De zeven snaren is het tweeënzeventigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en grotendeels getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 5 augustus 1967 tot en met 15 december 1967.
De eerste uitgave in de Vierkleurenreeks was in april 1968, met albumnummer 79. Het was het vierde Suske en Wiske-verhaal dat al meteen in deze reeks uitkwam.
Locaties Een dorp in België (of Nederland),Dit kan gaan om Oostmalle, Chaam en Tricht getroffen door een tornado, de Noordzee, Ierland met berg met burcht en buskruitmagazijnen in stenen hutten
Personages Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, professor Barabas, Lowie en andere politieagenten, Lowie en andere brandweermannen, Antanneke (heks), Mac Monocel (tovenaar), Grootmeester van de Orde der tovenaars, Blacksoul en zijn bende struikrovers, Willy Vandersteen en andere voorbijgangers
Uitvindingen Een zendertje verstopt in een schoenzool, de gyronef, een miniatuur-teletijdmachine en de normale teletijdmachine
Het verhaal
Suske, Wiske en tante Sidonia bezoeken een dorp dat kort daarvoor getroffen is door een tornado. Op de terugweg slaat de bliksem vlak voor hun auto in een eeuwenoude eik. Onder deze eik vinden de vrienden een geheime put, die ze niet kunnen openen. Wiske neemt een plakkaat mee en leest dat Antanneke, een toverheks uit de zestiende eeuw, opgesloten is in deze vergeetput. Als de vrienden terugrijden, blijkt de put ineens open te zijn. Sidonia valt in de put, en vliegt ineens op een bezem de lucht in.
Tante Sidonia krijgt door hoe ze de bezem moet besturen en ze gaat samen met Suske en Wiske naar Jerom. Die gelooft het verhaal eerst niet totdat Antanneke zelf in het huis verschijnt. De heks vertelt dat ze zichzelf honderden jaren in slaap heeft getoverd toen ze in de vergeetput werd opgesloten. Nu ze is ontwaakt, is van plan om veel leed over de mensen uit te storten. Bovendien kent ze het geheim van de Zeven Snaren. Jerom vraagt de heks om zichzelf te verkleinen en sluit haar dan op in een glazen pot. De vrienden waarschuwen de politie, maar hun verhaal wordt niet geloofd.
Als Lambik thuiskomt hoort hij het verhaal van zijn vrienden, maar hij is alleen geïnteresseerd in de zeven werken van Barmhartigheid. Lambik heeft terwijl hij over straat liep al allerlei passanten hiernaar gevraagd, maar niemand begreep waar hij het over had. Ook de andere vijf vrienden kunnen deze werken niet opnoemen. Antanneke vertelt Lambik dat een tovenaar de Harp met de Zeven Snaren heeft verstopt; daardoor worden de zeven werken van Barmhartigheid niet meer uitgeoefend door de mensen. Lambik laat de heks uit de fles, waarna ze met de bezem op weg naar de Harp met de Zeven Snaren gaat om deze te vernietigen. Lambik geeft een dronken man nog een borrel in het café en geeft zijn jas en bolhoed aan “Het meisje met het Geitje” van Courbier. Ook geeft Lambik een slapende man te eten en hij koopt een vis om deze in de tuin van tante Sidonia te begraven, maar zijn goede daden pakken niet goed uit. Antanneke heeft Lambik gevolgd en houdt de vrienden onder schot, maar Jerom en professor Barabas arriveren en weten de heks voorlopig te pakken met een slaapmiddel.
Professor Barabas ondervraagt Antanneke. Ze vertelt dat in haar tijd de schatkist altijd leeg was, de regeerders verhoogden hun eigen loon en lieten de bevolking nog hogere belastingen betalen. De bevolking kwam in opstand en deze opstandelingen werden vervolgd. Ze leerden elkaar duistere kunsten om aan de vervolging te ontsnappen. Ze werden van tovenarij en allerlei andere kwade daden beschuldigd, de bevolking begon hen als heksen en tovenaars te vrezen en verraadden de opstandelingen. Verbolgen over de heksenjacht besloten de opstandelingen om hun kennis alleen nog te gebruiken om de wereld zoveel mogelijk te sarren en te plagen. Tovenaar Mac Monocel stal de Harp met de Zeven Snaren en verstopte deze in zijn burcht.
Antanneke ontsnapt op haar bezem, maar professor Barabas heeft een zendertje in de hak van haar schoen verstopt. De vrienden vliegen met de gyronef over de Noordzee richting Ierland. Antanneke komt intussen aan bij de berg waarop de burcht van Mac Monocel staat en ze loopt door de dikke mist naar boven. De Harp is eerder verborgen in een geheime gang achter de vuurplaats, maar hij is hier nu niet. De vrienden volgen intussen het signaal van de zender en vinden de schoen van Antanneke in een kist. Antanneke kan bijna ontsnappen, maar het lukt Jerom om de heks opnieuw in een pot op te sluiten nadat ze zich weer heeft verkleind. Professor Barabas heeft Jerom een miniatuur-teletijdmachine meegegeven en de vrienden bouwen deze machine op, alleen Suske en Wiske passen in de cabine en worden naar de zestiende eeuw geflitst. Nadat de kinderen zijn vertrokken ontdekken de vrienden dat Antanneke uit de pot is ontsnapt.
Suske en Wiske ontmoeten Mac Monocel en helpen hem nadat hij gewond is geraakt tijdens een vossenjacht. De kinderen brengen de tovenaar naar zijn burcht en zien een kaars op een rots, Mac Monocel vertelt dat deze kaars brandt ter nagedachtenis van een heks die levend begraven is op het vasteland (Antanneke). De kinderen overnachten in het kasteel en zien ’s nachts een Grootmeester van de Orde der tovenaars arriveren. De Grootmeester wil dat Mac Monocel de Harp met de Zeven Snaren vernietigt en geeft de tovenaar een bijl. Mac Monocel weigert echter de Harp te vernietigen en de Grootmeester geeft hem nog drie dagen, daarna zal de toverkracht van Mac Monocel worden afgenomen. Suske en Wiske krijgen de Harp in handen, maar dan blijkt dat Antanneke ook in het verleden is aangekomen door in haar kleine gedaante stiekem met de vrienden mee te liften, en de heks gaat er met de Harp vandoor. De heks raakt de Harp kwijt en deze wordt aan een snaar kilometers weggekatapulteerd. Suske en Wiske gaan met de vliegende bezem op zoek naar de Harp. Dan ontmoeten ze Blacksoul en diens bende struikrovers, die ook in de Harp zijn geïnteresseerd. De bezem vliegt in brand door de geweerschoten en komt in de stenen hut, waarop de Harp ligt, terecht. Deze hut blijkt het geheime buskruitmagazijn van Blacksoul te zijn. Het ontploft, en de Harp verdwijnt in de wolken.
Mac Monocel heeft Antanneke gevonden en het paar denkt dat ze hun toverkracht kwijt zijn geraakt. Suske en Wiske komen naar het kasteel en vragen zich af of de Harp is vernietigd door de ontploffing; in hun tijd zijn de werken van barmhartigheid aan het verdwijnen.
Het lukt niet om Suske en Wiske met de miniatuur-teletijdmachine naar hun eigen tijd terug te flitse. Jerom vertrekt met de gyronef om de normale teletijdmachine te halen. De burcht van Mac Monocel wordt door de bende van Blacksoul belegerd en Wiske wordt door de hoofdman gevangengenomen, maar door hulp van Antanneke kan ze ontsnappen. Blacksoul wordt geraakt door een schot van zijn eigen mannen en dan gevangengenomen in het kasteel, Antanneke brengt de gewonde man eten en drinken. Blacksoul krijgt nieuwe kleding van Mac Monocel en Antanneke begraaft een dode muis die in de ontploffing is gebleven. Ze hebben nu al vele werken van barmhartigheid uitgevoerd zonder het zelf te beseffen. Mac Monocel wil dat Blacksoul zijn mannen laat stoppen met de belegering van het kasteel, maar de hoofdman weigert en wil de Harp met de Zeven Snaren. Antanneke en Mac Monocel vertellen dat ze hun toverkracht verloren zijn en dat de Harp waarschijnlijk is vernietigd door hun toedoen.
Suske en Wiske verslaan de hoofdman en beschermen het paar tegen de roversbende die het kasteel inmimddels binnengedrongen is. Dan arriveren Lambik en Jerom ook in het verleden en met hun hulp wordt de roversbende verslagen en uit het kasteel gegooid. Antanneke en Mac Monocel vertellen dat ze nu naar het rijk der legendes zullen worden verbannen, om latere schrijvers gelegenheid te geven om sprookjes te schrijven. Ze worden dan door de Grootmeester opgehaald.
De vrienden worden hierna weer naar hun eigen tijd geflitst. Ze horen op de radio dat een Russische en een Amerikaanse satelliet aan elkaar zijn gekoppeld in de ruimte, maar dat de signalen die de satellieten uitzenden worden gestoord door een onverklaarbare zachte muziek. Het is nu dus wel duidelijk waar de Harp met de Zeven Snaren is gebleven. De vrienden zijn blij dat alle mensen ter wereld voortaan de tonen van de Harp zullen kunnen horen en daarmee de werken van barmhartigheid kunnen uitvoeren.
Achtergronden bij het verhaal Het verhaal lijkt in feite te gaan over de vervolging van de katharen in Frankrijk. Veel van deze vervolgden wisten naar Ierland te vluchten. (Zie ook: inquisitie en heksenvervolging). Op 25 juni 1967, toen dit verhaal voor het eerst in de krant liep, werden de dorpen Oostmalle, Chaam en Tricht door een tornado vernield. Het begin van De zeven snaren haakt dus rechtstreeks in op de actualiteit van dat moment. De eerste man aan wie Lambik in strook 23 vraagt de Zeven werken van Barmhartigheid op te sommen is een karikatuur van Vandersteen zelf. Lambik is erg teleurgesteld als hij ontdekt dat niemand in zijn tijd alle Zeven werken van Barmhartigheid kan opnoemen. Antanneke kent als enige de zeven werken van barmhartigheid, maar ze houdt Lambik voor de gek en vertelt dat men de gevangenen moet verlossen. In strook 33 kleedt Lambik het standbeeld, "Het Meisje met het Geitje" door de Franse beeldhouwer Marcel Courbier (1898-1976). Dit beeld bestaat echt en is sinds 1932 op de Louiza-Marielei in Antwerpen te bewonderen. Mac Monocel is een woordspeling op monocle. Blacksoul is Engels voor "zwarte ziel." Het motief van mensen die door een schurk worden verkleind en in glazen potten opgesloten kwam eerder ook al voor in De sprietatoom en De Texasrakkers. Een oude eik die door een blikseminslag werkt als een soort tijdmachine kwam eerder voor in Lambiorix. In De schat van Beersel is eveneens sprake van magie en een vergeetput waar de gevangene later weer uit ontsnapt en wraak wil nemen.
Uitgaven
Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1968