Luxemburgs of Letzeburgs (Lëtzebuergesch) is een taal die in ruimere zin – als variant binnen het Moezelfrankisch – wordt gesproken in het Groothertogdom Luxemburg, rond Aarlen (Frans: Arlon, Luxemburgs: Arel), en in het noorden van Lotharingen, rond Thionville (Luxemburgs: Diddenuewen). In deze gebieden samen spreken ongeveer 300.000 personen Luxemburgs. Daarnaast wordt de taal in België rond Sankt Vith (Luxemburgs: Zënt-Vaït) gesproken, in het oostelijk deel van de Belgische provincie Luxemburg en in een klein stuk van Duitsland, namelijk de westelijke Eifel, rond Bitburg (Luxemburgs: Béibreg). Deze taal heet in Luxemburg Lëtzebuergesch en wordt door de inheemse bevolking van het Groothertogdom Luxemburg in het dagelijks leven als omgangstaal gebruikt en door een aanzienlijk deel van de daar woonachtige buitenlanders verstaan. In Luxemburg is de taal als algemene omgangstaal en als officiële taal erkend, nochtans in die functie weinig gebruikt. Het Luxemburgs is buiten Luxemburg in en rond Aarlen en Thionville alleen bij de oudere generatie nog in onderling gebruik.
Door de onaangename herinneringen aan de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog willen veel Luxemburgers hun taal geen Duits dialect meer noemen. Zij vinden dat Luxemburgs als een aparte taal moet worden beschouwd en hebben daarvoor de erkenning gekregen. De schrijfwijze van het Luxemburgs, die taalhistorisch bij het Duits zou moeten aansluiten, is daarom na de oorlog aangepast aan de Franse klankweergave, zie de voorbeelden hieronder. Nu zijn de verschillen met het Hoogduits inderdaad zo groot dat wie alleen Hoogduits kent (grote) moeite heeft om Luxemburgs te verstaan. Aan de andere kant zijn de verschillen tussen Luxemburgs en Hoogduits geringer dan tussen bijvoorbeeld de standaardtalen Nederlands (een vorm van Nederfrankisch) en Duits (eigenlijk een gestandaardiseerde vorm van Hoogduits). Zelfstandige naamwoorden worden in het Luxemburgs (zoals in het Duits) met een hoofdletter geschreven.
Classificatie thumb|– Het Duitse taallandschap – De periferie van het Duits Het Luxemburgs is een Middelduitse en daarmee ook Hoogduitse variëteit van Middelfrankische stam. Sommige classificaties brengen het onder bij het Moezelfrankisch. Samen met het Ripuarisch en het Rijnfrankisch vormt het Moezelfrankisch de westelijke groep van de Middelduitse dialecten. Het Luxemburgs heeft vele eigenaardigheden, zowel op het niveau van de woordenschat als dat van de syntaxis. Bovendien is het sterk beïnvloed door een Romaans superstraat: ongeveer 5.000 woorden van Franse oorsprong zijn opgenomen in het Luxemburgs.
De oostelijke grens van het Luxemburgse taalgebied is de isoglosse of klankgrens op/auf (de zogenaamde Bad Hönninger linie, een klankverschuiving op het woordeinde die het Luxemburgse Frankisch onderscheidt van het Moezelfrankisch). In het zuiden en het westen grenst het Luxemburgs aan Romaanse talen (Lotharings en Waals).
Klankverschuivingen: het Luxemburgse taalgebied ligt in de zogenaamde "Rheinische Fächer" (Rijnlandse waaier; zie ook artikel: Benrather Linie), een in het westen van het Duitse taalgebied gelegen, vrij brede overgangszone tussen de Hoogduitse dialecten enerzijds en de Laagduitse (en Nederlandse) dialecten anderzijds. Onderstaande tabel toont de positie van het Luxemburgs ten opzichte van de belangrijkste isoglossen (klankgrenzen). Het Standaardnederlands en -duits fungeren als ijkpunten. Respectievelijk zijn zij een voorbeeld van een variant die geen enkele van deze klankverschuivingen heeft ondergaan en één die ze allemaal heeft ondergaan. Het Kölsch, dat nauw aan het Luxemburgs verwant is, is een vorm van Ripuarisch en daarmee eveneens een Middelfrankische variant.
+ Tabel met verschillende linies in het Luxemburgs met hun (taalkundige) kenmerken ligging Nederlands Limburgs (Midden en Zuid: Weert, Roermond, Sittard, Maastricht, Heerlen) Ripuarisch (Limburgs Zuid-Oost: Kerkrade, Vaals) Ripuarisch: Keuls Luxemburgs Duits ten zuiden van de Uerdinger linie (ik > ich) ik ich of iech iech of iesj iech of iesj ech ich de Benrather linie (maken > machen) maken make maache maache maachen machen de Bad Honnefer linie (dorp > Dorf) dorp Dörp Dörp Dörp Duerf Dorf doorkruist door de Linzer linie (tussen > zwischen) tussen tussche(tösje) zwösche (tswösje) zwesche tëschent (noorden)zwëschent (zuiden) zwischen ten noorden van de Bad Hönninger linie (op > auf) op op op op op auf de Bopparder linie (korf > Korb) korf Korrev of Kurrev Korrev of Kurrev Korv Kuerf Korb de Sankt Goarer linie (dat > das) dat dat of det dat dat dat das de Speyerer linie (appel > Apfel) appel Appel Appel Appel Apel Apfel
Verspreiding Luxemburgse varianten worden in twee landen gesproken (Luxemburg en België), daardoor hebben ze hun eigen kenmerken gekregen. Vooral in Luxemburg zelf is er sprake van dialectverschillen.
Luxemburgs in Luxemburg In Luxemburg heeft het Luxemburgs in 1984 de status van officiële taal gekregen. Het is een van de drie officiële talen van Luxemburg, naast het Duits en het Frans. 250.000 mensen hebben het Luxemburgs als eerste taal, ongeveer 50.000 als tweede taal. Het is voor de meeste Luxemburgers de moedertaal en speelt een grote rol in de media, het onderwijs en het openbaar bestuur op lager en lokaal niveau. In het hoger onderwijs en de politiek domineert het Frans. In de overige, formelere, sectoren van het openbare leven wordt daarnaast ook het Duits gebruikt, maar dan vooral als geschreven taal. Het Luxemburgs dient in het algemeen als informele omgangstaal, en komt sinds midden jaren 70 op plaatsnaamborden voor. Von Ärenzen bis Téinten: Die verflixte Welt der Luxemburger Ortsnamen, Wort, 16 januari 2025 In 2025 werd een plan voorgesteld om het Luxemburgs een nog grotere rol toe te bedelen in het openbare leven. Die Luxemburger Sprache soll im Alltag präsenter und sichtbarer werden, Wort, 15 januari 2025 Zo worden er op de (snel)wegen aan de landsgrenzen tweetalige verwelkomings- en afscheidsborden geplaatst. Luxemburg sagt an Teilen der Landesgrenze nun „Wëllkomm“ und „Äddi“, Wort
In tegenstelling tot veel andere minderheidstalen, waarvan het gebruik door jongere generaties vaak sterk terugloopt, handhaaft het Luxemburgs zich goed. In sommige opzichten breidt het gebruik zich zelfs uit: zo wordt in het Luxemburgse parlement geleidelijk aan vaker Luxemburgs gesproken. Ook verkiezingsaffiches, straatnaamborden enz. worden steeds vaker in het Luxemburgs gesteld. Daar staat tegenover dat door het grote aantal Franstalige buitenlanders het Luxemburgs vooral in de hoofdstad terrein verliest aan het Frans. Het Luxemburgs speelt geen rol bij de verschillende Europese instellingen waar het Frans en Engels, en in mindere mate het Duits, domineren. De regering heeft aan het Luxemburgs wel een centrale rol toebedeeld in het verwerven van de Luxemburgse nationaliteit. Naast een burgerschapstest dient de aanvrager ook een taaltest van het Luxemburgs af te leggen, de zogenaamde Sproochentest. Het niveau dat dient behaald te worden, komt overeen met een niveau B1.
Luxemburgs in België thumb|– Het Waalse taallandschap – De streektalen van Wallonië In Land van Aarlen, rond de Belgische stad Aarlen (Arlon) wordt van oudsher Luxemburgs gesproken. Het gebruik van de taal zou echter beginnen teruglopen vanaf het midden van de 19e eeuw, eerst in Aarlen zelf dat door zijn rol als provinciehoofdstad een instroom kreeg van eentalig Franssprekenden (ambtenaren, militairen, spoorwegpersoneel etc) en de rol van het Frans als enige officiël taal, vanaf 1880 ook in de gemeenten Aubange en Athus door inwijking van arbeiders voor de staalindustrie die toen ontstond. In de landelijke dorpen bleef het Luxemburgs ondertussen gesproken door de overgrote meerderheid van de bevolking. De grote terugval kwam er als gevolg van de Duitse oorlogsmisdaden en bezettingen tijdens beide wereldoorlogen. Vele inwoners wensten op basis van hun Luxemburgs taalgebruik niet geassocieerd te worden met het Duits of Duitsland wat tot uiting kwam in de resultaten van de laatst gehouden talentelling in 1947. De oprichting in 1976 van de vereniging Arelerland a Sprooch, de erkenning van het Luxemburgs als officiële taal in het Groothertogdom in 1984 en de economische bloei in het buurland hebben voor een zekere kentering gezorgd. In 1990 heeft de Franse Gemeenschap het Luxemburgs onder de naam Francique (Frankisch) als regionale taal erkend, zonder dat dit echter geleid heeft tot het toekennen van enige rechten voor het gebruik ervan in het openbaar leven (administratie, onderwijs etc.) Op gemeentelijk vlak zijn er een aantal stappen gezet zoals het invoeren van tweetalige straatnaambordjes (Frans en Luxemburgs). Vele van de Belgische grensarbeiders die dagelijks naar Luxemburg pendelen hebben ondertussen gebruik gemaakt van de taalopleiding die door Arelerland a Sprooch georganiseerd worden om de taal onder de knie te krijgen. Sinds 2023 worden in Attert ook de Luxemburgse dorpsnamen aangeduid. Belgische Gemeinde führt zusätzliche Ortsschilder in luxemburgischer Sprache ein, Wort, 24 november 2024
Interne variatie Het Luxemburgs kent verschillende dialectvormen, waaronder het Areler (rond Aarlen), Eechternoacher (Echternach), Kliärrwer (Clervaux), Miseler (de Moezel), Stater (Luxemburg), Veiner (Vianden), Minetter (in het zuiden van Luxemburg) en Weelzer (rond Wiltz). Tussen dorpen kunnen er ook (kleinere) woordenschat- en klankverschillen optreden.
De toenemende mobiliteit van de bevolking en het taalgebruik op radio en televisie leiden ertoe dat het Luxemburgs langzaamaan gestandaardiseerd wordt door de vorming van een Lingua Franca.
Standaardisatie thumb|Tweetalig Frans-Luxemburgs straatnaambord Sinds het midden van de 19e eeuw zijn er verschillende voorstellen gedaan om de spelling van het Luxemburgs te standaardiseren. Geen van deze systemen was officieel erkend, tot de "OLO" (ofizjel lezebuurjer ortografi) aangenomen werd op 5 juni 1946.Arrêté ministériel du 5 juin 1946 portant fixation d'un système officiel d'orthographe luxembourgeois. Gearchiveerd op 13 januari 2017.Mémorial A no. 40 (7 september 1946), p. 637-641. Gearchiveerd op 21 januari 2022. Deze spelling bood een raamwerk waarbinnen sprekers van alle Luxemburgse variëteiten de woorden konden schrijven zoals ze die zelf uitspraken, eerder dan een enkelvoudige standaardspelling voor elk woord op te leggen. De regels verwierpen uitdrukkelijk verscheidene elementen van de Duitse spelling (bijvoorbeeld het gebruik van "ä" en "ö""Et get kèèn ä geshriven. […] Et get kèèn ö geshriven." (p. 639) en hoofdletters voor zelfstandige naamwoorden). Op dezelfde manier werden er nieuwe beginselen uitgewerkt voor de spelling van Franse leenwoorden. fiireje, rééjelen, shwèzt, veinejer (vgl. Duits vorigen, Regeln, schwätzt, weniger) bültê, âprê, Shaarel, ssistém (vgl. Frans bulletin, emprunt, Charles, système) Deze voorgestelde spelling verschilde zodanig van de bestaande "buitenlandse" standaarden waarmee de bevolking vertrouwd was, dat ze nooit algemene steun verwierf.