thumb|'Opentopo'-kaart van de Sint-Pietersberg, 2015 De Sint-Pietersberg (Frans: Montagne Saint-Pierre) is een ruim 100 meter hoge heuvel in Nederland en België, gelegen ten zuiden van de stad Maastricht. Hij vormt het noordelijke gedeelte van het Plateau van Caestert, een zuid-noord verlopende heuvelrug met een lengte van 8 km (van Jekerdal in Maastricht tot Hallembaye in de Belgische gemeente Oupeye). Voor een klein gedeelte ligt het Plateau van Caestert ook in de gemeente Riemst.
Geschiedenis De Sint-Pietersberg kent een lange en bewogen geschiedenis. Van de restanten van een 20 hectare groot oppidum, de Oppidum Caestert, gebouwd in de 1e eeuw voor Chr. op het Plateau van Caestert, staat niet vast of het Keltisch of Romeins is, hoewel de locatie is voorgesteld als het mogelijke Atuatuca van de Eburonen.Voor de opgraving, zie 'Een opgraving heropgegraven. Onderzoek op het plateau van Caestert' op www.archeonet.be. Vanwege de strategische ligging aan de Maas, dicht bij de tweeherige stad Maastricht, verrezen er in de loop der eeuwen diverse burchten en versterkingen op de heuvel. Begin 18e eeuw werd op de noordflank het fort Sint Pieter aangelegd. Op de westhelling bij Slavante lag het Observantenklooster.
Het dorp Sint Pieter wordt al in zeer oude documenten genoemd, maar de kern van het dorp lag vroeger dichter bij de stadsmuren van Maastricht. Het tot het prinsbisdom Luik behorende dorp werd diverse malen verwoest bij belegeringen. Een groot deel van de Sint-Pietersberg was vroeger gemeenschappelijke weidegrond van Sint Pieter. De inwoners van het dorp lieten hier op de graslanden het vee grazen.Sint Pietersberg & Jekerdal - Provincie Limburg Sommigen bewoonden grotwoningen (zie o.a. grotwoning De Kluis en grotwoning Greetje Blanckers).
thumb|Ontdekking van de Mosasaurus ca. 1770 (gravure G.R. Levillaire, 1799) Rond 1800 kreeg de Sint-Pietersberg veel aandacht van wetenschappers naar aanleiding van de publicatie van Histoire naturelle de la montagne de Saint-Pierre de Maestricht (1799). Hierin werd onder andere een schedel van een mosasaurus beschreven, die omstreeks 1770 in de Sint-Pietersberg was gevonden en die de Fransen na de inname van Maastricht in 1794 naar Parijs hadden overgebracht. Het fossiel werd daardoor bekend in wetenschappelijke kring en heeft mogelijk een rol gespeeld bij de ontwikkeling van de evolutietheorie. Ook in de eeuwen daarna werden op de Sint-Pietersberg regelmatig belangwekkende fossielen aangetroffen, voor het laatst in 2015.
In de jaren 1930 werd er dwars door de berg het Albertkanaal gegraven. Door deze Doorsteek van Caestert werd de Sint-Pietersberg in twee delen gesplitst.
thumb|150px|left|De Nachtwacht, opgerold in opslag (linksonder), juli 1945 In april 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd een groot aantal nationale kunstschatten, waaronder het schilderij De Nachtwacht, uit veiligheidsoverwegingen van de rijkskluis in Heemskerk overgebracht naar een speciaal daarvoor ingerichte mergelgrot in de Sint-Pietersberg, te weten de kunstbunker Sint-Pietersberg. Pas in de loop van 1945 en 1946 keerden de kunstwerken terug naar hun respectievelijke musea. In 1943 werd het Sint-Pietersbergplan ontwikkeld waarbij het ondergrondse gangenstelsel ingericht werd als evacuatiecentrum voor het geval Maastricht in de frontlinie terecht zou komen. Ook de toen niet meer als zodanig in gebruik zijnde Kerk van Sint-Pieter boven werd bij dit plan betrokken.
De 20e eeuw stond voor een groot deel in het teken van de grootschalige mergelwinning door de ENCI. De ENCI-groeve breidde zich in bijna honderd jaar uit tot een gigantische krater van 135 hectare. Een groot deel van de ondergrondse mergelgroeven, soms met eeuwenoude tekeningen en graffiti, ging daarbij verloren. Tegen de mergelwinning in dagbouw rees veel protest, onder meer door de actiegroep ENCI-STOP. Vanaf 2009 werd de mergelwinning geleidelijk afgebouwd en wordt de groeve deels heringericht tot natuur- en recreatiegebied. In 2015 werd aan de noordrand van de groeve een uitzichtplatform in gebruik genomen, dat sindsdien het officiële eindpunt van het Pieterpad vormt. Ernaast bevindt zich de 215 treden tellende trap, die echter pas in 2017 werd opengesteld, toen een deel van de groeve openbaar toegankelijk was. Door de overweldigende belangstelling van het publiek – met name voor de zwemplas – en omdat de veiligheid niet gewaarborgd kon worden, werd de wandelroute dwars door de groeve na enkele maanden al gesloten. In september 2018 werden de trap en het aansluitende wandelpad heropend, nadat de oorspronkelijk vier meter diepe plas twee meter minder diep was gemaakt.'Wandelpad door ENCI-Groeve weer dagelijks open' op website natuurmonumenten.nl, 21 september 2018.
Ook buiten de groeve vindt natuurontwikkeling plaats, onder meer door de Vereniging Natuurmonumenten, eigenaar van een groot deel van de berg. De omgeving van het gerestaureerde Fort Sint Pieter is omstreeks 2010 heringericht met een vernieuwd hondenlosloopgebied en een grote ovale, deels in het talud van de helling ingegraven parkeerplaats (het "Oog van Sint Pieter"). Bij het dorp Sint Pieter is rond diezelfde tijd een particulier landgoed aangelegd met onder andere een hoogstamboomgaard en wijngaarden. De wijngaarden produceren voornamelijk mousserende wijn.Zie website Landgoed Sint Pieter. Aansluitend aan het landgoed wordt vanaf 2018 een vier en een halve hectare groot voormalig militair schietterrein heringericht als bosgebied.'Oude schietbaan op Pietersberg wordt weer natuur' op website De Limburger, 24 september 2018.
Geologie en mergelwinning Geologie thumb|Karstverschijnselen op de Sint-Pietersberg. Op de achtergrond Kanne en de Cannerberg Het Plateau van Caestert ontstond doordat, aan weerszijden ervan, de Maas en de Jeker circa 60 m diepe dalen uitsleten. De bovenzijde van de Sint-Pietersberg is relatief vlak en ligt op +101 m NAP. Het hoogste punt is D'n Observant (+171 m NAP), ontstaan door het storten van grond die vrijkwam bij de kalksteenwinning. Het plan om deze kunstmatige heuvel weer af te graven, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, is uiteindelijk niet uitgevoerd.Riemst in verzet tegen afgraving van D'n Observant, Het belang van Limburg, 12 augustus 2001
thumb|left|160px|Mergelblok met twee soorten kalksteen De gesteenten in de ondergrond zijn gevormd aan het einde van het Krijttijdperk, het naar Maastricht genoemde tijdvak Maastrichtien. De hier aangetroffen gesteenten behoren tot de Formatie van Maastricht en de Formatie van Gulpen, en bestaan voornamelijk uit kalksteen ("Limburgse mergel"), afgewisseld met vuurstenen concreties. Latere afzettingen van Maaszand, Maasgrind (Formatie van Beegden) en löss (Laagpakket van Schimmert) dekken het gesteente af.
De Sint-Pietersberg is bekend om zijn uitgestrekte onderaardse kalksteengroeven, die door mensenhanden tot stand zijn gekomen. Maar in de ondergrond zijn ook enkele natuurlijke karstgangen aanwezig, zoals een deel van de Duivelsgrot. Bij steile hellingen en in holle wegen dagzoomt de kalk. De gele kalksteen contrasteert fraai met de omringende natuur. Door de aanwezigheid van kalk kunnen zich aan de oppervlakte kalkgraslanden met bijzondere plantensoorten ontwikkelen.
De Sint-Pietersberg is aangeduid als typelocatie van het Maastrichtien en de kalkwand onder de kasteelruïne Lichtenberg is aangewezen als Geologisch monument Typelocatie Maastrichtien.
Ondergrondse mergelwinning thumb|Ondergronds gangenstelsel thumb|Houtskooltekening door P. Nieste naar plattegrond door Ir. Van Schaïk (voltooid 1959) De Sint-Pietersberg geniet bekendheid vanwege de eeuwenoude ondergrondse winning van krijtgesteente (meestal aangeduid - hoewel in wezen een foutieve benaming - als "Limburgse mergel"). De mergelblokken uit de kalksteengroeven werden voornamelijk gebruikt als bouwsteen; soms ook als bemestingsmateriaal (kalk) voor akkers. Als gevolg van de ondergrondse mergelwinning was er reeds in de 17e eeuw een gangenstelsel ontstaan dat zich uitstrekte van het Fort Sint Pieter in het noorden tot voorbij Kasteel Caestert in het zuiden. De totale lengte van de gangen bedroeg rond de 150 kilometer en de oppervlakte van alle groeven tezamen bedroeg circa 150 hectare. Hiervan is door de 20e-eeuwse dagbouwwinning circa 80% verdwenen. Los van dit grote aaneengesloten complex bevat het Plateau van Caestert nog enkele aparte stelsels, die niet met elkaar zijn verbonden.
Van noord naar zuid kunnen in het Nederlandse deel vier grotere gangenstelsels worden onderscheiden, die nog ten dele bestaan, elk met hun eigen karakter: Noordelijk Gangenstelsel, werd in de periode van mergelwinning de Berg van Ceulen genoemd (ingang bij Fort Sint Pieter, vroeger ook via Grote Ingang). Gangenstelsel Zonneberg (inclusief de groeven Wilde Berg en Zwarte Berg; Ingang nabij Buitengoed Slavante). Gangenstelsel Slavante (inclusief de groeven Mingel en de Zak van Franken, grotendeels afgegraven; ingang was Drie Poorten). Zuidelijk Gangenstelsel (sloot in België aan op Groeve Caestert, grotendeels afgegraven of bedolven onder D'n Observant). Daarnaast zijn er de afzonderlijke stelsels en kleinere groeven: Ancienne Brasserie, Groeve de Schark (zie: Bevrijding van Maastricht), Neven Schark, Groeve de Tombe, de Oude en Nieuwe Maarendalgroeve, de Duivelsgrot, Grotwoning Greetje Blanckers, Grotwoning De Kluis en de Keldertjes Slavante. In het Belgische deel van de Sint-Pietersberg bevinden of bevonden zich verder de Caestertgroeve, de groeve Aardappelenberg (ook genoemd: Groeve Ternaaien-Boven; Frans: Lanaye Supérieure), de Groeve Ternaaien-Midden en de groeve Le Collinet (ook genoemd: Groeve Ternaaien-Beneden; Frans: Lanaye Inférieure) met bijbehorende dagbouwgroeve de Verloren Vallei.
Van de grotere gangenstelsels zijn alleen de Zonneberg en het Noordelijk gangenstelsel toegankelijk voor het publiek onder begeleiding van een VVV-gids. Een pionier op het gebied van onderzoek van de onderaardse kalksteengroeven en in het bijzonder van de gangen van de Sint-Pietersberg was ir. D.C. van Schaïk, die de Van Schaïktunnel ontwierp voor mergeltransport in het Noordelijk Gangenstelsel eind jaren 1920, meewerkte aan het 1e wetenschappelijk onderzoek (1948-1954), en als eerste het gehele gangencomplex karteerde (voltooid in 1959).
Bovengrondse mergelwinning thumb|thumbtime=3:00|Polygoonjournaal 1959: afgraving Sint-Pietersberg, grotwoning Greet Blanckers en ondergronds gangenstelsel
Vanaf de jaren twintig startte de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) met het winnen van mergel in dagbouw ten behoeve van de productie van cement. Onder vaak luid protest van onder meer de actiegroep ENCI-Stop wist de ENCI de mergelwinning en cementproductie voort te zetten en een groot deel van de Sint-Pietersberg af te graven. Vanuit natuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt is er een hoge tol betaald voor de handhaving van werkgelegenheid en de productie van cement. Van de andere kant heeft het afgraven van het plateau geleid tot een bewustwording en erkenning van de waardevolle elementen van dit voor Nederland unieke landschap. De ENCI heeft in dat opzicht een dubbelrol gespeeld door enerzijds verantwoordelijk te zijn voor de afbraak van de 'berg', maar aan de andere kant ook te investeren in onderzoek en beheer van de Sint-Pietersberg. De mergelwinning is gestopt per 1 juli 2018, en de ENCI krijgt 1 jaar de tijd voor afwerking van de groeve voor het definitief een natuurgebied zal worden.
Behalve de ENCI-groeve was er ook de Groeve van der Zwaan en bij de Ingang Tennisbaan werd er naast ondergronds ook in een dagbouwgroeve kalksteen gewonnen.
Natuur en recreatie Beschermd natuurgebied thumb|Duivelsgrot en kalkgrasland