De bokkige bombardon is het honderdtweede stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en getekend door Paul Geerts.

Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 1 september 1975 tot en met 12 januari 1976. De eerste albumuitgave in de Vierkleurenreeks was in juni 1976, met nummer 160.

Locaties Park met kiosk en standbeeld

Personages Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Jerom, professor Barabas, Marieke en haar vriend, agent, kassameisje en winkelend publiek, Theofiel Boemerang en zijn echtgenote Celestine, Fanfaron, de Baffelkassen, Hultrasson (monster – machine)

Uitvindingen De klankentapper, zender in schoen

Het verhaal

Lambik wordt uitgenodigd voor een barbecue bij tante Sidonia. Hij besluit een muziekinstrument mee te nemen als verrassing. Hij koopt een bombardon, waar iemand wiens gezicht verborgen is echter ook zijn zinnen op heeft gezet. Lambik is hem net voor. Als Lambik even later in Sidonia's tuin op de bombardon probeert te spelen, blaast hij vals. Dan is hij ineens spoorloos verdwenen. Er schiet een briefje uit het instrument. De anderen kunnen de tekst niet ontcijferen en ze gaan naar professor Barabas, die het briefje opbergt in zijn brandkast.

Suske en Wiske zien 's nachts een inbreker het huis van de professor binnendringen, waar hij de brandkast opent. Zijn gezicht is verborgen, het is dezelfde man die eerder in de winkel vóór Lambik de bombardon in handen probeerde te krijgen. Als ze hem betrappen, bindt hij hen vast. Hij weet wie de vrienden zijn, het lijkt dus een oude bekende. Suske en Wiske zijn verbaasd als hij even zijn gezicht laat zien; het is niet Krimson, hoewel hij een vergelijkbaar klein postuur heeft. Sidonia ontdekt de volgende ochtend dat de kinderen zijn verdwenen en ze belt in paniek met professor Barabas. Die ontdekt op zijn beurt de inbraak en ziet Schanulleke in zijn laboratorium. De professor vertelt Sidonia nu wat er op het briefje stond: Fanfaron, de maker van de bombardon, legde zijn hart en ziel in dit instrument. Een goede fee wilde Fanfaron belonen: de bombardon zou mensen naar muzikale bijeenkomsten lokken. Maar Fanfaron begon zijn gave uit winstbejag te misbruiken en verkocht het instrument later. De fee strafte hem, waardoor Fanfaron nu geen rust zal vinden voordat de bombardon door iemand stuk geblazen is. Wie vals speelt op dit instrument, verdwijnt en komt als slaaf terecht in het hol van een monster dat iedereen doof maakt met zijn lawaai; dit is dus ook wat Lambik is overkomen. Schanulleke verdwijnt van de waslijn bij tante Sidonia.

De volgende dag komen de kinderen terug. Wiske legt uit dat ze uit het park zijn ontsnapt. Volgens Barabas moet de schuilplaats van Fanfaron zich ergens hier in de omgeving bevinden. Sidonia vraagt Barabas om met een van zijn uitvindingen, de klankentapper, nader onderzoek te doen. De klankentapper is inmiddels zo aangepast dat hij nu ook alle levenloze voorwerpen verstaanbaar kan maken, niet alleen planten en fruit. Na wat omzwervingen komen de vrienden in een rommelhok vol muziekstaanders. Wiske vindt een verborgen luik en ze gaan via een trap naar beneden. Op de muren staan muziektekens. Als Sidonia de melodie op snaren speelt, gaat er een deur open.

De vrienden vinden Fanfaron achter deze deur. Hij vertelt dat Lambik bij hem verscheen en is meegenomen door de Baffelkassen, de handlangers van de onbekende. Lambik wordt voor deze man gebracht. Hij hoort het geluid van de machine Hultrasson, die zoveel lawaai maakt dat de jeugd niet meer kan praten. Dit is dus het monster waar Barabas het eerder over had. Schanulleke wordt binnengebracht, zij zal als gijzelaar dienen. De onbekende laat eindelijk aan iedereen zijn gezicht zien; het is Theofiel Boemerang, de vroegere buurman van Sidonia.Zie De Texasrakkers en De windmakers Theofiel heeft het plan opgevat om met hulp van de bombardon en Hultrasson zoveel lawaai te maken dat alle andere gesprekken verstommen, en niets zijn eigen opdringerige verkooppraatjes dus meer in de weg staat. Als de vrienden met de klankentapper nog meer dingen willen interviewen, worden ze beschoten, waarbij de klankentapper wordt geraakt en onbruikbaar wordt. Ze keren 's nachts terug en weten de Baffelkassen bij een kiosk af te leiden. Als Theofiel ontdekt dat tante Sidonia en de kinderen in de buurt zijn, wil hij Schanulleke versneld terechtstellen. De gevangen Lambik gebruikt de zender in zijn schoen om vanuit zijn cel Barabas te waarschuwen. De professor wordt echter bij het huis van Sidonia ontvoerd door de Baffelkassen.

Suske en Wiske vertellen nu eindelijk alles aan Sidonia. Ze besluiten naar Celestine te gaan, die geen idee heeft waar haar man de laatste tijd uithangt. Celestine vertelt over een standbeeld in het park. De vrienden gaan daar snel heen nadat ze de politie hebben gewaarschuwd. In het park trekt Jerom het standbeeld opzij, zodat er een gang blootgelegd wordt. Jerom verslaat de Baffelkassen en maakt ook de Hultrasson onklaar. Wiske vindt Schanulleke terug en professor Barabas en Lambik worden bevrijd. Maar dan krijgt Theofiel Suske als gijzelaar in handen. Lambik speelt op de bombardon, waardoor iedereen tijdelijk in hypnose raakt en gedwongen is om hem te volgen. Zo kunnen Theofiel en de Baffelkassen worden uitgeleverd aan de politie, die net is aangekomen.

De vrienden gaan weer naar Fanfaron. Het lukt Jerom om de bombardon stuk te blazen, waarna Fanfaron van zijn vloek is bevrijd en verdwijnt.

Trivia De bombardon die iedereen meelokt verwijst mogelijk naar de fluit uit de bekende sage over de rattenvanger van Hamelen. De naam Fanfaron is een verwijzing naar fanfare, de naam Hultrasson verwijst naar ´ultrasound´. Het belangrijkste maatschappelijke thema dat in dit verhaal aan bod komt is het verdwijnen van de kleine orkesten, ofwel de tegenstelling tussen voor die tijd moderne en klassieke muziek, met name fanfaremuziek.

Uitgaven

Externe link Samenvatting

Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1976