miniatuur|Kaart van de forten. miniatuur|De ingang van Fort Breendonk. miniatuur|Fort 3, Borsbeek. miniatuur|De verwoeste linkervleugel van het Fort van Brasschaat. miniatuur|Fort 12, Sint-Katelijne-Waver. De Stelling van Antwerpen was een militaire verdedigingsgordel rond Antwerpen bestaande uit twee ringen van forten. De fortengordel, die de stad moest beschermen tegen bombardementen en vrijwaren van bezetting, werd gebouwd tussen 1859 en 1914. Deze verdedigingsstructuur bestaande uit gegroepeerde forten noemde men PFA (La Position fortifiée d'Anvers). Deze PFA had als bijzondere bedoeling te dienen als reduit of nationale terugvalbasis bij vijandelijkheden om alzo via de Westerschelde terug te vallen op de kustversterking.

De binnenste fortengordel, bestaande uit de 8 Brialmontforten, ligt nu (behalve het gesloopte Fort 1) net buiten de R11 (Krijgsbaan). De daarbij horende 'Grote Omwalling van Brialmont' of 'Brialmontomwalling' moest in de jaren zestig plaats ruimen voor het tracé van de Antwerpse Ring (R1) en Antwerpse Singel (R10). De tweede, buitenste fortengordel, de Hoofdweerstandstelling, ligt in een 95 km wijde boog rond Antwerpen, op zo'n 20 kilometer van de stad en bestaat nog steeds.

De steden Namen en Luik werden eveneens voorzien van een fortengordel (zie Forten rond Luik). Samen met de KW-stelling vormden deze fortengordels rond belangrijke steden de kern van de Belgische defensie tot 1940.

Geschiedenis Tot 1830 Antwerpen kende een eeuwenlange traditie van stadsmuren en omwallingen die als concentrische (halve) cirkels de steeds uitdijende bevolking van de stad probeerden te omsluiten. Omstreeks het jaar 1000 werd in opdracht van Markgraaf Gozelo I, later Hertog van Neder-Lotharingen, ter vervanging van de aarden ringwalburg, de 'Burchtmuur' in steen aangelegd waarvan de huidige straten Burchtgracht en Palingbrug en de fundering van het Steen nog restanten zijn.

Tijdens de derde stadsuitbreiding (1295-1314) werd door Hertog Jan II van Brabant de veel grotere 'Middeleeuwse Stadsmuur' gebouwd. Het tracé daarvan is nog te herkennen in de huidige straatnamen die eindigen op rui, vest of vliet.Goffart, Stefan, Stadsmuren van Antwerpen, FelixArchief, Geschiedenis van Antwerpen, 19 januari 2006 Deze stadsmuur telde 50 torens en 19 water- en landpoorten.Vanaf 1542 (tot 1553) werd deze muur op instigatie van Keizer Karel V gesloopt en vervangen door de 'Spaanse omwalling'.

De Spaanse omwalling was 5 km lang, telde negen bastions, acht fronten (deel van de muur tussen de bastions), vijf renaissancepoorten (met toegangsbruggen over de gracht) en een buitengrachtmuur. Deze Spaanse omwalling lag ter hoogte van de huidige Leien. Het was aan de zuidkant begrensd door de Citadel van Antwerpen (het Zuidkasteel) en aan de noordkant door het Fort Ferdinand, het latere Noordkasteel, op het grondgebied van Oosterweel. De forten, Fort De Perel, Fort Sint-Marie en Fort Sint-Filips waren in de Tachtigjarige Oorlog in 1584 gebouwd door de hertog van Parma (Alexander Farnese) met de bedoeling de bevoorrading van (de Hollanders in) Antwerpen te blokkeren. Deze forten lagen in de bocht van Kallo in de Schelde.

Na 1830 Na de onafhankelijkheid van België in 1830 bestond de verdediging van het neutrale België uit 19 vestingsteden, die een bescherming tegen Frankrijk moesten vormen, de zogenaamde Wellingtonbarrière. De verdediging bij Antwerpen was verder gericht op verdediging van de Schelde als rivier, de zgn. redeverdediging. Deze functie werd vervuld door de forten De Perel, Fort Burcht, Fort Isabella en het Fort Sint-Marie. De redeverdediging van de Schelde werd aangevuld door de uitbouw van het fort Vlaams Hoofd dat lag ter plaatse van het huidige premetrostation Van Eeden aan de Sint-Annatunnel.

Bevreesd voor een Franse aanval en annexatie na de staatsgreep van keizer Napoleon III op 2 december 1851 werd het noodzakelijk geacht de Belgische verdediging meer te centraliseren. Dit resulteerde in het Defensieconcept van 1852. Gezien de beperkte Belgische troepensterkte werd besloten een aantal vestingen van de Wellingtonbarrière op te heffen en in Antwerpen een Verschanst Kamp te bouwen. De Spaanse omwalling (de huidige Leien) werd niet gesloopt maar 1,5 km tot 3 km verder beschermd door zeven 'gebastioneerde' aarden veldversterkingen met een open keel die werd afgeschermd door een palissade. Deze kleine vestingwerken met zijden van ongeveer 150 meter worden de hulpforten of 'fortjes 1-7' genoemd om ze te onderscheiden met de latere Brialmontforten 1-8. Ze waren slechts operationeel van 1853 tot 1859.

Nog voor de kredietwet van 3 april 1852 werd gestemd, werden de graafwerken voor de fortjes 1 tot 4 aanbesteed. Die van de fortjes 5 tot 7 en de lunet 2-3 (lunet Deurne) startten in september van hetzelfde jaar. Reeds in december 1852 werden de kelen van de fortjes afgesloten door een gecreneleerde (van schietgaten voorziene) muur en een gemetst reduit. Voor een betere redeverdediging (van de Schelde) werd er in 1852 een nieuw fort Vlaams Hoofd gebouwd op de linkeroever. Het bestaande fort werd afgebroken en vervangen door een gebastioneerde aarden vijfhoek.

Binnenste fortengordel Wet van 8 september 1859 miniatuur|Een koepel van een van de forten van Antwerpen in het Site Gunfire Brasschaat-Museum Mede onder invloed van de ideeën van de Franse militair-ingenieur de Montalembert veranderde in 1859 het Defensieconcept opnieuw. Omdat een integrale verdediging van België niet langer haalbaar werd geacht, werd gekozen voor de bouw van één grote kringvesting, een Nationaal Reduit. Om strategische, politieke en economische redenen verkozen de militairen de Vesting Antwerpen boven Oostende, Namen en Brussel als Nationaal Reduit van België. Antwerpen werd dan ook de Militaire Hoofdstad van België genoemd. De verdediging van het Nationaal Reduit (Wet van 8 september 1859) was drieledig: een belegeringsomwalling, een fortengordel en onderwaterzettingen.

De Grote Omwalling van Brialmont, kortweg de Brialmontomwalling, bestond uit een aarden wal op een bakstenen onderbouw met daarvoor een brede vestinggracht en een arsenaal. De omwalling telde 19 poorten en was tevens voorzien van zes schansen met daartussen de kazernes. De nieuwe omwalling werd aangelegd op ongeveer twee kilometer van de Spaanse omwalling die plaats moet ruimen voor de Leien en was 15 kilometer lang. De vesting Antwerpen werd daardoor in één klap zesmaal groter (van 250 naar 1650 ha). De eerste drie (noordelijke) poorten (Ekerse Poort, Bredapoort en Schijnpoort) waren slechts gewone doorgangen met bruggen over de gracht, de overige 16 waren van noord naar zuid en in wijzerzin de volgende monumentale poorten: de tweelingpoorten Turnhoutse poort en de Herentalse poort, de tweelingpoorten Leopoldpoort en Louisapoort, de tweelingpoorten Borsbeekse poort en Spoorbaanpoort, de tweelingpoorten Berchemse poort en Mechelse poort, de tweelingpoorten Edegemse poort en Wilrijkse poort, de tweelingpoorten Sint-Laureinspoort en Kielsepoort, de tweelingpoorten Boomse poort en de (Zuider)spoorwegpoort en ten slotte de tweelingpoorten Sint-Bernardsepoort en Sint-Michielspoort. Als monumenten werden ze opgetrokken in typische negentiende-eeuwse neobarokke en neogotische stijl. De nieuwe citadel Noordkasteel (gebouwd vanaf 1860) op de plaats van het kleinere Fort Ferdinand zou het noordelijke sluitstuk van de Brialmontomwalling vormen. De oude citadel blijft voorlopig behouden.

De bouw van de omwalling was ook een compensatie voor de door de militaire overheid ingewilligde vraag van de Antwerpenaren om de 16e-eeuwse Spaanse Vesten te mogen slechten vanwege de explosieve bevolkingsaangroei. De bouw van de Brialmontvesting ging ook gepaard met het opleggen van de militaire erfdienstbaarheden non-aedificandi op gronden of eigendommen gelegen binnen een straal van 585 meter rond de forten. Enkel tijdelijke, houten gebouwen werden toegelaten. Zo verschenen bijvoorbeeld in Mortsel volledige wijken met houten woningen. Tot vandaag de dag zijn een aantal van deze houten woningen bewaard gebleven in Kapellen, Deurne, Mortsel, Kiel, Hoboken, Broechem, Zwijndrecht en Burcht.Inventaris Onroerenderfgoed België De Brialmontvesting Het protest van de grondeigenaars tegen deze door kapitein Brialmont geplande onteigeningen en erfdienstbaarheden leidde in 1862 tot het ontstaan van de Meetingpartij.

De fortengordel zou bestaan uit acht vooruitgeschoven Brialmontforten, telkens op ongeveer 2 kilometer van elkaar, in een 18 km lange gordel van Wijnegem tot Hoboken op 2,7 (fort 5) tot 4,5 km (fort 8) ver van de Grote Omwalling. De gordel van acht polygonale forten bakent het zgn. Verschanst Kamp Rechteroever af, waarin het veldleger kan bivakkeren om van daaruit actief op te treden. Daarenboven voorzag het KB van 6 augustus 1861 in de aanleg van een 13,5 km lange militaire weg of 'Route Militaire', de huidige Krijgsbaan, die de forten onderling en met de stad, via de invalswegen, moest verbinden. In het noorden werd de stad beschermd door een overstromingsgebied.

Wet van 1870 In de Frans-Duitse Oorlog van 1870 bleek dat het Duitse geschut Parijs kon beschieten vanaf een afstand van 7 km. De gordel van de 8 forten bleek dus te dicht bij de stad te liggen. Aanvankelijk werd besloten tot de bouw van de forten Merksem, Zwijndrecht, en Kruibeke. Daarnaast werd de Scheldeverdediging uitgebreid met de forten De Perel en Sint-Filips op Linkeroever. Dit waren kleine langwerpige pantserforten, gericht tegen vijandelijke oorlogsschepen. Daartoe werd een zware bewapening voorzien met 24 en 28 cm kanonnen. De Perel is overigens nooit bewapend geweest. Ten slotte wordt ook de Citadel van Antwerpen (Zuidkasteel) geslecht om plaats te maken voor de 64 nieuwe straten van de residentiële wijk het Zuid.

Om ook het westelijk deel van de Antwerpse fortengordel te versterken werd op Linkeroever een 'Verschanst Kamp' gebouwd. Het Kamp bestond uit de nieuwe forten van Kruibeke en Zwijndrecht en de Defensieve Dijk tussen het fort van Zwijndrecht en het Fort Sint-Marie. Deze dijk werd aangelegd als waterkering van het inundatiegebied Melselepolder zodat de Borgerweertpolder op Linkeroever gevrijwaard bleef.De fortengordels, Defensieve Dijk, Historiek Langs de aansluitende verdedigingsgracht, het 'Lange Eind', werden nog de lunetten 'Halve Maan' en de 'Put van Fien' gebouwd.

Buitenste fortengordel Vestingwerken in de periode 1877-1905 In 1872 kwam het idee op van de Rupel-Netelijn met de daarom liggende inundeerbare polders als verdedigingslinie. Er ontbraken echter de middelen om direct tot de bouw over te gaan. Vanaf 1878 werden drie sperforten in Walem, Lier en (vanaf 1882) Steendorp gebouwd. Verder werd in 1885 ook sperfort Schoten gebouwd. In 1886 werd het spoorwegfortje van Duffel gebouwd ter verdediging van de spoorlijn Antwerpen-Brussel. Een drietal schansen (Oorderen, Berendrecht en Kapellen) werd gebouwd om respectievelijk de dijken en inundeerbare polders en de spoorlijn naar Nederland te verdedigen. Deze vier sperforten en vier redoutes waren de voorlopers van de zgn. Buitenlinie of buitenste fortengordel (de latere Hoofdweerstandsstelling) die door generaal Séraphin Thiebault, de toenmalige minister van oorlog, werd ontworpen.

In 1900 werd beslist om twee prototypes van pantserforten, met name hetFort van Sint-Katelijne-Waver en het fort Stabroek, aan de verdediging toe te voegen. Hoewel men reeds in 1902 met de bouw ervan was begonnen, waren ze bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog nog altijd niet afgewerkt of bewapend.

Pantserforten en -schansen (Wet van 30 maart 1906)