Luigi Taveri (Horgen, 19 september 1929 – 1 maart 2018) was een Zwitsers motorcoureur en drievoudig wereldkampioen in de wegrace. Hij was de enige coureur die punten wist te scoren in alle bestaande klassen: 50 cc met Honda en Kreidler, 125 cc met MV Agusta, Ducati, MZ en Honda, 250 cc met Moto Guzzi, MV Agusta, MZ en Honda, 350 cc met Norton en Honda, 500 cc met Norton en in de zijspanklasse als bakkenist van Hans Haldemann met een Norton.
Luigi Taveri was een Duitstalige Zwitser, wiens Italiaanse vader naar Zwitserland was verhuisd. Luigi Taveri volgde een opleiding als metselaar, die hij afbrak om als monteur in de motorzaak van zijn broer in Horgen te gaan werken. In juni 1955 trouwde hij met de dochter van een van zijn klanten, Mathilde of kortweg "Tilde". Zij werd de eerste vrouwelijke coureursmanager in het Continental Circus.
Carrière In 1947 debuteerde Taveri als bakkenist van broer Hans tijdens de Grote Prijs van Europa op het Stratencircuit Bremgarten in Bern. In 1948 begon hij te racen met een Husqvarna uit de voorraad van zijn broer. In 1949 reed hij enkele wegraces, maar toen successen uitbleven stapte hij over naar de baansport. Begin jaren vijftig trad hij weer op als bakkenist van Hans, maar in 1953 kocht hij een 350cc-Velocette KTT Mk VIII waarmee hij kampioen van Zwitserland werd. Privérijder 1953 Taveri debuteerde als solorijder in het seizoen 1953 tijdens de Grand Prix van Zwitserland. Hij werd met zijn AJS Boy Racer negende in de 350cc-race. 1954 In het seizoen 1954 scoorde hij zijn eerste WK-punten in de 500cc-race van de Grand Prix van Frankrijk, waar hij met een Norton Manx vierde werd. Tijdens de Grand Prix van Zwitserland scoorde hij een punt in de zijspanrace als bakkenist van zijn landgenoot Hans Haldemann, maar hij werd met een Moto Guzzi 250 Bialbero ook vierde in de 250cc-race. Tijdens de GP des Nations kreeg hij de beschikking over een fabrieksracer, een MV Agusta 500 4C, maar hij werd er slechts tiende mee. In de Spaanse Grand Prix viel hij met de MV Agusta uit. MV Agusta 1955 In het seizoen 1955 kwam hij als fabrieksrijder in dienst van MV Agusta, dat een groot team samenstelde met naast Luigi Taveri ook Ray Amm, Carlo Bandirola, Dickie Dale, Bill Lomas, Umberto Masetti, Carlo Ubbiali en Remo Venturi. Taveri werd ingezet in de lichtste klassen, 125 cc- en 250 cc. Hij won de eerste 125cc-Grand Prix, de Grand Prix van Spanje, waarin hij de snelste ronde reed en ruim een halve minuut sneller was dan tweede man Romolo Ferri (Mondial 125 Bialbero) en teamgenoot Carlo Ubbiali. In de 125cc-GP van Frankrijk werd hij achter Ubbiali tweede en hetzelfde gebeurde in de Lightweight 125 TT en de GP van Duitsland. In de TT van Assen reed hij aan de leiding toen hij viel, waarbij hij zijn stroomlijnkuip beschadigde en moest opgeven. Carlo Ubbiali was daardoor zeker van de wereldtitel. In de 250cc-klasse won Luigi Taveri de 250cc-race, nadat de aanvankelijke winnaar, teamgenoot Bill Lomas, was gediskwalificeerd. Taveri sloot het seizoen af als tweede in de 125cc-klasse en als vierde in de 250cc-klasse. 1956 Tijdens de eerste race van het seizoen 1956, de Lightweight 250 TT op het eiland Man, leverde hij een stevig gevecht met teamgenoot Carlo Ubbiali en NSU-rijder Sammy Miller, dat Ubbiali won nadat Miller was uitgevallen en Taveri was gevallen. Tijdens de TT van Assen werd hij in de 125- en de 250cc-klasse tweede achter Ubbiali. In de 250cc-GP van België werd hij tweede achter Ubbiali, in de 125cc-race slechts zesde. Nadat Taveri in de 250cc-GP van Duitsland opnieuw tweede werd was Ubbiali zeker van de wereldtitel. Taveri won de 250cc-Ulster Grand Prix en werd in de GP des Nations in beide klassen vierde. Hij sloot het seizoen af als tweede in de 250cc-klasse en als derde in de 125cc-klasse. 1957 In het seizoen 1957 waren de coureurs van Mondial te sterk voor de MV Agusta's. Taveri scoorde veel podiumplaatsen, maar won alleen de 125cc-Ulster Grand Prix, nadat teamgenoot Roberto Colombo verongelukt was en Carlo Ubbiali geblesseerd thuis zat. Hij eindigde in de eindstand van de 125cc-klasse als derde en in de 250cc-klasse als zevende. Ducati 1958 Eind 1957 meldden Moto Guzzi, Mondial, Gilera en MV Agusta dat ze uit de racerij zouden stappen. MV Agusta kwam daarop terug en startte in het seizoen 1958 gewoon, maar er was ineens een overschot aan fabriekscoureurs. Taveri kreeg geen nieuw contract (en wilde dat wellicht ook niet), maar kon terecht bij Ducati, waar hij de door Fabio Taglioni ontwikkelde Ducati 125 Trialbero met desmodromische klepbediening kreeg. In de Ultra-Lightweight TT leek hij te gaan winnen, maar in de derde ronde viel zijn machine bij Creg-ny-Baa stil. Tijdens de TT van Assen reed Taveri de snelste ronde, maar hij werd tweede achter Carlo Ubbiali, die bij MV Agusta was gebleven. Tijdens de GP van Zweden reed Taveri opnieuw de snelste ronde, maar hij werd tweede achter teamgenoot Alberto Gandossi. Ubbiali won de Ulster Grand Prix was daarmee wereldkampioen. Taveri werd hier tweede. Hij sloot het seizoen als derde in de 125cc-klasse af. MZ en Ducati 1959 In het seizoen 1959 reed hij voor MZ, maar in de 125cc-klasse stapte hij na twee races weer over naar Ducati. Tijdens de TT van Man debuteerde zijn toekomstige werkgever Honda in de Ultra-Lightweight TT. Taveri deed het met de MZ RE 125 erg goed: hij reed de snelste ronde, maar finishte als tweede achter MV Agusta-rijder Tarquinio Provini. Met de MZ RE 250 had hij veel pech en vanaf de Belgische Grand Prix reed hij in de 125cc-klasse weer met de Ducati 125 Trialbero. In België finishte hij als derde, evenals in de GP des Nations. Hij sloot het seizoen af als vierde in de 125cc-klasse, hoewel hij in slechts vier van de zeven races gestart was. MV Agusta 1960 In het seizoen 1960 trad hij weer in dienst van MV Agusta, dat inmiddels een 250cc-tweecilinder (de 250 Bicilindrica) had gebouwd. Met de 125 Bialbero werd hij in de Ultra-Lightweight TT derde en in de Ulster Grand Prix vijfde. Dat waren zijn enige 125cc-races. Met de Bicilindrica werd hij derde in de TT van Assen en de GP van België, vijfde in de GP van Duitsland en zesde in de Ulster Grand Prix. Hij eindigde in de 250cc-klasse als derde in de eindstand. Honda Intussen was Taveri bij MV Agusta steeds door stalorders tegengehouden. De Italianen Carlo Ubbiali en Tarquinio Provini moesten wereldkampioen worden en Taveri had er genoeg van om in een team steeds de tweede viool te moeten spelen. Bovendien stopte MV Agusta met de lichte klassen. Met zijn 1,62 meter en 58 kg was hij uitermate geschikt voor die klassen en daar begon Honda steeds beter te presteren. Niet Luigi zelf, maar echtgenote Tilde vatte de koe bij de horens. Via een plaatselijke dealer kreeg ze het adresDealers hadden in die tijd nog rechtstreeks contact met Honda, omdat Soichiro Honda erop stond dat de lijn tussen fabriek en klant zo kort mogelijk was. Daarom bestond er geen importeur als tussenpersoon. en ze stuurde een persoonlijke brief naar Soichiro Honda. Honda kon wel een technisch onderlegde coureur gebruiken, vooral nu het voor twee klassen naast Japanse coureurs alleen beschikte over Tom Phillis en Jim Redman. 1961 Helaas was zijn eerste optreden in het seizoen 1961 in de 125cc-Grand Prix van Duitsland, waar Honda de RC 144 inzette. Dat was een mislukking, de machine werd daarna niet meer gebruikt. Taveri werd slechts vijfde, maar was wel de snelste Honda-rijder. Ook in de GP van Frankrijk finishte hij als vijfde. In de Lightweight 125 TT reed hij de snelste ronde, maar finishte hij als tweede achter Mike Hailwood, die geen fabrieksrijder was maar Honda's had gehuurd. In de GP van België scoorde hij zijn eerste overwinning voor Honda, slechtst 0,1 seconde sneller dan Tom Phillis en 0,5 seconde voor Jim Redman. In de GP van de DDR passeerde hij de finish als derde, maar werd hij gediskwalificeerd. In de GP des Nations werd hij derde. In de Grand Prix van Zweden won hij de 125cc-race en zijn enige optreden met de 250cc-Honda RC 162 resulteerde in de tweede plaats. Honda stuurde hem niet naar de GP van Argentinië. Het was aanvankelijk helemaal niet van plan daar te starten, maar Tom Phillis kon nog wereldkampioen 125cc-worden nu de Oost-Duitser Ernst Degner tijdens de Zweedse Grand Prix naar het Westen was gevlucht en vanzelfsprekend niet meer kon beschikken over zijn MZ RE 125. Phillis werd inderdaad wereldkampioen 125 cc. Luigi Taveri werd achter Degner derde in de eindstand. 1962, eerste wereldtitel In het seizoen 1962 breidde Honda haar programma naar beneden (de 50cc-klasse) en naar boven (de 350cc-klasse) uit. Lichtgewicht Taveri was uitermate geschikt voor de 50cc-klasse, maar de Honda RC 112 was nog niet opgewassen tegen de Kreidler RS en de Suzuki RM 62. In de eerste 50cc-GP (Spanje) reed Taveri weliswaar de snelste trainingstijd, maar hij finishte als derde. Ook in de 125cc-race eindigde hij als derde. In de GP van Frankrijk eindigde hij als derde in de 50cc-race en als vierde in de 125cc-race. Daarna won hij echter zes 125cc-races op rij: de Lightweight 125 TT, de TT van Assen, de GP van België, de GP van Duitsland, de Ulster Grand Prix en de GP van de DDR. Hij werd ook nog tweede in de GP des Nations en de GP van Finland, maar die resultaten deden er niet meer toe: de beste zes resultaten telden en Taveri had dus het maximum aantal punten gescoord. In de 50cc-klasse won hij de Finse Grand Prix, maar hij sloot het seizoen af als derde, maar veruit de beste Honda-coureur. In de Belgische Grand Prix stond hij drie keer op het podium: als winnaar van de 50cc-race en als derde in de 125- en in de 250cc-race. 1963