De Liberaal-Democratische Partij (Japans: 自由民主党, Jiyūminshutō, of ook kort 自民党, Jimintō) (LDP) is een politieke partij in Japan. Vanaf de oprichting van de partij in 1955, met uitzondering van de jaren 1993-1994 en 2009-2012, heeft de LDP de Japanse regering gevormd.

Ideologisch gezien valt de partij te kenschetsen als conservatief, nationalistisch, neoliberaal en pro-Amerikaans. De regering sprak haar politieke en militaire steun uit aan de Amerikaanse invasie in Irak. Door de langdurige regeerperiode is de partij sterk verweven met het bedrijfsleven en de bureaucratie. Ook de grote groei van de economie tot het einde van de jaren tachtig is op deze verbindingen terug te voeren. De onderlinge verbondenheid wordt ook wel "ijzeren driehoek" genoemd.

De partij is verdeeld in vijf belangrijke facties, wat ook tot sterke onderlinge conflicten heeft geleid. De verschillen tussen de facties hebben echter meer te maken met machtspolitiek binnen de partij, dan met onderlinge verschillende denkbeelden. De facties worden meestal vertegenwoordigd door toenmalige ministers-presidenten, die samen over de politieke programma's van de partij onderhandelen. De belangrijkste baantjes binnen de regering van het land worden eveneens op deze wijze verdeeld, waarbij meestal een rotatieprincipe wordt gehanteerd, zodat de samenhang binnen de partij wordt gegarandeerd.

Hoewel deze vorm van achterkamertjespolitiek bekend is bij de Japanse bevolking en vaak als ondemocratisch wordt veroordeeld, haalt de partij toch regelmatig de meerderheid bij de verkiezingen. De partij profiteert ook van het feit dat de Japanners voor hun keuze bij verkiezingen meer naar personen kijken dan naar partijprogramma's. De LDP lukt het telkens weer met naar buiten integer overkomende kandidaten te komen, terwijl de oppositiepartijen voor de meeste Japanners te radicaal overkomen.

Ontstaan Op 11 november 1955 komt de LDP tot stand door de samenvoeging van twee conservatieve partijen, de Liberale Partij onder leiding van Shigeru Yoshida en Japanse Democratische Partij onder leiding van Ichiro Hatoyama. Beide partijen waren kapitalistisch gericht met conservatieve doeleinden en een anticommunistisch beleid tijdens de Koude Oorlog.

De beslissing om samen te gaan was noodzakelijk om niet overschaduwd te worden door de socialistische partij, de Japanse Socialistische Partij. Beide partijen kregen veel stemmen, maar geen had er voldoende om een meerderheid te behalen bij de generale verkiezingen.Van de 467 zetels zijn er 238 nodig om een meerderheid te behalen en een regering te vormen. De liberale partij wist 114 zetels te winnen en de democratische partij 185, maar toen twee socialistische partijen, de Linkse Socialistische Partij en Rechtse Socialistische Partij, zich bij elkaar aansloten en zo 156 zetels wisten te behalen, voelden ze zich bedreigd en vormden ze vervolgens zelf de LDP.Het "1955-systeem" genaamd. Vervolgens oversteeg de LDP de socialistische partij en werd Ichiro Hatoyama de eerst minister van Japan, afkomstig van de LDP.

Monopolie (1955-1993) Sinds de opkomst van de partij in 1955 genoot deze tot 1993 een politiek monopolie zonder oppositie. De eerste ministers die hieruit volgden waren allen afkomstig van de LDP.

Het welbevinden van de partij was evenzeer te danken aan de flexibiliteit die ze teweeg kon brengen, aangezien de partij opgebouwd is uit verschillende andere factiesOnderverdelingen binnen de politieke partij bestaande uit meer kleinere partijen als het ware.. Dezen komen overeen in de algemene conservatieve denkwijze maar verschillen drastisch in het gedacht van de uitwerking hiervan.

De voornaamste reden van de onafgebroken macht dankten ze echter niet aan de grote hoeveelheid kiezers, maar aan het verkiezingssysteem dat uitgebuit kon worden om het maximaal aantal zetels te behalen, wat ze met succes deden tot de hervorming ervan in 1994.

Geldsteun Amerika In de jaren 50 en 60, in de periode van de Koude Oorlog, kreeg de LDP in het geheim fondsen van de Central Intelligence Agency (CIA). C.I.A. Spent Millions to Support Japanese Right in 50's and 60's, The New York Times, 9 oktober 1994, geraadpleegd op 3 februari 2022. Gearchiveerd op 11 maart 2022. De Amerikanen wilden de communistische en socialistische partijen in Japan buitenspel zetten. De financiële steun zou beëindigd zijn in 1970, Japan was economisch zo welvarend geworden dat steun van buitenaf niet meer nodig was.

IJzeren driehoek Deze ijzeren driehoek bestond uit intensieve relaties tussen politiek (in dit geval de LDP omwille van hun machtsmonopolie), bureaucratie en bedrijfsleven. Shiozaki Yasuhisa, Changes in the Japanese Policymaking Process, 2002, pp. 53-62, Japan Center for International Exchange, geraadpleegd op 3 februari 2022. Gearchiveerd op 3 februari 2022. Het was een simpel maar zeer effectief systeem. Bureaucraten maken de wetten, maar de wetten moeten worden goedgekeurd door de regering (op dit moment de LDP). De bedrijven zorgen voor banen voor bureaucraten die met 53 jaar met pensioen gaan (amakudari). In ruil voor deze banen maken de ambtenaren wetten gunstig voor het bedrijfsleven. De bedrijven op hun beurt financieren de LDP om toestemming te krijgen voor deze wetten. Dit systeem zou later door Junichiro Koizumi (r. 2001-2006) ontmanteld worden.

Verhouding Hogerhuis en Lagerhuis Het Lagerhuis bestaat momenteel uit 475 leden. Het Hogerhuis is samengesteld uit 242 leden en staat ook bekend als de senaat. Leden in het Lagerhuis worden om de 4 jaar gekozen. In het Hogerhuis vinden om de 3 jaar verkiezingen plaats voor de helft, dit wil zeggen dat iedereen 6 jaar dient in het Hogerhuis.

In de Japanse Grondwet is vastgelegd dat als een wet wordt aangenomen in het Lagerhuis deze wet aan het Hogerhuis wordt voorgelegd voor uiteindelijke goedkeuring. Wanneer een wet in het Hogerhuis geweigerd wordt, zal men deze opnieuw voorleggen in het Lagerhuis. Mits een meerderheid van 2/3 zal deze wet dan toch nog goedgekeurd worden ongeacht de beslissing van het Hogerhuis. De LDP genoot een meerderheid van 2/3 in het Lagerhuis wat dus neerkwam op totale macht. Moest een wet worden geweigerd in het Hogerhuis, kon de LDP deze goedkeuren met hun meerderheid in het Lagerhuis.

Verkiezingssysteem voor 1993 Het verkiezingssysteem voor 1993Stond bekend als "Medium-size election district". zorgde voor competitie binnen de partij. Per district kunnen meerdere kandidaten verkozen worden voor een zetel in het Lagerhuis, tussen 2 en 6 kandidaten per district. In een district dat bestaat uit 3 zetels kunnen dus enkel de top 3 kandidaten deze zetel verkrijgen. Elke kiezer kreeg slechts 1 stem en deze stem ging rechtstreeks naar de persoon en niet algemeen naar de partij zelf.

Dit proces nam een aantal voorkomende fouten met zich mee die een partij kon maken, wat hen ervan weerhield om zo efficiënt mogelijk het maximaal aantal zetels te kunnen behalen. Te veel kandidaten nomineren per district wat ervoor zorgde dat het aantal stemmen te dun verdeeld was. Te weinig kandidaten nomineren. Kandidaten nomineren die niet aan elkaar gewaagd zijn waardoor de uiteindelijke stemmen oneven verdeeld zijn. Dit wil zeggen dat een bepaald lid van de partij het zo goed deed dat hij de andere van dezelfde partij buitenspel zette.

Er waren meer zetels dan districten dus men moest meerdere kandidaten inzetten per district. Omwille van hun constante meerderheid in het Lagerhuis tot 1993 wisten ze dit systeem klaarblijkelijk goed te gebruiken. De verdeling van districten was evenzeer in het voordeel van de LDP. De landelijke districten (hiervandaan verkreeg de LDP de meeste steun) bezitten over het algemeen meer zetels dan de stedelijke districten.

Standpunten Doelstellingen van de partij zijn voornamelijk conservatief en kapitalistisch gericht. De partij beschikt echter niet over een vaste ideologie omwille van haar lange regeerperioden.

De globale richtlijnen zijn als volgt: Snelle economische groei vooral gebaseerd op export. In zekere zin protectionisme. Aanpassen van de grondwet, dit vooral omwille van artikel 9 zodat Japan weer kan beschikken over een eigen leger. Goede samenwerking met de Verenigde Staten.

Partijleiders (1955-heden) + Partijleider Periode Ichiro Hatoyama 1955–1956 Tanzan Ishibashi 1956–1957 Nobusuke Kishi 1957–1960 Hayato Ikeda 1960–1964 Eisaku Sato 1964–1972 Kakuei Tanaka 1972–1974 Takeo Miki 1974–1976 Takeo Fukuda 1976–1978 Masayoshi Ohira 1978–1980 Zenko Suzuki 1980–1982 Yasuhiro Nakasone 1982–1987 Noboru Takeshita 1987–1989 Sosuke Uno 1989 Toshiki Kaifu 1989–1991 Kiichi Miyazawa 1991–1993 Yohei Kono 1993–1995 Ryutaro Hashimoto 1995–1998 Keizo Obuchi 1998–2000 Yoshiro Mori 2000–2001 Junichiro Koizumi 2001–2006 Shinzo Abe 2006–2007 Yasuo Fukuda 2007–2008 Taro Aso 2008–2009 Sadakazu Tanigaki 2009–2012 Shinzo Abe 2012–2020 Yoshihide Suga 2020–2021 Fumio Kishida 2021–2024 Shigeru Ishiba 2024–2025 Sanae Takaichi 2025–heden

Premiers (1955-1993) In deze tijd van politieke dominantie was elke eerste minister afkomstig van de LDP. Hieronder volgt een beknopte lineaire opsomming van premiers met hun verwezenlijkingen tot 1993 wanneer de LDP van zijn troon gestoten werd. Naast elke premier wordt de ambtsperiode weergeven.

Ichiro Hatoyama (1955-1956) thumb|100px|Hatoyama Ichiro Hij was medeverantwoordelijk voor de oprichting van de LDP en vervolgens benoemd tot president van de partij in november 1955. Hij was al langer premier, maar pas vanaf 22 november president van de LDP. Hij maakte als eerste Japanse politicus gebruik van televisie en radio tijdens zijn campagne. Hij slaagde erin de relaties met andere Aziatische landen te verbeteren en de diplomatieke banden met de Sovjet-Unie te herstellen om zo handel te kunnen hervatten. Pogingen om grip te krijgen op de Koerillen-eilanden Habomai, Shikotan, Kunashiri en Etorofu mislukten.

Tanzan Ishibashi (1956-1957) Zijn politieke loopbaan was van korte duur, slechts negen weken. Zijn beleidsplannen waren populair bij de bevolking, waaronder het verbeteren van werkgelegenheid en productiviteit maar helaas bleef het bij uitspraken en hij trad af omwille van gezondheidsredenen.

Nobosuke Kishi (1957-1960) thumb|100px|Nobosuke Kishi Het beleid van Nobusuke Kishi begint met het benadrukken van de speciale relatie tussen de V.S. en Japan alsook de spanningen te verlichten met zuidelijke Aziatische landen. Zijn meest memorabele verwezenlijking was de herziening van het Veiligheidsverdrag tussen Japan en de Verenigde Staten in 1960. De bedoeling hiervan was de relatie tussen beide naties op gelijke voet te zetten en onafhankelijke diplomatie van Japan te herstellen. Kishi gebruikte zijn conservatieve parlementaire meerderheid om het aangepaste verdrag te ratificeren, terwijl de leden van de oppositiepartijen door de politie uit het Kokkai werden verwijderd. Dit werd gezien als ondemocratisch en lokte grootschalige publieke demonstraties tegen Kishi. Nadat het verdrag was goedgekeurd trad hij af als eerste minister, maar bleef wel nog steeds een actief lid bij de LDP.

Hayato Ikeda (1960-1964) thumb|100px|Ikeda Hayato Hayato Ikeda was mede verantwoordelijk voor de fenomenale economische groei van Japan in de jaren 60. Zijn intentie was het inkomen te verdubbelen binnen tien jaar, hij realiseerde dit in zeven jaar. Zo evolueerde Japan tot de tweede grootste economische macht ter wereld. Het plan om de economie te stabiliseren bedacht hij samen met Joseph Dodge. Zijn beleid hield in de publieke sector uitgaven te vergroten, belastingen verminderen alsook pogingen om de inflatie en rentevoeten laag te houden. Dit bracht echter enkele negatieve gevolgen met zich mee zoals vervuiling, verlaten boerderijdorpjes en overbevolking van de steden. Hij trad in 1964 af als eerste minister omwille van gezondheidsredenen.

Eisaku Sato (1964-1972) thumb|100px|Eisaku Sato