Het rijmende paard is het negenenvijftigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het werd geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 22 november 1962 tot en met 1 april 1963.

De eerste albumuitgave was in 1963, in de Vlaamse tweekleurenreeks met nummer 48. In 1971 verscheen het verhaal in de Vierkleurenreeks met albumnummer 96. De geheel oorspronkelijke vorm kwam in 1998 nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek.

De schurk Krimson, die in tientallen latere Suske en Wiske-verhalen en ook in enkele van de spin-offreeksen zou terugkeren, maakte in dit verhaal zijn debuut.

Locaties Kalmthout met de Kalmthoutse Heide, een villa, een oud fort en manege "de Stal", douanekantoor in Putte, Mastbos, de Nederlandse Antillen met de Bovenwindse eilanden, Sint Maarten met Philipsburg

Personages Suske, Wiske, Lambik, Jerom, tante Sidonia, professor Barabas, Freddy Wouters en een werknemer van manege de Stal, Krimson, Slugger, Porthos (paard), Achiel (butler van Krimson), Romein, brigadiers van het douanekantoor, Toba (onderwatervisser), de heilige Sint Maarten en diens paard

Uitvindingen de teletransfor, de R.V.D.1 (Rijden Vliegen Duiken)

Het verhaal

Suske en Wiske gaan paardrijden op de Kalmthoutse Heide. Een werknemer van de manege waarschuwt hen dat de douane van Putte (en dorpje aan de grens met Nederland) een spookpaard gezien heeft op de Heide.Suske noemt het "een legende voor bijgelovige heikneuters", in Het geheim van de Kalmthoutse heide ontmoeten Suske en Wiske de heikneuters. Als ze een straat willen oversteken, worden ze bijna aangereden. In de auto zitten twee mannen. Een van hen stapt uit en gaat met Suske op de vuist. Later zal blijken dat dit Slugger is. Hij is een helper van de andere inzittende, de beruchte crimineel Krimson die een wereldwijd netwerk heeft.

Op de hei vindt Wiske een spoor van hoefbladen die recht naar het Mastbos lopen. Als Suske en Wiske dit spoor volgen, zien ze een mysterieus wit paard. Bij elke hoefslag komt er een bloem uit de grond en verdwijnt het paard weer. De kinderen gaan terug naar de manege en vertellen wat er is gebeurd. Freddy gelooft het verhaal eerst niet. Dan wordt er een briefje achtergelaten met een waaschuwing dat er geen ruiters meer op de hei mogen rijden. Het briefje is ondertekend door iemand die zich Dr. Krimson noemt.

Tante Sidonia en Lambik zijn bij de villa, waar ze worden gewaarschuwd door de kinderen. Lambik pakt meteen zijn souvenirs uit de Eerste Wereldoorlog tevoorschijn als hij de hem reeds bekende naam van Krimson hoort. Er wordt een leren koker uit een helikopter geworpen met daarin opnieuw een briefje van Krimson: Suske en Wiske mogen niet spreken over het spookpaard op de hei.

Lambik gaat met de kinderen mee als ze opnieuw willen paardrijden. De vrienden zien hoe het spookpaard wordt neergeschoten vanuit de helikopter. Ze kunnen het paard redden voordat het opnieuw wordt beschoten. Suske en Lambik gaan terug om hulp te halen, terwijl Wiske achterblijft om het paard te verzorgen. Wiske ziet een zonderlinge gedaante met Romeinse kleding wegvluchten. Als Lambik en Suske terugkeren met een agent, is het paard verdwenen. De ruiters in de manege beloven naar dit dier uit te kijken als ze op de hei zijn.

In de villa krijgt Lambik bezoek van iemand die zich uitgeeft voor een agent en meer wil weten over het spookpaard. Jerom jaagt deze man weg. Dan belt Freddy en zegt dat twee vrouwen de wagen van Krimson hebben gezien. Lambiks bezoeker van zojuist blijkt een van de handlangers van deze misdadiger te zijn. Krimson weet ook niet waar het paard is, dat hij koste wat kost wil vinden om het te doden. Hij is nu naarstig op zoek naar de Romein, die vermoedelijk meer over het paard weet. Lambik en Jerom zoeken ook naar de Romein, maar dan valt Lambik van zijn paard, waarna hij besluit te overnachten in “De Stal”. ’s Nachts ziet Lambik de Romein rondsluipen op het terrein, even later ziet Lambik hoe Krimson een zendertje aan de wagen van de Romein plakt wanneer die wegrijdt. Krimson verliest zijn ontvanger en hiermee gaan de vrienden op zoek naar de Romein, niet wetend dat Krimson een tweede ontvanger heeft voor de zender. Dan zien de vrienden de verongelukte wagen. Ze horen van een agent dat het om professor Barabas gaat.

thumb|Het schilderij Sint-Maarten Zijn Mantel Delend van Van Dyck speelt in het verhaal een hoofdrol. Als ze bij het huis van de professor komen, zien ze nog net hoe Krimson met de ontvoerde Barabas in een deken vertrekt. De ontvanger blijkt nog steeds te werken. Ze vinden professor Barabas terug, maar diens ontvoerder Krimson kan ontsnappen. De professor vertelt dat hij van Van Dyck een replica van een schilderij van de Heilige Martinus (Sint Maarten) in bewaring kreeg. Hij mist in de huidige tijd de naastenliefde die deze heilige tentoonspreidde. Hij heeft daarom een nieuwe uitvinding gedaan, de teletransfor, een soort variant op zijn andere uitvindingen waarmee beelden uit het verleden tot leven kunnen worden gebracht. Maar toen de professor Sint Maarten tot leven wilde brengen, verwisselde hij de heilige per ongeluk met het paard, dat daardoor sindsdien op het doek ontbreekt. Het paard heeft enkele bijzondere eigenschappen: het kan vliegen, bij elke hoefslag kan het een bloem uit de grond toveren en het spreekt in rijmvorm. Nadat het paard was ontsnapt, vermomde de professor zich in Romeinse klederdracht om zo onherkenbaar mogelijk naar het paard te zoeken. De vrienden beloven de professor te helpen met zijn zoektocht. Ze gaan naar de douane van Putte, daar is het spookpaard namelijk als eerste weer gezien toen het de grens overstak.

De douaniers beloven opnieuw contact op te zullen nemen met de vrienden zodra ze het paard opnieuw de grens zien oversteken. Lambik wordt echter door de douaniers opgepakt weegens verstorend gedrag, nadat hij door het lint gaat vanwege een voetangel (kraaienpoot). Suske en Wiske moeten nu voorlopig zonder Lambiks hulp verder op zoek naar het paard. Samen met Jerom bereiken ze een oud fort. Krimson is hier al eerder aangekomen en hij doet een nieuwe poging het paard te doden. Jerom kan Krimson net op tijd stoppen en hij gaat samen met Suske hulp zoeken. Als Wiske water voor het paard wil halen, wordt ze tijdelijk uitgeschakeld door Krimson. Ze hoort Krimson nog zeggen dat hij diamanten over de grens wil smokkelen voordat hij verdwijnt met het paard. Lambik wordt vrijgelaten en verklaart dat het paard over hem heen is gelopen toen hij terugliep vanuit Putte. De douaniers komen naar de villa en vragen om hulp, ze hebben ook gehoord dat Krimson die nacht diamanten vanuit Nederland naar België wil smokkelen. ’s Nachts zien ze de wagen van Krimson, maar hierin worden geen diamanten gevonden.

Als er een paard voorbij draaft, probeert iedereen het te vangen. Dit paard blijkt niet het spookpaard te zijn. Krimsons plan slaagt alsnog doordat de grensovergang even onbewaakt is. Een stoet vrachtwagens, met 60.000 kilo boter, wil de grens passeren. Dan daalt het echte spookpaard neer uit de lucht en hierdoor wordt de weg geblokkeerd. Krimson krijgt hierdoor een nog grotere hekel aan het spookpaard. De vrienden verzorgen het paard, maar als professor Barabas arriveert is het alweer gevlogen. Wiske ziet dat de atlas op de bladzijde van Sint Maarten open ligt. De vrienden gaan naar de Bovenwindse eilanden om het paard te zoeken. Krimson heeft het bericht op de radio over een vliegend paard ook gehoord, en hij reist naar het eiland. De professor vertrekt intussen weer naar huis met de R.V.D.1 en zal de vrienden oppikken zodra ze het paard hebben gevonden. De vrienden gaan naar Philipsburg en reizen met ezels naar het oerwoud. Dan ziet Suske een drenkeling en redt hem uit de zee. De jongen vertelt dat hij Toba heet en dat hij het vliegende paard heeft gezien. Toba leidt Suske en Wiske naar de plek, terwijl Lambik en Jerom op zoek gaan naar Krimson.

Net als de kinderen het paard hebben ontdekt, breekt er een hevige cycloon uit en ze worden meegesleurd. Wiske wordt weer in slaap gebracht met het gas uit de wandelstok van Krimson. Suske valt in het water en wordt gered door het paard. Suske vertelt dat Sint Maarten bij professor Barabas is en niet op dit eiland. Hij gaat met het paard op zoek naar Wiske. Krimson dreigt Wiske te doden als hij het paard niet in handen krijgt. Alles wordt gezien door Toba, een jonge inboorling. Hij waarschuwt Lambik en Jerom, waarna Jerom kan beletten dat Krimson het paard alsnog doodt. Krimson kan uiteindelijk in zijn eigen vliegtuig komen en weet zo van het eiland te ontsnappen. Lambik had daarvoor echter een deel van de motor uit het vliegtuig gehaald, waardoor het met Krimson erin midden in zee stort.

Professor Barabas haalt de vrienden op met de R.V.D.1. In zijn laboratorium wordt het paard weer op het schilderij gezet met behulp van de teletransfor. Er gaat echter weer iets mis, waardoor Sint Maarten nu van het doek verdwenen is. De heilige verschijnt nu in het laboratorium van Barabas. Hij dringt er bij de professor op aan dat die afziet van zijn goedbedoelde, maar heilloze plan; de mensheid moet op andere manieren tot inzicht worden gebracht. De professor zie dit nu ook in en hij plaatst Sint Maarten weer terug op het schilderij, boven op zijn paard. Het schilderij kan nu terug naar het museum.

Lambik zegt tot slot dat geleerden hebben voorgesteld de militaire budgetten aan te wenden om de honger op aarde te bestrijden. De vrienden genieten na het avontuur nog van de vakantie op de Kalmthoutse Heide.

Achtergronden bij het verhaal Vandersteen baseerde de in dit verhaal geïntroduceerde schurk Krimson op een man genaamd Henri Vinoelst, die vaak in zijn dochters' manege langskwam. Na een klacht wegens smaad moest Vandersteen de karikatuur enigszins afzwakken en meer stileren. Ook andere personages die aan het begin van Het rijmende paard verschijnen zijn gebaseerd op echte mensen die destijds op deze manege werkten: eigenaar Freddy Wouters, knecht René, hond Twinkle, en de leden Amedee Duuring en Els Smekens. In Het rijmende paard wordt niet meer onthuld hoe Krimson zich uit het neergestorte vliegtuig weet te redden, maar hij verscheen al vrij snel na dit debuutverhaal opnieuw in de serie. De allereerste ontmoeting van de hoofdpersonen met Krimson zou later opnieuw speciaal belangrijk worden in De zaak Krimson (2017-2018), waarin de vrienden nog eens terugblikken op hun kennismaking met deze tegenstander en op de gezamenlijke geschiedenis die Lambik en Krimson blijken te hebben. Het verhaal bevat een terloopse verwijzing naar Karl May, een van Vandersteens andere stripreeksen. Jerom vliegt bij een grap in strook 63 letterlijk "het verhaal uit" en belandt dan gedurende één plaatje bij een groep indianen, van wie er een opmerkt: "Mijn blanke broeder is in een verkeerd verhaal terechtgekomen." Het smokkelen van boter van Nederland naar België was een lucratieve bezigheid in de jaren 1950 tot begin jaren 60. Hieraan kwam in 1963 een einde door een gemeenschappelijk landbouwproductenbeleid van de Europese Economische Gemeenschap.Botersmokkel, Andere Tijden, 2 oktober 2010 Bij iedere hoefslag van het rijmende paard komt er een bloem uit de grond. Dit is een verwijzing naar de Griekse mythologie; bij het mythologische paard Pegasus ontstond er een bron door zijn hoefslag.

Aansluiting met andere verhalen De Kalmthoutse Heide speelt ook een grote rol in het verhaal Het geheim van de Kalmthoutse heide. De schilder Antoon van Dyck speelt een rol in het speciale album De raap van Rubens uit 1977 (dat verscheen als 100e in de reeks), waar Lambik hem samen met Jacob Jordaens en David Teniers de Oude ontmoet in het atelier van Peter Paul Rubens. De R.V.D. komt ook voor in het verhaal De krasse kroko (2007).