thumb|Topografische gemeentekaart van Urk, september 2023 thumb|Urk thumb|left|220px|Urk in 1852 thumb|left|Stolpersteine voor het gezin Kropveld aan de Oranjestraat in Urk thumb|Haven van Urk thumb|Een Urker boomkorkotter thumb|Luchtfoto van Urk van voor de inpoldering, 1920-1940. Nederlands Instituut voor Militaire Historie. thumb|Luchtfoto van Urk van voor de inpoldering, 1920-1940. Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Urk () (Nedersaksisch: Urrek) is een gemeente in de provincie Flevoland in Nederland en was een eiland in de voormalige Zuiderzee. Met inwoners (, bron: CBS) op een oppervlakte van circa 11,54 km² (en 98,36 km² water) is Urk qua oppervlakte de kleinste gemeente van deze provincie. Urk is tevens de gemeente met het laagste percentage inwoners met een migratieachtergrond, op had van de inwoners een migratieachtergrond. Tot het gereedkomen in 1939 van de dijk die Urk met Lemmer verbond, was Urk een eiland in het IJsselmeer, de voormalige (tot de afwerking van de Afsluitdijk in 1932) Zuiderzee. In 1942 werd de Noordoostpolder drooggemalen.
Urk kan worden omschreven als de meest kerkelijke gemeente van Nederland, 98% van de inwoners is lid van een kerkelijke gezindte en 94% van de inwoners gaat naar de kerk. Het is een zeer hechte gemeenschap met een eigen dialect, het Urkers, dat nog buitengewoon vitaal is en veel afwijkt van de andere dialecten uit de omgeving. Ook heeft Urk zijn eigen volkslied, dat wordt gezongen tijdens de jaarlijkse aubade op Koningsdag en overige officiële gelegenheden. Urk heeft verreweg de grootste vissersvloot en visverwerkende industrie van Nederland. De betekenis van de naam Urk is onbekend, maar er bestaan verschillende theorieën over.
Geografie Rond het IJsselmeer bevindt zich een boog van keileemopduikingen, die ontstaan zijn in het Pleistoceen: Texel, Wieringen, Gaasterland, Urk, het Land van Vollenhove. Ten zuiden van die boog heeft zich, als gevolg van smeltwater, een meer gevormd, het latere Almere. Ten noorden van de keileembult van Urk stroomde de Vecht in het Almere. Ten zuiden van Urk stroomde de IJssel met haar zijarmen. De keileembult van Urk reikt tot een hoogte van 9 meter boven NAP.
Door het warmer worden van het klimaat steeg de zeespiegel. Rond 1200 werd de Zuiderzee gevormd en werd Urk, net als Schokland, Marken en Wieringen, een eiland. Doordat er geen beschoeiing was werden in de loop van de tijd grote stukken van het eiland afgeslagen. De zuidwestzijde, die loodrecht uit zee oprees, noemde men het Hoge Klif. Rond 1700 is het eiland door de stad Amsterdam van een zeewering voorzien.
Geschiedenis
In de 10e eeuw was er al sprake van een vaste bewoning, zoals blijkt uit een schenkingsakte van de Duitse keizer aan het Sint-Pantaleonsklooster te Keulen. In de 13e eeuw kwam Urk in handen van de graven van Holland en later van de burgemeester van Enkhuizen. Vanaf 1476 kwam de ambachtsheerlijkheid Urk aan het Utrechtse geslacht Zoudenbalch,Familie Zoudenbalch → Inventaris → Stukken betreffende goederenbeheer → Heerlijkheden Urk en Emmeloord, Het Utrechts Archief achtereenvolgens van 1476 tot 1495 Evert Zoudenbalch (1424-1503), van 1495 tot 1530 Evert Zoudenbalch (1455-1530), van 1530 tot 1558 Johan Zoudenbalch (1503-1558), van 1558 tot 1567 Evert Zoudenbalch (1540-1567), van 1567 tot 1599 Gerrit Zoudenbalch (1541-1599). Hij werd opgevolgd door zijn zus Walravina Zoudenbalch (1538-1616) die van 1601 tot 1614 de laatste vrouwe van Urk en Emmeloord was uit dit geslacht.
Tussen 1614 en 1660 was deze heerlijkheid in bezit van het Antwerpse geslacht Van de Werve. In 1660 verkocht Johan van de Werve het eiland aan Amsterdam. Amsterdam verstevigde met deze aankoop zijn positie in de handel, omdat Urk het centrale punt in de Zuiderzee was, waar alle scheepvaartroutes langs liepen. In 1792 namen de Staten van Holland het eiland over.Urk was ooit van Amsterdam, Ons Amsterdam, Nummer 7-8, juli aug. 2010 In 1824 werd Urk een Noord-Hollandse gemeente. In 1950 ging Urk naar de provincie Overijssel. Sinds 1 januari 1986 hoort de gemeente bij Flevoland. Urk uit: Ronald Stenvert en Chris Kolman, Monumenten in Nederland. Flevoland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2006 Hiermee is Urk de enige gemeente in Nederland die in drie provincies heeft gelegen.Urk in 1921, NPO Geschiedenis
De aansluiting op het vasteland De eerste aansluiting met het vasteland was telefonisch. In 1897 kwam een verbinding tot stand die vooral voor de haring- en ansjovishandel van groot belang was. In 1912 werd een tweede kabel gelegd. Deze was naar Kampen en kostte ruim 100.000 gulden. De kabel lag er voordat het postkantoor was verbouwd, waardoor hij niet direct gebruikt kon worden.
Urk werd in 1939 in het kader van de Zuiderzeewerken verbonden met een dijk voor de aanleg van de Noordoostpolder. Bij de opzet van die polder werd het dorp echter volledig buiten de planning gehouden. De Urker bevolking werd door de Nederlandse wetenschappers in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zelfs voor 'achterlijk' versleten, incapabel voor het werk op het land.
Met deze denkbeelden werd in de jaren dertig de nieuwe 'Urkerpolder' opgezet. Om het Urker probleem (het eiland was overbevolkt, kende veel ziekten en veel armen en de visserij werd als 'ten dode opgeschreven' beschouwd) op te lossen werd zelfs het voorstel gedaan om dan maar de helft van de bevolking en de toekomstige aanwas "uit te stooten" (verhuizen). Dit voorstel haalde het niet, maar het was duidelijk dat de Urkers niet werden opgenomen in de plannen: de polder werd hernoemd tot 'Noord-Oostelijke Polder' om de gedachte aan Urk zo veel mogelijk op de achtergrond te houden. Hoewel het eiland dus al in 1939 met het land verbonden was, kreeg het dorp pas in 1948 een wegverbinding. De bevolking van Urk werd ook niet in de bewoning betrokken, daar zij niet voldeed aan de "modelbevolking" die voor de polder moest worden aangetrokken. Zelfs de vraag van een Urker burgemeester aan ingenieur Sikke Smeding, die verantwoordelijk was voor de inrichting van de polder, of Urker studenten aan de landbouwschool in Meppel kans maakten op een boerderij in de polder, in reactie op de overbevolking van Urk, leverde slechts een enkele toewijzing van een boerderij op. De visserij liep door de Zuiderzeewerken grote schade op; met de komst van de Noordoostpolder verdwenen visgronden, (hetgeen zich in de beginjaren soms uitte in een vijandige houding tegen de nieuwe bewoners) en door het verlies van het IJsselmeer was de Urker vissersvloot gedwongen om zich te verplaatsen naar andere havens aan de Noordzee en Waddenzee.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er op Urk een interneringskamp voor buitenlandse officieren ingericht. Tot 1917 verbleven er enkele tientallen officieren, die afkomstig waren uit België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Naast de officieren waren er ook Belgische soldaten geïnterneerd voor dienstverlenende functies. Vanwege de Nederlandse neutraliteitspolitiek moesten soldaten van vreemde mogendheden verre gehouden worden van oorlogshandelingen gericht tegen een van de strijdende partijen.
De Duitse bezetting liet ook Urk niet onberoerd. Als klein en tamelijk geïsoleerd vissersdorp had Urk tijdens de eerste oorlogsjaren geen permanente bezetting. De Noordoostpolder was nog niet drooggemalen, waardoor Urk nog steeds slecht bereikbaar was via het land. Razzia's hadden doorgaans dan ook weinig resultaat, omdat de Urkers de Duitse boten van ver aan zagen komen over het water. Een uitzondering was de 'Grote Razzia' van 18 november 1944, waarbij de Duitsers Urk via de polder naderden en in een keer tachtig mannen en jongens konden oppakken.
Urk was vanuit de lucht een makkelijk oriëntatiepunt voor geallieerde vliegers die aanvallen op Duitsland uitvoerden. In de loop van de oorlog werd het in de lucht boven Urk dan ook steeds drukker. Geallieerde vliegers die neerstortten boven de Noordoostpolder werden soms door Urkers verborgen. Een pilotenlijn liep van Urk via de bootdienst naar Enkhuizen. Gesneuvelde vliegers vonden een rustplaats op de begraafplaats van het Kerkje aan de Zee.
Vanaf 1944 kreeg Urk te maken met permanente bezetting door de Duitsers. Een NSB-burgemeester werd aangesteld. Naarmate de oorlog vorderde werd de voedselsituatie nijpender, maar echt honger leed men op Urk niet. Enkele kinderen uit het westen vonden zelfs onderdak bij Urker gezinnen, waar altijd wel wat vis op tafel stond.
De visserij had sterk te lijden onder de bezetting. In de loop van de oorlog vorderde de bezetter het grootste gedeelte van de Urker kottervloot en raakten veel Urkers hun broodwinning kwijt. Na de oorlog werden de meeste kotters verspreid over Europa teruggevonden en kon de Urker vloot opnieuw worden opgebouwd.
De bevrijding van Urk vond plaats op 17 april 1945, enkele weken voor de capitulatie. Op 20 april werden de eerste Canadezen op Urk warm onthaald. Enkele Urkers vonden tijdens de Duitse bezetting de dood. Onder hen één Joods gezin, de familie Kropveld.Geschiedenis familie Kropveld, Stolpersteine Urk, 2011 Hun namen zijn vereeuwigd op het oorlogsmonument bij het Kerkje aan de Zee.
Na de oorlog De bevolking van Urk verdubbelde in de eerste twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog. De enorme bevolkingsdruk leidde in de jaren 50 mogelijk niet tot migratie omdat ook in andere delen van Nederland grote woningnood heerste. Om de druk wat te verlichten werd uiteindelijk besloten tot grenscorrecties met de in 1962 gevormde gemeente Noordoostpolder. De woningnood is echter gebleven en veel Urkers zijn daarom (onder andere) in het aangrenzende Tollebeek en Emmeloord gaan wonen.
In de jaren 60 keerde het economisch tij toen op Urk een visafslag werd geopend en een levendige visindustrie ontstond. De Urker visafslag was anno 2020 de grootste van Europa.Op Urk geen toerisme, maar wel paling, schol en zalm, Trouw, 22 maart 2020
De schedelkwestie Sommige wetenschappers hebben lange tijd gedacht dat op Urk het "oer-Nederlandse ras" bewaard zou zijn gebleven. Dit leidde tot onderzoeken naar de schedelomvang van de bevolking in de jaren 30 (onder anderen door de rassen-eugeneticus H.Tj. Piebenga) en daarvoor tot de roof van schedels uit Urker graven in het kader van wetenschappelijk onderzoek (onder andere in 1877 door de Hilversumse arts Johannes Fredericus van Hengel, die met een wisseltruc drie schedels wist te ontvreemden en ze doorspeelde aan de Universiteit Utrecht). Een zestal daarvan bleef nog tot begin 21e eeuw in het bezit van diverse Nederlandse universiteiten en de Duitse universiteit van Göttingen. Het hele schedelonderzoek leverde echter nauwelijks wetenschappelijke resultaten op. In 2005 werden deze feiten op Urk door onderzoek ontdekt en bekendgemaakt. De universiteiten weigerden echter de schedels terug te geven, wat bewoners in 2007 heeft aangezet tot het oprichten van het Comité Urker Schedels, om op die manier te proberen de schedels op het eiland terug te krijgen. In september 2009 stelde de ethische adviescommissie van de Nederlandse Museumvereniging het comité in het gelijk.Advies Urker schedels, Ethische Codecommissie voor Musea, 11 september 2009 Op 5 juni 2010 werden zes schedels in een ceremonie en kerkdienst teruggegeven.
Recente geschiedenis In 2008 voerden de Urkers een vergeefse strijd tegen de bouw van 48 windmolens aan de kust, dat hen het vrije uitzicht op zee zou benemen. Na de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk in 1932, was dit een nieuwe slag.
Op 1 januari 2019 werd de gemeente aan de noord- en zuidkant uitgebreid met delen van de gemeente Noordoostpolder om het uitbreiden van het Urkerbos aan de noordzijde en de aanleg van een bedrijventerrein ten zuiden van de plaats mogelijk te maken.Grondruil tussen Urk en NOP is bijna definitief, De Stentor, 9 oktober 2018 Aangezien hierbij maar een klein aantal inwoners betrokken was werd Urk niet betrokken in de Gemeentelijke herindelingsverkiezingen van 2018.