Sauroposeidon ('sauriërzeegod', naar de Griekse god Poseidon) is een geslacht van uitgestorven plantenetende sauropode dinosauriërs dat behoort tot de groep van de Titanosauriformes. Sauroposeidon leefde in het Vroeg-Krijt, 110 miljoen jaar geleden (Albien), in Noord-Amerika. De enige benoemde soort is de typesoort Sauroposeidon proteles.

Vondst en naamgeving thumb|left|De vindplaats van Sauroposeidon in het zuidoostelijke deel van Atoka County Het holotype OMNH 53062 werd in mei 1994 door Robert Cross, een hondentrainer bij de McLeod-gevangenis, tijdens het met zijn honden verkennen van de grenzen van het zeer uitgebreide gevangenisterrein gevonden op het land van boer Harvey Arnold in Atoka County in Oklahoma, niet ver van de locatie waar Acrocanthosaurus gevonden was op het land van diens vader Herman Arnold. Cross had al eerder fossielen opgespoord. Richard Cifelli en een team van het Oklahoma Museum of Natural History groeven de botten op in mei en augustus 1994. De vondst bestond uit vier aaneengesloten nekwervels, de vijfde tot en met de achtste (vanaf de kop) met hun gepaarde nekribben. De wervels werden gevonden in een laag kleigesteente van de Antlersformatie die 110 miljoen jaar geleden ontstond. Dit plaatst Sauroposeidon in het Vroeg-Krijt, meer bepaald op de grens tussen het Aptien en het Albien. Oorspronkelijk dacht men, vanwege de langgerekte vorm en ongewone grootte, dat het fossiele boomstammen waren.

De botten werden dus opgeslagen tot dr. Cifelli ze in 1999 aan de afgestudeerde student Mathew Wedel gaf om ze te bestuderen als onderdeel van een universitair onderzoeksproject. Nadat ze de ware aard van de vondst hadden ontdekt, maakten ze een persbericht openbaar in oktober 1999, gevolgd in maart 2000 door een officiële publicatie van hun ontdekking in het Journal of Vertebrate Paleontology waarin Cifelli, Wedel en radioloog Richard Kent Sanders de typesoort Sauroposeidon proteles benoemden.

In een opvolgende publicatie uit 2000 werden de wervels meer in detail beschreven.

In 2011 en 2012 stelde Michael D'Emic dat Paluxysaurus Rose 2007, in Texas gevonden in lagen van ongeveer gelijke ouderdom, een jonger synoniem van Sauroposeidon zou zijn. Beide vormen hebben gelijksoortige langgerekte halswervels en hun verschillen zouden volgens D'Emic veroorzaakt zijn door het feit dat Paluxysaurus op veel jongere exemplaren gebaseerd is. Indien dit juist zou zijn, is van Sauroposeidon veel meer fossiel materiaal bekend want de in 2007 aan Paluxysaurus toegewezen fossielen omvatten ook delen van de schedel, de rest van de wervelkolom en de ledematen.

Etymologie De geslachtsnaam verwijst naar het Griekse woord sauros, 'hagedis', hier in de betekenis van 'sauriër', en Poseidon, de Griekse zeegod die wordt geassocieerd met aardbevingen en daarom het epitheton Ennosigaios of Enosichthoon kreeg, de 'Aardschudder', een verwijzing naar de kleine aardschokken die het lopen van het dier zou hebben veroorzaakt — overigens is tegenwoordig de consensus dat het met de trillingen wel zou hebben meegevallen. De geslachtsnaam zette een kleine trend want na 2000 zou nog een andere sauropode het achtervoegsel ~poseidon in de naam krijgen, namelijk Xenoposeidon. De soortaanduiding proteles betekent 'vervolmaakt voor het einde', een verwijzing naar het feit dat alle Noord-Amerikaanse sauropoden in het midden van het Krijt vermoedelijk uitstierven en Sauroposeidon volgens de beschrijvers voor dat tijdstip de meest afgeleide kenmerken voor een brachiosauride ontwikkelde.

Beschrijving thumb|left|Vergelijking van de grootte van Sauroposeidon met die van een mens. De botten die zichtbaar zijn in het dier zijn misschien alle resten die er van Sauroposeidon gevonden zijn Sauroposeidon werd in 2000 op zo'n achtentwintig meter lang geschat met de kop volgens Wedel op ongeveer zeventien meter hoogte, zo hoog als een flatgebouw van zes verdiepingen. De neklengte werd in 2000 geschat op 11,25 tot 12 meter. Wedel stelde dat als Sauroposeidon de bouw had van Brachiosaurus, het gewicht tussen de vijftig en zestig ton moet hebben gelegen, maar liet de mogelijkheid open dat het dier lichter gebouwd was. thumb|upright=1.7|De vier halswervels van het holotype In de tweede publicatie uit 2000 werd een herziene reeks van onderscheidende kenmerken gegeven. De wervellichamen van de nek zijn extreem langwerpig; ze zijn vijfmaal langer dan hoog. De richel tussen het wervellichaam en de parapofyse, het facet voor de onderste ribkop, loopt door de uiterste achterrand van het wervellichaam. De diapofyse, het uitsteeksel dat het facet draagt voor de bovenste ribkop is op een derde van de lengte achter de bolle voorkant van het wervellichaam gelegen. De doornuitsteeksels hebben diep uitgeholde zijvlakken die bij de voorste halswervels zelfs doorboord zijn. De centrale zijdelingse pleurocoelen, pneumatische uithollingen, zijn zeer groot en lopen naar achteren door tot aan het achterste gewrichtsfacet van het wervellichaam. De interne botstructuur bestaat volledig uit kleine luchtkamertjes die gescheiden worden door beenschotten die in dikte variëren van één tot drie millimeter. De totale lengte van iedere nekrib bedraagt drie of meer centrumlengten. thumb|De nek van Sauroposeidon is lang maar er zijn langere De afmetingen van de nekwervels van Sauroposeidon, samen waren ze ruim vier meter lang, laten zien dat de nek ongeveer een derde langer was (maar slechts een zesde breder) dan bij zijn verwant Brachiosaurus. Een van de halswervels van het holotype, vermoedelijk de achtste, is met honderdveertig centimeter de langste die van enig dier bekend is. Ze waren, zoals onderzoek door R. Kent Sanders aantoonde, extreem gepneumatiseerd, dat wil zeggen: gevuld met luchtholten. Zo'n negentig procent van de wervel was lucht en de botwanden zijn op sommige plaatsen niet dikker dan 0,6 millimeter. De luchtholten waren vermoedelijk weer verbonden met een systeem van luchtzakken. De nek was zo een lichte constructie en kon ook dienen voor koeling: een zo groot dier liep steeds het gevaar van oververhitting. De maximale hoogte waarop de kop geheven kon worden is niet helemaal zeker omdat die afhankelijk is van de onderlinge bewegelijkheid van de wervels; deze is niet goed bekend. Sommige geleerden schatten die op een maximale zes graden per wervel; in dat geval was de hoogte slechts een veertien meter.

Fylogenie Sauroposeidon werd in 2000 in de Brachiosauridae geplaatst. Het onderzoek door D'Emic had echter mede tot uitkomst dat Paluxysaurus een lid was van de Titanosauria, wat dan ook voor Sauroposeidon zou gelden indien beide taxa identiek zijn.

Geologie De paleovindplaats waar Sauroposeidon proteles gevonden werd, OMNH'OMNH' staat voor Oklahoma Museum of Natural History. V821 (Atoka County, Oklahoma), bevindt zich in de Antlersformatie die zich doorheen negen county's in het zuidoosten van Oklahoma en in aangrenzende delen van zuidwest-Arkansas en noord-centraal-Texas, in een patroon dat de rand van de toenmalige Gulf Coast markeerde, uitstrekt. Het zeeniveau lag toen veel hoger dan nu en de huidige Gulf Coast lag onder water. De sedimenten van de Antlersformatie werden afgezet op overstromingsvlaktes en in kustmoerassen. Geologisch is de formatie gelijkwaardig aan de ernaast liggende Trinity Group (geologische groep) van Centraal-Texas. De datering van de Trinity Group is gebaseerd op marine ongewervelden.Winkler, D.A., Murry, P.A.. & Jacobs, L.L. (1990). Early Cretaceous (Comanchean) vertebrates of central Texas. Journal of Vertebrate Paleontology 10,95-116.Jacobs, L.L., Winkler, D.A., & Muny, P.A. (1991). On the age and correlation of Trinity mammals, Early Cretaceous of Texas, USA. -Newsletters on Stratigraphy 24,3543.Jacobs, L.L. & Winkler, D.A. (1998). Mammals, archosaurs, and the Early to Late Cretaceous transition in North-central Texas. In: Y. Tomida, L.J. Flynn, & L.L. Jacobs (eds.), Advances in Vertebrate Paleontology and Geochronology. Tokyo National Science Museum Monograph 14,253-280. Ten noordoosten van de grens van de kalksteenafzettingen van Glen Rose bevatten de opeenvolgende formaties van de Trinity Group bijna exclusief sedimenten die op het land gevormd werden. De ouderdom van de Antlersformatie wordt conventioneel als Aptien-Albien (Onder-Krijt) beschouwd.Brinkman, D.L., Cifelli, R.L., & Czaplewsh, N.J. (1998). First occurrence of Deinonychus antirrhopus (Dinosauria: Theropoda) from the Antlers Formation (Lower Cretaceous: Aptian-Albian) of Oklahoma. Oklahoma Geological Survey Bul. Dit tijdsinterval begon volgens de geologische tijdschaal van de International Commission on Stratigraphy ongeveer 125 miljoen jaar geleden (Ma) en eindigde ongeveer 100,5 miljoen jaar geleden.Gradstein, F.M., Ogg, J.G. (2012). The Chronostratigraphic Scale. In: Gradstein et al., The Geologic Time Scale 2012.Elsevier Publ. Co. De Antlersformatie zelf is ongeveer 110 miljoen jaar oudWedel, M.J., Cifelli R.L. (2005). "Sauroposeidon: Oklahoma's Native Giant", Oklahoma Geology Notes. 65(2): 40−57. en werd niet radiometrisch maar op basis van biostratigrafische gegevens gedateerd. De formatie bestaat overwegend uit fijne, goed gesorteerde, maar weinig geconsoliseerde of slecht gelithificeerde zandsteen met tussenliggende kleisteenlagen en siltsteenlagen. Deze sedimenten werden in een fluviodeltaïsche omgeving afgezet.Hobday, D.K., Woodruff, C.M., Jr., & MacBride, M.W. (1981). Paleotopographic and structural controls on non-marine sedimentation of the Lower Cretaceous Antlers Formation and correlatives, north Texas and southeastern Oklahoma. Society of Economic Paleontologists and Mineralogists Special Publication 31, 71-87. In de buurt van de vindplaats, die waarschijnlijk in het bovenste middendeel van de Antlersformatie ligt, wordt de dikte van de formatie op 150 meter geschat.Rennison, C.J. (1996). The stable carbon isotope record derived from mid-Cretaceous terrestrial plantfossils from north-central Texas. Unpublished M.S. thesis. 120 pp. Southern Methodist University, Dallas. De meeste gewervelde fossielen van de Antlersformatie worden in de kleigesteenten aangetroffen.Cifelli, R.L., Gardner, J.D., Nydarn, R.L., & Brinkman, D.L. (1997). Additions to the vertebrate fauna of the Antlers Formation (Lower Cretaceous), southeastern Oklahoma. Oklahoma Geology Notes 57,124-131. De vindplaats met Sauroposeidon proteles wijkt hiervan af omdat de horizontEen geologische horizont is ofwel een laagoppervlak met een onderscheiden lithologische samenstelling in een opeenvolging van vulkanische of sedimentaire gesteenten, ofwel een onderscheiden laag met een kenmerkende lithologische samenstelling of een kenmerkende fossieleninhoud in een opeenvolging van sedimentaire gesteenten. waarin het gevonden werd voornamelijk uit zandsteen bestaat met kleine lenzen en aders fijnere klasten van klei- en siltsteen.

Tafonomie 450px|left|thumb|Sauroposeidon proteles (Onder-Krijt van Oklahoma). 1: reconstructie van halswervels 3 tot en met 10 in anatomisch verband, 2: verbreking anatomisch verband door krachten uitgeoefend evenwijdig aan de lengte-as van de wervels, 3: holotype OMNH 53062 zoals het gevonden werd met de ribben van halswervels 7 en 8 gedeeltelijk uit verband en weergave van ontbrekende delen van wervels 5 en 7. Ontbrekende delen in het grijs. De schaalaanduiding vertegenwoordigt drie meter.