thumb|Traject van het "Duits Lijntje" thumb|NBDS-aandeel thumb|Stoomlokomotief 32 in station Uden

De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij (NBDS) was een spoorwegonderneming en verzorgde het spoorvervoer tussen het Nederlandse Boxtel en het Duitse Wesel via Veghel, Uden, Beugen(waar de lijn de Spoorlijn Nijmegen - Venlo kruiste), Gennep, Goch en Xanten. Deze spoorlijn stond in Nederland bekend als het "Duits Lijntje".Freriks, Vincent & Schlieper, Hans (2008) De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij, de Vlissinger Postroute. Rosmalen: Uquilair, . Pagina 9 Op 15 juli 1873 werd het traject van Boxtel naar Goch geopend, op 1 juli 1878 het tweede deel van de lijn, het baanvak van Goch naar Wesel. Van de totale lengte van de lijn, 92,7 kilometer, was 52,7 kilometer op Nederlands gebied. Vanaf Büderich werd nog 8,2 kilometer spoorweg van de Köln-Mindener Eisenbahn bereden, een deel van de lijn van Venlo via Wesel naar Haltern, Münster en Hamburg.

Geschiedenis NBDS Op 28 mei 1869 werd de Naamloze Vennootschap Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij (NBDS) opgericht. Het doel van de onderneming: het vervoer van goederen en personen op de spoorwegen Boxtel - Gennep - Goch - Wesel en Gennep - Kleve. De directie van de maatschappij was als volgt:Freriks, Vincent & Schlieper, Hans (2008) De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij, de Vlissinger Postroute. Rosmalen: Uquilair, President: Willem Hendrik van Meukeren, Rotterdam Vice-president: Hyacinthus Constantinus Fredericus Kerstens, Mill Secretaris: Jan van Stipriaan Luiscuis, Vlaardingen Maria Frans Rudolph Joseph Willem Hubert Ludwig Philip Apolina Baron von Monschau, Goch Charles James Appleby, Londen Johannes van den Boogaard, Gennep Latere presidenten waren Hyacinthus Constantinus Fredericus Kerstens (tot 1886) en Johannes Marinus Voorhoeve (1886-1919).

Op 28 mei 1869 verkreeg Van Meukeren de definitieve Nederlandse concessie voor de aanleg van een spoorweg van Boxtel over Gennep naar de Pruisische grenzen in de richtingen naar Kleve en Wesel. Op 14 februari 1872 volgende de definitieve concessie van de Pruisische regering. Bij akte dd 21 januari 1875 werd de maatschappij ontheven van de aanleg lijn Gennep-Kleve. De maatschappij zetelde aanvankelijk in Rotterdam, later in Gennep. Hier was ook de centrale werkplaats gevestigd. Een concessieaanvraag tot aanleg en exploitatie van een spoorweg van Boxtel langs Oirschot, Moergestel, Hilvarenbeek, naar Baarle-Nassau in aansluiting met de spoorweg Baarle-Nassau-Antwerpen, in 1881, leidde tot niets.

De NBDS-lijn was bedoeld als onderdeel van de snelste railverbinding Londen – Berlijn – Sint-Petersburg. Vanaf 1881 reden over deze lijn sneltreinen (boottreinen) waarmee men zonder overstappen van Vlissingen via Wesel naar Berlijn en Hamburg kon reizen. Vanaf station Vlissingen kon de reis worden voortgezet met schepen van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland die de reizigers naar Queenborough brachten. Hier kon worden overgestapt op de treinen van de London, Chatham and Dover Railway naar London. Vanwege dit comfort maakten veel vorsten en diplomaten voor hun Europese reizen gebruik van dit traject. In de treinen (mailtreinen) reden postrijtuigen en rijtuigen gesteld door de CIWL mee (WL en WR). Het Duitse grensstation was Goch en Hassum, het Nederlandse was Gennep. De spoorlijn werd het "Duits Lijntje" genoemd; in Duitsland luidde de naam Boxteler Bahn. Tussen Büderich en Wesel gebruikte de NBDS een 1950 m lange spoorbrug over de Rijn. Deze werd gebouwd tussen 1872 en 1874, als onderdeel van de aanleg van de lijn Hamburg – Münster – Wesel – Straelen – Venlo door de Köln-Mindener Eisenbahn. Een ander belangrijk kunstwerk op het 100 km lange baanvak was de Maasbrug bij Gennep.

Na aanvankelijke aanloopproblemen, mede door tegenwerking van concurrerende spoorwegmaatschappijen, beleefde de NDBS vanaf 1892 goede jaren. In 1903 deed het dubbelspoor zijn intrede. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan dit prominente verkeer. In deze periode maakten vooral vluchtelingen met bestemming Engeland en Amerika gebruik van de NBDS door het toenmalige neutrale Nederland. De onderneming belandde in de rode cijfers wat aanleiding gaf tot woordspelingen op de naamsafkorting: Nooit Betalen Die Smeerlappen en Nimmer Baten Doch Schulden. Op 1 juni 1919 nam de SS de exploitatie over. Op 15 november 1922 werd door de rechtbank in Rotterdam het faillissement uitgesproken. Per 1 juli 1925 nam de Deutsche Reichsbahn-Gesellschaft het Duitse deel van de spoorlijn over. Daarmee was de spoorwegonderneming nu aan beide zijden van de grens genationaliseerd. De werkplaats werd in datzelfde jaar gesloten. Sneltreinen keerden niet meer terug op dit baanvak. Aan beide zijden was de lijn gedegradeerd tot zijlijn. In Nederland werd op 1 augustus 1924 de lijn een lokaalspoorlijn.

De spoorlijn na het faillissement Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd op 10 maart 1945 de spoorbrug bij Wesel door de terugtrekkende Duitse Wehrmacht opgeblazen. Daarmee kwam een eind aan het Duitse gedeelte van het Duits Lijntje. In de jaren 1949-1967 werd in fasen het Duitse gedeelte gesloten en opgebroken (Goch – Hassum 1949 P/ 1967 G en Goch – Uedem 1963 P/ 1966 G). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gedeelte tussen Xanten en Uedem al zo vaak door Canadese militairen beschadigd dat dit niet meer werd hersteld. Op het tracé Goch – Uedem werd een verkeersweg aangelegd.

In 1950 beëindigde de NS het laatste stukje personenverkeer op de lijn Boxtel – Uden. Twintig jaar later werd het goederenvervoer op het stuk Uden – Gennep beëindigd. De Maasbrug bij Gennep werd in 1973 gedemonteerd. De naastliggende verkeersbrug is in 1955 gebouwd op dezelfde pijlers die bedoeld waren om de spoorbrug dubbelsporig te maken, hetgeen er nooit van is gekomen. In 2004 beëindigde Railion het goederenvervoer op het stuk van Boxtel tot Veghel.

Uit protest tegen de plannen van ProRail om de aansluiting bij Boxtel te verbreken werden op Tweede Paasdag 2005 ritten georganiseerd met een stoomtrein en een light rail-voertuig.Doornroosje rit 2005 Heemkunde Boxtel (geraadpleegd op 11 juli 2026)

Rollend materieel Locomotieven In 1873 beschikte de Maatschappij over zeven stoomlocomotieven. Vijf locomotieven met sleeptender werden in 1873 geleverd door Beyer-Peacock in Manchester (nummers 1 t/m 5). Deze locomotieven met de asindeling 1'B hadden de namen "Gijsbert van Beverwijk", "Sophia", "Mina", "Lucinda" en "Henriëtta". Eerder, in 1871-1872, waren al twee tenderlocomotieven in dienst gesteld, gebouwd door Fox, Walker & Co. in Bristol (waaronder nummer 11). Voor het goederenvervoer leverde Hohenzollern, Düsseldorf in 1878 vier C-gekoppelde machines die de nummers 12 t/m 15 kregen. Er volgden er nog twee in 1902 (nr. 16) en 1907 (nr. 17). Voor het trekken van de sneltreinen werden bij Hohenzollern in 1881 twee zwaardere 1'B-machines aangeschaft gevolgd door een derde exemplaar in 1887 (nummer 8 t/m 10). Tussen 1892 en 1894 werden opnieuw drie machines aangeschaft, ook nu weer 1'B-machines, geleverd door Beyer-Peacock. Deze hadden de nummers 6, 7 en 11.

thumb|Locomotief Nr. 32 in Gennep 1908 De steeds zwaarder wordende posttreinen deden de NBDS in 1907 besluiten tot de aanschaf van echte sneltreinlocomotiven van het type 2'C. Dit waren de eerste met deze asopstelling in Nederland. Zes stuks kwamen in 1908, nummers 30-35 (later NS-serie 3500). Omdat men in Nederland nog geen ervaring had opgedaan met de bouw van 2'C-locomotieven, liet de NBDS deze in England maken door Beyer-Peacock. Deze Blauwe Brabanders reden hun sneltreinen in een aantal gevallen helemaal door naar Haltern, Münster, Essen, Dortmund of naar Oberhausen. Nog in de Eerste Wereldoorlog werden een nieuwe 2'C (nr. 36) en twee nieuwe 1D-gekoppelde (nrs. 118 en 119) goederentreinlocomotieven geleverd door Hohenzollern, Düsseldorf. Tevens beschikte de NBDS over drie rangeerlocomotieven met de asindeling B t. Nummer 25, in 1894 in dienst gesteld, was gebouwd door Henschel & Co. in Kassel die ook nummer 26 leverde in 1898. In 1907 volgde nog een rangeerloc met nummer 24 gebouwd door Werkspoor in Amsterdam. Voor het onderhoud van het materieel beschikte de NBDS over een eigen werkplaats in Gennep.

Nr. NBDS Bouwjaar Fabrikant Fabrieksnr. Asindeling Nr. SS Nr. NS Opmerking 1-5 1873 Beyer Peacock 1169-1173 1'B ? 775 (lok 1) In 1908 zijn 2 en 4 verkocht aan een aannemer. 6 1893 Beyer Peacock 3539 1'B 476 1476 In 1936 buiten dienst gesteld. 7 1892 Beyer Peacock 3523 1'B 477 1477 In 1933 buiten dienst gesteld. 8,9 1881 Hohenzollern 161, 162 1'B 281, 282 1201, 1202 In 1932 buiten dienst gesteld. 10 1887 Hohenzollern 428 1'B 283 1203 In 1932 buiten dienst gesteld. ? 1871 Fox Walker ? C t - - Verkocht in 1887. 11 1872 Fox Walker ? C t - - In 1882 verkocht aan aannemer Bekker 11" 1894 Beyer Peacock 3614 1'B 478 1478 In 1936 buiten dienst gesteld. 12-15 1878 Hohenzollern 82-85 C t 215-218 3001-3004 In 1925 naar het Spoorweg Bouw Bedrijf 16 1903 Hohenzollern 1614 C t 219 3005 In 1925 naar het Spoorweg Bouw Bedrijf 17 1907 Hohenzollern 2254 C t 220 3006 In 1925 naar het Spoorweg Bouw Bedrijf 24 1907 Werkspoor 209 Bt 561 8232 Buiten dienst gesteld in 1947. 25 1894 Henschel 4136 Bt 526 6910 Buiten dienst gesteld in 1931. 26 1898 Henschel 4828 Bt 527 6911 Buiten dienst gesteld in 1934. 30-35 1908 Beyer Peacock 5134-5139 2'C 981-986 3501-3506 Blauwe Brabander 36 1915 Hohenzollern 3288 2'C 987 3507 Blauwe Brabander (37) 1920 Hohenzollern 3328 2'C 988 3508 Blauwe Brabander 118, 119 1917, 1918 Hohenzollern 3324, 3325 1'D 1301, 1302 4501, 4502 120 en 121 kwamen in dienst bij SS als 1303 en 1304.

thumb|Monument met stoomlocomotief 94 1640 van de Deutsche Bundesbahn in Gennep Sinds 19 februari 1977 staat aan de Brabantweg in Gennep ter nagedachtenis aan de NBDS een stoomlocomotief opgesteld. Dit monument is een voormalige tenderlocomotief van de Deutsche Bundesbahn met het nummer 94 1640. Deze heeft overigens nooit voor de NBDS gereden. Van de NBDS zelf is geen enkele locomotief bewaard gebleven.

Personenrijtuigen Nr. NBDS Type Soort Bouwjaar Fabrikant Asindeling Nr. NS Opmerking 1 As 1e klas 1893 ? ? A 2501 In 1904 naar NBDS (voorheen koninklijk rijtuig nr. 45) 4 A2'C 1e klas ? ? ? AB 2501 In 1904 naar NBDS (voorheen koninklijk rijtuig nr. 41) 5 AB4 1e/2e klas 1865 ? ? C 2061 In 1904 naar NBDS (voorheen koninklijk rijtuig nr. 42) ? A 1e klas 1877 ? ? - - 7-12 AB4 1e/2e klas 1873 (7,8), 1878 (9-12) Beijnes (1873) 2 AB 2005 - ? ABC4 1e/2e/3e klas ? ? ? - - 15-20 AB5c 1e/2e klas 1905 ? 3 AB 4515-4520 - 29 AB4 1e/2e klas 1878 ? ? BC 2011 - 30-35 B4 2e klas 1873-1874 Beijnes 2 BC 2012-2017 - 36 AB4 1e/2e klas 1878 ? ? BC 2018 - 41-64 C5 3e klas 1873-1874 ? 2 C 2101-2108, 2112-2217, 2119 - 65-72 C5 3e klas 1876-1877 ? 2 C 2109-2111, 2118, 2120-2123 - 73-76 L Post 1873 ? ? P 2501-2504 - 77-84 ? Bagage 1892 ? 3 - In 1899 overgenomen van de SS 85-88 ? Bagage 1873 ? 2 D 2277 - 89-94 E Bagage 1894 ? 2 D 2272-2276, PD 2001 Bagagerijtuig 95 ? Bagage 1894 ? ? D 2233 In 1904 naar NBDS (voorheen koninklijk rijtuig nr. 43) 106, 107 ? Bagage 1873 ? ? - - 151-155 ? Bagage 1873 ? 2 - - 950-961 ? Bagage 1902 ? 3 D 3219-960 Voor D-treinen. 970-973 ? Bagage 1904 ? 2' 2' D 7574, 7575, 7506, 7507 Voor Berlijnse mailtreinen. 974-977 ? Bagage 1905 ? 2' 2' D 7508, 7576, 7509, 7577 Voor Berlijnse mail(nacht)treinen. 978-981 ? Bagage 1908 ? 2' 2' D 7578-7581 - 982-984 ? Bagage 1913 ? 2' 2' D 7582-7584 -

Goederenwagens