De moord op president John F. Kennedy, de 35e president van de Verenigde Staten, vond plaats op 22 november 1963 te Dallas in de Amerikaanse staat Texas om 12:30 CST. Kennedy raakte dodelijk gewond door geweerschoten toen hij in een open limousine (de Lincoln Continental SS-100-X) over Dealey Plaza gereden werd. Na aankomst in het Parkland Memorial Hospital (acht minuten later) probeerden artsen hem tevergeefs te redden.
Zijn rijtoer was onderdeel van een publiciteitscampagne door Texas, mede georganiseerd met het oog op zijn eventuele herverkiezing in de Amerikaanse presidentsverkiezingen 1964. Kennedy was de vierde, en meest recente, Amerikaanse president die vermoord werd en de achtste die tijdens de uitoefening van zijn ambt overleed.
Binnen een uur werd Lee Harvey Oswald gearresteerd. Later op die dag werd hij eerst beschuldigd van de moord op agent J.D. Tippit en daarna van de moord op Kennedy. Anderhalve dag later werd Oswald echter neergeschoten door nachtclubeigenaar Jack Ruby. Net als Kennedy overleed ook Oswald in het Parkland ziekenhuis. Ook Ruby stierf er, in 1967.
De moord Op 22 november 1963 om 12:30 CST reed de open limousine, waarin onder meer president Kennedy zat, op Houston Street in Dallas. Daarna draaide de limousine langzaam 120 graden voor het schoolboekenmagazijn (de Texas School Book Depository) langs. De afstand tot de TSBD bedroeg 20 meter. Vervolgens draaide de wagen Elm Street op, vanwaar hij via de snelweg naar de Dallas Trade Mart (het huidige Dallas Market Center) zou rijden. Kennedy zou hier een speech geven.
Op Elm Street werden er gedurende enkele seconden meerdere schoten op Kennedy gelost. Meteen bij het eerste schot greep Kennedy met beide handen naar zijn hals terwijl zijn echtgenote Jacqueline Kennedy zijn bovenlichaam vastpakte. Een ander schot was fataal: het raakte de president in het hoofd, waardoor zijn schedel openbarstte. Tijdens de schietpartij bevonden er zich geen lijfwachten op de treeplanken van de limousine. Lijfwacht Clint Hill kwam van achter de auto aangerend maar was net te laat om nog iets te doen ter bescherming van de president.
De gemiddelde snelheid van de auto was zo'n 18 km/h.William Robert Greer, de chauffeur van de presidentiële limousine, schat de snelheid waarmee hij op het moment van de aanslag reed op "tussen 12 en 15 mph" (19 à 24 km/h). Zijn verklaring op dit punt wordt in twijfel getrokken. Analyse van de Zapruderfilm geeft aan dat de limousine in de 8,3 seconden vóór Kennedy in het hoofd geraakt werd een gemiddelde snelheid had van 11,2 mph (18 km/h) ( rapport van de commissie-Warren). Verschillende getuigen verklaarden dat de auto tijdens de schietpartij snelheid minderde. Kennedy's Limo Slowed After the Assassination Shooting Began, JFKAssassination.net
Na de aanslag miniatuur|Lyndon B. Johnson legt na de moord de presidentiële eed af aan boord van de Air Force One, met naast hem Jacqueline Kennedy in haar bebloede jas Iets na 13.00 uur werd Kennedy door de dokters doodverklaard in het Parkland-ziekenhuis Getuigenverklaring van de trauma-arts in Dallas, die Kennedy direct na binnenkomst behandelde, JFKAssassination.net en om 13.33 uur werd dit wereldkundig gemaakt. Rond 14.00 uur werd zijn stoffelijk overschot door de geheime dienst uit het ziekenhuis weggehaald en naar de Air Force One gebracht. Om 14.38 uur werd vicepresident Lyndon B. Johnson aan boord van datzelfde vliegtuig beëdigd als de 36ste president van de Verenigde Staten. Vervolgens vertrok het vliegtuig naar Washington.
De lijkschouwing werd verricht in het Nationaal Medisch Centrum van de Amerikaanse Marine in Bethesda. Autopsy of Body of President John Fitzgerald Kennedy, document van de commissie-Warren Hierna werd Kennedy's lichaam klaargemaakt voor de begrafenis en overgebracht naar het Witte Huis, waar het 24 uur in de oostelijke kamer opgebaard lag. Op maandag 25 november werd Kennedy begraven. Vertegenwoordigers van meer dan 90 landen, waaronder de Sovjet-Unie, waren bij de ceremonie aanwezig.
Officiële onderzoeken De commissie-Warren (1963-1964) miniatuur|Earl Warren President Johnson stelde een panel samen bestaande uit hoogwaardigheidsbekleders om de moord te onderzoeken. De commissie stond onder leiding van opperrechter Earl Warren. Na tien maanden kwam de commissie-Warren met hun onderzoeksresultaat. In de commissie-Warren zaten onder meer de latere senator Arlen Specter en ook Allen Dulles, deze laatste was door Kennedy ontslagen als CIA-directeur. Ook FBI-directeur John Edgar Hoover zat in de commissie. John Kennedy had Hoover met pensioen willen sturen.
In 1964 presenteerde de commissie haar eindrapport. Volgens hen handelde Oswald geheel alleen (en was er dus geen sprake van een samenzwering) en had hij drie schoten op Kennedy afgevuurd vanuit de Texas School Book Department.
Voorstanders vinden het rapport het meest diepgaande en best uitgevoerde onderzoek naar een moord ooit uitgevoerd met een ongekend budget en ongekende juridische macht.
Kritiek Dit onderzoek is echter om verschillende redenen omstreden en heeft tot veel kritiek geleid. Belangrijke kritiek was de aanstelling van Dulles en Hoover. Ook andere commissie-leden waren niet bepaald Kennedy-sympathisanten. De commissie was geformeerd door Johnson en J. Edgar Hoover. Zij wilden hiermee voorkomen dat ideeën die het Amerikaanse Congres had over de vorming van een onderzoekscommissie verder uitgewerkt zouden worden. Anders dan bij de commissie-Warren zouden Johnson en Hoover in dat geval geen invloed hebben gehad op de samenstelling van de commissie. Transcriptie van een telefoongesprek tussen Lyndon B. Johnson en J. Edgar Hoover, 29 november 1963 Vijftig jaar na dato hechten veel Amerikanen nog maar weinig waarde aan het oordeel van de commissie-Warren. De overheid houdt echter vast aan dit oordeel.
Het boek Rush to Judgment uit 1966 van Mark Lane was het eerste massaal verkochte boek dat tegen de conclusies van de commissie-Warren inging. In datzelfde jaar startte Jim Garrison, een officier van justitie in New Orleans, een onderzoek dat leidde tot een rechtszaak tegen zakenman Clay Shaw. Die werd niet schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan de moord op Kennedy.
Life Magazine publiceerde in 1966 een uitgave getiteld Did Oswald Act Alone? A Matter of Reasonable Doubt. Daarin stonden veel beelden uit de amateurfilmopname van de moord die door toeschouwer Abraham Zapruder was gemaakt. De schrijvers trokken de conclusies van de commissie-Warren in twijfel, mede op grond van verklaringen door de bij de aanslag eveneens gewonde gouverneur John Connally, en riepen op tot nieuw onderzoek. Hij en zijn vrouw waren slechts eenmaal door de commissie-Warren ondervraagd.
Een volledige kopie van de Zapruder-film werd in 1969 voor het eerst aan een breder publiek getoond tijdens de door Jim Garrison gestarte rechtszaak. In 1975 toonde Geraldo Rivera een kopie ervan tijdens zijn televisie-show “Good Night America”.
In 1963 was 52% van Amerikaanse ondervraagden van mening dat "ook anderen" betrokkenen waren bij de moord. Het percentage was 81% in 1976 (vlak nadat de Zapruder-film op televisie was getoond). In 2013 stond het percentage op 61%. The One Thing All Americans Agree On: JFK Conspiracy, ABC News, 29 oktober 2017 Ook Lance DeHaven-Smith, hoogleraar openbaar bestuur en beleid aan de Florida State University, oordeelde dat na de besluiten van de commissie-Warren elke kritiek op het rapport al te gemakkelijk werd weggezet als “complottheorie”.
De HSCA (1976-1979) Door de toenemende twijfel rondom de uitkomsten van commissie-Warren en de kritiek op de gang van zaken werd in 1976 de onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden (HSCA) opgericht om de moord op Kennedy (en die op Martin Luther King) te onderzoeken.
Het onderzoek leidde tot de conclusie dat er vier kogels (en dus niet drie) afgevuurd waren en dat er naast Oswald waarschijnlijk nog anderen bij betrokken waren. Dit is in regelrechte tegenspraak met het officiële rapport van de commissie-Warren. De conclusie is deels gebaseerd op geluidsmateriaal dat later op verschillende manieren werd geïnterpreteerd.: Echo Correlation Analysis and the Acoustic Evidence in the Kennedy Assassination Revisited Science & Justice, vol.41 no 1 (Januari 2001), pp.21-32. en : Synchronization of the Acoustic Evidence in the Assassination of President Kennedy Science & Justice, vol.45 no.4 (October 2005), pp.207-26. Gearchiveerd op 15 augustus 2017.
De HSCA concludeerde in 1979 dat Oswald op president Kennedy had geschoten en dat er zeer waarschijnlijk ten minste één andere schutter bij de aanslag was betrokken. Eindrapport van de HSCA, conclusie B De HSCA vermeldde mogelijke betrokkenheid van de maffia en de CIA. De HSCA kwam pas op het laatste moment tot deze conclusie na het horen van een dictabelt-opname die zelf bekritiseerd wordt.
Deze commissie constateerde verder dat ze de andere schutter(s) niet kon identificeren. FINDINGS OF THE SELECT COMMITTEE ON ASSASSINATIONS Het onderzoek door de HSCA alsmede de tijdens het onderzoek naar voren gebrachte bewijzen worden door de Amerikaanse overheid genegeerd ten faveure van het eerder door de commissie-Warren uitgebrachte rapport.
Na dit tweede (en vooralsnog laatste overheidsonderzoek) naar de moord op Kennedy is er altijd discussie en speculatie gebleven wat heeft geleid tot vele samenzweringstheorieën. De moorden waarvan Oswald is beschuldigd (naast die van Kennedy ook die op agent J.D. Tippit) zijn nooit voor een rechtbank gebracht en daardoor is Oswald ook nooit veroordeeld. Beide officiële Amerikaanse overheidsonderzoeken wijzen Oswald echter als dader aan, waarbij het laatste standpunt is dat Oswald waarschijnlijk niet alleen heeft gehandeld.
Onderzoek door Jim Garrison en aanklacht tegen Clay Shaw (1966-1969) miniatuur|Jim Garrison In 1966 begon officier van justitie Jim Garrison van New Orleans een Coldcase-onderzoek naar de moord op president Kennedy dat resulteerde in de beschuldiging van zakenman Clay Shaw. Shaw werd (na kort overleg) door de jury vrijgesproken. Deze rechtszaak had als basis de verdenking van een complot waarin zowel Cubanen als de CIA een belangrijke rol in de moord op Kennedy speelden. De zaak van Garrison werd in 1991 door Oliver Stone verfilmd als JFK. Stones weergave van de gebeurtenissen is omstreden vanwege zijn interpretaties. Omdat Clay Shaw in 1974 overleed aan longkanker kwam het nooit tot een uitspraak van zijn proces tegen Garrison wegen smaad en rechtsmisbruik.
Getuigenverklaringen door het Assassination Records Review Board (1994-1998) Een direct gevolg van het stof dat Stones film JFK deed opwaaien was de goedkeuring van de JFK Assassination Records Collection Act door het Congres in 1992, waardoor veel tot dan toe verzegelde dossiers niet langer geheim waren. Om deze dossiers te inventariseren en te publiceren werd het Assassination Records Review Board (ARRB) in het leven geroepen. Assassination Records Review Board (ARRB) History Matters, geraadpleegd op 18 juli 2014. Gearchiveerd op 6 april 2014. Tussen 1994 en de opheffing van het ARRB in het najaar van 1998 werden enkele miljoenen pagina's aan dossiers openbaar gemaakt. Hoewel het ARRB geen nieuw onderzoek naar de moord verrichtte, werden waar nodig (en mogelijk) wel getuigenverklaringen afgenomen in openbare hoorzittingen indien zulke verklaringen de dossiers verduidelijkten.
Bewijs tegen Oswald Voormalig aanklager Bugliosi (van onder meer de Charles Manson-rechtszaak) heeft een lijst met 52 bewijzen tegen Oswald opgesteld.
Het schuttersnest