thumb|De Tetractys (viervoud) verbeeldt Pythagoras' 'Getallenleer': 1 + 2 + 3 + 4 = 10
Pythagoras (Oudgrieks: ; Samos, ca. 570 v.Chr. – Metaponto, ca. 500 v.Chr.) was een van de presocratische filosofen. Rond 540 v.Chr. emigreerde hij naar het Zuid-Italiaanse Croton, waar hij politiek geëngageerd was en een religieus-filosofische broederschap oprichtte die enige invloed had op het maatschappelijk leven. Vanwege moeilijkheden met de stedelingen verhuisde hij uiteindelijk naar Metaponto, waar hij overleed. Over zijn leven bestonden veel legenden, en de authentieke religieuze en filosofische opvattingen van hem zijn onduidelijk door het werk van latere pythagoreeërs en platonisten.
Hij stond bekend als een filosofische en religieuze hervormer, maar onderzoekers leggen nu eens de nadruk op Pythagoras' wiskunde en filosofie en dan weer op zijn sjamanistische allure.
Bronnen Van alle presocraten is over Pythagoras het meeste geschreven in de klassieke oudheid, maar zijn biografische bronnen, die goeddeels uit de Romeinse keizertijd stammen, bevatten veel onwaarschijnlijkheden en tegenstrijdigheden. Er deden veel fantastische verhalen over hem de ronde, en men schreef allerlei wonderwerken aan hem toe. Hij genoot veel aanzien, zodat latere auteurs allerlei filosofische en wiskundige ideeën aan hem toeschreven. De vroegste vermeldingen van hem staan in het werk van Xenofanes, Heraclitus, Herodotus (ca. 485-425/420 v.Chr.), Ion van Chios en Empedocles, die niet lang na hem actief waren. Heraclitus oordeelde negatief over hem, omdat hij een oppervlakkige veelweter zou zijn geweest. De andere auteurs prezen hem echter als wijze leraar die veel kennis had. Pythagoras' dochter Damo zou zijn leringen gedeeltelijk hebben opgeschreven en in het geheim hebben doorgegeven.
Plato (ca. 427-347 v.Chr.), die ongeveer 150 jaar na Pythagoras leefde, verwerkte pythagorische gedachten in zijn 'dialogen' en was bevriend met de pythagoreeër Archytas van Tarente. Plato gaf zijn vriend Dion op Sicilië de opdracht hem, voor 100 minen (10.000 drachmen), drie pythagorische boeken te bezorgen.
Aristoteles (384-322 v.Chr.) schreef Over de pythagoreeërs (het boek is verloren gegaan) en vermeldt de leringen van de pythagoreeërs uitvoerig in zijn Metafysica. De historicus Timaeus van Tauromenium (eind vierde eeuw v.Chr.), de wijsgeer Dicaearchus en de muziektheoreticus Aristoxenus schreven over Pythagoras.
Nicomachus van Gerasa en Apollonius van Tyana schreven in de eerste eeuw biografieën over Pythagoras.
Jamblichus (250-330) schreef Het Leven van Pythagoras, Porphyrius (ca. 234-305) de Biografie van Pythagoras en Diogenes Laërtius (derde eeuw) beschreef Pythagoras in zijn Leven en leer van beroemde filosofen. Volgens Diogenes Laërtius vervaardigde Pythagoras zelf drie geschriften: over opvoeding, over politiek en over natuurfilosofie.
Leven Geboorte en opleiding Pythagoras, de zoon van de welgestelde koopman Mnesarchus en Pythais, werd rond 570 v.Chr. (569) geboren op het eiland Samos, dat toendertijd op het hoogtepunt was van zijn welvaart. Met zijn vader reisde hij vanaf jonge leeftijd veel en zo leerde hij al vroeg de wijde wereld kennen. Volgens de neoplatonist Jamblichus was Pythagoras' moeder Parthenis (parthenos, maagd) en was hij (net als Jezus) 'maagdelijk geboren' als de zoon van de zonnegod Apollo. Daarmee gaf hij de zienswijze weer, dat Pythagoras door de goddelijke wereld gestuurd was om de mensen te verlossen.
Volgens Porphyrius en Jamblichus ging de achttienjarige Pythagoras op Lesbos bij de filosoof Pherecydes in de leer, die het boek Natuur en Goden had geschreven. Vervolgens zou hij in Milete met de ongeveer negentigjarige natuurfilosoof Thales van gedachten hebben gewisseld. Thales had zijn opleiding in Egypte ontvangen en was de eerste Griek die zich met 'wetenschappelijke astronomie' bezig hield. Hij kon berekenen wanneer er een zonsverduistering zou optreden.
Pythagoras zou ook de natuurwetenschapper en filosoof Anaximander hebben bezocht.
Volgens Jamblichus leerde Pythagoras daarna de getallenleer van de Phoeniciërs, de geometrie en astronomie van de Egyptenaren en Chaldeeërs en muziek- en andere wetenschappen van de Perzische Magie (magiërs).
Volgens Jamblichus heeft Pythagoras gezegd, dat de mens op de wereld is gekomen 'om te worden getuchtigd'. Doordat de mens zijn 'ware identiteit' en de 'harmonie met de spirituele wereld' heeft verloren, is zijn leven onvolmaakt en vergankelijk. Pythagoras zocht kennis in 'mysteriescholen' op verschillende plekken om daaruit een leer samen te stellen, die hij aan zijn medemensen kon onderwijzen. Diogenes Laërtius schrijft, dat Pythagoras 'zich liet inwijden in alle Griekse en niet-Griekse mysteriën en ook naar Egypte kwam (..) Ook was hij bij de Chaldeeërs en magiërs.' Volgens Jamblichus studeerde hij astronomie en geometrie in Egypte en werd hij er 'grondig en systematisch ingewijd in alle goddelijke mysteriën'.
Toen hij 22 jaar was werd Pythagoras priester in Sidon in Phoenicië. De Egyptische priesterscholen waren de achtergrond van de Phoenicische inwijdingen en daarom ging hij naar Egypte. In Heliopolis en Memphis werd hij niet toegelaten en hij reisde naar Thebe. Aan de 'priesteruniversiteiten' stonden de wetenschappen in de eerste plaats in dienst van de bewustzijnsontwikkeling van mens en mensheid.
Na zijn verblijf in Egypte is Pythagoras waarschijnlijk naar Babylonië gegaan. Volgens Jamblichus verbleef Pythagoras 22 jaar in Egypte en werd hij door de Perzische koning Cambyses in 525 naar Babylon overgebracht, waar hij nog twaalf jaar verbleef. Maar dit is niet te rijmen met het feit dat Pythagoras al in 532 naar Beneden-Italië kwam. Mogelijk zijn de getallen '22' en '12' symbolisch voor respectievelijk 'alle aspecten van een leer' en een 'volkomen tijdsperiode'.
Op Kreta zou hij de mysteriën van Zeus hebben bijgewoond, in Delphi de vieringen van Dionysus en Apollo, in Thracië de Orfische mysteriën en op Samothrace de Kabirencultus.
Pythagoras zou de meeste van zijn ethische leerstellingen hebben geleerd van de priesteres Themistoclea uit Delphi. Als bron voor deze bewering noemt de biograaf Diogenes Laërtius in zijn boek Leven en leer van beroemde filosofen de filosoof Aristoxenus (4e eeuw v.Chr.). Diogenes Laërtius. Pythagoras (c. 582-500 B.C.). in Lives of Eminent Philosophers, Book VIII, Chapter 1
Croton Na zijn reizen keerde hij terug naar Samos. Zijn eerste poging om geschikte leerlingen te vinden mislukte: zijn eisen waren te hoog of de bewoners van Samos te gemakzuchtig. Zijn lessen stonden hen, volgens Jamblichus, zo weinig aan en schrikten hen zo af dat hij maar één leerling in de wiskunde overhield.
Pythagoras vluchtte rond 530 v.Chr. (532, het jaar van 'de 62e Olympiade') weg voor het bewind van de tiran Polycrates (535–522 v.Chr.). Hij reisde, nadat hij naar het Zuid-Italiaanse Sybaris was geëmigreerd en daar geen voet aan de grond kreeg, naar de buurstad Croton, waar hij met zijn kennis en welsprekendheid wel indruk maakte op het stadsbestuur.
De Crotoniaten leefden onder minder gunstige uiterlijke omstandigheden dan de inwoners van Sybaris. Zeven van hun atleten hadden overwinningen behaald op de Olympische Spelen en de stad roem gebracht. In 530 v.Chr. hadden de Crotoniaten een oorlog met het zuidelijker gelegen Locri verloren. Volgens de Romeinse historicus Justinus zouden ze door de teleurstelling hun leven voor 'zwelgerijen' hebben ingeruild, als Pythagoras er niet op dat moment was geweest. Pythagoras werd verzocht om redevoeringen te houden, waarbij Pythagoras zich volgens Jamblichus, speciaal richtte tot groepen jongemannen (15-30 jaar), in de senaat vertegenwoordigde politieke leiders, jongens en vrouwen. De toespraken en gesprekken werden door Jamblichus in vier redevoeringen samengevat.
De uitwerking van de redevoeringen in Croton moet enorm zijn geweest. De senaat liet ter bevordering van de eendracht een 'heiligdom voor de Muzen' oprichten, zoals Pythagoras hen had geadviseerd, stelde ruimten beschikbaar waar hij kon onderwijzen en voerde, naar Pythagoras' ideeën, een nieuwe grondwet in. Vrouwen lieten, na de aansporing van Pythagoras om van 'pronkzucht' af te zien, hun prachtige gewaden achter in het 'heiligdom van Hera'.
In Croton trouwde Pythagoras met Theano, met wie hij enige kinderen kreeg. Theano was de dochter van de arts Diomedes.
School van Pythagoras In Croton richtte hij rond 530 v.Chr. met succes een broederschap of sekte op rond religieuze, mystieke en filosofische doctrines. Hieruit leiden onderzoekers af dat Pythagoras charismatisch was. Vrouwen waren er ook toegelaten, een primeur. Jamblichus spreekt over 300 aanhangers, met wie Pythagoras twintig jaar lang intensief en ongestoord heeft gewerkt.
Pythagoras moet in Croton een eigen huis hebben gehad, waar hij zijn leerlingen onderwees. Er was een gezamenlijke kas voor uitgaven voor gemeenschappelijke ondernemingen, vermoedelijk alleen voor de financiering van de school zelf. Nieuwe leerlingen behielden hun eigen vermogen en droegen die niet aan de gemeenschap over. Commissies regelden facetten van het samenleven als nieuwbouw, huis en keuken, bibliotheek, sport en meer.
Doel Het doel van de school van Pythagoras was 'de geest van de mens te bevrijden van de vele ketenen en banden die hem van jongs af vasthielden. Zonder deze bevrijding kan gewoon niemand iets gezonds of waars leren en waarnemen'. Want de geest 'ziet alles en hoort alles, maar al het andere is blind en doof' (Jamblichus). De school was een 'mysterieschool', waar de verborgen spirituele identiteit ontwikkeld kon worden. 'Daar zij [de leer] in het begin uit godenhand werd ontvangen, laat zij zich slechts met hulp van de goden benaderen (..) alleen als een god genadiglijk de richtlijn geeft, kan men zich, stap voor stap naderend, langzaam iets ervan eigen maken' (Jamblichus). De gebruiken en regels waren opgesteld om het doel te bevorderen, ongunstige invloeden werden geweerd. De organisatie was verdeeld voor de fasen ter voorbereiding en de zelfstandige praktijk van het spirituele leven.
Twee fasen, akoesmata en mathemata Een aspirant werd eerst beproefd op de geldigheid van de wens (uit geldingsdrang, nieuwsgierigheid, eerzucht of echte behoefte), op de kracht van de behoefte aan een spirituele ontwikkeling en op de aanwezigheid van geschikte karaktereigenschappen (waarheidsliefde, eerlijkheid, luister- en leervaardigheid, ijver, vermogen om samen te werken en zich, zo nodig, ondergeschikt te maken). De verhouding tot ouders, leeftijdgenoten, omgaan met moeilijkheden en interesses werden onderzocht.
Als de aspirant dit onderzoek doorstond, werd hij een novice, die opgenomen werd in het voorbereidende stadium, dat, volgens overgeleverde bronnen, vijf jaar duurde. Later werd deze fase door gevorderde leerlingen begeleid. Pythagoras zelf onderwees alleen de leerlingen van de tweede fase. In de eerste fase werd er 'gezwegen', wat niet wil zeggen dat er geen woord gesproken mocht worden. Ontvankelijkheid, openhartigheid, aan zichzelf werken en inkeer vielen allemaal onder 'zwijgen'. De leerling kreeg onderricht over de wetten van de goddelijke wereld en over de weg naar bewuste ervaring van die wereld.