De Grande Loge de France (Nederlands: Grootloge van Frankrijk, afgekort G.L.d.F.) is een Franse obediëntie, oftewel een koepel van vrijmetselaarsloges, welke enkel toegankelijk is voor mannen. De huidige obediëntie is de tweede die onder deze naam is opgericht.

De obediëntie volgt grotendeels de uitgangspunten van de reguliere vrijmetselarij. Toch wordt zij niet als regulier erkend door de United Grand Lodge of England omdat zij slechts lippendienst bewijst aan bepaalde onderdelen van de Oude Landmerken, en trekken vertoont van de zogenaamde liberale of adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij.

Anno 2025 telt de Grande Loge de France ongeveer 31.000 leden in circa 950 loges. Het merendeel hiervan bevindt zich in Frankrijk, daarnaast zijn er loges in vrijwel alle werelddelen. Haar hoofdzetel is gevestigd te Parijs, waar zij ook beschikt over het Musée de la Grande Loge de France, een museum over de vrijmetselarij.

Ritus en graden De Grande Loge de France werkt in de drie symbolieke of basisgraden van leerling, gezel en meester volgens de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

De hogere graden van deze ritus kunnen daarna worden verleend binnen het Supréme Conseil de France

Geschiedenis links|miniatuur|Philip, hertog van Wharton

Ontstaan Nadat in 1725 de eerste vrijmetselaarsloge in Frankrijk in Parijs was opgericht nam het aantal loges daarna snel toe. In 1728 verenigden zij zich waarbij Philip Wharton, 1e hertog van Wharton (1698-1731) en voormalig grootmeester van de Premier Grand Lodge of England, als eerste onofficiële grootmeester wordt genoemd. Rond 1738 was voor het eerst sprake van een Grande Loge de France, waarbij Louis de Pardaillan de Gondrin, hertog van Antin (1707-1743) tot grootmeester werd verkozen.

Halverwege de achttiende eeuw trachtten de Parijse loges binnen de Grande Loge de France haar gezag ook in de provincie te vestigen, maar zonder succes. De hertog van Antin werd als grootmeester opgevolgd door Louis, graaf van Clermont (1709-1771).

In 1773 ontstond een scheuring binnen de Franse vrijmetselarij en het Grand Orient de France zag het levenslicht, waar een groot aantal loges van de Grande Loge de France naar toe overging. De resterende loges gingen verder als de Grande Loge de Clermont, genoemd naar de eerder overleden grootmeester.

Zowel het Grand Orient de France als de Grande Loge de Clermont moesten hun activiteiten staken tijdens de periode van het Schrikbewind (1792-1794) van de Franse Revolutie. Nadat zij de werkzaamheden hadden hervat was het aantal loges sterk teruggelopen. Onder leiding van Alexandre Roëttiers de Montaleau (1748-1807) die daarna grootmeester werd, werden beide obediënties samengevoegd tot het Grand Orient de France op 10 juni 1799.

Invoering van de Schotse Ritus Verschillende vrijmetselaars die behoorden tot de Grande Loge de Clermont waren hiermee niet akkoord, en richtten hun eigen loge op, de Loge Mére Écossaisse de France, ook wel Loge Saint-Alexandre d'Écosse genoemd. Deze vormde zich in 1804 om tot Grande Loge Génerale Écossaise de France. Tegelijkertijd werd de Suprême Counseil de France pour le Rite Écossais Ancien et Accepté opgericht, de eerste opperraad in Europa voor de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (A.A.S.R.), op initiatief van Alexandre Francois Auguste de Grasse, graaf de Grasse-Tilly (1765-1845). Deze obediënties bleven echter in de schaduw van het Grand Oriënt de France werken.

Nog in datzelfde jaar wilde het Grand Orient de France ook de hogere graden volgens de A.A.S.R. gaan beoefenen en trad daarmee in concurrentie met beide andere obediënties. Dit leidde tot een conflict, dat in 1805 voorlopig werd opgelost door een compromis: het Grand Oriënt de France werkte in de basisgraden van leerling, gezel en meester en oefende daarnaast voortaan de jurisdictie uit over de 4e tot en met de 18e graad van de A.A.S.R. Aan de andere kant oefende de Suprême Counseil de France de jurisdictie uit over de 19e tot en met de 33e en laatste graad van de A.A.S.R. De Grande Loge Génerale Écossaise de France werd op last van Napoleon samengevoegd met het Grand Orient de France.

Deze oplossing bleef bestaan tot in 1815, in dat jaar richtte het Grand Oriënt de France haar eigen, alternatieve opperraad of Suprême Counseil op voor alle hogere graden van de A.A.S.R. Hierdoor staakte de Suprême Counseil de France haar activiteiten tot in 1821. In dat jaar hervatte ze haar activiteiten weer en wilde ook in de drie basisgraden opereren. Onder haar impuls werd hiertoe vervolgens een nieuwe obediëntie opgericht, de Grande Loge Centrale de France.

De tweede Grande Loge de France In 1894 fuseerde de Grande Loge Centrale de France met de in 1879 opgerichte Grande Loge Symbolique Écossaise en nam de historische naam Grande Loge de France aan. Zo ontstond er voor de tweede keer een obediëntie met deze naam.

Vanaf 1901 ontstonden er in de schoot van de Grande Loge de France opnieuw adoptieloges, die toegankelijk waren voor vrouwen. Ook andere obediënties vormden adoptieloges. In 1935 kregen de adoptieloges die behoorden bij de Grande Loge de France bestuurlijke onafhankelijkheid, wat in 1945 leidde tot de vorming van een onafhankelijke obediëntie de Union Maçonnique Féminine de France. In 1952 veranderde deze obediëntie haar naam in Grande Loge Féminine de France.

In 1911 werd de obediëntie eigenaar van het pand aan de Rue Puteaux 8, een voormalig Franciscaner klooster, wat haar hoofdzetel werd. Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw in beslag genomen door de Gestapo en daarna gebruikt door de Duitse bezetters.

In 1956 werden door de Grande Loge de France fusiebesprekingen gestart met de Grande Loge Nationale Française. Deze mislukten, maar leidden er uiteindelijk wel toe dat een groep van ca. 500 leden overstapte naar de Grande Loge Nationale Française.

Internationaal In 2000 stond de Grande Loge de France, samen met de Grande Loge Traditionnelle et Symbolique Opéra en de Nationale Grootloge van Joegoslavië (later: Grootloge van Servië en Montenegro), aan de wieg van de Confédération des Grandes Loges Unies d'Europe. Dit internationale samenwerkingsverband wil obediënties verenigen die wel grotendeels regulier werken maar niet als zodanig worden erkend. In 2020 transformeerde deze organisatie in de Confédération Internationale des Grandes Loges Unies de Rite Ecossais Ancien et Accepté (C.I.G.L.U.), welke anno 2025 meer dan 30 leden kent.

Aanwezigheid in België De Grande Loge de France kent twee actieve loges in België, een in Doornik (Tournai) en een in Baisieux.

Zie ook Vrijmetselarij in Frankrijk Aloude en Aangenomen Schotse Ritus

Externe links Grande Loge de France Musée de la Grande Loge de France Appendix

Categorie:Franse obediëntie Categorie:Buitenlandse obediëntie in België