thumb|Zicht vanaf het centrale plein op de hal richting het noorden Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (afgekort Beeld & Geluid) is een audiovisueel archief met museale functies gevestigd in de Noord-Hollandse plaats Hilversum.
Als cultuurhistorisch instituut draagt het zorg voor de verzameling, opslag, conservering, documentatie, presentatie, levering, bestudering en interpretatie van Nederlands audiovisueel erfgoed. In totaal beheert het (volgens eigen opgave in 2008) ruim 1 miljoen uur aan audiovisueel materiaal, waaronder radio- en televisieprogramma's, onderwijs- en wetenschapsfilms, overheids- en opdrachtfilms, documentaires en webvideo's alsook muziek.
Geschiedenis Op 25 juni 1997 fuseerden het bedrijfsarchief van de Publieke Omroep, het Filmarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst, de Stichting Film en Wetenschap en het Nederlands Omroepmuseum tot het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA).Notitie 'Bouwen aan Beeld. Een gebouw voor het NAA', Nederlands Audiovisueel Archief, Hilversum, november 1997 In 2002 veranderde het NAA zijn naam in Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid.
Bedrijfsarchief van de Publieke Omroep
De historische groei van omroepen in Nederland dateert van omstreeks 1920. Hoewel al vele jaren daarvoor gebruik werd gemaakt van vonkzenders voor de telegrafie was het de radiopionier Hanso Schotanus à Steringa Idzerda die op 6 november 1919 voor het eerst zijn zelf geconstrueerde radiotelefoniezender voor omroepdoeleinden gebruikte. Ondertussen was in 1918 in Hilversum de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) opgericht. Deze fabriek richtte zich in eerste instantie op de productie van zend- en ontvanginstallaties voor schepen en vliegtuigen. Als gevolg van veranderende marktomstandigheden werd eind 1922 begonnen met de productie van radiotoestellen. In het kader van de vergroting van de afzet van deze producten bouwde de NSF in de eerste helft van 1923 een experimentele elektronische radiozender en richtte zij tevens een radiostudio in op het fabrieksterrein aan de Jan van der Heydenstraat. Vervolgens hield de NSF op 21 juli 1923 een proefuitzending die de eerste Nederlandse radio-uitzending verzorgd door een radio-omroep in Hilversum werd. Drijvende kracht achter deze nieuwe ontwikkeling was Willem Vogt, chef van de afdeling Verkoop van de NSF, en programmamaker en omroeper van het eerste uur.
Onderdeel van de op 10 februari 1947 opgerichte Nederlandsche Radio Unie (NRU) werd een fonotheek. De Fonotheek ging het Historisch Archief (voor hergebruik geselecteerde geluidsopnamen van de tot dan toe opgerichte radio-omroepen), het Geluidenarchief van de Hoorspelkern en de reeds bestaande Centrale Discotheek (met aangekochte handelsplaten) bevatten. De Centrale Discotheek was begin jaren veertig door de Rijksradio-omroep De Nederlandsche Omroep ingesteld. De Rijksradio-omroep was in 1941 ontstaan als gevolg van de gelijkschakeling en concentratie van de radio-omroepen door de Duitse bezetter. In eerste instantie huisvestten twee villa's aan de Heuvellaan (28 en 32) in Hilversum de NRU. Door aanhoudende groei van de collectie verhuisde de Fonotheek eind 1965 naar een nieuw gebouw op het Omroepkwartier in Hilversum, samen met de Muziekbibliotheek van de NRU (nu: Muziekbibliotheek van de Omroep). Het nieuwe gebouw was ontworpen door architect Piet Elling en heette eerst Muziekpaviljoen, later Audiocentrum. Tot 2006 waren de fonotheek en de muziekbibliotheek in dit gebouw gevestigd.
Op 2 oktober 1951 vond de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending verzorgd door de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) plaats. In 1958 begon de NTS met het Centrale Filmarchief. Journaalfilms en televisiemateriaal van alle omroepen werden vanaf die tijd voor hergebruik centraal bewaard. Het archief was onderdeel van de al bestaande afdeling Filmzaken, die de acquisitie van (speel)films en zogeheten filminlassen (voor uitzending opgenomen stukjes film, die tijdens een televisie-uitzending gebruikt werden) verzorgde. Met het samengaan van de NRU en de NTS ging deze afdeling onder de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) vallen en veranderde door de opkomst van de video in de jaren 80 van naam in Film- en Beeldbandarchief (FBA). Tussen 1983 en 2006 was het archief in het Videocentrum op het Media Park gehuisvest.
In 1990 werd het Film- en Beeldbandarchief samen met de Fonotheek ondergebracht in de Stichting Audiovisueel Archief Centrum (AVAC). Het AVAC groeide, in de jaren 90 onder het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf (NOB), uit tot het bedrijfsarchief van de Publieke Omroep.
In 1996 bestond de collectie van het AVAC uit de door de Publieke Omroep op de zenders Nederland 1, 2 en 3 en Radio 1, 2, 3, 4 en 5 uitgezonden Nederlandse audiovisuele producties, muziekopnamen van de zendgemachtigden (MOZ, veelal unieke liveopnamen van klassieke, jazz- en popmuziek), het bedrijfsarchief van Polygoon-Profilti (in 1984 door de NOS aangekocht van uitgeverij Strengholt, die in 1980 Polygoon-Profilti had overgenomen), handelsplaten, hoorspelen en geluidseffecten.
Filmarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst miniatuur|rechts| Bioscoopjournaal uit 1980 over het Nationaal Filmarchief van de RVD In september 1919 publiceerde het Algemeen Handelsblad een ingezonden brief van de heer D.S. van Zuiden, historicus uit 's Gravenhage, waarin deze zich afvroeg
Reeds op 8 november 1919 (zoals vermeld in de Nederlandsche Staatscourant dd. 15 december 1919) werd door een aantal 'Haagse heren', onder wie Algemene Rijksarchivaris prof. mr. Robert Fruin, gemeentearchivaris van 's Gravenhage dr. Hendrik van Gelder alsmede Van Zuiden, de Vereeniging Nederlandsch Centraal Filmarchief (NCF) opgericht. Het NCF ging onder meer de door de Haghe Filmfabriek en de Orion Filmfabriek (beide opgericht in Den Haag in resp. 1917 en 1922) geproduceerde films in bewaring nemen. Tevens produceerde de vereniging zelf films, kocht door anderen geproduceerde films aan en kreeg films ten geschenke van verscheidene particulieren (personen en organisaties). Na onder meer problemen over het verplicht afstaan van negatieven door Nederlandse filmproducenten en -distributeurs aan het NCF werd dit archief in 1933 opgeheven.Bert Hogenkamp, De Nederlandse documentaire film 1920-1940, Van Gennep / Stichting Film en Wetenschap, Amsterdam / Utrecht, 1988 De verzamelde films zijn op 10 september 1933 overgenomen door het Rijks Historisch Filmarchief, waarvan de Algemene Rijksarchivaris conservator was. Vervolgens werden de films vanaf 1947 bij het Rijks Filmarchief (zie onderstaand) ondergebracht en laatst merendeels bij de Stichting Nederlands Filmmuseum (NFM) (sinds januari 2010 EYE Film Instituut Nederland geheten) in Amsterdam.
In 1947 richtte de RVD-Den Haag een filmarchief in dat eerst Rijks Filmarchief heette. Dit na het in bewaring gekregen te hebben van filmmateriaal dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Regeringsvoorlichtingsdienst van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen was vervaardigd: Nadat de regering naar Londen was uitgeweken werd de gehele Nederlandse voorlichting in eerste instantie verzorgd vanuit de Afdeling Perszaken van de Nederlandse Legatie in de Britse hoofdstad. Na de eerste chaotische periode in Londen groeiden de persactiviteiten van de Legatie uit tot de instelling van de Regeringsvoorlichtingsdienst, ook wel RVD-Londen genoemd. Naast de afdeling Perszaken waren er een radioluisterdienst, afdeling Lezingen, documentatieafdeling, bibliotheek, correspondentiearchief, fotoarchief en, wat hier relevant is, een afdeling Film onder leiding van majoor Brand Dirk Ochse. Ochse was commercieel directeur bij Filmfabriek Polygoon geweest tot 1939.
De afdeling Film van de RVD-Londen, ingesteld per 1 september 1943, had een filmopname-unit onder leiding van John Fernhout, waarbij twee filmoperateurs waren gedetacheerd: Frits Wassenburg en Piet Out (beide cameraman en afkomstig van Filmfabriek Polygoon). De filmtechnische apparatuur was deels eigendom van de RVD-Londen, deels bruikleen van de British Broadcasting Corporation (BBC), terwijl ook montageruimten gehuurd waren in Wardour Street, centrumlocatie voor de Britse filmindustrie. Naast de Filmafdeling van de RVD-Londen opereerde ook nog een filmopname-unit van de Marine Voorlichtingsdienst, waarbij de filmoperateurs Hans Barnstijn (tevens plaatsvervangend hoofd) en Robert Kiek (eigenlijk journalist) gedetacheerd waren. In zijn laatste rapport over de afdeling Film (opgeheven op 15 september 1945) meldde Ochse dat zijn filmopname-unit 90.000 feet belicht negatief over de bevrijding van Nederland heeft opgenomen en naar Londen verzonden, waar het filmmateriaal ontwikkeld werd. Naast dit materiaal werd ook nog aan de 'filmotheek' van de RVD-Londen toegevoegd 35.000 feet over de bevrijding van Nederland opgenomen door de U.S. Army Pictorial Services (opgericht in 1942, op bevel van generaal George Marshall) en 2.500 feet over diverse marineonderwerpen. Dit filmmateriaal werd in duplicaat aangeboden aan de British Army Film Unit, de United States Office of War Information, de National Film Board of Canada en France Libre Actualités. In samenwerking met het Britse Ministry of Information liet de RVD-Londen uit alle opnamen de films The Last Shot en Broken Dykes maken. British Paramount News, producent van Britse bioscoopjournaals, maakte de film Vrij en Onverveerd (opgeleverd 27 juli 1945), waarin naast filmmateriaal van andere herkomst eveneens opnamen van de filmopname-unit van de RVD verwerkt werden. Het filmmateriaal over de bevrijding van Nederland vormde een deel van het filmbezit van de RVD-Londen. Andere films, over de algemene oorlogsvoering werden (via een tijdelijke filmkeuringscommissie) voor vertoning in bioscopen naar Nederland gezonden.
Inmiddels hadden in Nederlandse regeringskringen in Londen de plannen omtrent de naoorlogse overheidsvoorlichting in en over Nederland vastere vorm aangenomen. Op 27 juli 1945 ontving Piet Wansink van de voorzitter van de Raad van Ministers (die tevens belast was met de Algemene Oorlogsvoering van het Koninkrijk) de opdracht om zich als directeur van de Regeringsvoorlichtingsdient in Londen te belasten met het opbouwen van de RVD-Den Haag aan de Wassenaarseweg 40. Vrijwel al het originele filmmateriaal (35mm zwart/wit op basis van nitraat) dat in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen gedurende de oorlog was geproduceerd werd begin 1946 in ongeordende staat en in kisten van verschillende omvang naar dit adres verzonden. In de achtertuin zou een compacte opslagruimte voor het nieuwe Rijks Filmarchief worden neergezet (1947). In 1950 beschikte de RVD over een elektrisch op de juiste temperatuur en luchtvochtigheid gehouden archief. Dit werd echter spoedig te klein door toestroom van filmmateriaal uit Overzeese gebiedsdelen en uit 'vijandelijk vermogen': Naast de gedachten omtrent overheidsvoorlichting in het naoorlogse Nederland had de regering in Londen ook een aantal besluiten genomen ten aanzien van vijandelijke vermogens. Hieronder vielen de bezittingen van vijandelijke staten/onderdanen en bovendien de vermogens/bezittingen van 'zekere landverraderlijke personen'. Deze (im-)materiële goederen, in dit geval Duitse en Japanse propagandafilms, werden ingevolge het Besluit van 20 oktober 1944 (houdende vaststelling van het Besluit Vijandelijk Vermogen) onder toezicht gesteld van het Nederlandsche Beheersinstituut en ondergebracht bij het Rijks Filmarchief. In het archief werd ook filmmateriaal opgeslagen voortkomende uit verdere opdrachten van het Rijk en van het voormalig Nederlandsch Centraal Filmarchief.