordel was een nationaal reduit. Bij een oprukkende vijand zou het veldleger zich hierbinnen terugtrekken en met de aanwezige burgerbevolking stand houden tot hulp vanuit het buitenland Nederland zou bevrijden. Bij een vijandig beleg moest binnen de stelling voldoende voedsel, water, brandstof en militair materieel voorhanden zijn om het zes maanden vol te houden.
Delen van de Haarlemmermeer en Beemster kwamen binnen de stelling te liggen om in de behoefte van weide- en landbouwgrond te voorzien. Er kwamen steenkooldepots en pakhuizen voor voedsel en graan zoals de graansilo Korthals Altes. Bij het Fort aan de Nieuwe Meer werd voldoende grondwater aangetroffen. Tussen 1901 en 1905 werd hier de Militaire Drinkwatervoorziening ingericht om het water op te pompen en te zuiveren.
Het Hemveld, langs het Noordzeekanaal, bood voldoende ruimte voor de Artillerie-Inrichtingen en er lagen twee kruitfabrieken binnen de stelling, De Oude Molen in Ouderkerk aan de Amstel en De Krijgsman in Muiden.
Door de opkomst van de luchtvaart werden er bovendien twee vliegkampen opgezet, Vliegkamp Schiphol en Marinevliegkamp Schellingwoude.
Inundatiegebieden thumb|Inundatiekaart uit 1914 Nederland had al veel ervaring opgedaan met inundaties met de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinies. Bij het noord- en zuidfront was dit gemakkelijk te realiseren. Door gedurende drie dagen de bemaling en de uitwatering te staken stond hier voldoende water op het land en was de inundatie voltooid. Bij de overige fronten waren extra maatregelen nodig om water vanuit de Zuiderzee, onder andere bij Muiden, naar binnen te laten stromen. Verder waren er hoogteverschillen tussen de gebieden die onder water kwamen te staan. Hier werden extra sluizen aangelegd om te voorkomen dat het water in dieper gelegen gebieden, zoals polders, te hoog kwam te staan en het water in de hoger gelegen polders te laag. Andere polders waren te groot waardoor het te lang zou duren om het gewenste waterpeil te bereiken. De Geniedijk Haarlemmermeer verdeelde de Haarlemmermeer in een zuidelijk en noordelijk deel. Het zuiden werd onder water gezet en het noordelijk deel bleef droog en lag binnen de stelling. Op de accessen, hoger gelegen terreinen als een dijk, kade, spoorweg of autoweg, kwamen de forten te liggen.
Forten In 1883 was men eindelijk zover om met de bouw van het eerste object, het Fort bij Abcoude, te beginnen. Dit fort bestond uit aardwerken, waarin zeven bomvrije ruimten waren aangebracht en dat werd omringd met een gracht. Het fort bleek bij oplevering al achterhaald door de technologische ontwikkelingen. De komst van de brisantgranaat maakte het noodzakelijk om de forten uit beton, in plaats van metselwerk te vervaardigen. Daarmee was nog weinig ervaring opgedaan in Nederland. Er werden eerst uitgebreide proeven gedaan waarbij betonconstructies werden beschoten met het zwaarste geschut. In 1897 werd de aanleg van de forten herstart.
Veel van de forten werden gebouwd in polders op veengrond. Voor een goede fundering moest dit worden weggegraven en vervangen door zand. De nieuw opgeworpen zandlichamen moesten eerst meerdere jaren inklinken alvorens de forten zelf gebouwd konden worden. Deze ervaring had men opgedaan bij de bouw van Fort Bijlmer in 1868, waarbij de bomvrije kazerne van de fundering in de fortgracht was gegleden na het aanbrengen van zware aarden gronddekking op het dak.
De forten van de Stelling zijn gebouwd volgens een standaardmodel. Voor een fort werd eerst het aardwerk aangelegd. De grond, meestal veen, werd eerst afgegraven. In de plaats hiervan kwam zand dat boven het maaiveld uitstak. Het gewicht deed de grond gedurende enkele jaren inklinken en zo werd een stevige basis verkregen voor de gebouwen. Voor de bouw van een fort werden zo'n 1900 heipalen in de grond geslagen.Ronald van Nigtevecht Fort bij Nigtevecht, geraadpleegd op 18 februari 2015 De muren aan de frontzijde zijn gemaakt van 1,5 meter dik beton en de binnenmuren en de muren aan de keelzijde zijn 1 meter dik. De ruimten in de forten zijn gewelfd. Bij de zijmuren is de hoogte 2,0 meter en in het midden is de hoogte 2,75 meter. De gebouwen zijn zo'n 4,6 meter hoog waardoor het dak een maximale dikte heeft van bijna 2 meter. Het dak is niet egaal vlak, het loopt af naar de voormuur en hier zijn waterafvoeren.
Om de vijand de toegang tot het fort moeilijker te maken zijn de forten omringd door een slotgracht. Aan de keelzijde is een wegneembare brug die het fort met de rest van het land verbindt.
Het bomvrije fortgebouw zelf bestaat uit een langgerekt betonnen hoofdgebouw met verblijven voor de manschappen, twee keelkazematten en in de frontwal twee geschutskoepels (zogenaamde hefkoepels). In het bomvrije gebouw zijn slaapverblijven, een keuken, een kantine, twee waslokalen, een ziekenverblijf en een telegraafruimte.
Manschappen De forten telden een bezetting van ongeveer 300 man. In ieder slaapvertrek sliepen 24 tot 36 man, op strozakken in stapelbedden. Aan de muren en plafonds hingen houten planken aan beugels. In de muur aan de keelzijde zijn er per ruimte een deur, twee ramen en twee luchtroosters. De grote opening is 1 meter breed en 2,75 meter hoog en is afgesloten met een houten deur, al dan niet met glas, en bovenlicht. Aan beide zijden van de deur zijn openslaande ramen van 85 cm hoog en 65 cm breed. In oorlogstijden werden deze openingen afgesloten met ijzeren platen.
Hygiëne Op het gebied van de persoonlijke hygiëne waren de forten goed uitgerust.Oneindig Noord-Holland Fort bij Waver-Amstel: compleet bewaard interieur geeft goed beeld van soldatenleven op een fort, 29 juni 2012, geraadpleegd op 27 februari 2015 In het fort wordt het regenwater opgevangen in druipkokers en via een afvoerleiding naar een van de twee waterreservoirs onder de vloer geleid. De grootste drinkwaterkelder ligt in de meeste gevallen onder de vloer van de poterne. De bemanning van het fort had hiermee voldoende water om een lange periode van bezetting vol te houden. In en om het fort zijn op diverse plaatsen pompen geïnstalleerd om het water uit de reservoirs te halen. Er is een overloop om het overtollige water van de reservoirs naar de gracht af te voeren.
De forten hadden ook de mogelijkheid grondwater op te pompen. Nadeel was dat dit water veel ijzer bevatte, dat eerst verwijderd moest worden met een ontijzeringsinstallatie. De installatie was een grote bak waar het water van boven in stroomde. Door het contact met de zuurstof oxideerde het ijzer tot het onoplosbare ijzeroxide. Het water met ijzeroxide werd vervolgens gefilterd in een bak met zand en daarna opgevangen in waterbakken. De installatie haalde het meeste ijzer eruit, maar niet alles. Voor het bereiden van eten en dranken werd bij voorkeur regenwater gebruikt, maar voor andere taken, als wassen, spoelen en schoonmaken, was het ontijzerde grondwater geschikt.
In de hoofdgebouwen zijn wasruimten voorzien van waterpompen en waterbakken voor de manschappen. Binnen en buiten het fort zijn op diverse plaatsen privaten voor soldaten. Voor de (onder)officieren waren in het gebouw aparte privaten. Voor de verlichting werden aanvankelijk petroleumlampen gebruikt, waarvoor nissen in de muren waren uitgespaard, maar latere forten kregen ook elektriciteit.
Ventilatie In de draaibare platen voor de ramen en deuren zitten schietgaten met een diameter van 10 cm. Onder de ramen zitten luchtroosters. Aan de buitenzijde hangen ijzeren platen voor de roosters die in normale omstandigheden voldoende lucht doorlaten voor de ventilatie. In geval het fort wordt beschoten en granaten dichtbij inslaan, worden de platen aan de buitenzijde door de overdruk van een explosie naar binnen gedrukt. Hiermee wordt de luchttoevoer geblokkeerd en dit voorkomt dat de overdruk als gevolg van de explosie het fort binnendringt. Is de buitendruk weer normaal, dan vallen de kleppen open en herstart de ventilatie. In het dak van de ruimten zitten ook gaten voor de luchtcirculatie. Op het dak staan schoorstenen van zo'n 50 cm hoog. Het dak werd ook afgedekt met zand tot de rand van de schoorsteen.
Poternes De poterne verbond het hoofdgebouw met het frontgebouw. Het was ook de grootste ruimte in het fort en werd gebruikt als appelplaats. Hier zijn ook twee grote buitendeuren die toegang gaven tot het terreplein en de hefkoepelgebouwen. Aan de voorzijde van de gebouwen werd een aarddekking van enkele meters dik aangebracht als extra bescherming tegen vijandelijke granaten.
Bijgebouwen Elk fort had verder een genieloods aan de keelzijde net buiten de gracht. Deze loods werd gebruikt voor de opslag van de inventaris in vredestijd. Hier werden ook de vuurmonden opgeslagen die in de tussenbatterijen werden opgesteld. De meeste loodsen waren van hout met een pannen dak. In oorlogstijd konden ze in brand worden gestoken om een vrij schootsveld te krijgen. Vijf genieloodsen zijn gemaakt van stalen golfplaten, onder andere bij het Fort bij Vijfhuizen.
Tot slot was er een fortwachterswoning bij elk fort. Hier woonde een beambte die het fort bewaakte en het noodzakelijke onderhoud verrichtte. Dit waren vaak de eerste gebouwen die werden geplaatst en de bouw van het fort werd van hieruit begeleid.
Type A