250px|thumb|Spanwijdte tussen de twee vleugeltippen (A en B) van een vliegtuig thumb|250px|Foto van een sneeuwgier, genomen tijdens Tibetexpeditie in 1938 Met spanwijdte (soms: vlucht) wordt de afstand in vliegende toestand tussen de twee vleugeluiteinden van vogels, vleermuizen, vlinders en andere insecten, vliegtuigen en molens aangeduid. Bij molens is de spanwijdte de lengte van de roede.
Voorbeelden van spanwijdte Heideblauwtje (vlinder): maximaal 3 centimeter Grutto: 62 tot 70 centimeter Libellen in het Carboon: tot 70 centimeter Wilde eend: 91 tot 98 centimeter Grote zilverreiger: 1,45 tot 1,70 meter Andescondor: 3 meter Grote albatros: ruim 3 meter B-hunter telegeleid vliegtuig: 8,9 meter F-16 (straaljager): 10 meter Wright Flyer (het eerste gemotoriseerde vliegtuig): 12,3 meter Fokker 50 (passagiersvliegtuig): 29 meter U-2 (spionagevliegtuig): 30,9 meter Rutan Voyager: 33,8 meter Airbus A380: 79,8 meter Boeing 747-400: 64,4 meter Spruce Goose: 97,51 meter Laaglandse Molen: 27,30 meter
Categorie:Aerodynamica Categorie:Vogels