In 1937 begon men met de bouw van het Japanse slagschip Yamato (Japans: 大和). Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog een slagschip van de Keizerlijke Japanse marine en werd in 1941 in het grootste geheim te water gelaten in de dokken van Kure. De Yamato is vernoemd naar de oude Japanse provincie Yamato. Het schip was samen met zusterschip Musashi het zwaarste slagschip dat ooit werd gebouwd; het was bewapend met 46-cm kanonnen en had een waterverplaatsing van ± 65.000 ton. Het schip werd door de Japanners gezien als een van de grootste troeven van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog en kreeg daarom een grote symbolische betekenis. Nadat het had deelgenomen aan de slag in de Filipijnenzee en de slag in de Golf van Leyte, kreeg het schip de opdracht om een zelfmoordmissie uit te voeren bij Okinawa tegen de geallieerden. Deze missie, genaamd Operatie Ten-gō (天号作戦) mislukte echter nog voor het de kusten van Okinawa kon bereiken. Het schip zonk op 7 april 1945.

Ontwerp Door het afgesloten Verdrag van Washington in 1922 kwam er abrupt een einde aan het uitbreiden van de Japanse vloot. Dit hield in dat Japan maar een beperkt aantal eenheden mocht bezitten. Een aantal schepen dat op stapel stond werd als oefendoelwit gebruikt en een aantal werd omgebouwd tot vliegdekschip. Het ontwerpbureau van de marine, onder leiding van Keiji Fukada richtte zich vanaf eind jaren 20 meer op het ontwikkelen van de technische kant van de schepen die nog wel van stapel mochten lopen. Door nauwe banden met de Britse marine werd veel kennis uit het westen bestudeerd. Dit kwam terug in nieuw te bouwen schepen.

Vanaf 1930 besloot Japan gaandeweg dit verdrag te negeren. Het ontwerpbureau kreeg oktober 1934 de opdracht om een slagschip te ontwerpen dat de zwaarste Amerikaanse oorlogsbodems zou overtreffen. Er volgden 23 voorlopige versies. Als uitschieter was er de A-140, 294 meter lang, 42 meter breed en een waterverplaatsing van 69.500 ton.

De Yamato klasse slagschepen waren de grootste slagschepen ter wereld. De twee schepen die in deze klasse voltooid waren, waren de Yamato zelf en het zustership Musashi. Ze moesten het antwoord vormen op de superieure Amerikaanse industrie. De Amerikanen konden immers sneller en meer schepen produceren, dus was de enige optie voor Japan om individueel superieure schepen te bouwen die stand konden houden tegen meerdere Amerikaanse schepen tegelijkertijd.

In maart 1937 werd gekozen voor het definitieve ontwerp. Het Yamato-type werd ontworpen om de grootste slagschepen uit die tijd zoals de Britse King George V, de Duitse Bismarck en Tirpitz en de Amerikaanse Iowa te overschaduwen. Het schip bevatte veel nieuwe en opvallende kenmerken. De Yamato was het eerste schip van de Japanse marine dat een bulbsteven had. De lijn van het hoofddek varieerde in hoogte over de hele lengte van het schip. Tevens opvallend was de grote lengte-breedteverhouding. De grote breedte van het schip zorgde voor een zeer stabiel geschutsplatform en een prima zeegedrag. Ze bezat 46 cm geschuttorens, het zwaarste en sterkste geschut dat ooit permanent is geplaatst op een schip. Het gewicht van een drielingstoren was 2.774 ton. Het schip bezat er drie. In verband met de grote luchtverplaatsing tijdens het vuren aan dek werden de boten en vliegtuigen benedendeks geplaatst in speciale hangars. Het richten van het 46 cm-geschut gebeurde met een optisch vuurleidingsysteem. Pas in 1943 werd Yamato met radarsensoren uitgerust. Maar het richten bleef handwerk en beperkte de afstand tot het doel tot de visuele horizon. Dit was dan ook het zwaktepunt van deze klasse, vermits de Amerikaanse marine al gebruik maakte van een volledig radargestuurd systeem.

Opmerkelijk ook was de zeer zware bepantsering van de romp. Midscheeps bedroeg deze 41 cm dikte en maakte direct deel uit van de rompconstructie. De opbouw was uniek van uiterlijk en indeling. Tot die tijd waren de slagschepen van Japan voornamelijk herkenbaar aan de zeer hoge en open opbouw, ook wel pagodes genoemd. Yamato'''s opbouw was meer gesloten en zwaar gepantserd, met name de vitale posities. Het roersysteem was ook bijzonder. Gangbaar bij dit type schepen was dat er gestuurd werd met vaak twee roeren direct achter de voortstuwingsschroeven. Bij de Yamato was er een hoofdroerblad en een hulproerblad. Deze waren achter elkaar in de scheepslengte geplaatst, met 15 meter tussenruimte. Tijdens de proefvaart bleek echter dat het kleine hulproer een ingezette draai niet kon corrigeren. Verder was de Yamato als eerste slagschip uitgerust met een vroege vorm van klimaatregeling. Het schip had dan ook onder de bemanning de bijnaam 'Hotel Yamato'.

Bouw Aanzet thumb|De Yamato in aanbouw De eerste keer dat er gesproken werd over het Yamato-type slagschip was rond 1934, toen de Japanse Keizerlijke Marine overwoog om te breken met het Verdrag van Washington en het Verdrag van Londen. Deze verdragen waren ondertekend door de VS, Italië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Japan. Er kwam een limiet op de totale oorlogsvloot. Op deze manier probeerde men een nieuwe wapenwedloop tegen te gaan.

De Japanse MarineDe Japanse Marine werd ook wel de Japanse Keizerlijke Marine genoemd, en bestond van 1869 tot 1947 was echter van mening dat Japan, zowel op economisch als militair vlak, beter af was zonder dit verdrag. De sleutel naar succes zou een soort van superslagschip zijn. Het zou het grootste, sterkste en snelste slagschip ooit worden, waartegen de Amerikaanse vloot geen schijn van kans zou hebben. In 1937 waren de plannen klaar en kon men aan de bouw beginnen. Dit gebeurde in de grootste geheimhouding in een speciaal gegraven droogdok in de scheepswerf van Kure. De werf werd speciaal omringd door hoge gebouwen en hekken, die het zicht van de buitenstaanders belemmerden. De werklieden werden in groepen opgedeeld en mochten enkel aan bepaalde onderdelen werken, zodat geen van hen het schip in zijn geheel zag.

Oorspronkelijk zouden er vijf schepen van deze klasse worden gebouwd. Maar omdat gedurende de bouw het tijdperk van de slagschepen ingehaald werd door de overheersing van vliegtuigen in de oorlog op zee, met als keerpunt de Slag om Midway kwamen deze er nooit. Tevens vormde het tekort aan grondstoffen later in de oorlog ook een probleem. Het derde schip, de Shinano (scheepswerf van Yokosuka) werd tot een vliegdekschip omgebouwd. Het vierde schip werd maar voor 30% afgemaakt. Het vijfde schip werd uiteindelijk geannuleerd.

Bouwtechnisch gezien waren Yamato en haar zusterschip Musashi zeer modern voor hun tijd. Er werd veel gebruikgemaakt van de nieuwe lasmethode. Tot die tijd was klinken de gangbare manier.

Replenishment Programs Nadat Japan met de Verdragen van Washington en Londen had gebroken, wilde het haar zeemacht verder uitbreiden door een grootschalig plan op te stellen. Japan had dit al twee keer gedaan, waardoor dit plan het "Third Replenishment Program" werd genoemd. Er zouden 66 schepen gebouwd worden, waaronder twee Yamato-type slagschepen en twee vliegdekschepen. In 1935 voorspelde prins Fushimi Hiroyasu dat wanneer Japan met de Verdragen zou breken, zijn zeemacht zeker zeventig tot tachtig procent zou bedragen van die van Amerika. Weliswaar dacht de Japanse Marine toen dat Amerika zich wel aan het verdrag zou houden, maar in realiteit was dit het begin van een nieuwe wapenwedloop. In 1938 besloot Amerika om zijn vloot verder uit te bouwen. Hierdoor besloeg de Japanse zeemacht nog maar de helft van de Amerikaanse. Omdat Japan zijn positie in China niet wilde verliezen, besloot men om nog een Replenishment Program uit te werken. Het "Fourth Replenishment Program" zou bestaan uit tachtig schepen waarvan nog eens twee Yamato-types en dubbel zoveel vliegdekschepen. In 1940 reageerde Amerika hierop met nogmaals een uitbreiding van hun vloot. Toen de Japanse Marine hiervan hoorde, kwamen ze tot de conclusie dat ze in termen van hoeveelheid nooit zouden kunnen winnen van Amerika, en zich daarom beter zouden concentreren op de kwaliteit van hun schepen en met name de Yamato-types. Het "Fifth Replenishment Program" van 1941 hield dan buiten de verdubbeling van het aantal schepen, ook nog eens drie extra superslagschepen. Statistisch gezien zou de Japanse zeemacht in 1941 het best stand kunnen houden tegen Amerika. Op hun toppunt beschikten ze over een capaciteit die 70 procent van de Amerikaanse vloot bedroeg.

Uiteindelijk werden er van de vijf Yamato-type slagschepen slechts twee volledig afgewerkt: de Yamato en de Musashi.

Karakteristieken De Yamato, een 64.000 ton slagschip, zag er niet alleen indrukwekkend uit, maar vormde ook een gevaar voor de Amerikaanse schepen. Omdat de Yamato over meer dan 150 vuurwapens beschikte, waarvan negen 18.1-inch kanonnenHet bereik van deze kanonnen lag rond de 42 km, waardoor andere schepen niet eens in de buurt konden komen , had het een nog nooit geziene vuurkracht. Daarnaast zorgde een solide laag staal voor een bijna volledige bescherming tegen de artillerie van de tegenpartij. Ondanks zijn gewicht was het schip ook zeer manoeuvreerbaar en kon het een snelheid van 27 knopenOmgezet naar km/u is dit gelijk aan 50km/u bereiken. De inzet van de Yamato werd dan ook als doorslaggevend gezien voor alle komende zeeslagen.

Staat van dienst De Yamato was het vlaggenschip van 12 februari 1942 tot 11 februari 1943. Hierna nam de Musashi die functie over. Op 1 april 1945 begon de Yamato haar laatste missie, operatie Ten-gō: een zelfmoordaanval tegen de Amerikaanse vloot ten westen van Okinawa. 7 april 1945 werd het schip samen met de kruiser Yahagi en acht torpedobootjagers (in het Engels destroyers) opgemerkt door een Amerikaanse duikboot. De Amerikaanse marine stuurde 386 vliegtuigen op ze af met het doel de schepen te vernietigen. De Yamato incasseerde acht bommen en tien torpedo’s. In totaal verloren 2.475 bemanningsleden het leven, 269 zeelieden wisten te overleven en werden opgepikt.

Operatie Ten-gō Het Plan thumb|De officieren van de Yamato voor operatie Ten Go Eind maart 1945 riep Keizer Hirohito zijn militaire adviseurs bij zich in Tokyo. Nadat de Japanners zware nederlagen hadden geleden, waaronder de Slag om de Filipijnen en Iwo Jima, wilden de Amerikanen nu ook Okinawa binnenvallen. De bijeenkomst had dus als doel een tegenoffensief te beginnen nabij Okinawa. De missie, genaamd operatie Ten-gō, zou bestaan uit een collectieve aanval van de marine, kamikazepiloten en grondtroepen. De marine was echter gereduceerd tot slechts enkele schepen en zou tien oorlogsschepen omvatten, met als vlaggenschip de Yamato. Ook de luchtmacht was gekrompen door grote verliezen, wat ervoor zorgde dat er geen luchtsteun mogelijk was voor de schepen. Deze missie zou een zelfmoordmissie zijn, want eenmaal aangekomen zou de Yamato zich op de kust van Okinawa opstellen om als beschutting te dienen tot hij vernietigd zou zijn. Onder de bemanningZelfs Viceadmiraal Seiichi Itō, die de vloot moest leiden, stond in eerste instantie weigerachtig tegenover de missie ontstond er dan ook onenigheid omdat het voor sommigen totaal zinloos leek. Uiteindelijk besloot men toch aan de wensen van de keizer te gehoorzamen en de operatie aan te vatten. Onder leiding van Viceadmiraal Seiichi ItōSeiichi Itō had het bevel over de hele vloot en bevond zich op de Yamato, na zijn dood werd hij benoemd tot admiraal en Kapitein-ter-zee Kōsaku ArugaKōsaku Aruga had enkel het bevel over de Yamato, en werd na zijn dood benoemd tot Vice-admiraal vertrok het schip op 7 april 1945.

Confrontatie