David Robert Jones, beter bekend onder zijn artiestennaam David Bowie, (Brixton, Londen, 8 januari 1947 – New York, 10 januari 2016NU.nl: Zanger David Bowie op 69-jarige leeftijd overleden, 11 januari 2016) was een Brits zanger, songwriter, muziekproducent en acteur. Hij wordt beschouwd als een van de invloedrijkste rockmuzikanten vanaf de jaren zestig tot heden.

David Bowie werd bekend door wereldhits zoals Space Oddity, Changes, Life on Mars?, Ziggy Stardust, Let's Dance, Absolute Beginners en Heroes. Bowie deed ook een aantal succesvolle duetten o.a. Under Pressure (met Queen), Dancing in the Street (met Mick Jagger) en Tonight (met Tina Turner). Daarnaast was hij bekend van zijn verschillende imago's, die vooral in zijn glamrock-periode in de jaren zeventig excentriek te noemen waren. Bowie was naast zijn carrière als artiest ook acteur in diverse films en producer van andere artiesten.

Biografie thumb|left|David Bowie in 1967

Beginjaren David Jones werd geboren in de Londense wijk Brixton en groeide op in Bromley, in het zuidoosten van Londen als zoon van John en Margaret "Peggy" Jones. Het gezin uit de middenklasse bestond verder uit Davids negen jaar oudere halfbroer Terry en zijn halfzussen Annette en Mary Ann. Tijdens een vechtpartij met zijn vriend George Underwood, toen Jones vijftien jaar was, raakte zijn linkeroog beschadigd doordat hij een vuistslag in het gezicht kreeg. Na enkele operaties kon Bowie nog steeds minder goed zien met zijn beschadigde oog. Zijn pupil kon door de beschadiging niet meer reageren op lichtvariaties, waardoor de iris een bruine kleur leek te hebben en zichtbaar verschilde van de hoofdkleur in zijn rechteroog. Het zou een van zijn handelsmerken worden.

Aanvankelijk was hij in de jaren zestig saxofonist en zanger in verschillende Londense bluesbandjes, zoals The Lower Third, de Konrads en de King Bees. Een van David Jones' grootste talenten was nieuwe trends te zetten, die navolging kregen over de hele wereld. Later in zijn carrière wist hij zijn imago aan te passen aan muzikale trends, waar hij zijn eigen invulling aan kon geven. Zijn muzikale invloed blijkt onder meer door het aantal artiesten dat aangeeft door hem muzikaal geïnspireerd te zijn (Simple Minds, U2, Pet Shop Boys, Placebo, Sonic Youth, Arcade Fire, Nine Inch Nails, Joy Division en vele anderen). Hij is beïnvloed door drama, van avant-garde en mime tot commedia dell'arte.

Hij gebruikte verschillende personages en pseudoniemen in zijn werk, waarvan Ziggy Stardust het bekendste is. De zanger koos in 1966 David Bowie als artiestennaam, omdat er al een Davy Jones als zanger actief was (een zanger van The Monkees)., Every Chart Topper Tells a Story: The Seventies, 1998 De achternaam Bowie is geleend van James Bowie, naar wie het bowiemes genoemd zou zijn.

Eerste albums en bekendheid (1969–1971) David Bowie verwierf zijn eerste grotere bekendheid met het nummer Space Oddity in 1969, dat samenviel met de eerste maanlanding en gebaseerd was op Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey. Het was zijn eerste commerciële succes in het Verenigd Koninkrijk waar de single de vijfde plaats in de hitparade haalde. In Nederland bereikte de single in september 1969 een achtste plaats, en in de Verenigde Staten de vijftiende plek in de hitparade. Met de heruitgave in 1975 in Engeland bereikte hij zelfs de eerste plaats. In België bereikte de heruitgegeven single de twintigste plaats (januari 1976). Zijn eerste twee albums waren in eerste instantie geen groot succes. Beide albums werden in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht met de titel David Bowie, wat tot verwarring leidde. In de Verenigde Staten heette het tweede album eerst Man of Words, Man of Music. In 1972 werd het tweede album opnieuw uitgebracht als Space Oddity. Daarmee haalde het album zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk de Top 20.

In maart 1970 trouwde Bowie met Mary Angela Barnett (nu bekend als Angie Bowie). Later dat jaar bracht hij The Man Who Sold the World uit, waarbij hij de akoestische gitaar van Space Oddity voor een zwaarder rockgeluid verruilde, verzorgd door onder anderen gitarist Mick Ronson. Daarmee sloot hij aan bij de Britse hardrock van dat moment, hoewel ook op dit album Bowies drang tot vernieuwing bleek, onder meer door het gebruik van Latin-invloeden in het titelnummer. Rond deze tijd vormde hij ook zijn band The Spiders from Mars (als opvolger van Hype). Het titelnummer werd met succes gecoverd door Lulu in 1974 en door Nirvana in 1994 en later door vele andere zangers en bands. De hoes van The Man Who Sold the World was opvallend, omdat Bowie te zien was in een elegante jurk. Het was een van de eerste tekenen van de exploitatie van zijn androgyne uiterlijk. De hoes werd in de Verenigde Staten gecensureerd en kreeg een ander ontwerp.

Zijn volgende album, Hunky Dory (1971), kenmerkte zich deels door een terugkeer naar het geluid van Space Oddity, maar ook door Oh! You Pretty Things en het nummer Kooks. Dat laatste nummer werd opgedragen aan zijn op 30 mei 1971 geboren zoon Zowie, wiens volledige naam Duncan Zowie Heywood Jones is en als Duncan Jones filmregisseur werd. Bowie eerde op het album verder op ongebruikelijk directe manier enkele van zijn voorbeelden in de nummers Song for Bob Dylan, Andy Warhol en Queen Bitch (opgedragen aan de Velvet Underground). Het volgende jaar zou Bowie samen met Mick Ronson Lou Reeds solo-doorbraak Transformer produceren. Vergezeld van de hitsingle Life on Mars? verkocht Hunky Dory goed in het Verenigd Koninkrijk. Ook zijn zelfverklaarde biseksualiteit kon op veel aandacht rekenen – later zou hij er weer afstand van nemen. In de daaropvolgende periode van achttien maanden (1972 en 1973) had hij in het Verenigd Koninkrijk vier albums in de Top 10 staan en acht top-tienhits. Ook in Nederland en België begonnen zijn albums rond deze tijd steeds beter te verkopen.

Ziggy Stardust (1972–1975) thumb|Bowie in TopPop (1974) Zijn androgyne verschijning werd verder doorgevoerd op zijn volgende album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972). Het album werd zowel commercieel als artistiek een succes. Ziggy Stardust is een van 's werelds bekendste conceptalbums en verhaalt over de carrière van de buitenaardse rockzanger "Ziggy Stardust". Bij diverse gelegenheden verklaarde Bowie dat de Britse rocker Vince Taylor met diens buitenissige beweringen omtrent zijn identiteit en herkomst model had gestaan voor Ziggy Stardust, maar het is ook duidelijk dat Bowie hierin flink is beïnvloed door de zanger Iggy Pop, die hij in 1971 leerde kennen. Het album wordt nog altijd hoog gewaardeerd. Het is op nummer 35 het hoogst geplaatste van zes Bowie-albums in de top 500 van meest invloedrijke albums aller tijden van het blad Rolling Stone. Het album valt te beschouwen als een reactie op zijn eigen beroemdheid en het conflict tussen zijn eigen idealen en de realiteit van het leven als een van de grootste sterren van dat moment. Dit thema werd verder doorgevoerd op het album Aladdin Sane (1973) met de hit The Jean Genie (nummer 7 in de Nederlandse Top 40) en de Rolling Stones-cover Let's Spend the Night Together.

David Bowie was in deze periode een van de pioniers en bekendste iconen van de glamrock. Een ander glamrock-icoon was Marc Bolan, voorman van de Britse formatie T. Rex. Bowie en Bolan waren goede vrienden en hebben elkaar in de glamrockperiode sterk beïnvloed. Het nummer Lady Stardust (van het album Ziggy Stardust) gaat volgens David Bowie over Marc Bolan.

Bowie voerde het personage Ziggy Stardust tot in het extreme door. Hij toerde en gaf persconferenties als Ziggy. Hier kwam een plotseling einde aan toen Bowie de Ziggy-periode abrupt dramatisch beëindigde door aan het eind van het liveconcert in het Londense Hammersmith Odeon op 3 juli 1973, te zeggen: "This is not only the last show of the tour, but it's the last that we'll ever do", waarna het laatste nummer Rock 'n' Roll Suicide werd ingezet. De muzikale zelfmoord van Ziggy Stardust werd daarmee gesymboliseerd. De fans waren geschokt, gilden toen ze dat hoorden en verlieten huilend het stadion, maar ook Bowies band was geschokt dat Bowie op deze manier volstrekt onverwacht het einde van Ziggy en ook van hun bestaan als Bowie band The Spiders from Mars aankondigde. Deze show werd later uitgebracht in 1983 als film en bijbehorende soundtrack onder de naam Ziggy Stardust - The Motion Picture. Een opgepoetste versie is in 2003 als de 30th Anniversary Edition verschenen. Bowies volgende album was muzikaal gezien een voortzetting van de Ziggy Stardust-periode: het jaren zestig cover-album Pin Ups (1973), waarop Bowie nummers coverde die hij vroeger als kind zelf erg goed vond. Als muzikanten werkten hieraan nog wel de Spiders-gitaristen Mick Ronson en Trevor Bolder mee. Het ambitieuze en futuristische volgende album Diamond Dogs (1974) zette een nieuwe stijl in: aan de ene kant rock, maar een koerswijziging in de richting van het soulgeluid van Young Americans werd al hoorbaar. Dat was vooral duidelijk in de grote live Diamond Dogs Tour in de Verenigde Staten. De choreografie van de tournee werd verzorgd door Toni Basil en stond bol van theatrale special effects. De tournee werd gefilmd door Alan Yentob voor de documentaire Cracked Actor.

Bowie gaf aan dat het livealbum David Live dat na de tour werd uitgebracht eigenlijk David Bowie is Alive and Well and Living Only in Theory zou moeten heten, waarschijnlijk een verwijzing naar zijn (door overmatig drugsgebruik) verwarde mentale toestand in deze periode. Desondanks verstevigde het album zijn status als superster, met een tweede plaats in de hitlijst in het Verenigd Koninkrijk en een achtste plek in de hitlijst in de Verenigde Staten. Bowie werkte in deze periode, behalve met Marc Bolan, ook samen met Lou Reed, Iggy Pop & The Stooges, Mott the Hoople en zangeres Lulu.

Soul, drugs en Berlijn (1975–1979) In 1975 veranderde Bowie zijn imago drastisch, zowel artistiek als qua uiterlijk. Hij was te zien in zijn eerste commerciële film, The Man Who Fell To Earth als alien die van zijn planeet naar de Aarde was gereisd om zijn planeet te redden, maar hier in de problemen kwam. Zijn eerste werk na deze zet was de dansbare soulplaat Young Americans. Dit was een groot verschil met zijn voorgaande werk. Hij verloor hiermee veel fans, maar trok ook weer veel nieuwe fans naar zich toe. Opvallend is ook het nummer Fame, een duet met John Lennon, die samen met Bowie en Carlos Alomar ook co-writer van het nummer was. Fame werd zijn eerste Amerikaanse nummer één-hit.

Ondertussen had Bowie zich gevestigd in Los Angeles en gebruikte veel drugs, vooral cocaïne. Op het album Station to Station (1976) introduceerde hij een nieuw en controversieel personage, genaamd The Thin White Duke, een gladde, koude, typisch Britse aristocraat. Het album was zijn tijd ver vooruit en kenmerkte zich door een kil new wavegeluid, vermengd met enkele funk- en disco-invloeden. Sommigen horen ook de invloed van Bowies zwaar toegenomen drugsgebruik in vooral het titelnummer, anderen zien in het album eerder toespelingen op occulte zaken, met name op de kabbalistische boom des levens (Kether en Malkut zoals ze in de tekst van het titelnummer voorkomen zijn namen van sefirot -stations- van de boom des levens). Ook in Bowies andere werk wordt soms gerefereerd aan het occulte, maar Bowie laat zich ook regelmatig beïnvloeden door andere spirituele richtingen, zoals het boeddhisme en het christendom. Het nummer Word on a Wing van hetzelfde album Station to Station is een regelrecht gebed tot God. thumb|David Bowie in Oslo in 1978

Na de verschijning van dit album verhuisde Bowie naar Berlijn, deels om van zijn overmatig drugsgebruik af te komen en deels vanwege zijn groeiende interesse in de Duitse muziekscene. In 1976–1978 woonde hij in de Hauptstraße in het Berlijnse stadsdeel Schöneberg.