Arnout Henricus Elisabeth Maria (Nout) Wellink (Bredevoort, 27 augustus 1943) is een Nederlands econoom. Van december 2018 tot april 2022 was hij niet-uitvoerend lid van de raad van bestuur van de grootste Chinese staatsbank ICBC. Daarvoor was hij vanaf oktober 2012 toezichthouder in het bestuur van de Chinese Staatsbank Bank of China.Bank of China, oktober 2012 Van 1 juli 1997 tot 1 juli 2011 was hij president van De Nederlandsche Bank, waar hij door Klaas Knot werd opgevolgd. Van 2002 tot 2006 was hij President van de Bank for International Settlements (BIS) in Bazel en vanaf juni 2006 tot en met 2011 was Wellink tevens voorzitter van het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS).

Biografie Wellink werd in Bredevoort geboren in een rooms-katholiek gezin. Wellink behaalde in 1961 zijn gymnasium B-diploma. Hierna studeerde hij Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Leiden van 1961 tot 1968. Tijdens zijn studie was hij lid van Het Leidsch Studenten Corps (LSC) en de Rooms-katholieke Studentenvereniging Sanctus Augustinus. Van 1965 tot 1970 werkte Wellink als student-assistent en wetenschappelijk medewerker in de economie aan de rechtenfaculteit in Leiden. In 1975 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in de economie op het proefschrift getiteld De inkomenselasticiteit van het Nederlandse belastingstelsel.

Van 1970 tot 1982 werkte hij bij het ministerie van Financiën, waar hij in 1975 opklom tot directeur Algemene Financiële en Economische Politiek, en in 1977 tot Thesaurier-generaal. Op 1 januari 1982 werd Wellink directielid bij de Nederlandsche Bank, en per 1 juli 1997 werd hij, als opvolger van Wim Duisenberg, president bij datzelfde instituut."Ontmoeting aan de top: De economie voorspellen is bijna onmogelijk", 2009, Memory Magazine (editie Academisch), jrg. 10, nr. 1, pp. 80-83, interview door Wouter Boonstra. Van 1987 tot 1997 was hij bijzonder hoogleraar bancaire en monetaire vraagstukken aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

President van de Nederlandsche Bank In zijn functie als president van De Nederlandsche Bank was het vanaf het begin Wellinks taak om de Bank een plaats te geven binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken bij het uitstippelen van het gemeenschappelijke monetaire beleid van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Als lid van de Raad van Gouverneurs van de Europese Centrale Bank verwierf Wellink groot gezag bij zijn Europese collega’s. Als directeur van De Nederlandsche Bank had hij zich reeds sterk gemaakt het monetaire onderzoek een ruime plaats te geven binnen de beleidsvoorbereiding.Zo hield hij vast aan een afzonderlijke afdeling die ruimte kreeg voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek van internationaal niveau, met macro-economische modelbouw en financieel historisch onderzoek waardoor de Bank internationaal een grote rol kon spelen. In Nederland heeft hij met het wegvallen van de binnenlandse monetaire beleidstaak door zijn strategische visie een verbreding van het werkterrein van de Bank bewerkstelligd naar het toezicht, door naast het bankentoezicht De Nederlandsche Bank eveneens de toezichtstaak voor wat betreft Nederlandse pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen te doen toekomen. Tot aan 2004 stonden pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen onder toezicht van de Pensioen- en Verzekeringskamer. Sinds 2004 is De Nederlandsche Bank belast met het financiële toezicht op zowel banken, als pensioenfondsen en verzekeraars, voor zover deze Nederlands zijn. Om de integratie van deze twee instituten in goede banen te leiden kwam Wellink terug van zijn aanvankelijke voornemen om in 2005 afscheid te nemen van de Nederlandsche Bank. In 2008 sloeg hij in verband met de zich ontwikkelende financiële crisis een aanbod af om bestuursvoorzitter te worden van de Rabobank.

In de nasleep van de mondiale financiële crisis wordt Wellink vaak verweten dat hij te weinig daadkrachtig was opgetreden in de kwestie rond de omgevallen bank Icesave uit IJsland. De toenmalige president van de ECB, Jean-Claude Trichet noemde in een interview met RTL-Z de kritiek op Wellink uiterst oneerlijk en onterecht.

Ook zou hij strenger hebben moeten toezien op de stabiliteit van Nederlandse banken en zou hij fouten hebben gemaakt rond de verkoop van ABN AMRO.Hij sprak zich echter in het beginstadium reeds uit tegen een opsplitsing, zie Wellink: Wens splitsing ABN Amro brug te ver, Volkskrant 24 februari 2007. Wellink was tegenstander van de verkoop van ABN AMRO aan een consortium, omdat het duidelijk was dat zij de bank na aankoop wilde opsplitsen. Voor een systeembank als ABN AMRO zou dat met de nodige risico’s voor de financiële stabiliteit gepaard gaan. Het langdurige verzet van Wellink tegen de verkoop van ABN AMRO leidde internationaal tot kritiek (onder meer van de Vereniging van Effectenbezitters en de Europese Commissie. Wellink en de toenmalige minister van Financiën, Wouter Bos, zagen echter geen juridische mogelijkheden de overname en opsplitsing van deze bank tegen te houden, en trachtten de zaak in goede banen te leiden door zware eisen te stellen aan het opsplitsingsproces. Paul de Hen, “Alle 18 Presidenten van De Nederlandsche Bank . Wat betreft het toezicht concludeerde het IMF in 2007 dat “ontwerp en implementatie van het toezicht in Nederland de beste internationale praktijk vertegenwoordigen”. De Nederlandse financiële sector liep naar het oordeel van deze instelling voorop op de meeste landen als het gaat om de invoering van de nieuwe standaarden voor kapitaaltoereikendheid, risicomanagement en auditing, inclusief Bazel II, Solvency II, en IFRS. IMF, Kingdom of the Netherlands: 2007 Article 4 Consultation

In juli 2011 liep zijn tweede termijn als president van De Nederlandsche Bank af. Zowel in de laatste jaren van zijn presidentschap als in de jaren hierna was hij in Nederland mikpunt van zware kritiek. Dat deed niets af aan het gezag dat hij internationaal genoot. In 2010 voerde Wellink de lijst aan van de vijftig mannen en vrouwen die de grootste invloed in dat jaar hadden op de financiële regelgeving wereldwijd, Mario Draghi en Jean-Claude Trichet in dat jaar achter zich latend. Het Financieele Dagblad 11 januari 2011; Financial Strategy, www.gfsnews.com Met de aanvaarding door de ministers van de baanbrekende Bazel III-voorstellen over kapitaalvereisten en liquiditeit werd de basis gelegd voor een nieuwe, wereldwijde regelgevingsarchitectuur. Beyond the crisis: the Basel Committee’s strategic response, 2009

Voorzitter van het Bazels Comité voor bankentoezicht Van juni 2006 tot en met 2011 was Wellink voorzitter van de Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS), een internationaal orgaan dat toezichtregels ontwerpt voor banken. Als voorzitter van dit comité was hij de belangrijke man achter Bazel III, een pakket aan maatregelen dat banken wereldwijd voorschrijft om in de toekomst meer kapitaal aan te houden. De totstandkoming van Bazel III ging niet zonder slag of stoot. De industrie was bijna overal tegen, maar Wellink gaf geen krimp, aldus Sheila Bair, toenmalig voorzitster van de US Federal Deposit Insurance Company: ‘“In any event, …the industry was pretty much opposing everything we were trying to do. Nout had refused to give ground... He had also strongly defended the leverage ratio and was pushing back hard on the idea that the stronger standards would hurt the economic recovery”. Sheila Bair, “Bull by the Horns. Fighting to Save Mainstreet from Wallstreet and Wallstreet from Itself”

Wellinks uitgangspunt was dat een veerkrachtig banksysteem een noodzakelijk voorwaarde is voor gezonde financiële markten en economische groei. Toezichthouders kunnen de volgende crisis niet voorspellen, maar ze kunnen wel lessen trekken uit de recente gebeurtenissen om zo tot een veerkrachtiger financieel systeem te komen dat beter in staat is om schokken te doorstaan, ongeacht de bron van deze schokken. "The Group of Governors and Heads of Supervision reach broad agreement on Basel Committee capital and liquidity reform package," Bank for International Settlements Press Release, 26 juli 2010 Hij zorgde er tijdens zijn voorzitterschap ook voor dat China in het bestuur van de Bank voor Internationale Betalingen werd opgenomen.

Parlementaire onderzoek en enquête financieel stelsel Wellinks rol als toezichthouder op het Nederlandse bankwezen was onderwerp van het Parlementair onderzoek financieel stelsel dat plaatsvond in 2009-10 naar aanleiding van de kredietcrisis. De Onderzoekscommissie onder leiding van Jan de Wit concludeert in het Commissie-rapportVerloren Krediet dat het Ministerie van Financiën en DNB ten onrechte een verklaring van geen bezwaar hadden afgegeven voor de overname van ABN AMRO, dat DNB te soepel was geweest bij de toelating van Icesave tot de Nederlandse markt en dat ze bonuscultuur in de financiële sector te ver hadden laten doorschieten.Wellinks repliek is te vinden in Wellink aan het woord, door Roel Janssen. Tijdens de daarna volgende Parlementaire enquête in 2011/12 verklaarde Wellink tijdens de verhoren dat hij de kredietcrisis niet had zien aankomen: "De Nederlandsche Bank, maar ook de Nederlandse overheid heeft de systeemcrisis niet gezien. Niemand wereldwijd, behalve wat onheilsprofeten, heeft het gezien."Niemand zag de crisis aankomen, 2 december 2011, Nos journaal. De hoofdconclusie van deze enquêteEindrapport Verloren Krediet, 2012. is dat de Nederlandse autoriteiten onvoldoende voorbereid waren op een crisis van een dergelijke omvang en door de crisis overrompeld werden.Forse kritiek Wellink op conclusies commissie-De Wit, NRC 16 april 2012. Die conclusie geldt ook voor andere landen en internationale instellingen. Het Independent Evaluation Office (IEO) van het IMF kwam in 2011 met de vaststelling dat het Fonds weliswaar in de aan de crisis voorafgaande jaren een aantal risico’s en kwetsbaarheden had gesignaleerd, maar de crisis zelf niet had zien aankomen. Daarvoor werden als redenen onder meer aangevoerd een hoge mate van groepsdenken, ontbrekende cruciale statistieken, het idee dat een grote crisis in ontwikkelde economieën onwaarschijnlijk was, inadequate analysemethoden. IMF Performance in the Run-Up to the Financial and Economic Crisis”. IMF 2011

Latere activiteiten Na zijn aftreden als president van de Nederlandsche Bank werd Wellink in oktober 2012 benoemd tot directielid van de Bank of China. Hij werd in eerste instantie voor een periode van drie jaar aangesteld als toezichthouder bij de bank. Hij werd medeverantwoordelijk voor toezicht op onder meer de strategische plannen, de financiële rapportage en het risicomanagement van de vierde staatsbank van China.NRC Handelsblad Wellink commissaris Bank of China, 19 november 2012 In december 2018 verruilde Wellink de Bank of China voor ICBC, de grootste bank ter wereld. In maart 2022 trad hij af vanwege de pro-Russische houding van de autoriteiten in China na de Russische invasie van Oekraïne in 2022.Telegraaf Ex DNB-baas Wellink weg als commissaris bij Chinese bank, 21 juli 2022, geraadpleegd op 22 juli 2022

Kritiek op de ECB In 2016 uitte hij in een videointerviewInterview met Willem Middelkoop, Café Weltschmerz, 11 maart 2016, YouTube voor een ex-centraal bankier ongebruikelijk zware kritiek op het beleid van de Europese Centrale Bank.

Allereerst toonde hij zich drie maanden voor het referendum zeer bezorgd over Brexit, met name over de eventuele besmetting naar andere landen waarvoor het in de toekomst voor andere lidstaten makkelijker zal zijn om de EU in navolging van het UK te kunnen verlaten.