Egg was een Britse band die tot de Canterbury-scene werd gerekend, hoewel zelf niet afkomstig uit Canterbury maar uit Londen. Hun muziek is een combinatie van progressieve rock met elementen van psychedelische rock, avant-garde en klassieke muziek. De band is niet te verwarren met The Egg, hoewel de oorspronkelijke naam van de band dat inderdaad was.
Geschiedenis Van Uriel tot Egg Begonnen als een schoolbluesband op de City of London School kwam de originele bezetting van Egg in mei en juni 1968 tot stand met Dave Stewart (toetsinstrumenten), Mont Campbell (zang en basgitaar), Clive Brooks (drums) († 5 mei 2017) en Steve Hillage (gitaar). De band trad op onder de naam Uriel in Londen en Woodford. In deze bezetting speelden ze oorspronkelijk covers van Cream, Jimi Hendrix, John Mayall & the Bluesbreakers, The Nice en anderen. Ze openden voor Fairport Convention en The Crazy World of Arthur Brown.
Na het opnemen van hun eerste demo's (Saturn, The Bringer Of Old Age en Bogey Man) in juli 1968, verliet gitarist Steve Hillage de band in augustus van datzelfde jaar, eerst om zijn A-levels te halen en daarna om filosofie te studeren aan de Universiteit van Kent in Canterbury. In november 1968 namen ze nog demo's op van originele nummers als het Uriel Trio, die in 2007 als bonustracks werden uitgebracht op het album Arzachel by Uriel. In 1969 besloot de band te stoppen met het spelen van coverversies en meer en meer eigen materiaal te componeren. Dave Stewart en Mont Campbell blonken vooral uit als componisten. Ze bleven echter wel openen voor bijvoorbeeld Soft Machine of Family.
Vanaf december 1968 trad Uriel regelmatig op in de psychedelische club Middle Earth in Londen, meestal als voorprogramma van bekende bands als Captain Beefheart en Love Sculpture. De twee managers van de club waren enthousiast over de muziek van Uriel en wilden de groep in de toekomst steunen en hun eigen bandproducties uitbrengen op een nieuw op te richten platenlabel, maar slechts op één voorwaarde:
De naamswijziging werd tastbaar gemaakt met een uitbreiding van de podiumuitrusting, een nieuw Hammondorgel voor Dave Stewart, en tal van andere optredens.
Aanvankelijk veranderde Uriel de naam in The Egg in januari 1969, wat korte tijd later werd afgekort tot Egg. Onder deze naam werd in augustus 1969 de debuutsingle Seven Is A Jolly Good Time / You Are All Princes uitgebracht op het Nova label, een dochteronderneming van Decca Records. De band had eerder in mei 1969 een platencontract getekend bij Decca, omdat het management van Middle Earth er niet in slaagde een eigen label op te richten.
Arzachel Intermezzo Kort na het tekenen van het platencontract bij Decca, deed de eigenaar van Zackariya Enterprises, Mohamed Zackariya, Dave Stewart een aanbod om een Lp op te nemen met psychedelische muziek, waar in die tijd veel vraag naar was. Maar omdat Egg contractueel gebonden was aan Decca, besloot de groep het aanbod aan te nemen onder de naam Arzachel samen met Steve Hillage op gitaar, d.w.z. in de originele Uriel bezetting. In juni 1969 werd het album Arzachel onder de gelijknamige naam van de band in één sessie op één dag opgenomen, en de release vond plaats in de herfst van 1969 op het Londense undergroundlabel Evolution. Om verwarring met het komende Nova/Decca materiaal onder de naam Egg te voorkomen, namen de muzikanten alter egos aan (die ze voorzagen van speciaal verzonnen biografieën): Mont Campbell werd Njerogi Gategaka, Clive Brooks werd Basil Dowling, Steve Hillage werd Simeon Sasparella en Dave Stewart werd Sam Lee-Uff. Eigenlijk zouden de alter ego's in eerste instantie geheim blijven, een vriend van de band vertelde er echter over aan de Melody Maker, waardoor het geheim voortijdig werd onthuld. Het album werd in 2007 opnieuw uitgebracht als Arzachel (Collectors Edition) by Uriel. Deze officiële band release bevat een geremasterde versie van het originele album alsook vier onuitgebrachte Uriel studio demo's uit de begindagen.
Volgens Mont Campbell werden er slechts ongeveer 1000 exemplaren van Arzachel geperst, zodat het originele album nu een gewild verzamelobject is geworden.
Producties als Egg In maart 1970 verscheen het eerste echte Egg album Egg, met daarop zowel originele nummers als bewerkingen van klassieke composities van J. S. Bach (Toccata and Fugue in D Minor, in Fugue In D Minor), Edvard Grieg (In the Hall of the Mountain King, in Symphony No. 2 - Movement 1), Igor Stravinsky (Danse des Adolescentes uit Sacre du Printemps, in Symphony No. 2 - Movement 3) en Gustav Holst (Neptunus uit The Planets, in Symphony No. 2 - Movement 3). Kort na de release werd het album uit de winkels gehaald en werd een nieuwe versie uitgebracht, waarop Movement 3 niet meer stond.
Op een andere herpersing in hetzelfde jaar ontbreekt de titel ook, maar met een andere noot:
Mont Campbell had er het volgende over te zeggen in een interview in 2011:
Het debuutalbum was geen groot succes bij het publiek, hoewel het goed werd ontvangen door de critici. In mei 1970 besloot Decca om de band een kans te geven voor een tweede album. Vreemd genoeg meldde de groep in het oktobernummer 1970 van Melody Maker aan recensent Richard Williams "dat Decca hun onlangs voltooide tweede album niet zou uitbrengen omdat de band geen manager of agent had." Eggs' producer Neil Slavin wist Decca er uiteindelijk van te overtuigen om het nieuwe album, The Polite Force, in februari 1971 uit te brengen.
De breuk Egg trad vaak op met het nieuwe programma tot midden 1972, maar Decca besloot hun samenwerking met de groep te beëindigen. Egg's laatste optreden samen was in de Roundhouse in Londen op 9 juli 1972. Dit werd toevallig op band opgenomen door een fan van de groep. In 2007 verschenen deze opnamen op het album The Metronomical Society.
Tussen het einde van de opnamen van The Police Force en het laatste optreden van de groep schreven Stewart, Campbell en Brooks nog tal van andere nieuwe stukken die bijna een heel album hadden kunnen vullen. Sommige daarvan zijn al live gepresenteerd.
Na het abrupte en ongewenste uiteenvallen van de band, zochten de bandleden naar nieuwe terreinen van activiteit. Clive Brooks nam de vacante positie van drummer over bij The Groundhogs, die Egg al in december 1971 op tournee hadden vergezeld, Mont Campbell trok zich een tijdje terug uit de muziekscene. Dave Stewart speelde eerst gastrollen in Steve Hillage's nieuwe band Khan voordat hij toetrad tot Hatfield and the North, een populaire band uit Canterbury. Aangezien deze groep onder contract stond bij Virgin, kon Stewart het label ervan overtuigen om Egg's nog niet eerder uitgebrachte materiaal op te nemen. Dus Egg werd weer geactiveerd, inclusief Steve Hillage, om het derde album The Civil Surface op te nemen. Te nslotte, in december 1974, werd 'een welluidend overlijdensbericht' uitgebracht op Virgin-dochter Caroline Records:
Muziek Hun muziek is een combinatie van progressieve rock met elementen van psychedelische rock, avant-garde en klassieke muziek. Stilistische grenzen zijn er bijna niet, zodat er ook uitstapjes zijn naar Musique concrète, zoals in de stukken Boilk of Blane. Net als in The Nice overheerst het orgel, af en toe treedt de bas op de voorgrond met een vervormd geluid als elektrische gitaarvervanger (Fuzz bass). In navolging van de Wilde Flowers wordt de band nu, samen met Caravan en Soft Machine, die uit de Wilde Flowers voortkwamen, beschouwd als pioniers van de Canterbury Sound, die zijn hoogtijdagen beleefde in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Zelfs de eerste en enige single Seven Is A Jolly Good Time uit augustus 1969 getuigt hiervan: met het getal zeven in de titel zinspeelt de band in het refrein op hun voorliefde voor ongebruikelijke maatsoorten (hier in -maat) met "a typically British, tongue-in-cheek sense of humour". Deze oneven maatsoorten zijn een rode draad in Egg's composities, hoewel het niet ongebruikelijk is dat deze maatsoorten binnen een stuk veranderen.
Naast een Hammondorgel gebruikt Dave Stewart ook een Mellotron en een toongenerator. Deze toongenerator werd geconstrueerd door Bill Lachenal, een kleinzoon van Louis Lachenal, wiens naam nauw verbonden is met de bouw van de Concertina. Mont Campbell speelde Franse hoorn op sommige nummers, evenals bas.
Discografie Singles Seven Is A Jolly Good Time / You Are All Princes (1969)
Studio-albums Egg (1970) The Polite Force (1971) The Civil Surface (1974)
Archiefmateriaal The Metronomical Society (2007)
Video - dvd 2015: Romantic Warriors III: Canterbury Tales (DVD)
Literatuur Cd-Booklet: Egg. John Tracy, Deram, 1992 Cd-Booklet: Arzachel by Uriel - Collectors Edition. Dave Stewart, Egg Archive, 2007
Donato Zoppo: Prog – Una suite lunga mezzo secolo Arcana Edizioni, Rom 2012, .
Externe links
Progarchives: Egg uDiscoverMusic: Egg
Categorie:Britse rockband Categorie:Canterbury-scene Categorie:Progressieve-rockband