Paul Ludwig Hans Anton von Beneckendorf und von Hindenburg (Posen, Koninkrijk Pruisen, 2 oktober 1847 – Gut Neudeck, Nazi-Duitsland, 2 augustus 1934) was de tweede rijkspresident van Duitsland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij van 1916–1918 een van de opperbevelhebbers van het Duitse leger, met de rang van veldmaarschalk. Hij gaf onder meer leiding aan de gewonnen Slag bij Tannenberg in 1914.

Biografie Paul von Hindenburg werd in 1847 als oudste zoon van de Pruisische officier en grootgrondbezitter Robert von Beneckendorff und von Hindenburg en Luise Schwickart geboren in Posen in het toenmalige groothertogdom Posen.

Op 24 september 1879 huwde Von Hindenburg met Gertrud von Sperling (1860–1921). Het paar kreeg een zoon, Oskar (1883 –1960), en twee dochters, Irmengard Pauline (1880–1948) en Annemarie (1891–1978).

Von Hindenburg was een typische vertegenwoordiger van zijn milieu, zeer conservatief, monarchistisch, nationalistisch, meer gericht op Pruisen dan op Duitsland, onverschillig waar het kunst en literatuur betreft. Hij was een aristocraat en zag het landsbestuur en de leiding over de strijdkrachten als een rol waar alleen de adel recht op kon doen laten gelden.

Von Hindenburgs loopbaan in het Pruisische leger was eervol, maar niet opvallend. Hij vocht in de Slag bij Königgrätz (1866) en in de Slag bij Sedan (1870) tegen het Oostenrijkse en het Franse leger. Later deed hij veel moeite zich te onderscheiden tijdens de herfstmanoeuvres, grote schijngevechten, die door Wilhelm II werden geleid en waarbij de doorgestoken kaart was dat de keizer altijd won.Wilhelm II door Emil Ludwig. Desondanks raakte Von Hindenburg niet in de keizerlijke gunst, hij doorliep in een normaal tempo de rangen en beëindigde zijn loopbaan in 1911 als generaal en militair gouverneur van Hannover. Ontevreden met deze positie en de geringe promotiekansen vroeg Von Hindenburg vervroegd pensioen aan. Hindenburg, Herrschaft zwischen Hohezollern und Hitler, een biografie.

De theoreticus van het Duitse verdedigingsplan in de na 1900 onafwendbaar lijkende oorlog op twee fronten, Alfred von Schlieffen, leerde de jonge Von Hindenburg dat "verdedigen vrouwelijk is en aanvallen mannelijk". Een standpunt dat Von Hindenburg tot het zijne heeft gemaakt. Tijdens de slag bij Tannenberg koos Von Hindenburg dan ook voor de aanval in de vorm van een tangbeweging en hij saboteerde, toen hij bevelhebber aan het oostfront werd, de strategie, het Schlieffenplan, die erop berustte eerst de Fransen te verslaan en aan het oostfront in eerste instantie alleen verdedigend op te treden.

Militaire loopbaan 1859: de 12-jarige wordt cadet in het "Kadettenhaus" Wahlstatt/Liegnitz 1863: cadet in de Militaire academie Berlin-Lichterfelde 7 april 1866: tweede-luitenant in het derde garde-regiment te voet en deelname aan de bloedige Slag bij Königgrätz 1870: deelname aan de Frans-Duitse oorlog, Von Hindenburg is aanwezig wanneer in de Spiegelzaal in Versailles het tweede Duitse Keizerrijk wordt uitgeroepen 13 april 1872: bevordering tot eerste luitenant en een leergang aan de Hogere Krijgsschool 1 mei 1877: opgenomen in de Pruisische Generale Staf thumb|Generaal-majoor Von Hindenburg rond 1897 met vijf commandeurskruisen en de plaque van de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus 18 april 1878: bevordering tot kapitein der infanterie 5 mei 1881: een staffunctie bij de Eerste Divisie in Koningsbergen 12 november 1885: bevordering tot majoor 25 november 1890: chef van de IIe afdeling in het Ministerie van Oorlog 14 februari 1891: bevordering tot luitenant-kolonel 1 juni 1893: commandeur van het "Oldenburgisches Infanterie-Regiment Nr. 91" 17 maart 1894: bevordering tot kolonel 14 augustus 1896: stafchef van het VIIIe legerkorps in Koblenz 22 maart 1897: bevordering tot generaal-majoor 9 juli 1900: bevordering tot luitenant-generaal en commandeur van de 28e Divisie in Karlsruhe 22 juni 1905: bevordering tot generaal der infanterie en bevelhebber van het IVe legerkorps in Maagdenburg 18 maart 1911: de keizer verleent Paul von Hindenburg de Hoge Orde van de Zwarte Adelaar en willigt zijn verzoek in hem eervol te ontslaan uit actieve dienst. Von Hindenburg gaat in Hannover wonen

De achtergrond van het afscheid is onduidelijk. In de eerste biografie van Von Hindenburg wordt het vertrek met een cryptisch "om redenen waar wij niet op in hoeven te gaan" verklaard. Er zijn onbevestigde geruchten dat Von Hindenburg de ijdele maar onbekwame keizer tijdens oefeningen zou hebben verslagen. Daarmee verspeelde men in het wilhelminische Duitsland zijn carrière. De verlening van de Hoge Orde van de Zwarte Adelaar suggereert dat er geen sprake was van "allerhoogste" ongenade.

In een gesprek heeft Von Hindenburg later verklaard dat hij "alles had bereikt, dat er geen oorlog in zicht was en dat het tijd was geweest om plaats te maken voor jongere officieren".

Eerste Wereldoorlog thumb|Propagandistische afbeelding van Von Hindenburg en Erich Ludendorff In 1914 vielen de Russen sneller dan verwacht Oost-Pruisen binnen. De Duitse bevelhebber aldaar raakte in paniek. Paul von Hindenburg, reeds 66 jaar oud en bovendien al drie jaar met pensioen, werd teruggeroepen om de Russische opmars een halt toe te roepen. Ondanks zijn pensionering stemde hij, als militair in hart en nieren, snel toe en werd bevelhebber van het Duitse achtste leger, aan het oostfront.

Erich Ludendorff werd zijn chef-staf. Dit duo bracht de geallieerden nederlaag op nederlaag toe. De vraag of Ludendorff daarvoor verantwoordelijk was terwijl Hindenburg met de eer ging strijken, werd door veel historici gesteld en is nog steeds onderwerp van debat.Jan Blokker in NRC Handelsblad 15 april 2008 Wat echter kan worden aangenomen, is dat Ludendorff, een briljante tacticus, ongestoord achter de schermen kon werken, terwijl Von Hindenburg contact onderhield met andere belangrijke militairen, ambtenaren, politici en de keizer. Het belang hiervan moet niet worden onderschat. Ludendorff was geobsedeerd door zijn werk, en bracht vele uren in zijn werkkamer door, aan bijeenkomsten had hij een hekel. Door de invloed van Von Hindenburg werden veel plannen van Von Hindenburg en Ludendorff (vaak bedacht door Ludendorff) uitgevoerd.

Zeker is echter dat de oorlog in het westen werd verloren omdat er te veel troepen aan het westelijk front werden onttrokken om Pruisen te verdedigen. Het Schlieffenplan voorzag in een snelle overwinning door een sterk leger in het westen dat daarna de langzaam mobiliserende en oprukkende Russen zou gaan verslaan. Nu waren er nét te weinig divisies om in de eerste Slag aan de Marne een doorbraak te forceren en Parijs te veroveren. Het westelijk front kwam tot stilstand en de loopgravenoorlog begon.

Door de goede resultaten werden Hindenburg en Ludendorff in november verantwoordelijk voor het opperbevel van het oostfront, en kregen in 1916 de opdracht het bevel te voeren over alle Duitse strijdkrachten. Deze positie verkregen ze door de interne strijd binnen de Duitse legerleiding die al sinds de aanstelling van Erich von Falkenhayn in november 1914 aan de gang was. Deze werd in 1916 door meerdere factoren uit zijn post ontheven. Dit gebeurde naar aanleiding van kwestie omtrent de onbeperkte oorlog op zee, de mislukte operatie bij Verdun, maar voornamelijk de intrede van Roemenië in de oorlog. Na diens afzetting trokken Hindenburg en Ludendorff de politieke macht naar zich toe, waarbij ze de macht van de keizer en de Rijksdag gewoon naast zich neerlegden. Zo zorgden zij ervoor dat de gehele Duitse economie en maatschappij in dienst stond van de oorlog.

In 1918 leek Duitsland een tijdlang aan de winnende hand, de Russen hadden de Vrede van Brest-Litovsk moeten sluiten en Roemenië had gecapituleerd. De impulsieve keizer verleende Hindenburg nu na het Grootkruis van het IJzeren Kruis ook een "Hindenburgster", een IJzeren Kruis op een ster met gouden stralen, voor de overwinning bij Tannenberg.

De inzet van Amerikaanse troepen zorgde er echter voor dat aan het westelijk front geen doorbraak kon worden gerealiseerd. De catastrofale economische situatie, het slechte moreel van de troepen en voedseltekorten deden Duitsland nu in snel tempo instorten.

Na meer dan vier jaar oorlog zag Hindenburg in dat de oorlog niet meer te winnen was en hij bood zijn ontslag aan, vlak na collega Ludendorff.

Chronologie van de "Grote Oorlog" 22 augustus 1914: Hindenburg wordt tot bevelhebber van het VIIIe leger benoemd, hij vertrekt de volgende dag naar Oost-Pruisen 26 augustus 1914: een verpletterende overwinning op de Russen in de Slag bij Tannenberg en bevordering tot kolonel-generaal 2 september 1914: verlening van de Orde Pour le Mérite 1 november 1914: opperbevelhebber aan het Oostfront 27 november 1914: bevordering tot generaal-veldmaarschalk 23 februari 1915: toekenning van het eikenloof bij de Orde Pour le Mérite 30 juli 1916: chef van de Generale Staf van het leger 25 maart 1918: toekenning van de ster van het IJzeren Kruis, de („Hindenburgstern“) 25 juni 1919: ontslag als stafchef van het leger 3 juli 1919: de definitieve demobilisatie

Hindenburg in het Interbellum thumb|Portret door Max Liebermann (1927) thumb|Hindenburg en Hitler op de Dag van Potsdam in 1933. In 1925 stierf Rijkspresident Friedrich Ebert. Bij de verkiezing van een opvolger behaalde in de eerste ronde geen enkele kandidaat een absolute meerderheid. In de tweede ronde stelde Hindenburg zich tegen zijn zin, maar op verzoek van zijn rechtse achterban kandidaat en werd met ruime meerderheid gekozen.

Er was aanvankelijk twijfel over de vraag of een antidemocratisch gezinde edelman, behangen met de orden van zijn geliefde keizer, wel een goed president van de eerste democratische Duitse republiek kon zijn, een staat waarin de politiek door de rijkskanselier en het kabinet werden geformuleerd.Sebatian Haffner in een essay over Hindenburg, 1925. Hij moest inderdaad niets van democratie hebben, maar zwoer toch een eed op de democratische grondwet van Weimar en hield zich er ook aan. De oude Hindenburg deed het beter dan verwacht als constitutioneel staatshoofd. Aan het eind van zijn zevenjarige termijn, toen zijn lichamelijke en geestelijke krachten hem al in de steek lieten, liet hij zich toch overhalen tot een nieuwe kandidatuur. Nationaalsocialist Adolf Hitler besloot daarop om zijn tegenkandidatuur in te dienen. De campagne werd namens de president gevoerd door kanselier Heinrich Brüning, die echter direct na de overwinning door Hindenburg werd afgedankt.

Hij werd in 1932 herkozen met 49% van de stemmen (tegenover de 30% van Adolf Hitler) maar moest toezien hoe de Republiek van Weimar nu zozeer door extreem rechts en extreem links werd verscheurd dat de politieke toestand hopeloos leek. De benoeming van de door Hindenburg verachte "Boheemse korporaal" Hitler werd door de op eigenbelang bedachte "camarilla" onder wie zijn secretaris dr. Meisner, oud-kanselier Franz von Papen en Hindenburgs zoon Oskar doorgedrukt. Na twee zeer korte tussenkabinetten benoemde hij aldus in 1933 Adolf Hitler tot rijkskanselier, als opvolger van Kurt von Schleicher.

Dood In de zomer van 1934 was Paul von Hindenburg al stervende en op 2 augustus dat jaar overleed hij op landgoed Gut Neudeck nabij Freystadt in West-Pruisen (Regierungsbezirk West-Pruisen) in de toenmalige provincie Oost-Pruisen.