Paus Paulus II, geboren als Pietro Barbo (Venetië, 23 februari 1417 – Rome, 26 juli 1471) was paus van de Rooms-Katholieke Kerk van 30 augustus 1464 tot aan zijn dood. Hij was kardinaal-nepoot van paus Eugenius IV en de oom van de later als kardinaal benoemde Marco Barbo, Giovanni Battista Zeno en Giovanni Michiel.

Biografie 1417-1464 Pietro was de zoon van Niccolo Barbo, een rijk Venetiaans koopman, en Polixena Condulmer, een zuster van paus Eugenius IV. Hoewel Pietro voorbestemd was voor een carrière binnen de overzeese handel, was het door toedoen van zijn tot paus gekozen oom (1431) dat Pietro de studies geschiedenis en kerkelijk recht ging volgen aan het pauselijk hof.The history of the popes…, pag. 14

In 1436 volgde zijn eerste kerkelijke benoemingen: aartsdiaken van Bologna en kanunnik van het kathedraalkapittel in Padua. Tijdens het consistorie van 1 juli 1440 werd Pietro door paus Eugenius IV tot kardinaal-diaken gecreëerd waarbij hem de titeldiakonie van Santa Maria Nuova werd toegewezen.Na als titeldiakonie in 1661 te zijn opgeheven, werd de Santa Maria Nuova in 1887 door paus Leo XIII aangewezen als titelkerk. Tevens werd Pietro aangesteld als bestuurder van het bisdom Cervia, een functie die hij tot 1451 zou aanhouden. Onder paus Martinus V opteerde Pietro voor de titel kardinaal-priester, die hem door de paus op 16 juni 1451 werd verleend en waarbij hem de titelkerk San Marco werd toegewezen. Tegelijkertijd volgde zijn benoeming tot bisschop van Vicenza (1451) en tot bisschop van Padua (1459). thumb|Plaquette op geboortehuis van Pietro Barbo In de periode 1440-1464 was Pietro actief binnen de Romeinse Curie en stond hij de verschillende pausen bij bij het oplossen van conflicten met wereldlijke leiders. Zo slaagde hij erin de rivaliserende Romeinse families Orsini en Colonna een wapenstilstand te laten sluiten in 1455 en trad hij op als bemiddelaar tussen paus Calixtus III en de koning van Napels, Alfons V van Aragón over het recht op bestuur over gebieden binnen Italië.The life and times of Rodrigo Borgia, Pope Alexander VI, pag. 26 Zijn goede relatie met deze eerste Borgia-paus –alsmede met diens familieleden- resulteerde erin, dat bij de dood van Calixtus III Pietro het opnam voor de prefect van Rome, Pedro Luis Borgia, en erin slaagde hem met steun van zijn broer kardinaal Rodrigo Borgia uit de stad te laten vluchten.The life and times of Rodrigo Borgia, Pope Alexander VI, pag. 27

De verstandhouding tussen Pietro en paus Pius II (1458-1464) was daarentegen minder, omdat Pius zich diverse malen geërgerd had aan het optreden van de kardinaal. Al voor zijn benoeming tot paus sprak Pius II –toen nog Aeneas Piccolomini- er schande van hoe Pietro de minnares van de Napolitaanse koning, Lucretia, met alle egards ontving en haar zelfs diverse malen bij haar verblijf in Rome bezocht. Door deze handelwijze omschreef Piccolomini in zijn dagboek Pietro als “een gedreven najager van aardse gunsten.”Memoires van een Renaissancepaus, pag. 122

Een ander voorval betrof de vermeende dood van de priester van de kerk Santa Maria dell’ Impruneta te Impruneta (provincie Florence). Naar aanleiding hiervan eiste Pietro Barbo van Pius II, dat het bezit van de kerk aan hem werd toevertrouwd. Deze kerk gold als een belangrijk en rijk heiligdom door de aanwezigheid van een afbeelding van de Maagd Maria, die nog geschilderd zou zijn door de evangelist Lucas.Website Impruneta Barbo meende deze eis te kunnen neerleggen, doordat onder meer door zijn optreden tijdens het conclaaf van 1458 Piccolomini als Pius II gekozen werd. Pius wees de aanspraak echter af, omdat hij meende dat zo’n belangrijke parochiekerk niet in het bezit mocht komen van een kardinaal.Memoires van een Renaissancepaus, pag. 157-158

In deze periode kwam ook de verstandhouding met zijn geboortestad Venetië onder druk te staan, wat bleek uit het verzet van de Venetianen tegen de benoeming van Pietro tot bisschop van Padua in 1459.The papacy and the Levant (1204-1571), pag. 271 De Raad van Tien, hoogste bestuursorgaan van de Republiek, had zelf kandidaten voor de vacante zetel voorgedragen, maar Pius gaf de voorkeur aan Barbo. De Venetianen verafschuwden echter de idee dat het bisdom in commendam aan Barbo gegeven zou worden, wat een belediging was voor de status van Padua als kerkprovincie.War, Culture and Society in Renaissance Venice, pag. 156 Deze gedachtegang was niet geheel onterecht wat ook blijkt uit het dagboek van Pius II, waarin hij schrijft waarom hij Barbo aanstelde: “Wij wilden u geen beneficium geven dat weinig zou opbrengen; wij hebben gewacht op iets aanzienlijks dat u duidelijk zou maken hoezeer u ons dierbaar bent.”Memoires van een Renaissancepaus, pag. 178

Het verzet van Venetië resulteerde erin, dat Pietro nooit het bestuur van het bisdom op zich nam, en binnen een jaar afzag van de benoeming. De Venetiaanse argwaan ten opzichte van Pietro Barbo kwam later ook tot uiting bij diens benoeming tot paus in 1464, toen leden van de beoogde delegatie aan de paus afzagen hun eerbetoon aan de nieuwe paus te brengen.The papacy and the Levant (1204-1571), pag. 272

+Kerkelijke functiesPositieDataApostolische pronotaris en aartsdeken van Bologna1436Kanunnik van kathedraal PaduaKardinaal-diaken, S. Maria Nuova4 juli 1440Administrateur van bisdom Cervia4 juli 1440 – 19 juni 1451Aartspriester van Sint-Pietersbasiliek1445Camerlengo13 augustus 1445 – 7 oktober 1446Kardinaal-priester,titelkerk S.Marco16 juni 1451Bisschop van Vicenza16 juni 1451 – 30 augustus 1464In commendam vier kloosters in Padua, Aquila en Veronatot aan 23 december 1467Camerlengo1460 en ad interim 1463

Gedurende de periode van zijn kardinaalschap gold Pietro Barbo als een welgesteld man, wat hij te danken had aan de verschillende beneficiën en kerkelijke aanstellingen. Veel geld werd uitgegeven aan de verfraaiing van bouwwerken waaronder die van zijn titelkerk San Marco te Rome. In 1455 gaf Pietro de opdracht om naast de kerk een paleis te bouwen, het Palazzo di San Marco –het huidige Palazzo Venezia- waarin hij gedurende zijn pausschap ook enige tijd zou resideren. Door zijn tijdgenoten werd Barbo gezien als een vrijgevig man, die ook voor de armen opkwam onder andere door verstrekking van gratis medicijnen.The history of the popes…, pag. 16 Zijn voorliefde voor uiterlijk vertoon, gevoed door zijn ijdelheid, zou tijdens zijn pontificaat alleen maar toenemen.

Het conclaaf van 1464 Evenals bij vorige conclaven braken er door de sedisvacatie rellen uit in Rome. Hierdoor ontstond er binnen het kardinalencollege twijfel over de eventuele locatie, waar de verkiezing zou moeten plaatsvinden. Nadat Antonio Piccolomini (in het bezit van de EngelenburchtDe Engelenburcht was een geschikt toevluchtsoord, indien de situatie in het Vaticaan te bedreigend zou worden. en familielid van een van de deelnemende kandidaten) de veiligheid van de kardinalen toegezegd had, werd besloten het conclaaf in het Vaticaan te houden.

Van de 29 kardinalen die gerechtigd waren deel te nemen aan de stemming, reisden er 19 af naar Rome. De samenstelling van het kiescollege was gebaseerd op 4 nationaliteiten: 10 Italianen, 4 Fransen, 4 Spanjaarden en 1 Griek. Van de kandidaten werden Johannes Bessarion en Guillaume d’Estoutville als meest papabile genoemd, mede door hun staat van dienst, maar ook circuleerde de naam van Rodrigo de Borja y Borja, de latere paus Alexander VI (1492).

Bij de besprekingen voorafgaand aan het conclaaf eisten de kardinalen, dat er harde afspraken gemaakt zouden worden, die golden voor de nieuwe paus. Deze afspraken kwamen voort uit de frustratie die de kardinalen hadden gehad tijdens het pontificaat van Pius II, waarbij de macht van de kardinalen danig aan banden was gelegd. In een document werd bepaald, dat de nieuwe paus moest toezien op en het handhaven van: uitbreiding van de invloed van het College van Kardinalen, waarbij de paus meer als voorzitter van het college werd kardinaalsbenoemingen mochten alleen plaatsvinden met toestemming van het College; het maximaal aantal kardinalen in het college mocht slechts 24 bedragen tijdens zijn pontificaat was het de paus slechts toegestaan één kardinaal-nepoot te benoemen, die bovendien ook ouder moest zijn dan 30 jaar de paus moest zich richten op de strijd tegen het Ottomaanse Rijk de paus mocht Rome niet verlaten zonder toestemming van een meerderheid van de kardinalen en mocht Italië niet verlaten zonder algehele toestemming van het College van Kardinalen het bijeenroepen van een concilie binnen drie jaar na aantreden van de paus Al deze besluiten moesten door de nieuwe paus aanvaard worden en ondertekend (iets wat Barbo ook aanvankelijk zou doen, maar eenmaal tot paus gekozen werd het document ontkracht).

Bij de eerste stemming op 30 augustus behaalde Barbo 11 van de 19 stemmen, 3 te weinig voor een keuze. Door het recht van ‘accessus’, het recht van een kardinaal om na een stemronde alsnog zijn stem te wijzigen ten voordele van een andere kandidaat, verkreeg Barbo tijdens de eerste ronde alsnog de 3 extra benodigde stemmen, waardoor zijn electie vaststond. Bij zijn acceptatie nam hij de naam Paulus II aan.De suggestie dat hij aanvankelijk gekozen zou hebben voor “Formosus II (=de aantrekkelijke) berust op een anekdote [Valerie Pirie, The Triple Crown (London: Spring Books, 1965) ]

De kroning vond plaats op 16 september 1464 op de trappen van de Sint-Pietersbasiliek en werd uitgevoerd door kardinaal Niccolo Fortiguerra, die de zieke kardinaal-protodiaken Rodrigo Borgia verving.

Pontificaat Conflicten binnen het Vaticaan Al snel na zijn aantreden maakte Paulus II duidelijk, dat hij geen gehoor zou geven aan de verkiezingscapitulatie. Volgens de kerkelijke doctrine gold, dat het bestuur van de kerk een monarchaal karakter droeg, waarbij de paus de hoogste macht uitoefende. In de visie van Paulus zou de limitering van zijn gezag gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van geloofsaangelegenheden.The history of the popes…, pag. 22 Elke voorstel tot verandering van het bestuur van de kerk werd door de paus dan ook beschouwd als een niet bindend advies, waarbij de teneur van de dwingende capitulatie gezien werd als onrechtmatig.

Na juridisch onderzoek in opdracht van Paulus II werd een nieuwe capitulatie opgemaakt, waarin de macht van de paus omschreven werd en waarin de positie van de kardinalen weer danig ingeperkt werd. Alle kardinalen werden verplicht dit nieuwe document te ondertekenen, iets wat alleen door kardinaal Juan de Carvajal werd geweigerd,The history of the popes…, pag. 23 zij het, dat de andere prelaten heftig protesteerden en de paus verweten dat hij zich gedroeg als een despoot.The history of the popes…, pag. 25

+Kardinaalscreaties door paus Paulus II Naam Reden van creatieConsistorie 18 september 1467 Thomas Bourchier Op voordracht van koning Eduard IV van Engeland István Várdai Op voordracht van Matthias Corvinus en Lodewijk XI van Frankrijk Oliviero Carafa Op voordracht van Ferdinand I van Napels Amico Agnifili Voormalig leraar van Paulus II Marco Barbo Kardinaal-nepoot Jean Balue Op voordracht van Lodewijk XI van Frankrijk Francesco della RovereDe latere paus Sixtus IV Op voordracht van kardinaal Johannes Bessarion Teodoro Paleologo di Montferrato Op voordracht van koning van CyprusConsistorie 21 november 1468 Giovanni Battista Zeno Kardinaal-nepoot Giovanni Michiel Kardinaal-nepoot