De zaak-Dutroux was een geruchtmakend onderzoek en rechtszaak in België in en na de jaren 90 van de vorige eeuw rond de crimineel Marc Dutroux en zijn, bij de door hem gepleegde misdrijven als handlanger aangemerkte, vriend Michel Lelièvre. Dutroux stond zelf terecht op verdenking van ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord en illegale handel en is veroordeeld tot levenslange opsluiting en terbeschikkingstelling van de regering.
Op 15 augustus 1996 werd de zes dagen tevoren ontvoerde Laetitia Delhez in zijn huis ontdekt, samen met Sabine Dardenne, die al bijna drie maanden opgesloten zat in de woning (14 en 12 jaar). Al snel bleek dat Dutroux ook verantwoordelijk was voor de ontvoering van Julie Lejeune, Mélissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks, die allen dood werden teruggevonden. Daarnaast had hij ook de dood van zijn handlanger Bernard Weinstein op zijn geweten. De belangrijkste handlanger was zijn vrouw.
Verdachten In het proces stonden naast hoofdverdachte Marc Dutroux zelf de volgende personen terecht:
Michelle Martin, de ex-echtgenote van Dutroux; Michel Lelièvre, een vriend van Dutroux; Michel Nihoul, een zakenman en zakenpartner van Dutroux.
Slachtoffers Julie en Mélissa Julie Lejeune (29 november 1987) en Mélissa Russo (11 september 1987), twee Waalse vriendinnetjes, werden op 24 juni 1995 samen ontvoerd in Grâce-Hollogne, een gemeente in de provincie Luik. De toen zevenjarige meisjes hadden samen nog op een brug over de autosnelweg gestaan om naar voorbijrijdende auto's te zwaaien.Minister erkent falen justitie in pedofiliezaak, de Volkskrant, 23 augustus 1996 Op 17 augustus 1996 werden hun lichamen teruggevonden in de tuin van Dutrouxs vrouw Michelle Martin in Sars-la-Buissière.
Dutroux werd beschuldigd van moord. Waarschijnlijk werd hij voor de ontvoering bijgestaan door een medeplichtige. Dat zou Bernard Weinstein geweest zijn, die later door Dutroux vermoord werd. Waarschijnlijk hebben Julie en Mélissa vanaf het moment van hun ontvoering nog ongeveer negen maanden in gevangenschap geleefd.De slachtoffers van Dutroux
Gevangenschap en overlijden De meisjes hebben samen opgesloten gezeten in een krappe cel, verborgen in de kelder van Dutrouxs huis in Marcinelle, die speciaal was gebouwd voor de opsluiting. Tijdens deze opsluiting zijn ze regelmatig misbruikt door zowel Weinstein als Dutroux. De toegang werd aan het oog onttrokken door een zwaar houten rek vol conservenblikken en flessen. Waarschijnlijk vertelde Dutroux ook aan hen wat hij Sabine en Laetitia wijsmaakte: dat hij hen gered had uit de klauwen van 'de baas', en dat hun ouders heel goed wisten dat ze hier zaten maar het losgeld niet wilden of konden betalen.
Over de precieze doodsoorzaak is niet veel bekend. Waarschijnlijk kwamen zowel Julie als Mélissa om van honger en dorst, negen maanden na hun ontvoering. Dutroux was op 6 december 1995 gearresteerdMichel Bourlet, procureur des konings, op een persconferentie in 1996. Vierdelige docureeks 'Als je ons kan horen' (2021). De Mensen, RTBF, Arte en Eén. en moest voor een tijd de gevangenis in. Hij had zijn vrouw Michelle Martin opgedragen voor de kinderen te zorgen, wat ze niet deed. Ze kwam wel de hond voeren, maar was naar eigen zeggen bang om de kelder in te gaan bij de kinderen. Na zijn vrijlating in maart 1996 trof Dutroux naar eigen zeggen een schrijnend tafereel aan: het gelijkvloers lag vol ontlasting van de honden, terwijl de kelder bezaaid was met papieren zakdoeken. De meisjes bevonden zich in zeer verzwakte en ondervoede staat; Julie zou die dag gestorven zijn, en Mélissa vier dagen later. Volgens experts is het echter onmogelijk dat twee meisjes van amper acht jaar oud, die al verzwakt zijn door de vijf maanden opsluiting die ze al doorgemaakt hadden, nog eens vier maanden konden overleven zonder eten of drinken. Hoe en of ze echt die vier maanden van Dutrouxs afwezigheid doorkwamen, weet niemand. Ze werden begraven in de tuin van Michelle Martin in Sars-la Buissière.
Vondst Julie en Mélissa en nasleep Op 17 augustus 1996, vier dagen na de arrestatie van Dutroux en twee dagen na de bevrijding van Sabine en Laetitia, werden de lichamen van Julie en Mélissa op aanwijzingen van Dutroux opgegraven.
De ouders van Julie en Mélissa uitten tijdens persconferenties en talrijke televisie-uitzendingen felle kritiek op het onderzoek naar de verdwijning van hun kinderen, onder andere op het gebrek aan betrokkenheid bij het onderzoek en de weigering aan de ouders om het dossier in te zien.Gino Russo, vader van Mélissa, op een persconferentie op 18 augustus 1996. Archiefbeelden te zien in vierdelige docureeks 'Als je ons kan horen' (2021). De Mensen, RTBF, Arte en Eén.
De foto van de twee meisjes ging ondertussen de hele wereld rond en ze werden in België het symbool van het lijden van Dutrouxs zes slachtoffers. De gemeenschappelijke begrafenis van de twee op 22 augustus 1996 werd een officieuze dag van nationale rouw en legde het hele openbare leven in België plat. Julie en Mélissa liggen nu naast elkaar begraven op het kerkhof van Grâce-Hollogne.
In juni 1996 hoorde Julies vader, Jean-Denis Lejeune, over het National Center for Missing and Exploited Children in Washington D.C.. Hij besloot een gelijkwaardig project op te richten, specifiek voor België. Op 20 oktober 1996, de dag van de Witte Mars, legde hij zijn idee voor aan toenmalig eerste minister Jean-Luc Dehaene en vroeg zijn steun voor het opstarten. Op 31 maart 1998 werd het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen operationeel, onder de naam Child Focus.
An en Eefje De Vlaamse vriendinnen An Marchal (10 december 1977) en Eefje Lambrecks (30 januari 1976) werden in de nacht van 22 op 23 augustus 1995 bij Oostende ontvoerd na het bijwonen van een hypnoseshow van Rasti Rostelli in het nabije Blankenberge."We zullen onze strijd voortzetten", Reformatorisch Dagblad,
Marc Dutroux was met Michel Lelièvre naar de kust gereden op zoek naar meisjes om te ontvoeren. De meisjes waren aan het liften en stapten volgens Dutroux en Lelièvre vrijwillig in de auto omdat ze dachten dat hen een lift werd aangeboden. Eenmaal in de auto vergrendelde Dutroux de sloten en dwongen hij en Lelièvre de meisjes door hen bij de keel vast te houden om geneesmiddelen (waarschijnlijk rohypnol of haldol) in te nemen waardoor ze insliepen. De meisjes werden naar Marcinelle gebracht en in de kamer van een van Dutrouxs zonen opgesloten, omdat Julie en Mélissa al in de kelder zaten. Daar werden ze regelmatig door Dutroux, Weinstein en Lelièvre misbruikt. An en Eefje werden strikt gescheiden gehouden van Julie en Mélissa, en waarschijnlijk wisten ze niet van elkaars bestaan. Als Julie en Mélissa uit de kelder gelaten werden, moesten ze heel stil zijn. Omdat Eefje Lambrecks twee keer probeerde te ontsnappen werden eerst de kleren van de meisjes afgepakt en werden ze daarna aan het bed vastgeketend. Wellicht vanwege Eefjes weerbarstigheid maar naar Dutrouxs eigen zeggen ook omdat vier meisjes in huis te veel was, werden de meisjes opnieuw verdoofd en levend begraven.
Op 3 september 1996 werden hun lichamen teruggevonden onder een loods in Jumet bij Charleroi, naast een huis dat eigendom was van Dutroux. De lichamen werden gevonden op aanwijzen van Dutroux, nadat hij eerst de ontvoering van Laetitia Delhez en drie andere meisjes had bekend. Er is geen zekerheid over het tijdstip noch over de omstandigheden van hun dood.
Vondst An en Eefje en nasleep Op het optreden van de Belgische politie kwam veel kritiek, omdat de onderzoeksrechter pas twee weken na de ontvoering zou zijn ingelicht, en omdat er geen enkel verband werd gelegd met de ontvoering van Julie en Mélissa, twee maanden eerder. Er waren voldoende getuigen en andere aanwijzingen tot ongeveer 01.20 uur 's nachts, daarna "leek het alsof ze van de aardbodem verdwenen waren". Le cruel destin d’An et Eefje, Le Web de l'Humanité, 7 april 2004 (gearchiveerd)
De Belgische politie had de homevideo's van Marc Dutroux al een jaar op het bureau liggen, maar had ze niet bekeken omdat er geen videorecorder voorhanden was."Slachtoffertjes Dutroux dood omdat politie homevideo's links liet liggen", Gazet van Antwerpen, 18 augustus 2010 Op een van de video's was te zien hoe Dutroux de geheime kelder had gemaakt. Als de politie ze wél bekeken had, hadden An en Eefje wellicht nog gered kunnen worden. De verontwaardiging over de blunders in het onderzoek leidde tot de grootste demonstratie in de geschiedenis van het land: de Witte Mars.
De ouders van Eefje Lambrecks wensten geen ruchtbaarheid over de zaak en bleven zorgvuldig buiten de publiciteit, in tegenstelling tot de vader van An, Paul Marchal, met wie ze in botsing kwamen.Pol Marchal zou naam dochter Lambrecks misbruiken voor nieuwe stichting. Weer ruzie tussen vanders An en Eefje, de Volkskrant, 22 oktober 1996 An en Eefje werden niet samen begraven (in tegenstelling tot Julie en Mélissa). De rechtbank verbood Marchal tevens om een vzw 'An en Eefje' op te richten.
Paul Marchal zou een van de spilfiguren van de Witte Beweging worden. Zo richtte hij eind 1997 de kortstondige Partij voor een Nieuwe Politiek in België (PNPb) op, en zette hij het Huis van An op, een plaats waar kinderen met problemen terechtkunnen.
Lambrecks was de enige van de slachtoffers van Dutroux die ten tijde van de misdaad wettelijk meerderjarig was; vermoedelijk hierom is haar geboortedatum niet genoemd in de officiële aanklacht.Samenvatting van de aanklacht; Geboortedatum volgens Het Belang van Limburg
Bernard Weinstein Ook Dutrouxs eigen handlangers waren niet veilig voor hem. Kort na de moord op An en Eefje, in oktober 1995, liep een diefstal van een vrachtwagen door Weinstein en een andere kompaan, Pierre Rochow, uit de hand. Samen met Dutroux wilden ze de vrachtwagen verder verkopen, maar deze bleek uit de hangar van Dutroux te zijn gestolen. Weinstein en Dutroux verdachten Rochow en besloten hem een lesje te leren. Hierbij verdoofden ze Rochow, diens vriend en zijn vriendin. Ze beroofden de vriendin van Rochow, die echter kon ontsnappen en de politie waarschuwde. Weinstein en Dutroux moesten op 5 november 1995 tijdelijk onderduiken. Kort daarna vermoordde Dutroux Weinstein, deels uit angst om verraden te worden, deels om hem vooraf te bestelen. Dutroux verdoofde Weinstein door hem een gedrogeerde maaltijd voor te zetten, en martelde hem net zo lang tot hij toegang tot zijn kostbaarheden gaf. Dutroux maakte Weinstein zo ongeveer 500.000 Belgische franc afhandig, verdoofde hem opnieuw, en begroef hem levend in de tuin van het huis in Sars-la-Buissière, naast de plaats waar later ook Julie en Melissa begraven zouden worden. Nadien, op 6 december 1995, werd Dutroux opgepakt voor de gijzeling van Rochow en diens vriend en vriendin. Hij zat drie maanden en een half in voorarrest, tot 20 maart 1996.
Sabine en Laetitia De Waalse meisjes Sabine Dardenne (28 oktober 1983) en Laetitia Delhez (25 november 1981) waren de laatste slachtoffers van de bende van Dutroux en de enige overlevenden.
Sabine werd op 28 mei 1996, op twaalfjarige leeftijd, ontvoerd toen zij op weg was naar school. Dutroux begon haar vrijwel meteen te misbruiken, en deed dat daarop elke dag opnieuw. Op andere momenten dwong hij haar tot huishoudelijk werk, en slechts voor dit werk werd ze soms tijdelijk uit de kelder gelaten. Ook als Dutroux naar Slowakije ging of wanneer er Slowaakse meisjes bij hem verbleven, bleef Dardenne opgesloten in de kelder. Hij had haar wijsgemaakt dat hij haar beschermde tegen een grote chef die haar wou vermoorden. Ze hadden zogenaamd losgeld gevraagd aan haar ouders, die ze niet wilden betalen. Sabine schreef brieven aan haar ouders, waarin ze om hulp smeekte, maar Dutroux stuurde die nooit op. Ook hield ze een dagboek bij, waarin ze elke dag dat ze verkracht werd markeerde met een sterretje.