De Matthäus-Passion of Matteüspassie (BWV 244) is een oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach. Het is een van zijn bekendste composities en een van zijn langste. De Matthäus-Passion vertelt het verhaal van de passie, het lijden en sterven van Jezus zoals beschreven in het Evangelie volgens Matteüs. Het verhaal wordt verteld door middel van recitatieven en turbakoren en wordt geregeld onderbroken door commentaren in de vorm van aria's (soms voorafgegaan door een arioso) en koralen. thumb|300px|De opening van een typisch koraal

Datering Vroeger werd gedacht dat Bach de Matthäus-Passion componeerde in 1728 en dat het stuk voor het eerst werd uitgevoerd in de Thomaskirche in Leipzig op Goede Vrijdag 15 april 1729. Tegenwoordig wordt aangenomen dat de eerste uitvoering op 11 april 1727 (tijdens de vesper-dienst op Goede Vrijdag) plaatsvond.Robin A. Leaver, "St Matthew Passion" Oxford Composer Companions: J. S. Bach, ed. Malcolm Boyd. Oxford: Oxford University Press (1999): 430. "Until 1975 it was thought that the St Matthew Passion was originally composed for Good Friday 1729, but modern research strongly suggests that it was performed two years earlier. Mogelijk is de verwarring ontstaan doordat Bach in 1728 enkele (kleine) wijzigingen heeft aangebracht in de compositie. In 1736 en 1742 paste Bach de partituur wederom aan. In 1736 verving Bach het eenvoudige koraal Jesum lass ich nicht von mir BWV 244b door de indrukwekkende koraalzetting O Mensch bewein deine Sünde groß, dat aanvankelijk het openingskoor van de Johannes-Passion was. De sopraanmelodie hiervan is gebaseerd op het Geneefse psalter, psalm 68. Tegenwoordig wordt de versie van 1736 als de finale versie beschouwd.

Mendelssohn Na het overlijden van Bach in 1750 werd zijn muziek niet meer als eigentijds beschouwd en raakte de Matthäus-Passion in de vergetelheid. Het was Felix Mendelssohn Bartholdy die de compositie pas in 1829 een hernieuwd leven inblies. Bach in de handen van Mendelssohn, Nederlands Dagblad, 26 maart 2015

In de bibliotheek van prinses Anna Amalia van Pruisen bevonden zich een of twee kopieën van de passie. De dirigent van de Berliner Singakademie, Carl Friedrich Zelter, had toegang tot deze bibliotheek. Hij haalde hieruit regelmatig muziekstukken en ontdekte de partituur. Een door Eduard Rietz handgeschreven kopie kreeg Mendelssohn met Kerstmis 1823 of op zijn 15e verjaardag in 1824 cadeau van zijn grootmoeder Bella Salomon. Zelter durfde een uitvoering niet aan, Mendelssohn wel, en op 11 maart 1829 ging de Matthäus-Passion in reprise met als concertmeester Eduard Rietz. Op Palmzondag 1841 nam Mendelssohn in Leipzig, waar Bach zelf zijn eerste uitvoering van de passie had gegeven, de leiding van de uitvoering op zich.

Mendelssohn maakte van Bachs passie geen rechtstreekse kopie, maar bracht coupures aan, waarschijnlijk op religieuze gronden om de vertelling vlotter te laten verlopen, waarbij de impact op de toehoorders groter werd. Hij liet veel recitatieven begeleiden door twee celli in plaats van klavier met basso continuo. Jan Willem de Vriend maakte in 2014 een cd-opname van Mendelssohns versie uit 1841.Bach: Matthäus Passion, Mendelssohn version 1841. Solisten, Consensus Vocalis, Orkest van het Oosten o.l.v. Jan Willem de Vriend, Challenge Records DBX11435, 2015.De verschillen zijn weergegeven in het boekje Mendelssohn's Mätthäus, dat in 2014 ter gelegenheid van uitvoeringen in Zwolle en in Enschede werd uitgegeven.

Structuur Uitvoering Het oratorium BWV 244 bestaat uit twee delen: het eerste deel eindigt met de arrestatie van Jezus, omvat 35 delen volgens de Bach-Werke-Verzeichnis (BWV) en 29 delen volgens de Neue Bach Ausgabe (NBA). Het tweede deel sluit af met de dood van Jezus, inclusief de verzegeling van het graf en omvat respectievelijk 43 en 39 delen.

Muzikale samenstelling De muzikale bewegingen zijn genummerd volgens BWV en NBA. De lijst van BWV bevat 78 delen, de lijst van NBA bevat 68 delen.

De lijst met BWV- en NBA-nummering, inclusief het incipit, is beschikbaar op Free Choral Music.Free Choral Music op ChoralWiki Lijst van cantates in BWV 244

Stijl van de compositie 350px|thumb|Twee maten uit het openingsdeel. Het rode deel wordt door het andere orkest en het andere koor uitgevoerd. De Matthäus-Passion is geschreven voor twee koren (groepen zangers en instrumentalisten). Elk koor bevat vier zangstemmen, instrumenten en wordt begeleid door een eigen continuogroep. Tegenwoordig is het overigens gebruikelijk om slechts met één groep solisten en met één continuogroep te spelen.

De passie sluit aan bij de werkwijze die Bach ook in een groot aantal cantates toepaste. Er zijn een aantal hoofdelementen: Recitatieven: het voornaamste is de verhaallijn volgens het evangelie van Matteüs, gezongen door de tenor. Personen die sprekend worden opgevoerd in de vertelling krijgen een eigen stem. Daarnaast worden ook de aria's ingeleid door recitatieven. Hiervan zijn twee soorten: het recitativo secco (summier begeleid met lange liggende akkoorden), en het recitativo accompagnato (een recitatief waarin de begeleiding een meer polyfoon karakter heeft) Koralen (die de tekst en melodie volgen van enkele bekende koralen) Aria's (persoonlijke reacties op het gebeuren in dichtvorm, meest in A-B-A-vorm (da capo of dal segno) Koorgedeeltes (doorgaans commentaren vanuit de menigte op de gebeurtenissen)

De beide zangkoren vervullen op een aantal momenten in de Matthäus-Passion verschillende rollen. Op zes plaatsen vindt een dialoog plaats tussen gelovigen en de ooggetuigen. Koor I "speelt" hierin de rol van de 'Dochters van Zion', een personificatie van tijdgenoten van Jezus en dus ooggetuigen van het verhaal. Koor II staat voor de 'gelovigen' waar en wanneer ook ter wereld. Op andere plaatsen in de Matthäus-Passion staat koor I voor het hogere, goddelijke en koor II voor het lagere, wereldlijke. Op weer andere plaatsen vormen beide koren samen één groot koor. In de afbeelding hiernaast is met kleur aangegeven welk koor welk deel moet zingen en spelen.

De Matthäus-Passion heeft een heldere opbouw. Na het groots opgezette openingskoor vertelt de Evangelist het lijdens- en sterfverhaal van Jezus met minimale muzikale begeleiding. Deze vertellijn wordt onderbroken door recitatieven (arioso's), aria's en koralen, om een individuele of collectieve reflectie op het verhaal te geven. De Matthäus-Passion eindigt bij de dood en graflegging van Jezus met het slotkoor Wir setzen uns mit Tränen nieder.

Koor- en orkestbezetting De Matthäus-Passion wordt doorgaans uitgevoerd in de volgende bezetting:

Naast de solozang komen soms ook groepen mensen voor, zoals de discipelen, een menigte van het volk, een groep soldaten of priesters. Deze worden door de twee koren gezongen.

In het openingskoor is tevens een koraalmelodie O Lamm Gottes, unschuldig (...) voor een jongenskoor (soprano di ripieno) verwerkt. Dat jongenskoor zingt meestal ook, samen met de sopranen van het dubbelkoor aan het einde van het eerste deel, de koraalmelodie O Mensch, bewein dein Sünde gross (...). Daarnaast zingt het jongenskoor in sommige uitvoeringen mee met enkele koralen van het eerste deel. Bij sommige uitvoeringen zingt een gemengd jeugdkoor deze partijen in plaats van een jongenskoor.

Tekst van de Matthäus-Passion De recitatieven komen uit hoofdstuk 26 en 27 van het Evangelie volgens Matteüs. De teksten van de aria's en arioso's zijn geleverd door Bachs vaste tekstschrijver Picander. De koralen zijn gebaseerd op bestaande kerkliederen voor de lijdenstijd. Zo zijn verschillende coupletten uit O Haupt voll Blut und Wunden en Befiehl du deine Wege van Paul Gerhardt opgenomen.

Nederlandstalige Matthäus In 1948 kwam er een Nederlandstalige versie van de Matthäus-Passion geschreven door dichter Jan Engelman waaraan relatief weinig aandacht werd besteed. In 2006 was er opnieuw een Nederlandstalige versie. Deze werd door Jan Rot vrij hertaald. Rot werkte hier vijf jaar aan. De passie werd uitgevoerd door het Residentie Orkest, het Residentie Bachkoor en het Haags Matrozenkoor onder leiding van Jos Vermunt, met solisten als Tania Kross en Marcel Beekman. De eerste uitvoering, in de Dr. Anton Philipszaal in Den Haag, was een groot succes en leverde een staande ovatie van twintig minuten op. De eerder opgenomen dubbel cd voor het prestigieuze label DGG stond met Pasen 2006 op 1 in de Mega Album top 100. Het was voor het eerst dat een klassiek werk die plaats behaalde.

In 2008 werd de dichteres Ria Borkent gevraagd door het Christelijk Literair Overleg (CLO) om opnieuw een Nederlandse versie te maken ter ere van hun 15-jarig jubileum. "De hertaling moest artistiek goed zijn, zingbaar, recht doen aan de inhoudelijke boodschap van de oorspronkelijke Matthäus-Passion en zo veel mogelijk in eigentijds Nederlands." Volgens het CLO kwam Borkents hertaling "geheel tegemoet aan deze verwachtingen."Pieter Jan Leusink voert Matthäus Passion in het Nederlands uit Reformatorisch Dagblad, 1 maart 2011. Gearchiveerd op 24 september 2015. De uitvoering werd in handen gelegd van Pieter Jan Leusink en op Goede Vrijdag van 2011 zond de EO het concert uit op de televisie.

Toonschilderingen Op talloze teksten in de passie componeert Bach het notenmateriaal zodanig dat de tekst ook in muzikale zin wordt uitgebeeld. Enkele bekende voorbeelden zijn: het 'klagen' uit het openingskoor, waarbij steeds op het woord 'klagen' een langere, klagende groep tonen te horen is, de uitroepen van 'wohin', die steeds met een kort, vragend, meest stijgend interval worden geïllustreerd, de 'slang', waarbij de zangpartij op een lange lettergreep meandert door diverse nabijgelegen tonen, het onweer in Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden, waarbij heftige illustratieve begeleidingen en staccato gezongen 'Blitze' in dalende drieklanken het natuurgeweld uitbeelden, het 'zitten', waarbij een stoeltje in de notenvolgorde wordt uitgebeeld, hoge tonen op de tekst 'Gott', waarmee het 'hemelse' karakter van God wordt uitgebeeld, de 'kruisiging' en het kruis, wordt in motieven uitgebeeld waarbij de stemmen elkaar in toonhoogte of ritme doorkruisen, of waarbij bijvoorbeeld het woord 'gekreuziget' door de evangelist melismatisch omhoog en omlaag en 'van links naar rechts gaand' gezongen wordt, vaak ook op relatief bittere, dissonante tonen, de 'zweepslagen', zijn in het ritme als ostinato te horen, het woord 'Missetaten' (misdaden) in het eerste koraal omspant in de baspartij een toonladder van dalende achtsten, die net geen compleet octaaf omspant, waardoor er spanning optreedt tussen de d waarmee het loopje start en de dis waarop in de laagte wordt geëindigd, en gevolgd door een dissonante sprong neerwaarts van een verminderde kwint (e-aïs), het koraal 'Mir hat die Welt trüglich gericht't' is geschreven in een vierkwartsmaat, maar de eerste zin is bedrieglijk een driekwartsmaat. het 'feest' waarop het verraad niet mag plaatsvinden uit angst voor een 'oproer', wordt in de drukke zestienden geschilderd, enerzijds hoort men de drukte en anderzijds de onrust, verwijzingen naar graf, begraven en dood worden zeer dikwijls met dalende en lage tonen geïllustreerd. woorden als verdriet, lijden, tranen worden met korte snikkende motieven ("Seufzer") uitgebeeld, in de aria Buß und Reu hoort men het hart in tweeën breken door een ritmische variant (een hemiool) binnen de maatsoort, ook worden Tropfen (druppels) uitgebeeld door staccato fluitnootjes in de begeleiding. in de aria Blute nur du liebes Herz hoort men de hartslag, maar ook hoort men het bloed druppelen in de begeleiding. Er zijn in elk deel of elke frase van de passie dergelijke toonschilderingen aan te treffen: om alle voorbeelden op te noemen is welhaast ondoenlijk.

Symboliek