thumb|Het Steen Antwerpen werd al bewoond in de steentijd en groeide in de 15e eeuw van een kleine nederzetting uit tot de grootste stad in de Nederlanden met een van de grootste havens ter wereld.

Prehistorie De Schelde vloeit vermoedelijk tijdens het Paleolithicum voor het eerst door wat nu de omgeving van Antwerpen is. Voordien stroomde de rivier doorheen het Meetjesland rechtstreeks noordwaarts, doorheen de zgn. Vlaamse Vallei. Vanaf het Holoceen, 10.000 jaar geleden, stroomde de Schelde doorheen de jonge benedenloop die nu nog bestaat, naar zee. Het alluviaal van de Schelde was nat en moerasachtig en voorwerp van veenvorming. Het natte Scheldegebied moet in de midden-steentijd of Mesolithicum mensen hebben aangetrokken die er kampementen bouwden. Onder meer bij de aanleg van de havendokken bij Lillo ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen, werden voorwerpen aangetroffen die waren gemaakt van vuursteen uit het vroege Mesolithicum van rond 9000 v.Chr.Dienst Archeologie Advies en ondersteuning bij werkzaamheden in de stad

Er zijn bij de Meir graven uit de bronstijd gevonden, elders bijlen uit dezelfde periode en waterputten uit de ijzertijd.

Romeinse tijd thumb|Munt met Dagobert I en Eligius In de Romeinse periode zag de loop van rivier de Schelde er anders uit dan nu en lag de bewoning tussen de verwilderde rivierarmen van de Schelde. De hoofdgeul van de Schelde stroomde toen vermoedelijk onder Zwijndrecht door, dus veel meer naar het westen. Rond 250 schrijven de Romeinen over Scaldis (de Schelde) en Scinda (de Schijn). Ten tijde van de verovering van het grondgebied door Julius Caesar in de eerste eeuw v.Chr. noemde hij de Germaanse bewoners van het gebied tussen Noordzee en Rijn, Seine en Marne (Latijn: Gallia Belgica), het volk van de Nerviërs (Latijn: Nervii) een Belgische volksstam (Belgae). De stam ging belangrijke delen van de grote Romeinse handelsweg langs het huidige Keulen en Amiens beheren.

Archeologische vondsten Nabij de monding van de Schijn zijn op diverse plaatsen archeologische sporen en relicten van een Gallo-Romeinse nederzetting aangetroffen te dateren rond 200 n.C. De grootste concentratie werd gevonden in de zone tussen de rivier nabij het Steen en de Grote Markt. In 2019 zijn tijdens de renovatie van het stadhuis vondsten in de kelder gedaan die wijzen op een bewoning in de eerste tot en met de derde eeuw. In acht kuilen - waarschijnlijk afvalkuilen - werden potscherven, houtskool en kleine metaaldelen gevonden. Hiermee is duidelijk geworden dat de Gallo-Romeinse nederzetting groter was en zich zuidelijker uitstrekte dan archeologen uit eerdere vondsten hadden geconcludeerd.Gallo-Romeinse vondsten in de kelder van het stadhuis, Antwerpen Morgen, 30 januari 2019. Gearchiveerd op 27 februari 2021.

Bij verschillende opgravingen werden grote hoeveelheden Romeins aardewerk aangetroffen. Onder meer bij het rechttrekken van de Scheldekaaien in de tweede helft van de 19e eeuw, bij het eerste grootschalig middeleeuws stadskernonderzoek onder leiding van professor Van de Walle nabij het Steen (1952-1953), bij opgravingen naar aanleiding van de bouw van de Stadsparking en opgravingen van 2008-2009 aan de Jordaenskaai. Het gevonden aardewerk is van hoogstaande kwaliteit en gevarieerd qua vormen en baksels. Het toont dat het Romeinse Antwerpen een relatief groot belang had in de regionale omgeving. Opmerkelijk zijn ook de dakpannen die naar het "prim. cohors" of eerste cohort verwijzen, een legeronderdeel met de naam cohors I Germanorum, dat vanaf het midden van de eerste eeuw moet hebben bestaan.

De latere ontwikkelingen tot handelsmetropool maken het nagenoeg onmogelijk om definitief uit te maken hoe dit Romeinse Antwerpen eruitzag, veel van de nog overgebleven originele bouwwerken zijn verloren gegaan. Maar dat de nederzetting meer was dan functionele militaire huisvesting staat vast. Historici als Adriaan Verhulst situeren een Romeins kamp ter hoogte van Antwerpen. Romeinse brandrestengraven werden gevonden nabij de Oudaan en nabij het Steen, hetgeen aantoont dat de nederzetting een bepaalde uitgestrektheid had. Vondsten van munten uit de vierde en de vijfde eeuw tonen aan, dat het Romeinse Antwerpen niet verdween na wat door historici als de klassieke Romeinse periode wordt geduid.

Herkomst van de naam Antwerpen Een recente verklaring van de naam Antwerpen gaat er van uit dat deze mogelijk een Romaanse oorsprong kan hebben, te weten Ando-uerpus. In de vijfde en zesde eeuw groeiden de oude afwaartse beddingen van de Schijnriviertjes en de rivierarm voor Antwerpen uit tot hoofdarm, ten nadele van de geul voor Zwijndrecht, die geleidelijk dichtslibde.I. Coen (2008), De Eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde Rond 645 bezocht de hooggeplaatste Rooms-Katholieke functionaris Eligius, bisschop van Noyon-Doornik, de streek waar dan Andouerpi wonen, links en rechts van de beneden-Schelde.

Vroege middeleeuwen thumb|Willibrordus De vroegmiddeleeuwse oorsprong van de stad levert al decennialang stof tot discussie, vaak vanuit het spanningsveld tussen de schaarste aan archeologische bronnen en de al even schaarse en omstreden geschreven bronnen. Niettemin staat de vroegmiddeleeuwse oorsprong van Antwerpen als handelsmetropool buiten kijf.

Machtscentrum Merovingers In Bath is een Merovingische tremissis gevonden, dateert ca. 650, van de muntslager Chrodigisilus met als plaats van fabricatie ANDERPVS, een eenmalige vermelding die doorgaans wordt geïdentificeerd als Antwerpen.Dries Tys en Barbora Wouters, Antwerp (Belgium) - a Ninth Century Viking Town? From Early Medieval Trading Place to Ottoman Power Centre, in: New Aspects on Viking-age Urbanism, c. AD 750-1100, 2016, p. 198. Gearchiveerd op 5 december 2022. De vroegste historische vermeldingen van Antwerpen, beginnend bij de bekeringsexpedities van Amandus en Eligiushttp://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=4 omstreeks het midden van de zevende eeuw, wijzen op het bestaan van een nederzetting met een centrale functie. De Rooms-Katholieke Kerk had in de derde eeuw grote delen grondgebied verloren aan de Germanen, onder andere het bisschopdom van Amiens. Onder leiding van bisschop Eligius moesten de Germanen bekeerd worden en over Eligius is geschreven dat hij de heiligdommen die de Antwerpenaren (Andouerpi) vereerden liet vernietigen. Hij bezocht dus vermoedelijk hun centrale nederzetting. Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. Belangrijk is, dat een kerk gesticht werd, wat in die periode enkel gebeurde in centra van macht. In de 7e eeuw viel de kerk in handen van adel (Rauchingus) uit de omgeving van de Pepinieden, het geslacht dat later de Karolingen -waaronder Karel Martel en vooral Karel de Grote - zal voortbrengen, die deze kerk rond 695 wegschonken aan Willibrordus ter ondersteuning van de bekering van het gebied dat nu Nederland is.

Vermoedelijk gaat het om een kerk bij een centraal hof dat artisanale activiteiten, administratie en landbouw beheerde. In dit centrum sloeg men ook munt, in opdracht van de kroon. In die periode stond muntslag niet zozeer gelijk met het fabriceren van geld, maar wel met het vervaardigen van munten (tremissi) als gouden statussymbolen, waarmee de elite zich kon identificeren en verbinden met de hoogste wereldlijke en kerkelijke macht. In de 8e eeuw lijkt Antwerpen bijgevolg een centrum van elites, met een zekere graad van inkomsten. Dit kan verklaren waarom de kerk van Antwerpen in diezelfde periode aan de abdij van Echternach en Willibrordus wordt geschonken.

Het zou verkeerd zijn, om Antwerpen dan al als ‘stad’ te bestempelen, maar de vondst van aardewerk uit de 6e, 7e, 8e en 9e eeuw in de omgeving van de Academie en de terreinen van de latere Sint-Michielsabdij toont aan, dat dit centrum een verspreide bewoning kende. Dit Antwerpen was via een veer over de Schijnmonding bij Dambrugge verbonden met Merksem, dat net als Wijnegem, Deurne, Wommelgem, Broechem, Hove, Edegem etc. al bestond in de vroege middeleeuwen en mogelijk een hof van een aristocratisch figuur of grootgrondbezitter was. Het veer kwam later in de handen van de Abdij van Lobbes.

Vikingen De Annales Fuldenses vermelden, dat Antwerpen in 836 door de Vikingen wordt platgebrand.Annales Fuldenses 836,. Gearchiveerd op 8 juli 2023. Deze plundering past in een reeks aanvallen, waarbij ook het Frankische garnizoen in de koninklijke villa op Walcheren werd verslagen en de Vikingen van Harald en Rorik de Schelde onder controle kregen, tot in het jaar 876. Hoewel het toenmalige Antwerpen de facto onder gezag van de Vikingen stond, bleef het 9e-eeuwse Antwerpen lange tijd archeologisch moeilijk te duiden. Een specifiek probleem hierbij vormt de huidige afwezigheid van een Sint-Pieter- en Pauluskerk in Antwerpen. Die is mogelijk verloren gegaan tijdens de Vikingperiode of bevindt zich onder de latere Sint-Michielskerk van de gelijknamige abdij, die in de 11e eeuw de moederkerk van Antwerpen blijkt te zijn.

Vroege handelsstad Archeologische onderzoek uit 2008-2009 in de burchtzone, nabij het Steen, onder leiding van de stadsarcheologen en wetenschappelijk ondersteund door de Vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie van de VUB, gaf voor het eerst waardevolle inzichten in het Antwerpen van de negende en tiende eeuw. In die periode ontstond er een nederzetting die omwald werd en waarbinnen ambachtslui en handelaars actief waren. De huizen en straten binnen die eerste burcht vertoonden de kenmerken van een vroege stad, met houten huizen op rechthoekige kavels, naast elkaar langs hoofd- en zijwegen. Dit Antwerpen was een vroege handelsstad en vertoonde overeenkomsten met Birka, Haithabu, Dorestad, York, Ipswich en andere. Importaardewerk, sporen van artisanaat (geweibewerking, metaalbewerking, enz.) vervolmaken het beeld. Mogelijk werden de inwoners begraven in de omgeving van de Koraalberg, vlak nabij de handelsstad, zoals de vondst van twee 9e-eeuwse graven op die plaats aantoont. De historische bronnen bevestigen het bestaan van de vroege stad Antwerpen op het einde van de 9e eeuw, die als handelswijk of vicus wordt omschreven. Het is deze vroege stad die vermoedelijk rond 900 omwald wordt door middel van een halfcirkelvormige, aarden wal die aansloot op de Schelde. Nabij het Steen werd op dat ogenblik vermoedelijk een eerste stenen constructie opgetrokken. Mogelijk stond Antwerpen in de 9e eeuw deels onder invloed van Scandinavische handelaars of zelfs elite, maar dit is deels speculatie.

Duidelijk is dat Antwerpen tussen 923 en 927 bij Oost-Francië wordt ingedeeld en dat het tegelijkertijd hoofdplaats is van de pagus Rien, onder de Romeinen pagus Renensium. in de plaatstelijk taal land van Rijen. De Schelde fungeerde als grens tussen West-Francië, (het latere Frankrijk) op de linkeroever en Oost-Francië (het latere Duitsland) op de rechteroever. Ondertussen is de bewoning van de handelsstad gegroeid en behoren ook de omgeving van de Veemarkt, Grote Markt en Oude Korenmarkt tot de 10e-eeuwse handelsstad.