Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1982 was het 34e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. Algemeen FIM In Juni 1982 besloot de FIM in 1983 een Grand Prix toe te wijzen aan Zuid-Afrika. Die zou worden georganiseerd op het circuit van Kyalami bij Johannesburg. Tijdens het FIM-congres in oktober werd de WK-status van de GP van Finland en de GP van Tsjecho-Slowakije afgenomen omdat de circuits te gevaarlijk waren. Ze kregen nu wel de races om het Europees kampioenschap, wat opmerkelijk was, want voor deze minder ervaren coureurs waren de circuits kennelijk veilig genoeg. Merken/Teams Voor privérijders in de 500cc-klasse werd 1982 een moeilijk jaar, want er was een zeer groot aantal fabriekscoureurs. Dat werd mede veroorzaakt door de opkomst van de tabakssponsoring. Yamaha had slechts één echte fabriekscoureur: Kenny Roberts, maar daarnaast waren er gesponsorde rijders die voor een half miljoen gulden (ca. 225.000 euro) een Yamaha OW 60 kochten. Philip Morris sponsorde het Marlboro-Yamaha-team van Giacomo Agostini met Graeme Crosby en Graziano Rossi, British American Tobacco het team Lucky Strike-LCR-Yamaha-team van Egbert Streuer en Bernard Schnieders en het HB-Suzuki-GB-team met Randy Mamola en Virginio Ferrari dat met 2½ miljoen gulden (1,1 miljoen euro) het grootste sponsorcontract ooit kreeg. De Franse Service d'Exploitation Industrielle des Tabacs et Allumettes steunde via Gauloises het Sonauto-Yamaha-team met Marc Fontan. Imperial Tobacco sponsorde Barry Sheene met het merk John Player. Het Chevallier-Yamaha-team met Didier de Radiguès en Éric Saul werd gesponsord door Johnson. De oorzaak lag voor een deel in het feit dat in veel landen takaksreclame via radio en TV al verboden was. Daarnaast waren er nog de 500cc-fabrieksteams van Kawasaki (Kork Ballington) en RSC-Honda. Honda had de nieuwe Honda NS 500 tweetakten voor Marco Lucchinelli, Freddie Spencer en Takazumi Katayama, terwijl Ron Haslam zo nu en dan met de Honda NR 500-viertakt aan de start kwam. Honda kwam in 1982 eindelijk met een tweetaktmotor, de Honda NS 500 driecilinder. Toch had men het Honda NR 500-viertaktproject nog niet helemaal afgeschreven: Ron Haslam stond via Honda GB ingeschreven met een dergelijke machine, maar scoorde geen enkele punt. Na de GP des Nations verscheepte Honda alle NS 500-racers naar Japan om nieuwe frames te monteren. Tegen het einde van het seizoen werd duidelijk dat Honda de NS-500 aan privérijders zou gaan leveren, maar dat er ook een 250cc-versie zou komen. Kawasaki concentreerde zich - zonder succes - op de 500cc-klasse met de KR 500 met monocoque-frame en Kork Ballington als rijder. Tegen het einde van het seizoen begonnen de fabriekscoureurs openlijk te klagen: zowel Ballington als Toni Mang (250- en 350 cc) vonden dat Kawasaki niet genoeg geld in de ontwikkeling van de racers stak en dreigden na het seizoen op te stappen. Uiteindelijk maakte Kawasaki in oktober bekend te zullen stoppen met racen. Kreidler bevond zich begin 1982 aan de rand van het faillissement en het (Van Veen)-fabrieksteam werd opgeheven. Toch stond er nog "Van Veen" op de stroomlijnkuip van Stefan Dörflinger, maar hij werd gesteund door Mike Krauser en Herbert Rittberger, niet door Van Veen. Suzuki ondersteunde twee teams: Het Britse HB-Suzuki met Randy Mamola en Virginio Ferrari en Suzuki Italia onder leiding van Roberto Gallina met Franco Uncini en Loris Reggiani. Van deze coureurs kwam in de eerste helft van het seizoen alleen Uncini uit de verf en daarom kreeg Jack Middelburg vanaf de TT van Assen een reserve-Suzuki XR 40 van Mamola. Yamaha voorzag Carlos Lavado en Martin Wimmer van speciale TZ 250's met powervalves. Kenny Roberts kreeg aanvankelijk van een OW 60 square four, maar al na één race kreeg hij een OW 61 W-4. Roberts kreeg echter geen ondersteuning van andere Yamaha-rijders, die via sponsoren hun OW 60's voor veel geld hadden moeten kopen en zichzelf niet als fabrieksrijders beschouwden. Voor de TT van Assen en de Belgische Grand Prix kreeg Boet van Dulmen op aandringen van Kenny Roberts een OW 60, maar na twee races was hij erg teleurgesteld in de machine en hij schakelde weer over op zijn privé Suzuki RG 500. Coureurs Boet van Dulmen testte eind 1981 en begin 1982 met de 500cc-Cagiva, maar bij de laatste test was hij met een Suzuki RGB op het Autodromo Vallelunga anderhalve seconde sneller dan met de Cagiva. Hij stond het hele seizoen ingeschreven als fabrieksrijder voor Cagiva, maar de machine werd maar niet racerijp, zodat hij met zijn privé-Suzuki bleef rijden. Voor de TT van Assen en de Belgische GP kreeg hij de beschikking over een fabrieks-Yamaha OW 60. Na de Britse Grand Prix werd bekend dat hij de 1981-Suzuki's van Jack Middelburg voor de rest van het seizoen (drie GP's) mocht gebruiken. Jon Ekerold kon door de problemen bij sponsor Solitude geen 350cc-racers meer bemachtigen, maar hij had nog een goede relatie met het Solo-team, dat bereid was twee Suzuki RGB's voor hem te kopen. Uiteindelijk kwam hij in de 500cc-klasse uit voor Cagiva. Virginio Ferrari maakte deel uit van het Britse HB-Suzuki-team, maar brak in het voorjaar in Californië een pols. Die blessure bleef hem tot augustus achtervolgen, waardoor hij geen rol van betekenis kon spelen. Gregg Hansford besloot al voor het seizoen begon dat hij niet fit genoeg zou zijn op op hoog niveau te racen en besloot in Australië te blijven omdat aan salooncarraces deel te nemen. Jack Middelburg had enerzijds een teleurstellend seizoen omdat hij zich al vroeg moest laten opereren aan een been. Een pen in zijn been bleef maar ontsteken. Anderzijds kreeg hij vanaf de TT van Assen een fabrieks-Suzuki XR 40, een reservemotor van Suzuki Britain, die bedoeld was om steun te verlenen aan Franco Uncini. Minarelli zette in 1982 geen fabrieksteam meer in, maar had nog steeds de snelle 125cc-racers die in 1981 wereldkampioen waren geworden. Ángel Nieto besloot de machines in te zetten en kreeg hulp van Jan Thiel, die ook zijn 250cc-Siroko-Rotax zou gaan onderhouden. Uiteindelijk werd Minarelli gekocht door Garelli, waardoor Nieto op dezelfde machines met een ander logo reed. Jean-Louis Tournadre moest het hele seizoen erg op de penningen letten. Hij paste zijn rijstijl zelfs aan op het behoud van de motorfiets om hoge onderhoudskosten te voorkomen. Tijdens de Britse Grand Prix liet hij een extra vrije training schieten omdat daar 110 gulden voor betaald moest worden. Desalniettemin wist hij wereldkampioen 250 cc te worden. Franco Uncini werd officieel wereldkampioen 500 cc op een woensdag tussen twee wedstrijden in. Het was 4 augustus, vier dagen voor de GP van Zweden, toen Kenny Roberts voor de tweede keer geopereerd werd aan zijn pink en meteen daarna naar de VS vertrok. Daardoor was Uncini niet meer in te halen. Overleden Testrijder Ikujiro Takaï overleed in juni op het circuit van Sugo tijdens testritten. Bij een val door een vastloper brak hij zijn nek. John Newbold verongelukte eveneens in juni tijdens de North West 200 bij een ongeval waarbij ook Mick Grant betrokken was. Zijspancoureur Jock Taylor overleed op 15 augustus tijdens de Finse Grand Prix aan inwendige bloedingen ten gevolge van een ongeluk.
Gestopt De 125cc-race tijdens de TT van Assen was de afscheidsrace van Jan Huberts. Zijspancoureur Hein van Drie besloot na de Finse Grand Prix zijn carrière te beëindigen omdat de sport voor hem te duur werd. Bakkenist Benga Johansson beëindigde zijn carrière toen zijn coureur Jock Taylor tijdens de GP van Finland verongelukte.
Races Argentinië, Buenos Aires In 1981 waren veel coureurs nog huiverig geweest om af te reizen naar Argentinië, met de slechte ervaringen van de GP van Venezuela in het achterhoofd. De organisatie was echter uitstekend gebleken. Toch gingen er begin 1982 geruchten dat de wedstrijden door geldgebrek niet door zouden gaan. Argentinië wist echter zelfs de 500cc-klasse te contracteren en toen tijdens het FIM-congres werd besloten in 1983 een Grand Prix aan Zuid-Afrika toe te kennen werd als eis gesteld dat de organisatie vergelijkbare vergoedingen aan de coureurs zou betalen als Argentinië deed. Wel was de matige kwaliteit van de benzine in Argentinië een probleem. Oostenrijk, Salzburgring Doordat de Oostenrijkse GP altijd eind april georganiseerd werd, was er al jarenlang "sneeuwgarantie". In 1979 kon er nauwelijks getraind worden door het slechte weer, in 1980 werd de hele race afgeblazen en stonden de teams ingesneeuwd in het rennerskwartier en in 1982 sneeuwde het opnieuw tijdens de trainingen. De Japanse fabrieken stelden voor om de GP opnieuw af te blazen, maar lieten het uiteindelijk aan hun coureurs over of ze wilden rijden of niet. Die fabrieksrijders hadden al een enorm voordeel, want in de weken voor de GP hadden de fabrieken het circuit voor privétrainingen afgehuurd. privérijders waren daarbij weggestuurd en hadden nog helemaal niet kunnen trainen. Uiteindelijk werd er één training op een verraderlijk en gedeeltelijk droog circuit gereden. Uiteindelijk werden er vier ingekorte races gereden, voor slechts 40.000 toeschouwers. Frankrijk, Nogaro Dat het circuit van Nogaro niet geschikt was voor motorraces was al tijdens de Franse GP van 1978 gebleken, toen er tientallen valpartijen door het slechte wegdek waren geweest. Toen Nogaro een toewijzing kreeg voor 1982 hadden de rijders zich daar al tijdens de Britse Grand Prix van '81 over opgewonden, maar tijdens het FIM-congres in het voorjaar van 1982 in Tokyo was rijdersvertegenwoordiger Franco Uncini niet aanwezig. De voorzitter van de organiserende club André Divies was daar wél. Hij verklaarde dat de club alles in het werk stelde om de baan eerder dan gepland (1983) in orde te maken, maar dat zou 2 miljoen Franse franks kosten. Uncini bleef nogal laconiek: na de Grand Prix van Oostenrijk verklaarde hij dat hij de woensdag voor de Franse Grand Prix "wel even ging kijken". Dat was te laat: alle belangrijke 500cc-fabrieksteams verboden hun rijders te starten omdat de fragiele frames, die 10 tot 15 kg lichter waren dan die van de productieracers, op het slechte wegdek zouden breken. Daarmee waren de fabrieksrijders uitgeschakeld, maar door een handtekeningenactie, bedreigingen en intimidatie tekenden uiteindelijk ook veel privérijders, zelfs die in de lichtere klassen, die de problemen van de scheurende frames beslist niet kenden. Het leidde aanvankelijk tot hoge geldboetes en voorwaardelijke schorsingen, die uiteindelijk bijna allemaal werden teruggedraaid. Nogaro kreeg nooit meer een Grand Prix toegewezen. Spanje, Jarama Tien dagen voor de Spaanse Grand Prix werd er door Suzuki al getraind in Jarama, maar er waren toen al veel valpartijen, o.a. van Randy Mamola. Tijdens de normale trainingen ging het ook niet goed met de Suzuki-coureurs met valpartijen van (opnieuw) Mamola, maar ook van Loris Reggiani, die een hiel en een pols brak. Virginio Ferrari was na een trainingsval in de Verenigde Staten al geblesseerd geraakt. Zo was Jack Middelburg de snelste Suzuki-man in de kwalificatie, met dezelfde (tweede) tijd als Kenny Roberts. Voor de 250cc-klasse reed Jean-François Baldé veruit de snelste tijd, maar hij viel over een oliespoor en kneusde een wervel. Ook Martin Wimmer en Siegfried Minich raakten zodanig geblesseerd dat ze niet konden starten. Ricardo Tormo brak een pink, maar kon toch starten. De organisatie was nu in handen van de Real Automóvil Club de España, die voor een betere promotie had gezorgd en 60.000 toeschouwers wist te trekken. Nations GP, Misano