De Himalaya, ook Himalaja, is ene Bargkeed in Asien, in de ook de höögsten Bargen op de Eer un de höögste Barg weltwied, de Mount Everest, liggt. Över 100 Bargtoppen in’n Himalaya sünd höger as 7.200 m un kemen op, as sik de indische Plaat ünner de eurasische Plaat schoov.

De Himalaya löppt in’n enen Baag vun Westnoordwest na Oostsüüdoost över 2.400 km dwars döör Nepal, China, Pakistan, Bhutan un Indien. In’n Noordwesten vun’n Himalaya liggt de Bargkeden Karakoram un Hindukusch. In’n Noorden liggt dat tibeetsche Hoogland un in’n Süden dat indsche Indus-Ganges-Brahmaputra-Deepland. Grote Strööm, as Indus, Ganges un Brahmaputra kaamt in’n Himalaya uut de Eer.

De Bargen hebbt enen groten Inflood op de Kultuur in Indien un Tibet namen un vele Bargen gellt in’n Hinduismus un Buddhismus as hillig, so dat Minschen op Bargen, so as de Kangchenjunga, Gangkhar Puensum, Machapuchare, Nanda Devi, un Kailash in Tibet, nich hoogklattern dörvt.

Naam De Naam vun de Bargkeed stammt vun Sanskrit ,himālaya. In: Otto Böhtlingk: Sanskrit-Wörterbuch in kürzerer Fassung. Sankt Peterborg 1879, Band 7, S. 275, Kolumn b. wat sik uut ‘Snee’hima. In: Otto Böhtlingk: Sanskrit-Wörterbuch in kürzerer Fassung. Sankt Peterborg 1879, Band 7, S. 274, Kolumn c. un ‘Wahnen/Huus’ālaya. In: Otto Böhtlingk: Sanskrit-Wörterbuch in kürzerer Fassung. Sankt Peterborg 1879, Band 1, S. 187, Kolumn a. tohoopsett. Daar kaamt ook de Naams in de modernen Spraken, de rings üm de Bargkeed spraken warrt, vun af, as to’n Bispeel op Nepaalsch un Hindi, op Garhwali, op Kumaoni, op Tibeetsch, op Urdu un op Begaalsch. As Transliteratschoon vun de Sanskritnaam bruukt dat Chineesche .

In ölleren Schriften, as dat Mahābhārata heet de Bargkeed ook , wat de Personifikatschoon vun de Kargkeed as so as hinduistsche Goddheid is. de de Himalayabargen personifizeert. Anner poetsche Naams sünd ook ‘König vun de Snee’ oder ‘Herr vun de Bargen’.

Geografie duum|Kaarte van’n Himalaya med Hindukusch De Himalaya deelt sik in dree Bärgkèden: de Shivalik-Bärge in’n Süden, den de Himacha un de hoge Himalaya in’r Midden un de tibeetsche Himalaya in’n Noorden.

Midden van den groten Himalayabògen liggt œver 8.000 m hogen Bärgtoppe van den Dhaulagari un de Annapurna in Nepal, de bede de Kali Gandaki-Slucht scheed. De Slucht scheed den Himalaya in enen ööstlike un enen westlike Deel, ook wat de Ökologie un Orologie anbelangt.

thumb|350px|Politieke kaart van de Himalaya, met daarop de bestuurlijke grenzen, territoriale claims, politieke onrust en gewapende separatistische bewegingen.

Staatkundige indeling De Himalaya valt onder het administratieve bestuur van vijf onafhankelijke staten, waaronder drie atoommachten. De conflicten tussen deze staten onderling en het streven naar meer autonomie van veel bevolkingsgroepen zorgt op een aantal plekken in de Himalaya voor een gespannen politieke situatie.

De zuidkant van het gebergte valt onder de republiek India, de in inwoneraantal grootste democratie ter wereld. Nepal is tot 2006 het toneel geweest van een guerrilla van maoïstische rebellen, die een groot deel van het land in handen hadden. In 2006 werd een vredesverdrag getekend, waarbij de koning een groot deel van zijn macht opgaf. Sindsdien wordt het land bestuurd door een interim-regering waarin ook de maoïsten plaatshebben. Ingrijpende constitutionele veranderingen zullen waarschijnlijk in de nabije toekomst plaatsvinden (anno februari 2007).

In de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh bevindt zich een afscheidingsbeweging, die onafhankelijkheid of een grotere mate van autonomie van New Delhi (de hoofdstad van India) nastreeft. In 2000 kreeg een op meer autonomie gerichte beweging in de deelstaat Uttar Pradesh grotendeels zijn zin nadat een nieuwe deelstaat (Uttarakhand) gecreëerd werd.

Het westen van de Himalaya valt gedeeltelijk onder de islamitische republiek Pakistan. Deze werd tegelijkertijd met India onafhankelijk, waarna de twee nieuwe landen een oorlog uitvochten om Jammu en Kasjmir. De maharadja van dit staatje had zich eigenlijk niet bij een van beide landen willen aansluiten maar koos na een inval door Pakistan voor India. Tegenwoordig wordt het vroegere gebied van Jammu en Kasjmir in tweeën gedeeld door een bestandslijn, waarbij geen van beide landen het bestuur van het andere in de andere helft erkennen. In 1999 nog kwam het tot een korte grensoorlog. Verder zijn verschillende groepen opstandelingen actief in het Indiase deel, die doelen nastreven die variëren van aansluiting bij Pakistan tot een onafhankelijke staat. Pakistan beschouwt een deel van het gebied (grotendeels in de Karakoram) als een aparte bestuurlijke regio, Gilgit-Baltistan. Het boeddhistische Ladakh is dan wel onderdeel van Jammu en Kasjmir, maar vormt geen onderdeel van het toneel van de gewelddadigheden.

De noordkant van de Himalaya viel tot 1951 onder een onafhankelijk Tibet. In dat jaar trok het Chinese Volksbevrijdingsleger Tibet binnen. De daaropvolgende Chinese onderdrukking van de lokale bevolking heeft een grote groep van hen het land doen ontvluchten naar India. Een Tibetaanse guerrilla hield tot in de jaren 70 met behulp van de CIA stand. Tegenwoordig streeft de Tibetaanse regering in ballingschap in Dharamsala, India, op vreedzame, geweldloze wijze grotere autonomie na. Begin jaren 80 verlegde de Chinese regering haar koers. De onderdrukking werd afgezwakt en het beoefenen van de lokale godsdienst werd weer mondjesmaat toegestaan. De Chinese politiek bestaat tegenwoordig vooral uit het assimileren van de Tibetaanse bevolking, gecombineerd met de immigratie van grote groepen Han-Chinezen, om Tibet te "verchinezen".

China maakt ook aanspraken op grote delen van het aangrenzende India. Delen van het vroegere Jammu en Kasjmir, Shaksgam en Aksai Chin, vallen sinds de jaren 60 onder Chinese administratie. Het wederzijds wantrouwen tussen de beide grootmachten is groot en de grenzen tussen Chinees en Indiaas gebied zijn sinds de Chinees-Indiase Oorlog van 1962 gesloten. China claimt ook dat de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh tot zijn grondgebied behoort.

Landgebruik thumb|350px|Terrasbouw in de buurt van de Manaslu, Centraal-Nepal. thumb|350px|Herderin met kudde geiten in Tibet. Haar kleren zijn deels van jakwol gemaakt, die traditioneel in felle kleuren wordt geverfd. De natuurlijke omgeving in de Himalaya biedt de lokale bevolking grondstoffen en levensmiddelen. Traditioneel gebruikt men het bos voor brandhout, de jacht en medicijnen; het land voor kleinschalige akkerbouw of extensieve veeteelt, en de rivieren voor irrigatie en drinkwatervoorziening. Dankzij de exponentiële bevolkingsgroei vanaf de 19e eeuw is de vraag naar grondstoffen gestegen en zijn ze schaarser geworden. Traditionele gemeenschappen staan daardoor toenemend onder druk te moderniseren en veranderen. De gevolgen zijn armoede, massale migratie uit het berggebied en landdegradatie. Vaak slaan strategieën voor natuurbehoud en duurzamere ontwikkeling van land en grondstoffen niet aan, omdat ze haaks staan op de kortetermijnbelangen van de lokale bevolking.

Desondanks wordt een groot deel van het landoppervlak niet intensief gebruikt. Zelfs buiten de hoge toppen en gletsjers bestaat in sommige delen van de westelijke en centrale Himalaya meer dan de helft van het oppervlak uit bos. In het uiterste oosten, in Arunachal Pradesh, is dat zelfs meer dan 90%.Zurick et al. (2006), p 104 In Tibet en Ladakh, waar water voor irrigatie schaars is, is minder dan 2% van het land in gebruik voor de akkerbouw.Zurick et al. (2006), p 103 In Nepal, Sikkim en Bhutan is dat meer dan 15%. Vooral in de Subhimalaya en Kleine Himalaya is het percentage in gebruik zijnde grond aanzienlijk gestegen sinds 1890. Dankzij een programma om malaria uit te roeien van de Nepalese regering is sinds de jaren 1960 een trek van het gebergte naar de vlakke Terai op gang gekomen. Als gevolg is de oppervlakte bouwland in dat gebied sindsdien meer dan verdubbeld.

Het grootste deel van de bevolking van de Himalaya leeft van de landbouw. Vaak zijn de technieken waarmee het land bewerkt wordt al eeuwenlang dezelfde. De akkerbouw is in zulke gevallen kleinschalig en beperkt tot de dalen en minder steile delen van de hellingen, waar door terrasbouw optimaal gebruikgemaakt wordt van het beschikbare oppervlak. De meest verbouwde gewassen zijn rijst, tarwe, gierst, en in de hogere gebieden ook gerst en boekweit. Daarnaast is er veel kleinschalige teelt van fruit en groentes. Met name in de Indiase en Pakistaanse Himalaya komen ook door de Britse koloniale heersers geïmporteerde gewassen voor, zoals mais, appels en aardappels. Himachal Pradesh is bijvoorbeeld bekend om zijn appelboomgaarden.

Ook de veeteelt is vaak kleinschalig of extensief. Vaak wordt het vee dicht bij de dorpen gehouden, zoals kippen, geiten, koeen of waterbuffels. Schapen en jaks worden in kuddes gehouden, die op de alpiene weiden grazen. De herder leven vaak op semi-nomadische wijze: in de winter worden de kuddes naar de dorpen in de dalen geleid. Jaks en schapen voorzien de bevolking van vlees, wol en zuivelproducten.

Economie Het Himalayagebergte trekt veel bergbeklimmers, die vaak door Nepalese berggidsen of Sherpa's tot op grote hoogte worden begeleid. Daarnaast is trekken erg populair, met name in het Nepalese gedeelte van de Himalaya. Trekken in de Himalaya is een van de motoren van de toeristenindustrie in Nepal.Nepal tourism statistics 2016, Ministry of Culture, Tourism & Civil Aviation Planning & Evaluation Division

Geologie

De Tektonik — de wedderkeren natürel Bewegungen un Verännerungen in de Aardbork — un Plaatentektonik, de Bewegung vun grote Delen vun de Aardbork as starre Platen, sünd wichtig, üm to verstahn, wo de Himalaya entstanden is. De Aardbork liggt direktemang op ehr Mantel. Tekton’sche Platen, de ut de Bork un de boven Deelen vun den Mantel bestahn, warrt dör de Konvektion in de Asthenosphär bewegt. De ozean’sche Bork, de ünner de Ozeane liggt, is dörsnittlich dick. Se warrt dör opquellende Magma an Middenozeaanschen Rücken maakt un besteiht meist ut Basalt, de Hööft-Gesteen op de Aard. Dortegen is de kontinentaal’sche Bork unner Land dörsnittlich dick un rik an Kieselsäure, wat minner dicht is as Basalt. Dat maakt de kontinentaal’sche Platen bavenas als de ozean’sche.

De geolog’schen Prozessen, de Indien utmaken, hett vör rund 70 Million Johren anfungen, as Indien sik ut Gondwana losmaakt hett un mit sien kontinentaal’sche Plaat un de dorboven liggen Neo-Tethysche ozean’sche Plaat noordwarts drift. As de Platen an de euras’sche Plaat rankamen, is de minder lichte ozean’sche Plaat ünner Eurasien wegsackt un in de tiefe Asthenosphär trekt worrn. De ind’sche Plaat awer kunn wegen ehr Dicke un Bavenheit nich ünnerschoven warrn. De Drück vun de Kollision hett de Plaat sietwarts verschoben. De ünnerste Bork un Mantel sind ünner Eurasien glidd, aver de bovenste Lagen hebbt sik in Platten upschoben, de man Nappen nennt, vör de Subduktionszone. De Geophysiker Peter Molnar seggt, dat de meeste vun de Himalaya „Stücken vun Steen sünd, de mol de boven Deel vun Indiens Bork wesen sünd“. Dat is de Prozess vun de Gebirgsbilden, de Orogenese in de Himalaya.

Vör de Orogenese weer de Euras’sche Küst so ähnlich as de hütige Zentral-Anden. An so’n Küst rückt de ozean’sche Plaat ünner en an’n annern un bildt Vulkanen. Magma, dat later to Granit versteinert, steigt unner de Vulkanen op, man kümmt nich ganz na baven. As de kontinentaal’sche Plaat vun Indien tegen Eurasien drückt hett, hett sik nich blot de Bork in Nappen falt, man ok de harder Deel hett de euras’schen Vulkanbergn noorden an- un rüchschoven. Dor dör hett sik de Bork in dat, wat fröher de Küstenregion weer, ünner Drück verkört un verdickt — dat is nu dat tibet’sche Hoochland. De isostatische Glechtswicht, dat Spel twüschen de tyngen Krafft un de Optrieb ut den Mantel, geeft dat Hoochland sien Dicke un Hööhe.