Stefan ("Steffi") Dörflinger (Nagold, Duitsland, 23 december 1949) is een Zwitsers voormalig motorcoureur. Hij is viervoudig wereldkampioen wegrace.

Dörflinger, die van beroep laborant was, domineerde halverwege de jaren tachtig van de 20e eeuw in de kleinere klassen 50 cc en 80 cc van het wereldkampioenschap wegrace. Hoewel hij in het Duitse Nagold werd geboren, woonde hij al vanaf zijn tiende in Birsfelden (Zwitserland). Na zijn schoolperiode werd hij genaturaliseerd tot Zwitsers staatsburger.

Carrière 1970-1972: Zwitserse kampioenschappen Aan het einde van de jaren zestig vormde een aantal jongeren uit Birsfelden een motorclub. Stefan Dörflinger, in bezit van een 500cc-Norton, sloot zich hierbij aan. Onder invloed van de successen van streekgenoot Werner Pfirter besloot de hele groep te gaan racen. Dat was in Zwitserland niet eenvoudig. Er waren geen permanente circuits en ook geen stratencircuit, omdat racen daar al sinds 1954 verboden was. Er waren wel "Bergrennen". Coureurs die zich daar onderscheidden konden deelnemen aan de Zwitserse kampioenschappen, die werden verreden op de Duitse Hockenheimring. Om financiële redenen ging Dörflinger in de 50cc-klasse racen. Kreidler leverde al opvoerkits waardoor een gewone Kreidler sneller gemaakt kon worden. Dat maakte deze klasse heel goedkoop. In 1970 debuteerde Dörflinger met zijn 50cc-Kreidler en hij won meteen zijn eerste race en was daarmee Zwitsers kampioen. Hij promoveerde daardoor in 1971 naar de "nationalen". Nu moest hij weer een aantal bergrennen rijden en twee races op Hockenheim en een op Monza. Door zijn resultaten promoveerde hij in 1972 naar de "internationalen". Daardoor kon hij deelnemen aan internationale races in Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije. 1973: Kreidler Stefan Dörflinger debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace in het seizoen 1973 met een 50cc-Kreidler. Al in zijn tweede race, de GP des Nations, scoorde hij zijn eerste WK-punt, maar in de GP van Joegoslavië, kwam hij met een derde plaats voor het eerst op het podium, achter Jan de Vries en landgenoot Ulrich Graf. Hij sloot het seizoen af als elfde in het 50cc-wereldkampioenschap. 1974: Kreidler en Yamaha In het seizoen 1974 startte Dörflinger in bijna alle 50cc-races, en bijna altijd scoorde hij punten. Hij nam wel deel aan de rijdersstaking tijdens de Duitse Grand Prix. Tijdens het gevecht om de derde plaats in de GP des Nations viel hij en brak hij een voet, maar tijdens de TT van Assen was hij weer fit en finishte hij als vijfde. Hij eindigde het seizoen als negende in de eindstand. Van motorhandel Zurfluh kreeg hij een Yamaha TZ 250 waarmee hij enkele wedstrijden reed, zonder succes. Hij vond het verschil met de 50cc-Kreidler ook te groot. 1975: Kreidler Het seizoen 1975 begon goed met een derde plaats in de 50cc-Spaanse Grand Prix achter de Van Veen-Kreidlers van Ángel Nieto en Julien van Zeebroeck. Dörflinger dacht die race zelfs te winnen, maar viel terug door een losse voorvork. Er volgde nog een derde plaats in de Nations GP achter Nieto en Eugenio Lazzarini (Piovaticci). Hij haalde tot dusver goede resultaten, maar die werden teniet gedaan door een val tijdens de TT van Assen, een elfde plaats in de Belgische Grand Prix en een DNF in de GP van Finland. Hij sloot het seizoen als zesde af. 1976: Kreidler en Morbidelli Voor het seizoen 1976 realiseerde Dörflinger zijn wens om ook in de 125cc-klasse te starten. Hij kocht een 125cc-Morbidelli. Opnieuw opende hij het seizoen met een derde plaats in de 50cc-race, in de Franse Grand Prix. Het was ook zijn laatste podiumplaats van het jaar. Tijdens de 50cc- race van de Zweedse GP viel hij waardoor hij ook niet in de 125cc-race kon starten. Hij sloot het seizoen af als achtste in de 50cc-klasse en als negende in de 125cc-klasse. 1977: Kreidler, Van Veen-Kreidler en Morbidelli Ook in het seizoen 1977 scoorde Dörflinger niet veel punten, zelfs niet toen Van Veen in de TT van Assen een thuisoverwinning wilde en Dörflinger, Juup Bosman en Julien van Zeebroeck Van Veen-Kreidlers kregen om Herbert Rittberger en Eugenio Lazzarini te steunen. Dörflinger werd slechts vijfde en Bultaco pakte met Ángel Nieto en Ricardo Tormo de eerste twee plaatsen. Na de Belgische Grand Prix (uitgevallen) moest hij zijn Van Veen-machine weer inleveren. Hij sloot het seizoen af als zesde in de 50cc-klasse en als negende in de 125cc-klasse. 1978: Van Veen-Kreidler en Morbidelli Ook het seizoen 1978 verliep vrij teleurstellend. Dörflinger ving het seizoen aan met zijn 125cc-Morbidelli, maar bleef lang puntloos met plaatsen in het middenveld. Vanaf de GP des Nations werd hij semi-fabrieksrijder voor Van Veen. Dit bestond waarschijnlijk uit een 50cc-Van Veen-Kreidler-blok en techische ondersteuning van Jan de Vries. Zo kon hij steun verlenen aan fabrieksrijder Eugenio Lazzarini in zijn strijd tegen de Bultaco van Ricardo Tormo. In deze Grand Prix kon Dörflinger Tormo enige tijd bedreigen en hij reed ook de snelste ronde, maar viel terug toen zowel zijn achterrem als zijn versnellingsbak kuren begonen te vertonen. De TT van Assen was de thuisrace voor Van Veen. Lazzarini wist inderdaad te winnen, maar Dörflinger kon niet starten omdat hij tijdens de wegraces in Raalte geblesseerd was geraakt. In de 50cc-GP van België werd Stefan derde achter Lazzarini, maar Tormo won de race. In de Duitse Grand Prix werd hij derde achter Lazzarini, maar Tormo won opnieuw, nu geholpen door Ángel Nieto, die ook een fabrieks-Bultaco had gekregen. In de 50cc-GP van Joegoslavië stevende Dörflinger opnieuw op de derde plaats af, tot zijn krukas brak. Hij sloot het seizoen in de 50cc-klasse af als zesde, in de 125cc-klasse werd hij dertiende. 1979: Kreidler en Morbidelli De eerste punten van het seizoen 1979 scoorde Dörflinger in de vijfde Grand Prix, de Grand Prix van Spanje. Hij werd in de 50cc-klasse vijfde en in de 125cc-klasse achtste. In de 50cc-race van de Joegoslavische GP viel hij terwijl hij aan de leiding lag, maar in de 125cc-race finishte hij als derde. In de TT van Assen werd hij in de 125cc-klasse zesde, maar in de 50cc-race viel hij uit. Hij boycotte de Belgische Grand Prix, zoals alle toprijders deden vanwege de slechte staat van het asfalt. De 125cc-race van de Finse GP startte hij van poleposition, maar hij finishte als vierde. Ook in de 125cc-Grand Prix van Groot-Brittannië werd hij vierde. Tijdens de 125cc-GP van Tsjecho-Slowakije raakte Per-Edvard Carlsson een stapel strobalen, waardoor hij viel en Dörflinger in zijn val meenam. In de 125cc-race van de Franse GP werd hij slechts tiende, maar de (natte) 50cc-race was de beste van zijn seizoen. Hij finishte als tweede. Hij sloot het seizoen af als tiende in de 50cc-klasse en als elfde in de 125cc-klasse. 1980: Van Veen-Kreidler en Morbidelli Voor het seizoen 1980 kocht de Spaanse motorsportbond voor 60.000 gulden een plaats bij het Van Veen-Kreidler-team voor Ricardo Tormo. Dit zette druk op het Van Veen-team; Tormo moest een goede kans hebben op de 50cc-wereldtitel. Van Veen had regerend wereldkampioen Eugenio Lazzarini moeten laten gaan om plaats te maken voor Tormo. Nadat twee GP's werden afgelast (de Grand Prix-wegrace van Venezuela vanwege financiële problemen en de Grand Prix-wegrace van Oostenrijk vanwege hevige sneeuwval) werd de GP des Nations de openings-Grand Prix. Tormo had zijn Van Veen-Kreidler, maar voor de zekerheid kreeg ook Stefan Dörflinger zo'n machine, als semi-fabrieksrijder om Tormo te helpen. Dörflinger viel tijdens de race nadat hij de snelste ronde had gereden, maar finishte toch nog als vijfde, terwijl Tormo uitviel. De race werd gewonnen door Lazzarini, die samen met zijn vriend Paolo Marcheselli en Iprem-eigenaar Enzio Ridolfi zelf een snelle Kreidler had gebouwd. In de 50cc-GP van Spanje won Lazzarini na een slechte start opnieuw. Dörflinger werd tweede, Tormo slechts vijfde. In de GP van Joegoslavië won Tormo de race voor Dörflinger, die een kleine vastloper had gehad en het vermogen van zijn machine niet volledig kon benutten. Vlak voor de finish hield zijn machine er zelfs helemaal mee op. Hij wist Lazzarini toch nog achter zich te houden, die werd derde. Tijdens de TT van Assen, waar Tormo van poleposition vertrok en ook de snelste ronde reed, begon zijn machine ineens slechter te lopen. Dörflinger nam de leiding van de race over, maar kon die door stalorders niet behouden. Hij moest Tormo laten winnen en bovendien Lazzarini achter zich houden en dat lukte. Maar het kostte Dörflinger drie punten voor het wereldkampioenschap. In de Belgische Grand Prix startte Tormo van poleposition, maar hij moest al na een ronde met een lege accu de pit opzoeken. Dat gaf Dörflinger vrij spel en hij won de race voor Lazzarini. Nu kon Van Veen Tormo niet langer als eerste rijder beschouwen. Met nog één race te gaan had Lazzarini 62 punten, Dörflinger 57 en Tormo slechts 36. Voor Tormo was de tweede plaats zelfs buiten bereik, maar Dörflinger kon nog wereldkampioen worden. Daarom kreeg Tormo opdracht om Dörflinger in de Duitse Grand Prix te helpen. De opdracht was eenvoudig: Dörflinger moest winnen en Lazzarini mocht geen tweede worden. Tormo startte van poleposition en was ook als snelste weg, maar hij viel al in de eerste ronde. Dörflinger won de race inderdaad, maar Lazzarini werd tweede en wereldkampioen met twee punten verschil. Als Dörflinger in Assen geen stalorders had gehad, was hij met één punt verschil wereldkampioen geworden. Met de 125cc-Morbidelli had hij weer een matig seizoen en hij eindigde als dertiende. 1981: Van Veen-Kreidler, MBA en Krauser-MBA Het seizoen 1981 begon erg goed voor Stefan Dörflinger met zijn Van Veen-Kreidler, met een overwinning in de 50cc-race van de Duitse GP en een tweede plaats in de 125cc-race met een MBA. Van Ricardo Tormo was op dat moment niets te vrezen. Hij kwam met een drie jaar oude 50cc-Bultaco naar Duitsland, startte in het achterveld en haalde de finish niet. Tijdens de 50cc-GP des Nations was Tormo's Bultaco snel en betrouwbaar. Hij versloeg Dörflinger nipt, met 0,4 seconde voorsprong. Dörflinger's nieuwe teamgenoot Hagen Klein werd bijna een minuut later derde. In de 125cc-race werd Dörflinger zesde. Vanaf de Spaanse GP kreeg Dörflinger in de 125cc-klasse steun van Michael Krauser. Hij finishte als zevende, maar in de 50cc-race werd hij opnieuw tweede achter Tormo. In de Joegoslavische Grand Prix werd Dörflinger vijfde in de 125cc-race en weer tweede achter Tormo in de 50cc-race. Zo liep Tormo elke race drie punten in op Dörflinger. Voor de TT van Assen leidde Dörflinger in de 50cc-WK-stand met zes punten, maar tijdens de 50cc-race leken de kansen te keren. Dörflinger was in Assen veel sneller. Nadat hij zich verremd had liep hij drie seconden per ronde in op Tormo en in de laatste ronde nam hij de leiding weer over. Toen slipte zijn achterwiel weg en viel hij. Daarbij brak hij een pols en scheurde hij zijn enkelbanden. Het maakte een einde aan zijn seizoen. Hij sloot het af als derde in de WK-stand 50 cc en als elfde in de 125cc-klasse. 1982: Krauser-Kreidler en Krauser-MBA, eerste wereldtitel