thumb|Portret van Lodewijk XIV uit circa 1670, naar Claude Lefèbvre Lodewijk XIV van Frankrijk (Frans: Louis XIV;In de Nederlandse geschiedschrijving wordt de Nederlandse vertaling van Louis, Lodewijk, gehanteerd en in dit artikel wordt dan ook de Nederlandse naam gebruikt. Kasteel van Saint-Germain-en-Laye, 5 september 1638 – Kasteel van Versailles, 1 september 1715), bekend als Lodewijk de Grote (Louis le Grand) en de Zonnekoning (le Roi-Soleil), was een telg uit het koninklijke huis Bourbon. Hij was van 1643 tot aan zijn dood in 1715 koning van Frankrijk en Navarra.
Lodewijk XIV was een zoon van Lodewijk XIII van Frankrijk en Anna van Oostenrijk. Na de vroegtijdige dood van zijn vader werd hij op vierjarige leeftijd koning. Kardinaal Mazarin leidde de Franse politiek tijdens de minderjarigheid van Lodewijk, waarbij hij het beleid van kardinaal de Richelieu voortzette. Op vijftienjarige leeftijd werd Lodewijk XIV gekroond, maar pas na de dood van Mazarin in 1661 nam hij het bewind zelf in handen. Met behulp van zijn ministerraad, in het bijzonder Jean-Baptiste Colbert en François-Michel le Tellier, werden centralistische hervormingen doorgevoerd in het nog feodale Frankrijk. (1972): Louis XIV: A profile, blz. xiii. De adel raakte een aanzienlijk deel van zijn macht kwijt, in ruil voor een plaats aan het hof van de koning in het nieuwgebouwde Kasteel van Versailles. Lodewijk XIV wordt vaak gezien als het ultieme voorbeeld van een absolute vorst. e.a. (2008): A history of Western Society, ninth edition, blz. 526.
Door het voeren van oorlogen met buitenlandse mogendheden, met name Spanje, het Heilige Roomse Rijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wist Lodewijk XIV de noord- en zuidgrens van Frankrijk te verleggen op Duits, Nederlands en Spaans grondgebied. Door de vele oorlogen die Lodewijk voerde raakte de Franse staat nagenoeg bankroet. De Zonnekoning was een belangrijke beschermheer van de kunsten en daardoor wordt vaak aan zijn regeerperiode gerefereerd als de Grand Siècle (Grote Eeuw). In deze periode floreerden kunstenaars als Molière, Racine, Rigaud, Lully en Le Nôtre.
Lodewijk XIV overleed in 1715 op 76-jarige leeftijd na een koningschap van 72 jaar. Hij werd opgevolgd door zijn achterkleinzoon Lodewijk XV, daar eerder zijn zoon en kleinzoon waren overleden en de Spaanse tak van het Huis Bourbon was uitgesloten van successie.
Familie thumb|De Franse koninklijke familie met Anna van Oostenrijk, Lodewijk XIII en de jonge Lodewijk XIV, detail van een schilderij van Justus van Egmont In het jaar 1615 huwde Lodewijk XIII van Frankrijk met Anna van Oostenrijk. De verstandhouding tussen de echtelieden was slecht en door Lodewijks voorliefde voor mannen verwaarloosde hij zijn huwelijkse plichten. (2018): De zonnekoning, glorie & schaduw van Lodewijk XIV, blz. 12. Daarnaast was Lodewijk XIII ervan overtuigd geraakt dat zijn vrouw doelbewust het voortbrengen van een erfgenaam saboteerde om haar broer, Filips IV, ter wille te zijn. (2016): Oranje tegen de Zonnekoning, de strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa, blz. 24. Dankzij bemiddelingspogingen van kardinaal de Richelieu verbeterde de relatie tussen de twee echtelieden en werd een zoontje geboren, de latere Lodewijk XIV. Volgens La Gazette was de koning op 5 december 1637 in de stad toen er plotseling onweer uitbrak. Hij zou naar het Louvre zijn gegaan om daar bij zijn vrouw te overnachten en vervolgens geslachtsgemeenschap met haar hebben gehad. Of dit echt gebeurd is wordt betwijfeld, want volgens de lijfarts van Lodewijk XIII, Charles Bouvard, zou het kind in de week tussen 23 en 30 november 1637 verwekt zijn., blz. 17-18.
Omdat de geboorte van een troonopvolger zo lang uitbleef, waren de verwachtingen inmiddels hooggespannen. Toen Anna van Oostenrijk in 1638 zwanger bleek ondertekende Lodewijk XIII een document waarmee hij zijn koninkrijk officieel onder bescherming plaatste van de moeder van Jezus, de maagd Maria. Vele kloosters in Frankrijk voorspelden dat de koningin een gelukkige bevalling zou hebben. Toen Lodewijk XIV op 5 september 1638 geboren werd kreeg hij de naam Dieudonné ("door God gegeven")., blz. 19-20. Zijn geboorte was aanleiding tot een groot volksfeest in de straten van Parijs en de in die stad woonachtige Nederlandse rechtsgeleerde Hugo de Groot schreef over dit festijn: "Nooit was het volk door één gebeurtenis tot zo'n vreugde opgetild"., blz. 19. In totaal duurden de feesten drie dagen., blz. 20.
Biografie Kinderjaren (1638-1643) thumb|Lodewijk XIV met zijn broertje Filips van Orléans, olieverfdoek toegeschreven aan Henri en Charles Beaubrun De zorg voor de pasgeboren Lodewijk werd toevertrouwd aan een min. In totaal heeft hij zeven verschillende minnen gehad., blz. 20-21. Twee jaar na zijn geboorte kreeg Lodewijk een broertje, Filips. Hun moeder maakte duidelijk onderscheid tussen haar kinderen. Ze duidde haar tweede zoon consequent aan als "ma petite fille" (mijn kleine meisje). Hij kreeg geen noemenswaardige opvoeding, waarmee ze haar duidelijke voorkeur voor de kroonprins liet blijken., blz. 26. De opvoeding van de jonge Lodewijk lag in handen van kardinaal De Richelieu. Na diens overlijden op 4 december 1642 volgde Jules Mazarin hem op als eerste minister. Door deze positie kreeg Mazarin ook een sleutelrol in de opvoeding van Lodewijk., blz. 28. Na de dood van De Richelieu verslechterde de gezondheid van koning Lodewijk XIII ernstig. Waarschijnlijk leed hij aan de ziekte van Crohn. Op zijn ziekbed regelde de koning de toekomst van zijn zoon. Zijn echtgenote zou regentes worden en er werd een regentschapsraad ingesteld waarin naast Gaston van Orléans, Mazarin en Pierre Séguier nog twee oud-ministers zaten., blz. 24.
Minderjarigheid (1643-1654) Op 14 mei 1643 overleed Lodewijk XIII en vier dagen later vertrok zijn zoon Lodewijk samen met zijn moeder naar Parijs. Hier werd hij als de nieuwe koning voorgesteld aan het Parlement van Parijs. Het parlement stemde uit rancune tegen het testament van de overleden koning. Het verwierp het testament van Lodewijk XIII op het punt van het instellen van een regentschapsraad en droeg de absolute en volledige heerschappij over aan de koningin-regentes., blz. 26. Ten tijde van de regering van Lodewijk XIII was het parlement door de intriges van kardinaal de Richelieu op de hand van de koning geweest. Na haar aanstelling als regentes koos Anna van Oostenrijk Mazarin als haar eerste minister. Zij bepaalden samen de Franse politiek tijdens de eerste jaren van Lodewijks minderjarigheid als koning., blz. 28.
Opvoeding Mazarin hield zich ook bezig met de opleiding van de jonge koning. Hij stelde de oude maarschalk Nicolas de Neufville de Villeroy en Hardouin de Péréfixe de Beaumont aan als zijn leermeesters. (1838): The life and times of Louis XIV, volume 1, blz. 218. (2014): Lodewijk XIV, blz. 31. Mazarin liet de jonge koning de ministerraad bijwonen om ervaring op te doen. Hij wijdde de jonge koning persoonlijk in de geheimen van de diplomatie en het belang van bondgenootschappen in. Ook de kunstopvatting van de kardinaal heeft de jonge koning beïnvloed. Lodewijks persoonlijke kamerheer maarschalk de la Meilleraie (Charles de La Porte) onderrichtte hem in de Franse geschiedenis. Via De La Porte leerde de jonge Lodewijk over zijn voorouder Lodewijk IX, in wiens voetsporen hij wilde treden., blz. 29. Op jonge leeftijd oefende Lodewijk in oorlogsvoering met een speciaal voor hem gemaakt speelgoedkasteel in de tuinen van het kasteel van Saint-Germain-en-Laye., blz. 27. Ook zijn moeder had invloed op de ontwikkeling van de jonge koning, met name op godsdienstig en politiek gebied. Zij bracht hem al van jongs af aan het idee bij dat de macht van de koning absoluut moest zijn en onderwees hem in godsdienstige moraal., blz. 31. Lodewijk leerde Spaans en Italiaans, maar Duits en Engels bleven hem onbekend. Daarnaast was zijn Latijn maar matig ontwikkeld. Lodewijks kennis van geografie was daarentegen buitengewoon goed., blz. 5-6.In de adellijke opvoeding behelsde geografie meer dan alleen topografie: ook kennis over gebruiken en politiek van andere staten vielen eronder.
La Fronde
thumb|Lodewijk XIV afgebeeld als Jupiter, de overwinnaar van de Fronde. Geportretteerd door Charles Poerson omstreeks 1653-1654. De Dertigjarige Oorlog waar Frankrijk sinds 1635 in betrokken was vormde een flinke kostenpost voor de Franse overheid. Mazarin hief nieuwe belastingen, in de hoop de tekorten aan te vullen. Daarmee joeg hij de provinciale rechtscolleges tegen zich in het harnas. Het Parlement van Parijs weigerde de nieuwe belastingen te wettigen., blz. 31. Ontevreden over al eerder verhoogde belastingen stond het volk nu op het punt in opstand te komen. De overwinning van Lodewijk II van Bourbon-CondéDoor zijn militaire dapperheid verkreeg Lodewijk II van Bourbon-Condé de bijnaam "de Grote Condé". in de slag bij Lens zorgde voor een positieve sfeer in de hoofdstad en Mazarin zag zijn kans om toe te slaan. Hij liet enkele regimenten toe tot de stad Parijs, met de bedoeling de parlementaire leiders op te laten pakken. Hierop kwam de stad in opstand en brak de burgeroorlog uit die bekend kwam te staan als La Fronde., blz. 36.Door de onverwachts snelle opstand in de stad slaagde Mazarin maar gedeeltelijk in zijn opzet; slechts twee parlementaire leiders konden worden opgepakt. Toen de Grote Condé vervolgens zijn legers naar de stad liet optrekken wist Mazarin met Parijs tot een vergelijk te komen. Vanwege de opstand hadden Lodewijk en zijn familie de hoofdstad op 6 januari 1649 in allerijl verlaten om zich terug te trekken op het kasteel van Saint-Germain-en-Laye. Deze periode maakte een diepe indruk op Lodewijk. Hij trok er de les uit dat de koning niet in de stad moest wonen. Alleen buiten de stad kon hij veilig en machtig zijn., blz. 32.
Het koninklijk gezin keerde op 19 augustus 1649 terug in de hoofdstad. Met Kerstmis van dat jaar deed Lodewijk zijn eerste communie in de Église Saint-Eustache., blz. 44. De hertog van Condé aasde op de positie van Mazarin en opende daarom een grote lastercampagne tegen de eerste minister. Op 18 januari 1650 werd hij vervolgens op last van de koningin samen met zijn broer en Hendrik II van Longueville opgepakt., blz. 45. Het volk kwam daarop opnieuw in opstand en de troepen van de andere Franse pairs trokken op tegen de hoofdstad om de hertog van Condé te bevrijden. Tijdens deze oorlog deed ook de minderjarige Lodewijk zich gelden. Zo voerde hij zijn frontsoldaten aan in het beleg van Bellegarde, wat de nodige bewondering oogstte., blz. 47.
Uiteindelijk was Mazarin gedwongen de Grote Condé vrij te laten, wat gunstig uitpakte. De Franse pairs die tegen Mazarin streden vormden geen gezamenlijk front. Mazarin wist hier vanuit Brühl handig op in te spelen door enkelen van hen te bewegen van partij te wisselen., blz. 51. In 1652 liet Anna van Oostenrijk haar veertienjarige zoon Lodewijk tijdens de afwezigheid van Mazarin meerderjarig verklaren. Met de in ballingschap verkerende Mazarin leek de hertog van Condé zijn doel bereikt te hebben, maar hij bleef doorvechten tegen het koninklijke leger. Het volk stond zo voor de keuze tussen het door God geschonken koningskind en een aanmatigende vechtprins met een leger van huurlingen. De Grote Condé kwam niet gunstig uit deze vergelijking en moest dan ook Parijs verlaten. Op 21 oktober 1652 maakte Lodewijk XIV zijn glorieuze rentree in de stad., blz. 33.