thumb|240px|Hou zee! Liederen voor de N.S.B De Nenasu (Nederlandsch Nationaal Socialistische Uitgeverij) was een Nederlandse uitgeverij. Zij werd opgericht op 2 februari 1934 door Anton Mussert, op dat ogenblik ruim twee jaar de Leider van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB). De Nenasu had tot doel: het uitgeven van boeken, periodieken, dagbladen, brochures [...] alles in den ruimsten zin, en een en ander ter verspreiding van de Nationaal-Socialistische Levenbeschouwing in Nederland. De uitgeverij heeft haar oprichter twee jaar overleefd: in 1948 viel het doek voor de Nenasu.
Begin Op 14 december 1931 werd te Utrecht voor de eerste keer een bijeenkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) georganiseerd. Vanaf dat moment begon de opmars van de belangrijkste Nederlandse extreem-nationalistische beweging uit de jaren dertig. De NSB ging het de eerste helft van de jaren dertig voor de wind. In 1934 telde de Beweging 33.000 leden en bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 behaalden Musserts volgelingen bijna 8% van de stemmen en dat leverde 41 Statenzetels op. Het aantal abonnees van het NSB-weekblad Volk en Vaderland steeg van 6000 in 1933 naar 23.000 in 1935. Een jaar later zou de NSB een absoluut vooroorlogs hoogtepunt bereiken met 52.000 leden.
Hoewel het NSB-programma redelijk gematigd was en het in de begintijd ook geen antisemitische paragraaf bevatte, werd de partij al snel zeer omstreden. Het op Duitse leest geschoeide optreden van de NSB'ers die geüniformeerd door de straten marcheerden, riep bij velen weerstand op. Het tweede kabinet Colijn zag deze ontwikkeling met lede ogen aan en ondernam stappen tegen de beweging. Een van de eerste maatregelen was het verbod voor ambtenaren om lid te zijn van de NSB. Dat deze stap zou leiden tot de oprichting van een nieuwe uitgeverij kon op dat moment niemand vermoeden.
Financiën Mussert en Cornelis van Geelkerken (die Mussert ertoe had bewogen de NSB op te richten) waren ambtenaren van de Utrechtse Provinciale Waterstaat. Hoofdingenieur Mussert verdiende een jaarinkomen van ƒ 7.000 (omgerekend naar de waarde in 2005 is dit: € 54.300). Van Geelkerken verdiende ongeveer de helft van Musserts salaris. Nadat de Nederlandse overheid het begin 1934 voor ambtenaren onmogelijk had gemaakt om lid te blijven van de NSB, kozen beiden voor een toekomst binnen de Beweging. Nadat Mussert en Van Geelkerken op 30 april 1934 werden ontslagen, ontvingen zij maandelijks een bedrag uit de kas van Nenasu, respectievelijk ƒ 666,67 (2005: € 5.200) en ƒ 333,33 (2005: € 2.600). Daarnaast ontving Mussert van zijn voormalige werkgever een pensioen van ƒ 2.500 per jaar (2005: € 19.400). Zijn jaarinkomsten bedroegen daarmee in 1934 in totaal ƒ 10.500 (2005: € 81.400) zodat hij er effectief op vooruitging. Later ontving Van Geelkerken jaarlijks ƒ 6.000 (2005: € 47.800) van de Nenasu. Mussert en Van Geelkerken waren overigens niet de enige betaalde NSB-politici: ook de Amsterdamse kringleider J.W. de Ruiter kreeg een maandelijkse toelage uit de kas van Nenasu, omdat hij zijn tandartspraktijk verruild had voor een leidinggevende functie binnen de NSB. Reinier van Houten, directeur van de Nenasu, kon probleemloos een Ford van ƒ 1.200 (2005: € 9.600) aanschaffen op kosten van de uitgeverij. De Nenasu bleek een belangrijke financiële steunpilaar voor de NSB te zijn geworden.
thumb|Het eerste nummer van Volk en Vaderland, 7 januari 1933. Op 7 januari 1933 was het eerste nummer van Volk en Vaderland verschenen. Hoofdredacteur George Kettmann kondigde de koers aan: Wij zullen er wel voor zorgen, dat dit weekblad geen sluimerrol wordt, waartegen men het hoofdje vlijt, om voldaan te dutten, nadat wij den braven burger weer wat sensatie hebben bezorgd. Wij schrijven regels van prikkeldraad - wij schrijven met den mitrailleur van onze geestdrift in het vuur van onze verontwaardiging. Van dit NSB-weekblad werden wekelijks tienduizenden exemplaren afgezet. Mussert moet zich de financiële mogelijkheden van het weekblad hebben gerealiseerd. Op 2 februari 1934 richtte Mussert, met een startkapitaal van ƒ 100 (2005: € 775), de stichting Nederlandsche Nationaal-Socialistische Uitgeverij (Nenasu) op. Statutair stond vast dat de Nenasu uitsluitend de NSB zou dienen met: het uitgeven van boeken, periodieken, dagbladen, brochures [...] alles in den ruimsten zin, en een en ander ter verspreiding van de Nationaal-Socialistische Levenbeschouwing in Nederland.
De Nenasu was volledig in handen van Mussert, als enige bestuurder (voor het leven!) van de stichting. Mussert benoemde een stichtingsdirecteur die de verantwoordelijkheid droeg voor de door de stichting uit te geven werken. Het weekblad Volk en Vaderland bleef onder de verantwoordelijkheid vallen van de redactie. De activiteiten van de onderneming richtten zich met name op het uitgeven van kranten, tijdschriften, liederenbundels en brochures. De uitgaven van de Nenasu werden voornamelijk verspreid tijdens vergaderingen en door colportage. Enkele uitgaven bereikten een breder publiek via de gewone boekhandel, aangezien de uitgeverij sinds 1934 door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels was erkend. Dat ging niet van harte, omdat de uitgeverij zich voornamelijk geprofileerd had als politieke-brochure-uitgeverij en door de Vereeniging dus niet als volwaardig boekenbedrijf werd beschouwd.
Directie Directeur van de Nenasu werd Reinier van Houten, een van de allereerste NSB-leden (hij had stamboeknummer 54). Vanaf 1 mei 1934 begon de Nenasu winst te maken, mede door de goede zakelijke resultaten van Volk en Vaderland. De Nenasu betaalde Mussert in het eerste jaar ƒ 8.000 (2005: € 62.000) en Van Geelkerken bijna ƒ 4.000 (2005: € 31.000). Later liepen deze bedragen nog verder op. In 1936 bedroeg de winst van de Nenasu circa ƒ' 16.000 (2005: € 134.600). Later (1941) toucheerde Mussert zo'n ƒ 50.000 (2005: € 295.000) van de Nenasu. In de latere oorlogsjaren 1943 en 1944 steeg dat bedrag tot ƒ 200.000 (2005: € 1.000.000) per jaar.
In 1937 verhuisde de Nenasu naar Leiden en trad Reinier van Houten als directeur af. Voor enige tijd werden de zaken waargenomen door Anna Catharina Penning, daarna kwam H. Roskam, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door ene Geertsema. In 1939 kwam H.J. Kerkmeester, de latere directeur van de gelijkgeschakelde Arbeiderspers, aan het bewind. Ook die bleef niet lang. Hij werd in 1941 opgevolgd door C.E.W. Krediet, voorheen correspondent in Berlijn voor het Rotterdamsch Nieuwsblad, die in maart 1943 zijn directiezetel ter beschikking stelde aan J.W. Westenberg. In dat jaar werd Kerkmeester weer als adviseur aangesteld. De uitgeverij verplaatste zich eind 1941 van Leiden naar Rotterdam en nam daar gebouwen en installaties over van de inmiddels verboden katholieke krant De Maasbode. Wegens onvoldoende accommodatie moest de uitgeverij in 1942 weer verhuizen naar Utrecht, waar zij de firma v/h L.E. Bosch en Zoon aan de Oude Gracht 172-176 in Utrecht in handen kreeg. Bosch was geen onbekende voor de NSB. Deze onderneming leverde al diensten in 1932 en 1933. De uitgeverij dreef op de uitgave van Volk en Vaderland. Daarnaast werden drie soorten uitgaven verzorgd: tijdschriften en series; politieke propaganda; werken van letterkundige aard (voor volwassenen en kinderen).
Volk en Vaderland Volk en Vaderland verscheen wekelijks in een grote oplage. Ondanks het relatief geringe aantal betalende abonnees, bereikte de totale wekelijkse oplage tijdens de bezettingsjaren tot boven de 200.000 exemplaren. Geregeld werden hoofdartikelen als 'overdrukken' aan de man gebracht. Het laatste nummer van Volk en Vaderland verscheen op 4 mei 1945. 'VoVa' (de populaire benaming van het weekblad) fungeerde als 'strijd- en propagandablad' van de NSB. Het tijdschrift Nieuw Nederland was het 'onafhankelijke maandblad voor economie, staatkunde en cultuur'. Deze uitgave is het tijdschrift geweest, waarin de NSB heeft getracht een theoretische onderbouwing te geven voor het Nederlandse nationaalsocialisme. Het verscheen tussen juni 1934 en oktober 1944.
Het maandblad De Wolfsangel was de spreekbuis voor de 'volkse' stroming binnen de NSB. Omdat deze stroming tijdens het gehele bestaan van de NSB omstreden zou blijven, had het tijdschrift grote moeite zich een blijvende positie te verwerven. Dat blijkt uit onder meer enkele naamswijzigingen en uit het feit dat de uitgave na enige tijd door de Nenasu werd overgedragen aan de stichting 'Der Vaderen Erfdeel - werkgemeenschap voor volkenkunde'. De verwevenheid van een en ander blijkt onder meer uit het feit dat deze stichting gebruik maakte van het Leidse postadres van de Nenasu.
Series Ook heeft de Nenasu enkele series op de markt gebracht. Ten eerste was dat de op krantenpapier gedrukte serie Kleine brochures. In totaal verschenen zeven deeltjes die in de jaren dertig in grote aantallen door leden van de NSB werden verspreid.
Analoog aan de Kleine Cultuur Bibliotheek, waarmee De Arbeiderspers in 1934 gestart was, volgde Nenasu met de Kleine Nationaal-Socialistische Bibliotheek. De serie bevatte korte biografische schetsjes en werd gestart om "het Nederlandsche volk gelegenheid te bieden, zich bewust te worden van den rijkdom van zijn nationaal verleden". Dat was hard nodig want, er "is misschien geen beschaafd volk ter wereld, dat zoo slecht op de hoogte is van hetgeen het voorgeslacht naliet aan traditie, lichtende voorbeelden en schatten van den geest, als het onze", vermeldde de inleiding bij het eerste deeltje, dat het Wilhelmus behandelde. Dit lied was immers 'schandelijk verwaarloosd': "Schuw keek men uit, of er geen marxist in de buurt was en zong het vaak met gedempte stem, uit vrees voor hen, die druk bezig waren de lijkbezorgers der nationale gedachte te worden". Het Wilhelmus zou de idealen der NSB belichamen en daarom werd het lied op alle scholen van de beweging grondig behandeld. Het tweede deel in de serie ging over de vaderlandse held Van Speijk. Daarna volgden boekjes over Michiel Adriaenszoon de Ruyter, Rembrandt en ten slotte was Willem van Oranje aan de beurt. Na 1942 werd het deel over het Wilhelmus op grond van gewijzigde inzichten over het belang van het volkslied, niet meer verspreid. Merkwaardigerwijs vond de Nenasu het niet nodig een auteursnaam op de boekjes te vermelden; alle deeltjes verschenen anoniem. De uitgeverij staakte de reeks in 1936, maar eind 1942 stonden de titels nog op de voorraadlijst van boeken en brochures van de uitgeverij. Series waarvan de verschijning na één deel werd stopgezet waren: Dom-serie, Nieuw Nederland-reeks en de serie Ruk den blinddoek af!
Tijdschriften Het tijdschrift Fotonieuws der Beweging werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie door de NSB zelf uitgegeven, later ging het over naar de Nenasu. Hierbij wijzigde de naam in Echo. Na Dolle Dinsdag hield het blad op te verschijnen.
Tijdens de bezetting bleef de Nenasu de NSB bedienen. Het bedrijf werd opgesplitst in vier afdelingen: kranten, tijdschriften, boeken en drukkerij. Naast Volk en Vaderland gaf het bedrijf bladen uit als Nieuw Nederland, De Nationaal-Socialistische Vrouw, Opvoeding in Volksche Geest, Volk in nood, Vorming, Arbeidsfront, Ontwakend Volk, De Wig, Hou-Zee, Boerenstrijd en de Nationaal-Socialistische Landpost. Op het hoogtepunt verspreidde de Nenasu waarschijnlijk meer dan honderdduizend uitgaven per week.