Ferreira Gullar, pseudoniem van José Ribamar Ferreira (São Luís (Maranhão), 10 september 1930 – 4 december 2016), was een Braziliaans schrijver, biograaf, vertaler, essayist, dichter, dramaturg en kunstcriticus. Hij behoorde tot Braziliës meest gerenommeerde hedendaagse dichters.

Leven Ribamar was de oudste van acht kinderen en leed in zijn jeugd onder de strenge discipline van zijn school. Hij bracht veel tijd door in een openbare bibliotheek en daarmee met het lezen van boeken en schrijven van gedichten. In 1945 maakte hij een opstel over de Dag van de Arbeid, waarvoor hij echter geen lof kreeg omdat hij verschillende grammaticafouten maakte. Dit motiveerde hem om vervolgens veel tijd te steken in het bestuderen van grammatica.

In 1951 trok hij naar Rio de Janeiro en werkte hij voor het tijdschrift Revista do Instituto de Aposentadoria e Pensão do Comércio. In deze stad spelen zich veel van zijn teksten af, vooral in zijn laatste boeken.

In 1961 werd hij benoemd tot directeur van de cultuurstichting in de hoofdstad Brasilia. Tijdens zijn leiding had hij het toezicht op de bouw en vormgeving van het museum voor volkskunde. Zijn werk Se correr o bicho pega, se ficar o bicho come, waarvoor hij in 1966 met een Molière-prijs werd bekroond, wordt gezien als een meesterwerk van het moderne Braziliaanse theater.

Gullar geloofde dat de literatuur een middel zou zijn om de realiteit te beïnvloeden. Hij probeerde in de poëzie de kracht en de vibraties van het leven te vangen. In 1964 zette zijn maatschappelijke betrokkenheid hem ertoe aan lid te worden van de Communistische Partij van Brazilië. In 1968 werd hij daarvoor tijdens de zwarte dagen van de dictatuur bijna opgepakt, samen met veel andere intellectuelen en kunstenaars zoals Caetano Veloso en Gilberto Gil. In 1971 besloot hij daarom in ballingschap te gaan naar het buitenland. In deze tijd woonde hij in meerdere landen in Latijns-Amerika, vooral in Argentinië en Peru.

In 1977 keerde hij terug en bleef hij actief met het schrijven van boeken en het schrijven van stukken voor kranten. Zo schrijft hij wekelijks een column voor het tijdschrift Folha de S.Paulo.

In 1994 overleed zijn vrouw, actrice Theresa Aragon, met wie hij sinds 1954 getrouwd was en samen drie kinderen kreeg.

Erkenning Gullar werd een groot aantal maal onderscheiden. Hier volgt een lijst van slechts enkele daarvan: 1950: Poëzieprijs, Jornal de Letras, met zijn gedicht O Galo/De Haan. 1966: Molière-prijs voor Se correr o bicho pega, se ficar o bicho come 1996: Sharp-prijs 2002: Prins Claus Prijs 2007: Jabuti-prijs voor Resmungos als beste fictieboek 2009: Een van de 100 invloedrijkste Brazilianen, tijdschrift Época 2010: Camõesprijs 2010: Eredoctoraat van de faculteit van letteren van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro

Bibliografie Poëzie 1949: Um pouco acima do chão 1954: A luta corporal 1958: Poemas 1962: João Boa-Morte, cabra marcado para morrer (cordel) 1962: Quem matou Aparecida? (cordel) 1966: A luta corporal e novos poemas 1966: História de um valente (cordel; na clandestinidade, como João Salgueiro) 1968: Por você por mim 1975: Dentro da noite veloz 1976: Poema sujo (onde localiza-se a letra de Trenzinho do Caipira) 1980: Na vertigem do dia 1986: Crime na flora ou Ordem e progresso 1987: Barulhos 1991: O formigueiro 1999: Muitas vozes 2005: Um gato chamado gatinho 2010: Em Alguma Parte Alguma

Anthologieën 1977: Antologia poética 1980: Toda poesia 1981: Ferreira Gullar - seleção de Beth Brait 1983: Os melhores poemas de Ferreira Gullar - seleção de Alfredo Bosi 1989: Poemas escolhidos

Verhalen en kronieken 1996: Gamação 1997: Cidades inventadas 2007: Resmungos

Theater 1966?: Se correr o bicho pega, se ficar o bicho come 1979: Um rubi no umbigo

Kronieken 1989: A estranha vida banal 2001: O menino e o arco-íris

Autobiografie 1998: Rabo de foguete - Os anos de exílio

Biografie Nise da Silveira: uma psiquiatra rebelde, 1996

Essays 1959: Teoria do não-objeto 1965: Cultura posta em questão 1969: Vanguarda e subdesenvolvimento 1977: Augusto do Anjos ou Vida e morte nordestina 1977: Tentativa de compreensão: arte concreta, arte neoconcreta - Uma contribuição brasileira 1978: Uma luz no chão 1983: Sobre arte 1985: Etapas da arte contemporânea: do cubismo à arte neoconcreta 1989: Indagações de hoje 1993: Argumentação contra a morte da arte 1998: O Grupo Frente e a reação neoconcreta 2002: Cultura posta em questão/Vanguarda e subdesenvolvimento 2002: Rembrandt 2003: Relâmpagos

Televisie 1990/1991: Araponga 1998: Dona Flor e Seus Dois Maridos 1995: Irmãos Coragem

Externe link Prins Claus Fonds, profiel

Categorie:Braziliaans schrijver Categorie:Essayist Categorie:Kunstcriticus Categorie:Braziliaans scenarioschrijver Categorie:Vertaler Categorie:Pseudoniem