Bij de studie van Semitische talen zoals het Hebreeuws worden de afzonderlijke (doorgaans 3) consonanten (medeklinkers) waar een wortel uit is opgebouwd wel radicalen genoemd.
De woorden histradroet en seder die op het eerste gezicht misschien niet zoveel op elkaar lijken, hebben bijvoorbeeld allebei als wortel SDR, waarvan de drie radicalen respectievelijk S, D en R zijn. In de voorbeelden hieronder wordt op een simplistische manier getoond, wat de radicalen van diverse woorden zijn.
histadroet hiStaDRoethiStaDRoet SDR
seder SeDeR SeDeR SDR
Een ander voorbeeld uit het Arabisch zijn de woorden moslim, islam, en salam die alle drie als wortel SLM hebben.
moslim moSLiM moSLiM SLM
islam iSLaM iSLaM SLM
salam SaLaM SaLaM SLM
Zie ook Gedeelde kenmerken van Semitische talen
Categorie:Fonotaxis