miniatuur|detail van een geborduurd ornament, met verschillende soorten gouddraad en variatie aan borduursteken. thumb|Keizerlijke Mantel, Wenen 1830, uitgevoerd door Goldstickereimeister Johann Fritz. Goudborduren (Engels: goldwork embroidery, Duits: goldstickerei) is een ambachtelijke borduurtechniek waarbij men gouddraad op een weefsel aanbrengt. Door de eeuwen heen getuigt goudborduurwerk van de artistieke en ambachtelijke inventiviteit van de makers en van de rang en welstand van de bezitters. Goudborduursels sieren de officiële en de ceremoniële kleding en toebehoren binnen christelijke,Zie: Oude Testament Exodus 39:2-3 islamitische,Zie de kiswah in het lemma Ka'aba joodseZie: Exodus, Sjemot 39:3-5In haar textielcollectie toonde de Portugees-Israëlietische Synagoge in Amsterdam een Sefardische thoramantel, gemaakt van dezelfde stof als een mantel gemaakt voor sultan Mehmet II in het Topkapıpaleis in Istanboel. Zie: Levend Joods Geloof, Poerimnummer 2011, Ontsluiting sefardisch erfgoed. en boeddhistische tradities.

Materialen Al voor de christelijke jaartelling blonken gouden draden in stoffen.Archeologisch onderzoek wijst uit dat gedurende de klassieke oudheid gouddraad voor het merendeel tijdens het weven is aangebracht. Zie: Auratae vestes: Gold textiles in the ancient Mediterranean.. Margarita Gleba. academia.edu Aanvankelijk gebruikte men reepjes dun gehamerd goud. In de 12e eeuw en eerder gebruikte men een legering met een hoog goudgehalte. Later maakte men goud- en zilverdraad dat bestond uit een, met 'getrokken' edelmetaal omwonden kern. Gedurende de middeleeuwen en de renaissance gebruikte men verguld zilver of een vergulde zilverlegering.Zie:http://www.nma.gov.au/__data/assets/pdf_file/0010/346069/NMA_metals_s4_p01_characterisation_metal_threads.pdf Characterization of metal threads in Renaissance tapestries A.-M. Hacke, C.M. Carr, A. Brown. Naast draad dat bestaat uit een gewoonlijk zijden kern omwonden met: edelmetaal, zilver- of goudkleurig metaal, papier, of een dierlijk materiaal, kent de samenstelling van modernere soorten meerdere variaties. De eigenschappen van de materialen bepalen de mate waarin de draad kan verkleuren of oxideren.

Gelegd draad (Engels: couching) is een techniek waarbij men filégaren, bestaand uit een kern omwikkeld met een reepje metaal, op de stof legt en daarop vastzet met borduurgaren. De uiteinden van de 'metaaldraad' steekt men naar achter. Gelegd draad wordt zowel gebruikt voor contouren als voor vlakvulling. De uit het Frans stammende term voor deze techniek is: couchure. Reliëfborduurwerk ontstaat door 'metaaldraden' over een verhoogde ondergrond te leggen en vast te zetten met een zijden draad. Deze hechtdraad, die bij goudborduurwerk meestal geel en bij zilverborduurwerk grijs/wit is, wordt aan de randen strak naar achteren getrokken, zodat deze nauwelijks zichtbaar is. De opvulling onder de 'metaaldraden' bestaat uit in vorm geknipt karton, verlijmde plantaardige vezels of opgenaaide dikke draden. Door binnen grotere vlakken de metaaldraden regelmatig verspringend en strak vast te hechten ontstaat bijvoorbeeld een ruit of een zigzag patroon. thumb| Kazuifel, St.Rumbold. Basiliek Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijk (Mechelen) Lazuurwerk, of 'or nué'. is een complexe vorm, waarbij men de vlakvullend op de stof gelegde metaaldraden vastzet met zijde van verschillende kleuren. Hoe dichter de steken op elkaar zijn aangebracht, hoe meer goud er wordt afgedekt. De kleur van de zijde en de plaatsing van de steken vormen het patroon. Het werd vooral gebruikt in de vijftiende eeuw, voor het creëren van een illusie van plooien in gewaden. Cantilleborduurwerk. Hierbij worden stukjes cantille of bouillon, een fijn spiraal van metaalstrip zonder zijden kern, doorstoken met een draad en glad of gekruld vastgezet op de ondergrond. Het wordt vaak gebruikt voor de opvulling van kleine vlakken. Steekwerk waarbij men een gladde metaaldraad door de stof steekt.

Men bereikt effecten met typen draad, zoals: Passing: een eenvoudige goudkleurige, in oudere soorten oranje, draad. De zilveren variant is wit of grijs. Japan, of Jap, een goedkope variant; waarvan de kern is omwonden met een reepje metaalkleurig folie of papier. Bullion of Purl; een fijne spiraal. Stukjes gebruikt men als franje. Jaceron of Parel purl lijkt op bullion; met steekjes vastgezet suggereren de bredere windingen van de spiraal een snoer van ronde vormen. Lizerine een dergelijk draad met brede platte windingen. Check purl, Faconnee en Crimped purl zijn variaties waarmee men gefacetteerde of regelmatig gekrulde effecten bereikt. Militair draad, dat bestaat uit twee regelmatig aan elkaar geluste gouddraden. Ook gebruikt men kleine, herhaalbare onderdelen als geslagen plaatjes metaalfolie, edelstenen en parels. Een lijn wordt vaak geaccentueerd met pailletten.

Geschiedenis Europa thumb|Jane Seymour met mouwen van 'Venetiaans goud'. Hans Holbein, 1537. Kunsthistorisches Museum, Wenen. Vroege voorbeelden zijn textielfragmenten uit de 3e eeuw gevonden in een Romeinse sarcofaag in Hongarije en resten in een graf uit de 4e eeuw in Spitalfields market in Londen. In de Sint-Catharinakerk in Maaseik bevinden zich 9e-eeuwse fragmenten van naar Sint-Harlindis en Sint-Relindis vernoemde gewaden, waarin draden van paardenhaar omwikkeld met getrokken goud zijn verwerkt. Een fragment uit dezelfde periode bevindt zich in het museum van de Basiliek van Sint-Ambrosius in Milaan. Het tapijt van Bayeux uit de 11e eeuw is uitgevoerd in verschillende steken, en couched aangebracht gouddraad. Het Nationaal Museum in Stockholm toont, naar men aanneemt uit het Oosten afkomstige, fragmenten waarin gouddraad is verwerkt, die men aantrof in graven van Vikingen in het Zweedse Birka. Fragmenten gevonden in de Zweedse "Valsgärde boot graven" uit de 10e eeuw zijn afkomstig uit de omgeving van de Zwarte Zee.Tentoonstelling "the Vikings Begin" National Nordic Museum Seattle, Washington, US 2018

In het Latijn noemde men borduurwerk opus Phrygium (Frygisch werk). Ook de term aurum Phrygium (Frygisch goud), zoals men in de klassieke literatuur met gouden draden doorschoten weefsels noemde, suggereerde een Anatolische herkomst.De Romeinse Plinius schreef in zijn Naturalis Historia, deel VIII, de toepassing van de techniek toe aan Attalus Rex; koning van Pergamon. Het Latijnse auriphrygium is mogelijk de oorsprong van het Engelse middeleeuwse woord orphreysZie: The Project Gutenberg EBook, 2009: Needlework As Art, Lady M. Alford, Sampson Low, Marston, Searle, And Rivington, London, 1886. en het Nederlandse aurifries (goudgeborduurd deel van kerkelijk borduurwerk of parament).

In de Engelse goudgeborduurde kerkelijke artefacten uit de middeleeuwen, die Opus Anglicanum worden genoemd, ziet men stiksteken waarmee met zijden garen (zowel als vlakvulling als om contouren aan te geven) lijntjes zijn geborduurd, naast goud- en zilverdraad, dat over dikke draden katoen opgenaaid, de vlakken reliëf geeft.

Op het linkerpaneel van het laat 14e-eeuwse Wilton Tweeluik is de geknielde koning Richard II afgebeeld in een mantel met goudborduurwerk op een ondergrond van goudlaken (Engels: Cloth of gold; een stof met ingeweven gouddraden).

Het paar zijden met goudborduurwerk gevoerde mouwen dat Jane Seymour draagt op het portret dat Hans Holbein de Jonge in 1537 van haar maakte stond in haar inventaris vermeld als item oone peir of sleeveis of crymsen satten embraudred with Venice gold.Hans Holbein de Jonge, Waanders 2003 , pag. 115 Los van de suggesties van de herkomst wijzen termen als Venetiaans, Frans, Keuls, Cypers, Chinees en Japans gouddraad op verschillen in samenstelling.

Tot het eind van de 16de eeuw gebruikten Amsterdamse borduur- en passementwerkers goud- en zilverdraad dat elders was geproduceerd. De 18e-eeuwse Amsterdamse makers van goud- en zilverdraad, die zich allengs ook hadden toegelegd op de verwerking van hun producten, gebruikten edelmetaal van lingotten, die waren voorzien van een keurteken, dat het zilver- en goudgehalte diende te waarborgen.Zie: 'Amsterdams goud en zilverdraad', Marianne Eisma. 'Textielhistorische Bijdragen', 39e jaargang (1999), Historisch Centrum Overijssel. De in 1719 gepubliceerde prenten die Jan Wandelaar maakte van het Gouddraadtrekkers Ambacht en het Gouddraadpletters AmbachtZie: https://adcs.home.xs4all.nl/varia/hmw/kabinet.html Natuur- en Konst-Kabinet, Willem van Ranouw. Hendrik Strik, Boekverkoper Amsterdam, 1719. Deel 2, pagina 152. Vyfde Verhandeling ... het Gouddraad-Trekkers Ambacht en het Gouddraad-Pletters Ambacht. Gearchiveerd op 31 januari 2023. zijn een bron van informatie over het werk van deze aanvankelijk niet tot een gilde behorende ambachtslieden.

Over het draad meldt het Nieuw en volkomen woordenboek van konsten en weetenschappen... ,Het Nieuw en Volkomen Woordenboek van Konsten en Weetenschappen ..., Egbert Buys, J.C. Baalde, Boekverkoper Amsterdam, 1772, deel 4: F en G, pagina 614, lemma: Goud Draad. in 1772: Goud Draad of Gesponnen Goud is een Plat gemaakt Goud dat over eenen Zyden Draad Omwonden of Gelegd is, door het zelve met een Wiel of Yzere Klossen te twernen.Twernen, ook: twijnen is het tot één draad ineendraaien van twee of meerdere draden. Over de manier waarop men goud "trok" vermeldt men: Een Rol Vormige Staaf Zilver Opper Vlakkig Verguld, of in “t Vuur met goud Overtoogen, en daarna vervolgens door een Groot Getal kleine Ronde Gaatjens van een Draad trekkend Yzer getrokken word, de een kleinder zijnde dan den ander, tot het zelve niet dikker is als een Haair van “t Hoofd. (...) eer het Goud draad tot deze ongemeene fynheid gebracht word, het zelve door meer dan Honderd en Veertig verschillende Gaten getrokken word.

Binnen de gilden werd het borduren door mannen beoefend. Manufacturen verkochten stoffen, passementen en kloskant en weefden stoffen met eigen kleuren en patronen. Specialisten als lakensnijders en patroontekenaars beheersten technieken voor het polychroom borduren van teksten, dieren en bloemen. Veel 19de-eeuwse ateliers waren familiebedrijven, waar de kennis van heraldiek, geschiedenis, hagiografieën en liturgie van generatie op generatie werd doorgegeven. In de neogotische periode evenaarde het ambacht het niveau van de 15e eeuw. Met de opkomst van de borduurmachine verloren veel bedrijven hun klanten en sloten hun deuren.

In België en Nederland bestonden meerdere internationaal bekende ateliers zoals: thumb|Mantel van een Mandarijn. Zijden gaas, gouddraad. China ca. 1890. Grossé, Brugge. Van Severen, Sint-Niklaas. Désiré Vansina, Antwerpen. Slabbinck, Brugge. F. Stoltzenberg, Roermond. H. Fermin, Delft en Den Haag. Paulus Sutorius & Co, Amsterdam. H. Funnekotter, Delft en Rotterdam. C.H. de Vries, Amsterdam.

Naast de aandacht voor kerkelijke en historische voorbeelden leeft de kennis van het goud- en zilverborduren in Duitsland en Oostenrijk voort in de belangstelling voor de klederdrachten. Traditionele kledingstukken als lijfjes (Mieder) en kroontjes, mutsjes en kapjes (Kranl, Gold- en Riegelhauben) zijn vaak rijk versierd. In Engeland onderwijst men het goudborduren aan de Royal School of Needlework. In Spanje wordt de kennis van het ambacht levend gehouden en getoond in de luisterrijke activiteiten van de kerkelijke broederschappen.zie: Semana Santa in Sevilla In Frankrijk wordt het goudborduren (la broderie au fil d'or) onderwezen onder meer in Reignac en vanuit Le begonia d'or in Rochefort. Het Maison des Grenadières in Cervières toont een collectie rond de traditionele productie van goudgeborduurde insignia.

Ambachtelijk goudborduren in reliëf is zeldzaam geworden. Het eenvoudige goudborduren wordt beoefend als vrijetijdsbesteding.

China