Koninklijke Philips, meestal kortweg Philips genoemd, is een Nederlands elektronicaconcern. Het heeft zijn hoofdkantoor in Amsterdam, maar de wortels van het bedrijf liggen in Eindhoven. Het concern produceert voornamelijk medische apparatuur zoals MRI-scanners. Philips is oprichter en was tot 2016 hoofdsponsor van voetbalclub PSV.
Het bedrijf vindt zijn oorsprong in de productie van gloeilampen waarmee het wereldwijd bekend is geworden.Gedenkboeken uitgegeven door Philips. Philips museum. In het verleden ontwikkelde en produceerde de onderneming kleine huishoudelijke apparaten zoals koffiezetapparaten, stofzuigers, mixers, strijkijzers en broodroosters (tot 2021, verder als Versuni), verlichtingssystemen (tot 2016, verder als Signify) en consumentenelektronica als radio's, band- en cassetterecorders, stereoapparatuur, cd-spelers (tot 2014) en tv-toestellen (tot 2012, nu TP Vision), maar ook microchips (tot 2006, verder als NXP), klassieke beeldbuizen (tot 2002, in joint venture met LG) automatiseringsdochter Origin (tot 2000, verkocht aan Atos), het platenlabel PolyGram (tot 1998, werd onderdeel van Universal Music Group), lithografische machines om wafers te maken voor de chipsindustrie (tot 1995, verder als ASML), computers en witgoed, grote huishoudelijke apparaten zoals wasmachines, koelkasten, wasdrogers (tot 1991, daarna onderdeel van Whirlpool).
Philips was betrokken bij het oprichten van joint venture in 1952 met het Japanse Matsushita van Matsushita Electronic Corporation (MEC) (aandeelhouder tot 1993) en in 1987 van de Taiwanese chipfabrikant TSMC (aandeelhouder tot 2009) en in 1999 van LCD producent LG.Philips LCD (aandeelhouder tot 2009).
Activiteiten miniatuur|MRI-scanner In 2024 realiseerde Philips een totale omzet van 18 miljard euro met zo'n 65.000 mensen. Philips geeft per jaar circa 10% van de omzet uit aan R&D.
In 2024 was het bedrijfsmodel vooral gericht op de gezondheidszorg, verdeeld over de volgende onderdelen: Diagnosis & Treatment businesses (omzetaandeel 50% in 2024) (scanners) Connected Care businesses (30%) (monitors, slaapapneuapparaten, software) Personal Health businesses (20%) (elektrische tandenborstels, scheerapparaten en babyapparaten) Overig
Geschiedenis thumb|Eerste Philipsfabriek Beginjaren thumb|Kooldraad-gloeilamp thumb|Röntgenbuis thumb|Radiotoestel 1931, ontwerp Louis Kalff thumb|Filmprojector In 1891 richtte werktuigkundig ingenieur Gerard Philips, met zijn vader Frederik Philips als geldschieter, de firma Philips & Co op, een onderneming "tot het fabriceeren van gloeilampen en andere electro-technische artikelen, beneevens het drijven van handel daarin".Oprichting Vennootschap Philips & Co, Publicatie in Nederlandsche Staatscourant, 19-05-1895, geraadpleegd 22-01-2021Instituut voor Nederlandse Geschiedenis Biografie Gerard Leonard Frederik Philips. Gearchiveerd op 19 mei 2011. Het bedrijf werd niet in hun woonplaats Zaltbommel gevestigd, maar in Eindhoven, omdat daar een leegstaande bukskinfabriek beschikbaar was. Hier zette Philips de benodigde machines neer en begon met het produceren van gloeilampen en het daarvoor benodigde kooldraad, dat Gerard Philips met scheikundig technoloog Jan Reesse in Amsterdam had ontwikkeld nadat hij het procedé in Engeland had gezien bij The General Electric (later Marconi). Er waren reeds gloeilampenproducenten actief, en de opstart van voldoende verkoop had een aanlooptijd van een jaar. De uitbreiding van elektrificatie was een van de factoren hierin. Deze Eerste Gloeilampenfabriek is nu een museum.
Zowel technologisch als maatschappelijk was de uitvinding van de wolfraam-draadlamp van groot belang, waar Gerard Philips in zijn lab een verbeterde versie van wist te creëren. Door sterke concurrentie uit vooral Duitsland waren de eerste jaren financieel geen succes. Frederik Philips investeerde in efficiency van de productie en vergroting van het volume om winstgevend te worden. In 1895 werd de bedrijfsleiding daarom aangevuld voor de verkoop met Gerards 16 jaar jongere broer Anton Philips, die zich tot zakenman ontwikkelde, waarna de onderneming flink begon te groeien in het spel van productiviteitsverhoging, verkoop en het verkrijgen van octrooien en geclaimde patenten. Gerard en zijn labs legden zich de eerste jaren succesvol toe op het verlengen van de levensduur, lichtsterkte en het energieverbruik van gloeilampen. Daarnaast produceerde Philips diverse modellen. In 1899 werd Anton medefirmant van het bedrijf. In 1907 werd de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek te Eindhoven opgericht, gevolgd in 1912 door de oprichting van de NV Philips' Gloeilampenfabrieken, waarvan Gerard en Anton Philips de eerste directeur-aandeelhouders waren.De Philips Metaaldraad-lampen, Holland express (4) 1911, 397-401
Onderzoek Gerard Philips zag in dat technische ontwikkeling en verbetering van producten alleen mogelijk is, wanneer zij wordt voorafgegaan door systematisch wetenschappelijk onderzoek. Hoe meer kennis men binnen een bedrijf heeft van de producten die men maakt, des te groter is de zekerheid te kunnen innoveren en de onderneming zo bij de tijd te kunnen houden. Aanvankelijk leidde Gerard Philips zijn medewerkers zelf op en gaf les in de elementaire vakken, maar ook in wis-, schei- en natuurkunde. Philips, Gerard Leonard Frederik (1858-1942), KNAW, 1989-2013, geraadpleegd 22-01-2021 Hij legde de basis voor het chemisch laboratorium (1908), geïnspireerd op het lab van General Electric waar een aantal jaren mee werd samengewerkt op het gebied van onderzoek en productie. De eigen machinefabriek (1909) en het Philips' Natuurkundig Laboratorium (NatLab) (1914) waarvan de opvolger, de High Tech Campus, zich nog steeds in Eindhoven bevindt. Het NatLab was een broedplaats voor experimenten en uitvindingen, medewerkers kregen de vrije hand en er werden grote wetenschappers uitgenodigd om lezingen te houden, waaronder Albert Einstein. Mede door de uitstekende onderzoeksafdeling maar vooral door de vakkennis en eigen machinefabrieken met zorg voor de uitmuntende kwaliteit van de producten, verkreeg Philips tevreden klanten en een sterke merknaam.
Daarnaast kon door slim zakendoen een breed octrooi-portfolio worden opgebouwd en de afhankelijkheid van andere patenthouders worden verkleind. Belangrijke onderzoekers en uitvinders uit de beginjaren van het Lab waren Gilles Holst, die de staf samenstelde, Balthasar van der Pol, Bernard Tellegen, Johan Numans en Henk Bremmer. Uit een publicatie van het Natlab over de jaren 1916 tot 1946 blijkt dat een deel van de vindingen niet konden worden benut in producten. Er gingen ook voorzichtige stemmen op of het onderzoek niet te veel een speeltuin werd in plaats van gerelateerd te zijn aan de productportfolio.
In 1928 werd een eigen vakopleiding gestart, het Jongens Nijverheids Onderwijs (JNO), later Primaire Beroepsopleiding (PBO) of Philips Bedrijfsschool geheten. Dat hier alleen jongens les kregen was opmerkelijk, nu het personeel tot dan toe voornamelijk uit vrouwen en meisjes bestond.Michel Theeuwen, Komst en Vertrek Philips is het beste wat Eindhoven ooit overkwam, Eindhovens Dagblad, 27-04-2020, geraadpleegd 22-01-2021. Gearchiveerd op 13 november 2020.
Productie thumb|Philips Gloeilampenfabrieken Eindhoven, bouw 1927-1929 thumb|Aandeel van Philips' Gloeilampenfabrieken van 14 december 1928
Vervaardiging machines In 1908 werd een voormalige weverij van de Gebr. Schellens opgekocht en tot machinefabriek ingericht. Hier ontwikkelde en bouwde Philips in eigen beheer productiemachines voor gloeilampen. Keuze voor zelfbouw kwam onder meer voort uit de ondernemingsfilosofie, binnen de eigen onderneming bijzondere know-how op te bouwen en deze af te schermen, zodat concurrentievoordeel opgebouwd kon worden. Omstreeks 1920 ontstond een gereedschapsmakerij, de gereedschappen waren nodig voor de productie van radiotoestellen. In de regio waren aanvankelijk te weinig vakmensen voorhanden en deze moesten betrokken worden uit Duitsland en Midden-Europa. In 1948 startte de apparatenbouw, oorspronkelijk ten behoeve van de productie van bioscoopprojectoren voor de HIG (Hoofdindustriegroep) ELA. Later werd een zeer grote verscheidenheid aan apparaten gebouwd, tot cyclotrons aan toe. In 1961 werd een vestiging in Almelo geopend, en in 1970 werd de Machinefabriek te Alkmaar aan de organisatie toegevoegd.
Gas De productie van gas werd begonnen als reactie op het Duitse verbod op export van argon, in het kader van de Eerste Wereldoorlog. De gasfabriek splitste lucht in bestanddelen als argon, neon, krypton, xenon, zuurstof en stikstof. Het argon werd gebruikt om lampen te vullen, nadat in 1915 was ontdekt dat de gloeidraad van een met dit gas gevulde lamp veel langer meeging. In 1919 functioneerde deze fabriek op het complex Strijp-S reeds. Andere gassen werden gebruikt als hulpstof. De fabriek was onderdeel van de groep Licht. De machines waren van het Duitse fabricaat Linde Eismaschinen. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen een moderne fabriek op het complex Beatrixkanaal. Deze werd in 1989 verkocht aan Air Liquide. De fabriek is inmiddels gesloten.
Glas In 1916 werd de eerste eigen glasfabriek van Philips in gebruik genomen op het terrein Strijp-S. Deze werd gestart omdat het concern van aanvoer van grondstoffen verzekerd wilde zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het glas werd gebruikt voor de ballonnen van gloeilampen, waar zeer veel glasblazers voor nodig waren. Later werden deze processen gemechaniseerd en werden de activiteiten uitgebreid met, onder meer, beeldbuizen. De fabriek is begin jaren 60 van de 20e eeuw gesloopt. Glas voor gloeilampen werd voortaan in de Lommelse vestiging vervaardigd, waar ook de ballons machinaal werden gemaakt. Daarnaast had Philips over de hele wereld verspreid veel glasfabrieken ten behoeve van de lampenproductie. Glas voor tl-buizen werd in Roosendaal gefabriceerd. Het persglas werd gefabriceerd in Eindhoven, Aken, Simonstone, São Paulo en Taiwan. De persglasfabriek Eindhoven werd uiteindelijk verplaatst naar Winschoten maar was op dat moment eigenlijk al overbodig geworden.
Ten behoeve van de glasovens had Philips ook een fabriek op het terrein die vuurvaste stenen maakte. miniatuur|Snoer met 16 lamphouders in gekleurde bakeliet voor lampjes van het merk Philips. Bewaard in doos met 2 gloeilampen met blauwe coating (kaarsvormig). Collectie Industriemuseum Gent.
Metaalwaren en apparaten De metaalwarenfabriek (PMF) produceerde sedert 1918 radio-onderdelen en sedert 1927 radiotoestellen. Omstreeks 1925 werd de massaproductie van de benodigde metaalwaren een onderdeel van de apparatenfabriek. In 1946 werd het een onderdeel van de HIG Apparaten, in 1957 onderdeel van de HIG RGT.
Philite (bakeliet) en kunststof