Olga Alida Divera Commandeur (IJmuiden, 30 oktober 1958) is een Nederlandse oud-atlete. Sinds 2000 was zij vooral bekend door haar dagelijkse presentatie van het tv-programma Nederland in Beweging!. Op 25 april 2023 werd bekendgemaakt dat ze hiermee stopte. Na de laatste aflevering met Commandeur, die op 26 mei 2023 werd uitgezonden, werden tot september 2023 herhalingen uitgezonden.Commandeur gaf er als topatlete blijk van over een veelzijdige aanleg voor de atletiek te beschikken. Ze had vooral succes op de loopnummers, met name op de 400 m horden en de 800 m en ook als meerkampster. Als enige Nederlandse atlete heeft zij ooit een wereldjeugdrecord gevestigd. Ze werd zesmaal Nederlands kampioene op individuele nummers en achtmaal in estafetteverband. Ze vestigde of verbeterde negenmaal een Nederlands record en nam in 1984 deel aan de Olympische Spelen, waar zij de halve finale haalde.Olympedia––profiel
Biografie Eerste stappen in atletiek In 1973 viel Commandeur voor het eerst op. Gestart als veertienjarige bij de Velser atletiekvereniging Suomi, die in die tijd op een grasveld trainde, had ze binnen een jaar vrijwel alle onderdelen uitgeprobeerd en behoorde zij op enkele nummers (derde op de 300 m en vierde op de 800 m) reeds tot de beste jeugdatletes van Nederland.De beste jeugdprestaties 1973, gepubliceerd in De Atletiekwereld nr. 22: KNAU Bijzonder was dat ze dat jaar in een nationale jeugdploeg tegen Westfalen uitkwam op zowel de 300 m als het speerwerpen.Uit In de schijnwerper: Olga Commandeur door Piet Wijker (1973), De Atletiekwereld nr. 20: KNAU
Haar eerste nationale jeugdtitels behaalde Olga Commandeur in 1974. Ze won indoor de 800 m voor B-meisjes in 2.09,4, een jeugdrecord. Diezelfde zomer veroverde ze buiten nationale jeugdtitels op de vierkamp en de 300 m in de snelste tijd ooit door een Nederlands B-meisje (leeftijdscategorie 16/17 jaar) gelopen.
Doorbraak In 1975 brak ze definitief door. Op nationaal niveau werd ze bij de seniorenkampioenschappen op de 400 m tweede en liep kort daarna een jeugdrecord in 53,3 seconden. Op de 800 m werd ze eerst nationaal jeugdkampioene in 2.06,0, eveneens een jeugdrecord, drie weken later gevolgd door een 800 m in 2.02,8.Internationaal brak zij door bij de Europese kampioenschappen voor junioren in Athene. Ze werd er 800 meterkampioene in 2.05,8, waarna ze twee weken later in Aalst 2.01,6 neerzette. Dat was een Nederlands jeugd- en seniorenrecord en een wereldjeugdrecord.
Pech in olympisch jaar In 1976 kreeg Commandeur te kampen met blessures. Een valpartij tijdens het schaatsen leverde een knieblessure op, die de wintervoorbereiding ontregelde. Toen zij deze weer mocht oppakken, kreeg ze een brommerongeluk en liep ze in diezelfde knie een scheurtje in de meniscus op.Weliswaar slaagde zij dat jaar voor haar eindexamen havo, maar sportief gezien was het een verloren jaar. Even leek ze zelfs verloren voor de atletieksport, toen ze het door de opeenvolgende lichamelijke ongemakken niet meer zag zitten. De ommekeer kwam op 5 september 1976 bij de openingswedstrijd van de nieuwe kunststofbaan in Roosendaal, waar ze haar eerste 800 m van het jaar in 2.08,2 beëindigde. 'Nu heb ik er weer echt zin in', stelde zij.Uit Goede prestaties bij opening Regupolbaan in Roosendaal door Nic Lemmens (1976), De Atletiekwereld nr. 17: KNAU
Comeback Commandeur, die inmiddels de sport afwisselde met een parttime administratieve baan, kwam in 1977 bij de internationale pinksterwedstrijden op Papendal in 2.06,2 op de 800 m, waarbij ze het jonge talent Elly van Hulst achter zich liet. "Ik ben met deze overwinning en deze tijd even blij als met het jeugdwereldrecord, dat ik bijna twee jaar geleden liep. Ik ben er weer", stelde Commandeur opgelucht.Uit Elly van Hulst en Arie Ruiter razendsnel. Fraaie comeback van Olga Commandeur door Dick Loman (1977), De Atletiekwereld nr. 11: KNAU Op de NK in Sittard, won ze de 800 m vervolgens in 2.03,79. Het was overigens Commandeurs eerste titel bij de vrouwen. Eind 1977 voerde ze de seniorenranglijst weer aan, direct gevolgd door de op de NK afwezige Elly van Hulst met 2.03,9.
Vijfkamp Het jaar 1978 werd een overgangsjaar voor Commandeur, die inmiddels was begonnen aan de CIOS-opleiding. Eerst liep ze een virusinfectie op die haar ademhalingsspieren aantastte. Enig succes had zij op de 800 m, waarop zij dit jaar niet sneller was dan 2.04,5. Op de NK was Van Hulst haar met 2.03,8 deze keer te snel af; Commandeur moest genoegen nemen met zilver en een tijd van 2.04,8. Later, bij een interland tegen België, herhaalde zich dit patroon. Het resultaat was dat Elly van Hulst en niet Olga Commandeur werd opgenomen in de nationale ploeg voor de Europese kampioenschappen in Praag.In november 1978 scheurde ze tijdens een zaaltraining vervolgens haar rechter enkelbanden. Een operatie en enkele maanden revalideren verstoorden opnieuw de wintertraining van de inmiddels naar de sportacademie overgestapte IJmuidense.
Overstap Begin 1979 hervatte Commandeur de training en stapte zij over op de vijfkamp. Deze verandering moest haar atletiekcarrière een nieuwe impuls geven. Nu zat een deel van de Nederlandse meerkamptop bij het Amsterdamse ADA, waar bondstrainer Piet van Gerven actief was. Een overstap van Suomi naar ADA was dus logisch, temeer daar ze nu in Amsterdam studeerde. Van Gerven probeerde vervolgens de mentale drempel voor de 800 metertrainingen te verlagen en koos daarbij voor tempotrainingen voor de 400 m horden, een nieuw atletiekonderdeel voor vrouwen.Deze trainingsaanpak was de oorzaak van een onvoorziene koerswijziging, want het bleek de opmaat voor een periode van zes jaar, waarin Commandeur op die 400 m horden vijf nationale titels veroverde en zes keer het nationale record verbeterde. Aanvankelijk waren echter in 1979 haar eerste vijfkampresultaten veelbelovend. Terwijl Sylvia Barlag haar eigen nationale record opkrikte van 4348 naar 4512 punten, zat Commandeur in haar tweede vijfkamp ooit met 4091 punten al tegen de 4100 punten aan. Vrijwel iedereen was dan ook verrast, toen zij op de NK aantrad voor de 400 m zonder en met horden. Op het eerste nummer werd ze nog vierde, maar op het tweede zegevierde ze met ruime voorsprong in 58,23, een nationaal record.
Experimentele zevenkamp Aangezien dat wervelen over alle atletieknummers heen haar bleef boeien, namen Sylvia Barlag en zij in september in Longwy deel aan een proef zevenkamp. Barlag verzamelde 5878 punten, Olga Commandeur scoorde er 5616. Eind 1979 stond ze op de nationale ranglijst op zes atletiekonderdelen, inclusief de vijfkamp, bij de beste tien en op beide sprintnummers bij de beste twintig.
Geen Spelen, wel WK en nationale records In 1980 vervolgde Commandeur de ingeslagen weg en richtte zich voor de Spelen in Moskou op de vijfkamp. Op de NK indoor werd ze hierop tweede achter Tineke Hidding met 4091 punten, tweede op de 400 m en vierde bij het verspringen. Tijdens het buitenseizoen lukte een goede vijfkamp echter niet meer, waarna ze ten slotte toch weer koos voor de 400 m horden en in Sittard haar nationale titel prolongeerde. Dit nieuwe vrouwennummer was echter nog niet opgenomen in het olympische programma. Deelname aan de Spelen zat er voor Olga Commandeur dus opnieuw niet in. Ter compensatie werd voor dit nummer en de 3000 m door de IAAF medio augustus in Sittard een apart wereldkampioenschap voor vrouwen georganiseerd, een week na de NK. Daar had Commandeur zich wél voor gekwalificeerd. Ze bereikte er de halve finale. Ze werd zesde in de nieuwe nationale recordtijd van 57,93 en kwalificeerde zich voor de B-finale. Hierin moest ze halverwege met een lichte spierblessure echter opgeven.
Achteraf beschouwt Commandeur 1980 als een verloren jaar, temeer daar zij, door zich op de olympische spelen van Moskou te focussen, te weinig aan haar studie had gedaan. Haar tweede jaar op de sportacademie moest daarom over.Een maand later leverde ze, weer blessurevrij, een substantiële bijdrage aan het clubkampioenschap van ADA: ze sprong 6,06 ver, een persoonlijk record. De week erna had zij bij de estafettekampioenschappen bovendien een groot aandeel in de zege van ADA op de 4 x 800 m. Esther Schouten, Olga Commandeur, Jacqueline Spaans en Maaike Persoons vestigden daarbij met 8.57,93 een nationaal record.Uit Meeste estafettegoud voor Haarlem-heren en ADA-dames door Hans van Wees (1980), Atletiekwereld nr. 18: KNAU
Van vijf- naar zevenkamp thumb|Olga Commandeur in 1981 Intussen had Commandeur dat jaar haar beste vijfkampscore ooit op 4237 punten gebracht. Daar bleef het bij, want in 1981 stapten de vrouwen officieel over op de zevenkamp. De ADA-atlete scoorde 5588 punten. Halverwege het jaar stond ze derde op de nationale ranglijst, achter Sylvia Barlag en Tineke Hidding. Maar de 400 m horden bleef haar belangrijkste nummer. Eerst liep ze in augustus tijdens de Europacup B-finale in Pescara 57,87, weer een verbetering van haar eigen record uit 1980. Een week later won ze in 58,83 met bijna drie seconden voorsprong voor de derde achtereenvolgende maal ook de nationale titel.
Bij de FBK-recordwedstrijden in Hengelo, eind september 1981, sprong ze, na eerst een 100 en een 400 m horden te hebben gelopen, 6,20 m ver. Intussen had ze haar zevenkamptotaal op 5820 punten gebracht.
Meerkamptraining Commandeur trad begin 1982 aan voor de NK meerkamp indoor in Zwolle. Op het eerste nummer, de 60 m horden, moest zij in titelverdedigster Tineke Hidding nog haar meerdere erkennen. Toen deze echter bij het verspringen driemaal fout sprong, terwijl Olga Commandeur daar 5,92 tegenover stelde, was de weg naar de titel vrij, die zij met een totaal van 4194 punten veroverde. Tevreden concludeerde ze, dat ze zou doorgaan op de meerkamp, want "Lekker afwisselend trainen, dat bevalt me best."Uit Meerkamprecord Robert de Wit door Hans van Bovene (1982), Atletiekwereld nr. 3: KNAU
Drie weken later werd ze op de individuele indoorkampioenschappen met twee derde plaatsen op de 60 m horden (in 6,77) en het verspringen (met 6,14) opnieuw twee medailles rijker. Aan het eind van het indoorseizoen stond ze derde op de 60 m horden, de 400 m en het verspringen, vijfde bij het hoogspringen en achtste op de 800 m.
Overbelaste rug Na een goede zevenkamp van 5608 punten bij een meerkampinterland vroeg in 1982, raakte ze andermaal geblesseerd: op de tweede competitiedag ging Commandeur door haar rug, waardoor zij voor de rest van het seizoen was uitgeschakeld. Aanvankelijk zag het er ernstig uit. De doktoren stelden aan de hand van foto’s vast dat er dusdanige afwijkingen waren, dat ze beter met meerkampen kon stoppen. Een second opinion werd aangevraagd waaruit bleek, dat haar ene heup helemaal vast zat. Dat had als reactie overbelasting van haar rug veroorzaakt. Toen daarop de behandeling werd gericht, raakte Commandeur van de pijn af en kon ze de training hervatten. Inmiddels was het echter half november, zat ze met haar studie in het examenjaar en richtte ze zich allereerst daarop.
Vizier op Los Angeles