De kat of huiskat (Felis catus) is een van de oudste huisdieren van de mens. Het is een gedomesticeerd, vleesetend zoogdier uit de familie van de katachtigen (Felidae). Ook het woord poes is gangbaar, soms meer specifiek in het geval van een vrouwelijke kat. Een mannelijke kat heet een kater, en een jong katje een kitten.

De soort werd ongeveer 9.500 jaar geleden gedomesticeerd uit de Afrikaanse wilde kat (Felis lybica) in het Nabije Oosten, waar katten werden aangetrokken door knaagdieren die bij menselijke nederzettingen en voedselvoorraden voorkwamen. Tegenwoordig behoort de huiskat tot de meest gehouden gezelschapsdieren ter wereld. Naast hun rol als huisdier leven veel katten (half)verwilderd in stedelijke en landelijke gebieden. Door hun grote aanpassingsvermogen hebben huiskatten zich verspreid over vrijwel alle continenten, op Antarctica na, waar zij soms een aanzienlijke invloed kunnen hebben op inheemse dierpopulaties.

Katten kenmerken zich door hun lenige lichaamsbouw, scherpe intrekbare klauwen, uitstekende zintuigen en sterk ontwikkelde jachtinstinct. Hoewel ze vaak solitair (zelfstandig) leven, zijn ze ook sociaal in staat om langdurige relaties met soortgenoten en mensen aan te gaan. Typisch kattengedrag is onder meer het miauwen, spinnen, besluipen van prooien, klimmen en afbakenen van territorium.

Van de wereldwijde kattenpopulatie zijn ongeveer 1–2% raskatten, behorende tot een honderdtal rassen die verschillen in uiterlijk, vachtlengte, lichaamsbouw en karakter.

Geschiedenis miniatuur|Wereldwijde verspreiding van katten

Domesticatie en verspreiding De gedomesticeerde huiskat (Felis catus) stamt af van de Noord-Afrikaanse wilde kat (Felis lybica lybica), die momenteel voorkomt in Noord-Afrika en het Nabije Oosten. In tegenstelling tot de actieve domesticatie door de mens van honden, zijn katten gedomesticeerd doordat ze werden aangetrokken tot de mens door synantrope dieren als muizen die op graan afkwamen.

Archeozoölogisch en iconografisch bewijs wijst op twee mogelijke oorsprongen van domesticatie: de Levant (oude Nabije Oosten) in het Neolithicum (ca. 9.500 jaar geleden), en het oude Egypte ten tijde van de farao's (ca. 3.500 jaar geleden). De oudste vondst van een gedomesticeerde kat is in een neolithisch graf in de buurt van Shillourokambos op Cyprus van circa 9500 jaar geleden. De katten die op dit eiland voorkwamen, waren per boot meegenomen vanuit Klein-Azië door immigranten die al tamme katten als huisdier hadden. Op een gevonden kleitablet met een verhuisinventarisatie stond bij de levende have ook een kat vermeld.

Onderzoek naar mitochondriaal DNA (mtDNA) wees uit dat deze tamme afstammelingen van de Afrikaanse wilde kat zich in twee golven naar Europa verspreidden. Een eerste golf door Anatolisch-neolithische boeren vond ongeveer 6.400 jaar geleden plaats, waar deze tamme Afrikaanse wilde katten van Centraal-Anatolië tot aan Bulgarije hybride nazaten (met 9–34% F. l. lybica-aandeel) kregen met Europese wilde katten (F. sylvestris sylvestris). Echter, de huidige Europese huiskatten stammen bijna geheel af van de tweede verspreidingsgolf vanuit Egypte, die ongeveer 2.000 jaar geleden plaatsvond. Deze Egyptische tamme katten zijn aan het begin van onze jaartelling via de Romeinen door heel Europa beland. Sindsdien heeft de soort zich snel verspreid en is hij tegenwoordig wereldwijd te vinden, op Antarctica na.

Daarnaast vond ongeveer 2.200 jaar geleden op het Italiaanse eiland Sardinië een kleine, lokale verspreidingsgolf plaats, met F. l. lybica-katten uit Marokko. De afstammelingen van deze katten vormen de huidige Afrikaanse wilde kattenpopulatie op het eiland.

Wetenschappelijke naam De wetenschappelijke naam van de kat werd in 1758 als Felis catus gepubliceerd door Carl Linnaeus in de tiende druk van Systema naturae. (1758). Systema naturae ed. 10: 42. Gearchiveerd op 13 augustus 2023. De huiskat is de gedomesticeerde afstammeling van de Noord-Afrikaanse wilde voorouder (Felis lybica lybica). In overeenstemming met het besluit van de Internationale Commissie voor Zoölogische Nomenclatuur (ICZN) in Advies 2027 (2003) en Gentry et al. (2004) wordt de huiskat als een volwaardig soort en als een afzonderlijk taxon van zijn wilde voorouder beschouwd door de IUCN/SCC Cat Classification Taskforce. De wetenschappelijke naam wordt gedefineerd als Felis catus (Linnaeus, 1758).

Anatomie miniatuur|350x350px|Anatomisch schema van de huiskat (♂)

Skelet miniatuur|Schedel van een kat. Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Net als alle andere carnivoren (roofdieren) zijn katten toegerust om op prooien te jagen en ze te verslinden.

Kop Katten hebben een vrij ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. Katten hebben in het totaal 30 tanden. In de bovenkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 2 kiezen. In de onderkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 voorkiezen en 2 kiezen. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken, de kat verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen.

Poten miniatuur|Kattenklauw|links miniatuur|upright|Pootje met voetkussentjes van een kitten.

Katten hebben vijf tenen aan de voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De eerste teen bevindt zich wat hoger op de voorpoot dan de andere vier tenen. Deze eerste teen raakt tijdens het lopen de grond niet, maar wordt wel gebruikt bij de verzorging en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe, gebogen klauwen (nagels). De nagels kunnen worden ingetrokken, een mechanisme dat een onderscheidend kenmerk is van katachtigen (Felidae) en een pootafdruk zonder klauwen achterlaat. Door de nagels te scherpen aan een boom (in huis een krabplank of krabpaal) houdt een kat zijn nagels scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor de nagel op lengte blijft met een scherpe punt.

Staart De kat gebruikt zijn staart als communicatieorgaan tussen soortgenoten en bij het bewaren van het evenwicht. Door de flexibele ruggengraat kan de kat zich bij een val omkeren en op de poten terechtkomen. Dit kan enkel bij een vrij hoge val zodat het dier de ruimte en tijd heeft om dit te doen. Er zijn ook katten met korte of ontbrekende staart. Op het eiland Man komt een ras voor met zeer korte of compleet ontbrekende staart, de manx. In het Verre Oosten komen vaker katten voor met staartstompjes of gebogen korte staarten. In Japan is daar een ras uit gefokt, de Japanse stompstaartkat.

Primordiaal etui Katten hebben vaak een primordiaal etui of primordiaal zakje. Dit is een zichtbare huidplooi ter hoogte van de buik, voor de achterpoten. De plooi heeft verschillende functies. Ze maakt de beweeglijkheid van de kat mogelijk; door de plooi kan de kat veel eten zonder dat de huid gespannen wordt; het is een extra bescherming bij gevechten waarbij met de achterpoten wordt getrapt.

Zintuigen miniatuur|Kattenoog links|miniatuur|upright|De pupillen van een kat vergroten zich sterk bij weinig licht. Het reflecterende weefsel is goed zichtbaar.

De meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in het donker zien, doordat zij meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben. Hierdoor kunnen ze goed waarnemen in de schemer, maar bij volkomen duisternis zien ze niets. Hun vermogen kleuren te onderscheiden is daarentegen zwak, maar katten zijn niet kleurenblind. Volgens een onderzoek uit 2014 kunnen katten, naast een aantal andere zoogdieren, mogelijk ultraviolet licht waarnemen. (2014). Cats and Dogs May See in Ultraviolet. LiveScience.com. Gearchiveerd op 3 juni 2023. Op de achterwand van het oog bevindt zich reflecterend weefsel (het tapetum lucidum), waardoor de ogen van een kat fonkelen in het donker. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285° (versus de mens met 210°). De pupillen hebben een verticale spleet als vorm. Elk oog wordt beschermd door een derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd.

Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 64 kHz waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20 kHz. De oren kunnen 180° draaien. Hierdoor kunnen geluiden goed gelokaliseerd worden.

De snorharen hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen daarom op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coup de grâce" (het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren. Katten hebben ook snorharen achter op hun voorpoten.

De haren in de vacht zijn afzonderlijk verbonden met een mechanoreceptor. Hierdoor kan informatie over de omgeving naar de hersenen worden gestuurd. De meeste katten vinden het daardoor ook prettig om aangehaald en geaaid te worden.

Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, vier keer zo veel als bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid. Katten zijn van nature geen aaseters. Het reukvermogen van katten is niet zo goed ontwikkeld als dat van honden.

Een kat heeft ongeveer 500 smaakpapillen, terwijl een mens er ruim 9000 heeft. Katten laten zich dan ook voornamelijk leiden door geuren. Katten kunnen zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden, maar hebben geen voorkeur voor zoet.Bradshaw J.W.S.(1992). The behaviour of the domestic cat. CABI, Oxfordshire, UK.

Gedrag miniatuur|upright|Kat op jaagpad

Jagen Katten kunnen snel korte afstanden afleggen en het zijn goede klimmers, maar hebben een beperkt uithoudingsvermogen. Katten houden meestal niet van water, maar kunnen wel goed zwemmen. Ze jagen op hun prooi door ze geruisloos te besluipen. Als de kat dicht genoeg genaderd is, bespringt hij de prooi en vangt hij het dier met zijn scherpe tanden en klauwen. De neiging om langdurig met de gewonde prooi te spelen wordt bij alle katachtigen waargenomen, ook bij de gedomesticeerde kat. Het is een middel om de prooi onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen als deze zich door bijten verdedigt.

Rusten Katten sparen hun energie tijdens de dag: het zijn schemeractieve dieren.

Hygiëne miniatuur|Kat die zichzelf wast miniatuur|upright|Haarbal

Net als leeuwen en tijgers likken katten zichzelf schoon met hun tong; vaak doen ze dit voor het slapen gaan, of na het wakker worden. De instinctieve verzorging van de vacht met tanden, speeksel met enzymen en vet uit een klier boven de staart vergt ongeveer twee uur per dag. Hierdoor slikt de kat veel losse haren in. Deze verlaten gewoonlijk via het darmkanaal het lichaam. Als de kat echter te veel haren in korte tijd binnenkrijgt, kan er een haarbal ontstaan die wordt uitgebraakt. Langharige katten hebben overigens meer last van haarballen dan kortharige. Als een kat vergeefse pogingen doet om een haarbal uit te braken, kan er sprake zijn van verstopping. Dit kan levensbedreigend zijn.

Sociaal gedrag