De Preambule van de Grondwet van de Verenigde Staten, die begint met de bekende woorden We the People, is een korte inleidende verklaring van de fundamentele doelen en leidende beginselen van de Grondwet van de Verenigde Staten. Amerikaanse rechtspraak beschouwt de preambule als betrouwbare bewijs van de intenties van de zogenaamde Founding Fathers ten aanzien van de betekenis van de Grondwet en ten aanzien van wat zij hoopten met de Grondwet te bereiken.
Tekst
Opstelling De preambule werd opgesteld door het Stijlcomité (Committee on Style)Het Stijlcomité (Committee on Style) was het orgaan dat het finale ontwerp van de Grondwet opstelde. onder leiding van Gouverneur Morris gedurende de laatste dagen van de Constitutional Convention in Philadelphia. De tekst van de preambule was niet vooraf besproken op de Conventie.
Een eerste ontwerp van de preambule bevatte geen verwijzing naar de bevolking van de Verenigde Staten als geheel, maar naar de bevolkingen van de verschillende staten afzonderlijk, wat tot dan toe de norm was geweest. Eerdere documenten, waaronder de Artikelen van Confederatie uit 1777, het Alliantieverdrag met Frankrijk uit 1778 en de Vrede van Parijs uit 1783 werd het woord people (bevolking) niet gebruikt en werden de woorden United States (Verenigde Staten) onmiddellijk gevolgd door een opsomming van de dertien oorspronkelijke staten in volgorde van noord naar zuid.De dertien oorspronkelijke staten van de VS in volgorde van noord naar zuid zijn New Hampshire, Massachusetts, Rhode Island, Connecticut, New York, New Jersey, Pennsylvania, Delaware, Maryland, Virginia, North Carolina, South Carolina en Georgia. Van dit principe werd noodgedwongen afgestapt, daar de Grondwet bepaalde dat, nadat deze door minstens negen democratisch verkozen statelijke conventies zou worden goedgekeurd, deze in die betrokken negen staten in werking zou treden, ongeacht of en wanneer de Grondwet in de resterende vier staten zou worden geratificeerd.
Betekenis De preambule is een loutere inleiding op de Grondwet en kent geen bevoegdheden toe aan de federale overheid als die bevoegdheid niet elders in de Grondwet staat omschreven. Evenmin legt ze beperkingen op aan het optreden van de federale overheid. Hierdoor wordt deze in de rechtspraak niet vaak aangehaald als juridische grondslag en a fortiori niet als een beslissende factor in de beslechting van rechtsgeschillen.
Een voorbeeld om te illustreren dat de Amerikaanse rechtspraak de preambule niet als een bevoegdheidsverdelende regel beschouwt, is de zaak United States v. Kinnebrew Motor Co.,United States v. Kinnebrew Motor Co., 8 F. Supp. 535 (WD Okla. 1934). waarin in 1934 een uitspraak werd gedaan door een federale rechter uit de staat Oklahoma. In deze zaak werden een autofabrikant en een garagehouder aangeklaagd voor een strafrechtelijke overtreding van de National Industrial Recovery Act, een wet die het Congres had aangenomen in 1933 als maatregel tegen de Grote Depressie. Deze wet droeg aan de president van de Verenigde Staten de bevoegdheid op om de prijs van wagens vast te leggen. De garagehouder, die was gevestigd in Oklahoma City, had een wagen verkocht onder de prijs die het presidentieel besluit voorschreef. Inhoudelijk kwam de rechtsvraag naar voren of de aangelegenheid van het opleggen van prijzen voor de verkoop van wagens al dan niet onder de interstatelijke handel viel, daar de Commerce Clause van de Grondwet (artikel I, sectie 8, clausule 3) bepaalt dat het (federale) Congres enkel bevoegd is om wetten uit te vaardigen aangaande "Commerce with foreign Nations, and among the several States, and with the Indian Tribes".Handel met buitenlandse Naties, tussen de verschillende Staten en met de Indianenstammen. De autofabrikant en de garagehouder argumenteerden dat deze aangelegenheid niet onder de Commerce Clause viel, dat de wet van 1933 daarom op dit punt ongrondwettig was, en dat zij dus niet konden worden veroordeeld. De overheid daarentegen beargumenteerde enerzijds dat de aangelegenheid wel onder de Commerce Clause viel, en voerde anderzijds aan dat het zinsdeel uit de preambule "promote the general Welfare" (het algemeen welzijn te bevorderen) diende te worden begrepen als zou het het Congres de bevoegdheid verlenen om omtrent deze aangelegenheid wetgevend op te treden, in het bijzonder in het licht van de nationale noodsituatie van de Grote Depressie. De rechtbank volgde deze laatste argumentatie niet en stelde dat het criterium van de interstatelijke handel de enige relevante rechtsgrond was die diende te worden onderzocht.
Dit betekent evenwel niet dat de preambule geen enkele juridische relevantie zou hebben. In de zaak Ellis v. City of Grand RapidsEllis v. City of Grand Rapids, 257 F. Supp. 564 (WD Mich. 1966). uit 1966 bijvoorbeeld hanteerde een federale rechtbank uit de staat Michigan de preambule als juridische grondslag om een onteigeningsgeschil te beslechten. De stad Grand Rapids wilde onroerende goederen onteigenen die het als 'verwoest' beschouwde, om deze goederen vervolgens over te dragen aan eigenaars die het op ogenschijnlijk gunstige manieren zouden ontwikkelen, in casu het katholieke ziekenhuis St. Mary's Hospital. De eiser beschouwden deze gang van zaken als een schending van het Vijfde amendement van de Grondwet van de Verenigde Staten, daar volgens dit amendement de overheid enkel onteigeningen mag verrichten indien de onteigende goederen voor publiek gebruik zouden dienen. In de beoordeling of de onteigening in kwestie voor openbaar gebruik zou dienen, leidde de rechtbank uit de verwijzing in de preambule "promote the general Welfare" (het algemeen welzijn te bevorderen) af dat de uitbreiding van het ziekenhuis een openbare dienst uitmaakt, en dat dit in overeenstemming is met het doel van de Grondwet van de Verenigde Staten om het algemeen welzijn te bevorderen.
Dit voorbeeld toont aan dat de preambule nuttig is om de geest van de Grondwet te achterhalen, of om met andere woorden de bedoeling te achterhalen die de zogenaamde Founding Fathers voor ogen hadden toen ze de Grondwet opstelden. Deze interpretatietechniek staat tegenover de strekking die de nadruk legt op de letter van de Grondwet.
Hoewel de Grondwet een revolutionaire grondwet is, handhaaft ze verscheidene concepten uit de common law, die van (koloniale) Britse oorsprong is, zoals het habeas corpus-principe, de juryrechtspraak en het principe van de onschendbaarheid van het staatshoofd. De Amerikaanse rechtspraak hecht een uitzonderlijk belang aan de visie van de Founding Fathers op het Amerikaanse rechtssysteem zoals zij dat in de Grondwet uitwerkten, en meer ik het bijzonder op de interactie tussen enerzijds aspecten van het Britse juridische systeem die ze hebben afgeschaft en anderzijs aspecten die ze hebben behouden, en dit vanwege de democratische legitimiteit die "the People" (de bevolking) hen gegeven heeft bij het opstellen van de Grondwet. In die zin oordeelde het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in de zaak United States v. Wood uit 1936:United States v. Wood, 299 U.S. 123, 142 (1936). "Whether a clause in the Constitution is to be restricted by a rule of the common law as it existed when the Constitution was adopted depends upon the terms or nature of the particular clause."Of een clausule in de Grondwet moet worden beperkt door een regel van de common law zoals die bestond toen de Grondwet werd aangenomen, hangt af van de bewoordingen of de aard van de specifieke clausule.
Interpretatie
Nationale soevereiniteit De verwijzing in de preambule naar de United States of America (Verenigde Staten van Amerika) wordt door de jaren heen geïnterpreteerd om de soevereiniteit te verklaren van de Amerikaanse federale overheid, die door de Grondwet werd opgericht. Hoewel elke Amerikaanse staat oorspronkelijk als aparte soevereine staat werd beschouwd, oordeelde het Hooggerechtshof reeds in 1889 in de zaak Chae Chan Ping v. United StatesChae Chan Ping v. United States, 130 U.S. 581, 604, 606 (1889). dat de Verenigde Staten van Amerika uit slechts één soevereine natie bestaat als het aankomt op buitenlandse zaken en internationale betrekkingen. De afzonderlijke staten mogen hierdoor geen buitenlandse betrekkingen onderhouden. Hoewel de Grondwet slechts enkele gebruikelijke bevoegdheden van soevereine staten expliciet opdraagt aan de federale overheid, zoals de bevoegdheid om oorlog te voeren en verdragen te sluiten, behoren alle soevereine bevoegdheden inherent toe aan de federale overheid, daar ze de enige vertegenwoordiger is van het land binnen de internationale gemeenschap.
Op binnenlands vlak betekent de soevereiniteit van de federale overheid dat deze handelingen kan verrichten die typerend zijn voor overheidsentiteiten, maar die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in de Grondwet of in gewone wetgeving, zoals het aangaan van contracten of het uitgeven van obligaties.
Het Hooggerechtshof oordeelde in de zaken United States v. Tingey uit 1831United States v. Tingey, 30 U.S. (5 Pet.) 115, 128 (1831). en United States v. Bradley uit 1836United States v. Bradley, 35 U.S. (10 Pet.) 343, 359 (1836). dat de soevereiniteit van de federale overheid met zich meebrengt dat de federale overheid contracten kan aangaan en obligaties kan uitgeven, zij het binnen de grondwettelijke en wettelijke grenzen van haar bevoegdheid, hoewel dit niet uitdrukkelijk is voorzien in de Grondwet of in gewone wetgeving. Als gevolg van de soevereiniteit van de federale overheid brengt bovendien met zich mee dat de federale overheid de bevoegdheid heeft haar eigen bevoegdheden af te dwingen. Zo kent de Postal Clause (Artikel 1, sectie 8, clausule 7 van de Grondwet) de federale overheid de bevoegdheid toe om postkantoren en postwegen op te richten: "The Congress shall have Power [...] to establish Post Offices and Post Roads". Het Hooggerechtshof oordeelde dat hieruit tevens de bevoegdheid volgt om straffen uit te vaardigen op schendingen van de postwetgeving.In re Debs, 158 U.S. 564 (1895).
Vanwege de soevereiniteit van de federale overheid mogen statelijke overheden zich niet mengen in het federale beleid. Bijvoorbeeld mogen Staten zich op grond van de Property Clause (Artikel 4, sectie 3, clausule 2 van de Grondwet) niet inlaten in de nagenoeg volledige beoordelingsvrijheid die de federale overheid heeft in de verkoop van zijn eigen onroerend patrimonium, ongeacht in welke staat dit verkochte goed is gelegen.United States v. Bd. of Com'rs, 145 F.2d 329, 330 (10th Cir. 1944).
De federale overheid oefent haar soevereiniteit niet uit als een eenheid, maar via de drie machten van de overheid, met name de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtelijke macht,Dodge v. Woolsey, 59 U.S. (18 How.) 331, 347 (1885). die elk hun eigen grondwettelijk voorgeschreven bevoegdheden en beperkingen hebben.Loan Ass'n v. Topeka, 87 U.S. (20 Wall.) 655, 663 (1875).Hepburn v. Griswold, 75 U.S. (8 Wall.) 603, 611 (1870). De scheiding der machten functioneert bovendien als een beperking voor elke van de drie machten op de uitoefening van de soevereiniteit van de federale overheid.Humphrey's Ex'r v. United States, 295 U.S. 602, 629–30 (1935).Ainsworth v. Barn Ballroom Co., 157 F.2d 97, 100 (4th Cir. 1946).
We the People miniatuur|300px|We the People, de eerste woorden van de preambule van de Grondwet van de Verenigde Staten.