Gert Verheyen (Hoogstraten, 20 september 1970) is een Belgisch voormalig betaald voetballer en huidig voetbalanalist voor Sporza, Proximus en DAZN die van 1986 tot 2006 speelde als rechtsbuiten of centrumspits.

Verheyen speelde 14 jaar voor Club Brugge, van 1992 tot 2006. Hij kwam 50 keer in actie voor de Rode Duivels en hij nam deel aan de eindfase van drie grote toernooien: WK 1998, EK 2000 en WK 2002. Verder voetbalde Verheyen ook enkele seizoenen voor Lierse (1986–1988) en RSC Anderlecht (1988–1992). In mei 2006 zette hij een punt achter zijn loopbaan. Door zijn sobere stijl, gekenmerkt door weinig frivoliteit, veel inzet en vechtlust, groeide Verheyen eind jaren 90 uit tot een boegbeeld van blauw-zwart. Verheyen werd meermaals clubtopschutter, maar topschutter van de Belgische competitie werd hij nooit. Hij was aanvoerder van 2000 tot 2002, en nogmaals in zijn allerlaatste seizoen.

Verheyen won vier landstitels met Club Brugge en won even vaak de Beker van België. Hij staat op de vierde plaats betreffende de meest gespeelde wedstrijden aller tijden voor Club Brugge: 558 wedstrijden (195 doelpunten) achter Franky Van der Elst (619), Hans Vanaken (570) en Dany Verlinden (569). Hij speelde 415 competitiewedstrijden, waarbij hij ook 154 maal trefzeker was. Verheyen was polyvalent en kon spelen als een rechtsbuiten, centrumspits, rechtsmidden en soms als hangende spits of aanvallende middenvelder. De Kempenaar speelde het vaakst als rechtsbuiten.

Het is opmerkelijk dat Verheyen vóór zijn loopbaan bij blauw-zwart ook vier seizoenen voor aartsrivaal RSC Anderlecht speelde. Hij trad hiermee in de voetsporen van zijn vader, gewezen Rode Duivel Jan Verheyen, die in de jaren zeventig de kleuren van Anderlecht verdedigde. Met Anderlecht werd Gert in 1991 kampioen en won hij in 1989 de Beker van België.

Clubcarrière Jeugd Gert Verheyen begon zijn voetbalcarrière bij de jeugd van het plaatselijke Hoogstraten VV. Hij voetbalde er van 1978 tot 1986. Naar het feit dat hij van Hoogstraten afkomstig is, werd tijdens zijn carrière meermaals verwezen door voetbaljournalist Frank Raes.Onbenulle uitspraken van Frank Raes tijdens voetbalwedstrijden, Facebook-groep Dat Verheyen zijn toenmalige echtgenote leerde kennen in Dancing Highstreet in Hoogstraten is daardoor een soort running gag geworden.

Lierse In 1986 maakte Verheyen de overstap van Hoogstraten VV naar tweedeklasser Lierse SK. De toen 16-jarige aanvaller kwam er terecht in het elftal van trainer Johan Boskamp en werd er ploegmaat van onder meer Dany Verlinden, Herman Helleputte, Frank Dauwen en Jean Kindermans. In 1988 dwong Lierse via de eindronde in Tweede Klasse de promotie af.

Anderlecht Lierse steeg naar Eerste Klasse, maar Verheyen vertrok. Hij dwong een transfer naar RSC Anderlecht af. In zijn tweede en laatste seizoen bij Lierse klokte de jonge aanvaller af op acht doelpunten uit zesentwintig wedstrijden.

In de zomer van 1988 stond een dan 18-jarige Gert Verheyen onder leiding van rasechte Brusselaar Raymond Goethals. En het was algauw veilig om te stellen dat de legendarisch geworden trainer het niet op Verheyen begrepen had. ‘‘[Gert] Verheyen? Hij heeft twee voeten. De ene om in de bus te stappen, de andere in de tram.’’ Later stelde Goethals die mening bij, nadat Verheyen ontbloeide bij Club Brugge. Gerts vader Jan Verheyen had in de jaren zeventig ook bij Anderlecht gespeeld, en hij was onder diezelfde Goethals ook Belgisch international. Desondanks houdt Verheyen ook een leuke (verre) herinnering aan Goethals over.

— Gert Verheyen over Raymond Goethals in juni 2014

Verheyen werd als een beloftevolle aanvaller aangetrokken, maar kreeg weinig speelkansen. De concurrentie was immers groot met toppers als Marc Degryse, Luc Nilis, Arnór Guðjohnsen en Luis Oliveira. In 1989 veroverde Verheyen met RSC Anderlecht de Beker van België in de finale tegen aartsrivaal Standard Luik, waarbij Verheyen in het slot inviel voor Luc Nilis. Hierna werd de Nederlander Aad de Mos aangesteld als opvolger van Goethals. Onder De Mos waren er aanvankelijk ook weinig speelgelegenheden, maar daar kwam na één seizoen verandering in. Vanaf 1990 werd Verheyen bij Anderlecht veel frequenter opgesteld. In 1991 won hij met Anderlecht zijn eerste landstitel.

In 1990 bereikte RSC Anderlecht ook de finale van de Europacup II, maar Verheyen kwam niet van de bank tegen Sampdoria en Anderlecht verloor met 2–0 na verlengingen. Het Europees debuut van Verheyen kwam er echter pas een jaar later in de UEFA Cup. Het ging om een wedstrijd tegen het Roemeense Petrolul Ploiești. Hij scoorde in die partij het belangrijke openingsdoelpunt.

Hoewel Verheyen vier seizoenen bij Anderlecht speelde en er regelmatig wedstrijden pakte, werd hij door de club niet erg gewaardeerd. Hij werd te onsierlijk geacht en in 1992 gevraagd te vertrekken.

Club Brugge 'Moeilijk' eerste jaar Omdat Gert Verheyen bij Anderlecht nooit een titularis werd, zocht hij in 1992 andere oorden op. Club Brugge legde een transfersom van 40 miljoen BEF (zo'n €1 miljoen) op tafel voor de 22-jarige aanvaller. Bij Club Brugge, waar Hugo Broos toen coach was, vond Verheyen zijn ex-ploegmaat Dany Verlinden terug en kwam hij in een ploeg terecht met spelers als Franky Van der Elst, Vital Borkelmans, Lorenzo Staelens, Alex Querter, Daniel Amokachi, Foeke Booy en Paul Okon. Brugge had in het voorgaande seizoen hoge ogen gegooid in Europa: halve finale Beker voor Bekerwinnaars tegen het Duitse SV Werder Bremen, en het won haar negende landstitel.

In geen tijd werd Verheyen een vaste waarde bij blauw-zwart, hoewel zijn debuut niet van een leien dakje liep. Hij verklaarde dat hij bewijsdrang had ten overstaan van de Brugse fans en flanellen benen had omdat hij overkwam van de aartsvijand. Die perceptie van de fans onderstreepte Verheyen in een podcast uit november 2020 genaamd Talks with Charly van host Charly Badibanga.

— Verheyen over zijn eerste maanden bij Club Brugge Gert Verheyen, ReadMyLips.be

Verheyen speelde in zijn eerste seizoen elke competitiewedstrijd mee en werd met 13 competitiedoelpunten ook topschutter van het elftal. Hij maakte dat jaar ook zijn debuut in de UEFA Champions League, met name in de eerste voorronde tegen het Israëlische Maccabi Tel Aviv. 0–1 winst, doelpunt Lorenzo Staelens. Club Brugge won de terugwedstrijd met 3–0. Verheyen maakte vier doelpunten in die Champions League-campagne, die Brugge moest verlaten in een groep met Olympique Marseille, Glasgow Rangers en CSKA Moskou.

De dubbel onder Broos en titel onder Gerets Club Brugge moest in die periode wel telkens het onderspit delven in de strijd om de titel. Verheyens ex-club Anderlecht speelde medio jaren 90 drie keer op rij kampioen en versloeg Club Brugge in 1994 ook in de finale van de Beker van België. Een eerste prijs met blauw-zwart bleef dus in eerste instantie uit. In 1995 bereikte Verheyen met Club Brugge wel de kwartfinale van de UEFA Cup. Brugge werd uitgeschakeld door Chelsea FC waarbij Verheyen in de heenwedstrijd in de laatste tien minuten scoorde (1–0 winst, terug 0–2 verlies). In 1994–95 proefde Verheyen eens te meer de smaak van prijzen pakken. De club won de Beker van België, in de finale tegen Germinal Ekeren.

Club Brugge sloeg het volgende seizoen nog harder toe en behaalde de dubbel. Club Brugge won de titel en daarna ook de beker tegen stadsrivaal Cercle Brugge. Hugo Broos opteerde destijds meestal voor Verheyen als rechtshalf en Gert Claessens als linkshalf in een 4–4–2 opstelling. In de bekerfinale speelde Gert Verheyen in de aanval bij afwezigheid van schaduwspits Robert Špehar. Club Brugge beschikte over een gouden Kroatisch aanvalsduo. Centrumspits Mario Stanić werd Belgisch topscorer met twintig doelpunten terwijl Špehar twaalf doelpunten liet optekenen. De jaargang 1995–96 blijft anno 2026 de laatste waarin Club Brugge een dubbelslag kon slaan.

In juli 1997 nam Eric Gerets over. Onder hem speelde Verheyen meestal op rechts in 4–4–2 of 4–5–1 formatie of spits in 4–4–2. Gerets had in het voorgaande seizoen Lierse verrassend kampioen gemaakt — Club Brugge werd tweede en had tien punten achterstand. Gerets breidde een vervolg aan zijn succesverhaal door Club Brugge weer kampioen te maken. Gerets' tweede seizoen moest Verheyen grotendeels vanaf de zijlijn toekijken wegens een knieblessure in de eerste helft van dat seizoen. Hij speelde 'amper' vijftien competitiewedstrijden en scoorde vijf keer. In de Beker van België lukte het vijf jaar niet voor Club Brugge. In de periode Gerets (1997–1999) kreeg hij rugnummer 7 toegekend nadat Club Brugge met vaste rugnummers begon te werken, van 1997–98 tot 2000–01 rugnummers tot 25 en vanaf 2001–02 ook rugnummers hoger dan 25. Verheyen droeg 7 tot het einde van zijn carrière in 2006.

De Sollied-jaren In de zomer van 2000 werd de Noor Trond Sollied aangeduid als hoofdcoach van blauw-zwart. Sollied voerde een duidelijk spelsysteem in dat Club Brugge zowel in 2002–03 als in 2004–05 de titel opleverde. Onder Sollied veranderde er voor Verheyen veel met betrekking tot zijn positie op het veld. Sollied maakte van Verheyen zijn vaste rechtsbuiten. Hij was ook aanvoerder van het elftal geworden, in navolging van Vital Borkelmans die de fakkel doorgaf tot het einde van het seizoen 1999–2000 toe. Onder Eric Gerets en René Verheyen (die hem aanvoerder maakte) speelde Verheyen in de spits — onder René Verheyen doorgaans naast Jochen Janssen. Verheyen was rechtsbuiten in de 4–3–3 formatie, conform het nummer op zijn rug, ofwel begon hij als rechtsbuiten in 5–2–3. De aanvallende 4–3–3 opstelling was Sollieds favoriete opstelling.

Verheyen beleefde onder de Noorse trainer een bijzonder succesvolle periode in de laatste fase van zijn carrière, ook in een Europees verband. Al bleef enig succes in de Belgische competitie aanvankelijk wel uit. Het gemor van het Brugse publiek was van dien aard dat Sollied en de spelers werden uitgefloten aan de rust van de thuiswedstrijd tegen Eendracht Aalst (1–1 gelijkspel) op 18 maart 2001. Verheyen stond aan de kant met een buikspierblessure. Brugge stond aan de rust 0–1 in het krijt. De Peruviaanse spits Andrés Mendoza had voor rust een dozijn opgelegde kansen de nek omgewrongen. In voorgaande wedstrijden had Brugge telkens gelijkgespeeld. Het werd wederom een 1–1 gelijkspel.

Sollied kende twee seizoenen van zoeken en tasten. In het eerste seizoen won Brugge tijdens de heenronde veertien keer op rij, maar ging de titel na liefst acht gelijke spelen achter elkaar en negen gelijke spelen in totaal (januari-maart 2001) naar aartsrivaal RSC Anderlecht, en in het tweede nipt naar KRC Genk. Pas in het derde seizoen begon de tactiek van Sollied ook vruchten af te werpen. Verheyen was steeds een belangrijke pion wanneer hij fit was, hoewel Verheyen later zou verklaren nooit een uitstekende relatie met Sollied te hebben gehad. Verheyen speelde in de aanval meestal samen met Mendoza, Sandy Martens, Bengt Sæternes of Rune Lange. Zo nu en dan trad Verheyen op als spits, maar over het algemeen speelde hij als rechtsbuiten.

Behalve twee landstitels won hij met Club Brugge ook nog twee keer de Beker van België. In 2000 kon Verheyen naar de Engelse Premier League. Promovendus Ipswich Town was concreet in zijn diensten geïnteresseerd, maar een overgang sprong alsnog af. Aangezien de reeds 30-jarige Verheyen in Brugge voor trofeeën kon blijven voetballen, kon hij zich met deze afloop verzoenen. Brugge was niet happig om hem zomaar te laten vertrekken, aldus Verheyen in de Waalse krant La Dernière Heure. Verheyen kon er in september 2022 om lachen in MidMid, een podcast van Play Sports, op hem kenmerkende droge wijze. ‘‘Het was nochtans voorbestemd. Hun bijnaam [van Ipswich] is de Tractor Boys’’, aldus Verheyen. De bijnaam van Club Brugge is jaar en dag de boeren.