Bussum () is een plaats in de regio het Gooi, in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Noord-Holland. Tot 2016 was Bussum tevens een gemeente. Op 1 januari van dat jaar ging deze op in de nieuwe gemeente Gooise Meren, waarvan Bussum de hoofdplaats is.
Kerngegevens De voormalige gemeente telde op 31 maart 2015 volgens het CBS 32.908 inwoners (op het hoogtepunt in 1966 nog 42.000) op een oppervlakte van 8 km² met nauwelijks wateroppervlak. Daarmee was Bussum in oppervlakte de kleinste en dichtstbevolkte gemeente van het Gooi. Na de gemeenten Hilversum en Huizen had zij de meeste inwoners. Het inwonertal is het laatste decennium door inbreiding gestabiliseerd tot boven de 30.000 terwijl de bevolking vergrijst. In 2011 was 18,8% van de inwoners ouder dan 65, het Nederlands gemiddelde was datzelfde jaar 15,6%. Bussum neemt qua welstand in het Gooi een middenpositie in. Het gemiddeld inkomen ligt in Bussum lager dan dat in de kleinere omringende plaatsen Blaricum, Laren en Naarden, maar hoger dan dat in het grotere Hilversum en Huizen.
Fusie Na decennialange discussies is een begin gemaakt met de door de provinciale overheid gewenste gemeentelijke fusies in het Gooi. Per 1 januari 2016 is Bussum samen met Naarden en Muiden gefuseerd tot de nieuwe gemeente Gooise Meren.
thumb|350px|Topografische gemeentekaart van Bussum, per juni 2015 thumb|350px|Bussum in 1867 Vanuit historisch perspectief is het bijzonder dat Bussum en Naarden sinds deze datum weer herenigd zijn, na twee eeuwen van Bussumse zelfstandigheid. Die wens leefde al langer bij inwoners, mede omdat beide plaatsen geheel tegen elkaar aan zijn gegroeid. Een nieuw element echter is de opname van Muiden en Muiderberg als derde en vierde kern van deze fusiegemeente. Daarmee is Gooise Meren ten dele ook een Vechtgemeente geworden.
Geografie Bussum heet traditioneel een dorp, maar het heeft een stedelijk aanzien. Een gang naar het centrum wordt meestal nog 'naar het dorp gaan' genoemd.Dezelfde situatie kan men elders ook aantreffen, bijvoorbeeld in Spijkenisse. Bussum vervult ook een centrumfunctie binnen de gemeente Gooise Meren, waarvan het formeel ook de hoofdplaats vormt. Binnen de voormalige gemeentegrenzen liggen geen andere kernen, maar de bebouwde kom van de gemeente Naarden grenst direct aan Bussum. Beide kernen delen dan ook het station Naarden-Bussum, dat echter wel op voormalig Bussums grondgebied ligt.
Groen en natuur thumb|650px|Panorama Bussummerheide Door de dichte bebouwing in de gemeente Bussum was er voor de natuur weinig ruimte, behalve enkele heidevelden, zoals de Franse Kampheide, en parken. Toch bezit de plaats veel groen in de vorm van bomen, met name aan de doorgaande lanen en wegen als Brinklaan, Brediusweg, Huizerweg, Ceintuurbaan en Koekoeklaan, maar ook in de villa-achtige wijken het Spiegel en het Brediuskwartier. Een opvallend element vormt de zogeheten Groene Long, voor een groot deel gelegen in de wijk Bussum-Zuid. Bovendien grenst heel Bussum-Zuid met een open ligging aan de Bussummerheide. thumb|Wester- en Bussummerheide
Buurgemeenten
Wijkindeling Wijkoverzicht thumb|De voormalige watertoren uit 1897 nabij Station Bussum-Zuid, na zijn renovatie en transformatie tot futuristisch kantoorgebouw in 2009. Bussum is in wijken en buurten te verdelen. De belangrijkste hiervan zijn: Centrum Oude dorp Bussum Landstraat-Noord Het Spiegel (sinds 2007 een beschermd dorpsgezicht: Rijksbeschermd gezicht Bussum - Het Spiegel) Brediuskwartier (sinds 2006 een beschermd dorpsgezicht: Rijksbeschermd gezicht Bussum - Brediuskwartier) Prins Hendrikpark Bussum-Zuid Westereng Oostereng Franse Kamp Cruysbergen Straten Zie ook: Lijst van straten in Bussum
Plangebieden Momenteel is het vroegere grondgebied van Bussum belegd met zes bestemmingsplannen. Het betreft de volgende plangebieden: Villagebied Het Spiegel Villagebied Brediuskwartier (inclusief Prins-Hendrikpark) Centrum (inclusief Oudere Dorp en Landstraat-Noord) Godelindebuurt Zuid-West (inclusief Cruysbergen) De Engh (Bussum-Zuid, inclusief de Dennen, het Nijverheidskwartier 1977 en de Heilig-Hartwijk).
Geschiedenis Middeleeuwen Bussum was lange tijd een onbetekenend dorpje op de Gooise heide, voor het eerst genoemd in 1306. Het was een buurtschap, omgeven door heide en bossen en werd bewoond door boeren, voerlieden en schaapherders, later ook spinsters en wevers. Men neemt aan dat de naam is afgeleid van Bos-hem,Niet van Bos-heim, zoals een plaatselijke tennisvereniging genoemd is wat "huis in het bos" betekent. In eerste instantie was het gehucht gelegen op hoger grondgebied dat nu bij de gemeente Huizen hoort. Dit Hoog Bussum lag meer oostwaarts, in een latere fase zijn de inwoners verhuisd naar een meer westelijke plek tussen de gemeente Hilversum en Naarden, waar Laag Bussum gesticht werd. Gelegen bij de versterkte vesting Naarden werd Bussum vanaf 1369 door Naarden bestuurd. In 1470 woonden er ongeveer 250 mensen. Bussum was daarmee het kleinste dorp in het Gooi.
Nieuwe tijd Na 1700 vormde de afgraving van de hoge gronden rond Naarden een belangrijke bron van inkomsten. Mede aan deze zandafgravingen dankte Bussum zijn hoogteverschillen, die onder meer tot uiting komen en benut worden in de haven van Bussum, het zogeheten Mouwtje (langs de Frederik van Eedenweg) en het Bilderdijkplantsoen.
Achterstelling door de stad Naarden was er de oorzaak van dat de ruim 300 Bussumers in het gevolg van de Franse Revolutie van 1795 een eigen bestuur kozen. In 1817 mocht het dorp zich officieel afscheiden van Naarden.
In deze periode werd als vooruitgeschoven verdedigingswerk Fort Werk IV gebouwd. Tot op heden een goed gerestaureerd fort.
Ontwikkeling van 1874 tot 1940 Het zelfstandige Bussum ontwikkelde zich aanvankelijk maar moeizaam. In 1873 had het dorp nog niet meer dan 1200 inwoners. De groei van Bussum nam pas echt een aanvang met de komst van de spoorlijn Amsterdam – Amersfoort en de opening van het station Naarden-Bussum in 1874. Toen vestigden zich met name rijke Amsterdammers in het ongerepte en gezond op hoge grond gelegen dorp, die zo toch in de hoofdstad konden blijven werken. In deze periode ontstaan de wijken Het Spiegel, Brediuskwartier, het Prins Hendrikpark en het huidige centrumgebied. De groei van de voorzieningen als scholen, ziekenhuis en winkels hield gelijke tred met de bevolkingsaanwas. Zo ging het hard: in 1919 waren er al 18.000 inwoners. Het dorp streefde de vesting Naarden in omvang al spoedig voorbij. Samen met Alkmaar en Den Helder was Bussum in 1920 qua inwonertal de vierde gemeente in Noord-Holland na Amsterdam, Haarlem en Hilversum.https://web.archive.org/web/20120915051858/http://www.albertusperk.nl/eigenperk-artikelen/2004.2%20Gooilijn.pdf In 1940 werden de 30.000 inwoners bereikt.
Tot de rijke import behoorde de familie Dreesmann (van Vroom & Dreesmann). Deze familie gaf ook een fors bedrag voor de bouw van de Sint-Vituskerk, evenals in Hilversum ontworpen door de beroemde architect Pierre Cuypers (1894), een van de meest monumentale gebouwen van Bussum (inmiddels in gebruik als appartementencomplex).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog herbergde Bussum het opmerkelijk grote getal van meer dan 1000 Belgische vluchtelingen, waaronder enkele schrijvers. Dit aantal was mede het werk van uitgever C.A.J. van Dishoeck, die zich als Zeeuw verwant voelde met de Belgen en die ook veel beroemde Belgische auteurs uitgaf. Van Dishoeck was voorzitter van het plaatselijke vluchtelingencomité en lid van het landelijk hoofdbestuur. Ook kwamen er in die tijd veel werklieden en dienstboden uit het Noorden van Nederland, vooral Friesland, naar Bussum toe, aangetrokken door de zandafgravingen en bouwwerkzaamheden en werkgelegenheid in de grote villa's die verrezen. alt=Foto van het blauwe Vapen symbool |miniatuur|Het Wapen van Bussum Fraaie villawijken werden gebouwd: eerst in het Spiegel, westelijk van de spoorlijn, later onder meer het kleinere Prins Hendrikpark oostelijk van het station Naarden-Bussum, en in de jaren dertig het Brediuskwartier. Door latere uitbreiding van Naarden buiten de vesting raakten beide plaatsen aan elkaar gebouwd.
Tweede Wereldoorlog Vóór de oorlog had Bussum een relatief grote Joodse gemeenschap van ongeveer 400 mensen, met een eigen synagoge aan de Kromme Englaan. Deze grootte hing samen met de ligging tussen de grote Joodse gemeenten van Amsterdam en Hilversum. Eind jaren 1930 kwamen er relatief veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland naar Bussum, dat veel welgestelde Joodse inwoners in ruime huizen telde. De schatting is dat er zo tussen 200 en 300 mensen - legaal en illegaal - verbleven. Velen werden gedeporteerd, maar na de oorlog waren er (mede door een goed georganiseerde onderduik) 150 à 200 nog in leven.Website Joodse Gemeente Bussum
Vanuit de net gebouwde Kolonel Palmkazerne in Crailo vertrok een legeronderdeel voor de verdediging van de Grebbelinie in mei 1940. Een jaar later diende de kazerne als terugkom-plek voor onderofficieren die de Duitsers bijeenbrachten voor inzet bij dwangarbeid.
De NSB had er relatief veel aanhang. Burgemeester Fernhout werd vanaf 1941 vervangen door een NSB-aanhanger, G. Nieuwenhuijs. In Bussum werd op 20 augustus 1943 de NSB-politiecommissaris op straat neergeschoten door een lid van de verzetsgroep CS-6, maar hij overleefde, zwaargewond.
In 1941 nam Bussum op 26 februari deel aan de Februaristaking, onder meer bij de golfkartonfabriek Van Meurs. Waarschijnlijk is Bussum daarvoor, net als de andere deelnemende gemeenten, beboet. Op de Bussumerheide bij de zuidgrens van Bussum werd de eerste gedropte geheim agent van Nederland, luitenant Lodo van Hamel, door de Duitsers geëxecuteerd op 13 juni 1941.
Op 24 oktober 1944 werden vele honderden Bussumse mannen tijdens een razzia bijeengebracht en in eerste instantie naar het kamp Amersfoort afgevoerd. Vandaar werden zij op transport gesteld naar Arnhem.
Bussum bezat een Duits noodvliegveld waar nu de Hilversumse Meent gelegen is.
thumb|Gooische Stoomtram in Station Naarden-Bussum; anno 1940. Van 1883 tot 1947 vertrok hier de tram naar Huizen, daarna vervangen door een busdienst. Tot 1958 was er nog goederenvervoer naar Naarden Chemie.
Bombardementen Op 25 november 1944 viel de Royal Air Force de Kolonel Palmkazerne bij Crailo aan met 48 Spitfires en wierp in totaal 24 brisantbommen van 250 pond en 48 brisantbommen van 500 pond op de kazerne. De kazerne werd zo beschadigd, dat de Duitsers het complex verlieten. Na de oorlog is het herbouwd.
Op 21 maart 1945 vond opnieuw een aanval plaats. Getroffen werd vooral het Duitse hoofdkwartier in hotel Bosch van Bredius. Bij deze aanval werd ook de kazerne opnieuw geraakt, maar aanzienlijk minder dan tijdens het bombardement van 25 november 1944. Bij deze aanval op het hotel hebben Hawker Typhoon jachtbommenwerpers totaal 72 raketten afgevuurd, 16 brisantbommen van 1000 pond en 16 brandbommen van 500 pond afgeworpen.
Het dorp Bussum liep vrijwel geen oorlogsschade op.
Verzetsmensen thumb|Verzetsplaquette in Westereng, met de namen waarnaar straten zijn vernoemd in de Verzetsliedenbuurt Uit Bussum zelf kwam een aantal leidende verzetsmensen. De voornaamste onder hen was de PTT-radiotechnicus Jan Thijssen, die het grootste illegale radionetwerk van Nederland opzette, en later voor de militaristische illegale Ordedienst (OD) werkte. Hij zette tevens de overkoepelende Raad van Verzet op. Hij werd in 1944 gearresteerd door verraad, en in maart 1945 als represaille voor de aanslag op SS-generaal Rauter, samen met anderen, bij de Woeste Hoeve doodgeschoten. Ook belangrijk was Gerard Reeskamp, met de bijnaam ‘De drogist’ (tevens de titel van het boek van Ad van Liempt over hem). Hij leidde o.m. de buitenploeg bij de overval op het huis van bewaring in Leeuwarden. Ook zijn zoon en vrouw deden verzetswerk. Een ander was overste Pierre Versteegh, die in de leiding van de OD zat en al in 1941 werd geëxecuteerd.