Antonio Salieri (Legnago, 18 augustus 1750 – Wenen, 7 mei 1825) was een Italiaans componist, dirigent en muziekpedagoog.

Levensloop Jeugd en opleiding Antonio Salieri was de vijfde zoon van een koopman. Van zijn oudere broer Francesco, een leerling van Giuseppe Tartini, kreeg hij viool- en klavecimbellessen. Later kreeg Salieri vioollessen van Giuseppe Simoni, de organist van Legnago en zelf leerling van Padre Martini. In 1765 kwam hij naar Venetië, waar hij bij Giovanni Pescetti, Maestro di Capella di San Marco, muziektheorie studeerde. Verder studeerde hij bij de tenor Ferdinando Pacini zang. De Boheemse componist Florian Leopold Gassmann (1729-1774) nam hem mee naar Wenen en introduceerde hem in het Weense muziekleven. Bij Gassmann zelf studeerde hij contrapunt gebaseerd op het Gradus ad Parnassum van Johann Joseph Fux en de Istituzioni harmoniche van Gioseffo Zarlino. Verder studeerde Salieri Latijn, Duits, Frans en Italiaanse poëzie bij Pietro Tommasini en de kunst van declamatie bij Pietro Metastasio. In 1769 ontmoette hij Christoph Willibald Ritter von Gluck, die voor hem tot diens overlijden een mentor en vaderlijke vriend was.

Salieri bleef voor de rest van zijn leven in Wenen; in oktober 1774 huwde hij met Theresia Helferstorfer, een nicht van de pianiste Josepha Barbara Auernhammer. Zij kregen samen acht kinderen.

Eerste operasuccessen in Wenen In 1770 werd in Wenen voor het eerst een opera van Salieri uitgevoerd, Le donne letterate. Dit eerste grote succes beleefde hij in 1771 met de opera Armida. Na het overlijden van Florian Leopold Gassmann werd Salieri zijn opvolger als keizerlijke kamercomponist en dirigent aan de Italiaanse opera. Zo nam hij op 24-jarige leeftijd een van de belangrijkste functies in het Europese muziekleven in. In 1778 werd hij tot hofkapelmeester benoemd.

Scala van Milaan Omdat hij andere verplichtingen had in Parijs, kon Christoph Willibald Ritter von Gluck de uitnodiging om het operaseizoen 1778 aan de Milanese Scala te openen, niet aannemen. Daarom kon Salieri's opera L'Europa riconosciuta zijn première beleven.

Met carnaval het jaar daarop ging in Venetië Salieri's opera La scuola de' gelosi in première. In 1780 kwam hij terug van een tweejarig, hem door de keizer verleende vakantie naar Wenen en zette zich aan de opéra comique Der Rauchfangkehrer oder Die unentbehrlichen Verräther ihrer Herrschaften aus Eigennutz voor het door keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk in 1778 in het leven geroepen National-Singspiel-Theater.

Opvolger van Gluck in Parijs In 1784 ging in Parijs Salieri's opera Les Danaïdes in première. Het werk werd als gevolg van verschillende verwisselingen eerst aan zijn mentor Christoph Willibald Ritter von Gluck toegeschreven, die in de functie van operadirecteur zijn voorganger was geweest.

In februari 1786 won Salieri op het Schloss Schönbrunn in aanwezigheid van keizer Jozef II met Prima la musica e poi le parole een wedstrijd tegen Mozart met Der Schauspieldirektor (KV 486).

Het grootste succes kende Salieri als opvolger van Gluck in Parijs met de opera Tarare op 8 juni 1787 weinige maanden voor het overlijden van Gluck. In 1790 overleed ook zijn beschermheer keizer Jozef II. De betrekkingen tot zijn opvolger keizer Leopold II waren van begin aan niet echt persoonlijk. In de herfst van hetzelfde jaar trad Salieri terug als keizerlijke kamer- en hofcomponist. De keizer gaf zijn goedkeuring onder de verplichting dat Salieri, ieder jaar ten minste één opera voor het hoftheater (Burgtheater) zou componeren.

Laatste opera Tussen 1788 en 1804 schreef de componist 16 andere toneelwerken, waarvan Palmira regina di Persia succes kende. In 1804 werd met Der Neger in het Theater an der Wien zijn laatste opera opgevoerd. Hij trok zich uit het toneel terug. Hij had, schreef hij later, een duidelijke verandering in de smaak van het publiek waargenomen: Extravagantie en stilistische verwarring vervangen rationaliteit en majesteitelijke eenvoud. Desalniettemin bevorderde hij als hofkapelmeester ook nieuwe stromingen.

Organisator thumb|Salieri draagt zijn gouden keten - geportretteerd door Natale Schiavoni In de vijftig jaren dienst aan het hof van Wenen heeft Salieri voor het Weens muziekleven ook organisatorisch veel belangrijks bijgedragen. Voor de sociale positie van de muzikanten werkte hij actief in de Weense Tonkünstler-Sozietät (een weldadigheidsvereniging voor de rechten van de musici); hij was van 1788 tot 1795 hun voorzitter. Van 1810 tot 1820 werkte hij mee aan het formuleren van de statuten van het keizerlijk staatsconservatorium in Wenen. Verder was hij medeoprichter van de Gesellschaft der Musikfreunde. Hij organiseerde en leidde het muzikaal programma tijdens het Congres van Wenen in 1814/1815.

De zeer productieve componist Antonio Salieri werd nu gezien als de persoon, die op de achtergrond de lijnen bijeentrok, vooral in het Weense muziekleven. Salieri was de verbindende persoon tussen de epochen: hij was in Wenen de opvolger van de generatie van Johann Joseph Fux en Christoph Willibald Ritter von Gluck en was getuige van de werkzaamheid van Wolfgang Amadeus Mozart, hij beheerste van 1784 tot 1788 tegelijkertijd de Parijse opera en was leraar van vele tussen 1770 en 1810 geboren kunstenaars.

Antonio Salieri droeg na 1816 de Gouden Medaille met het Allerhoogste Regeringsmotto van keizer Jozef II, ook wel "großen goldenen Civil-Ehrenmedaille an der Kette" aan een gouden keten om de hals en het Franse Legioen van Eer.

Salieri's karakter en uiterlijk Tegen de bevriende componist Ignaz Moscheles, die bij hem gestudeerd had, sprak de onder wanen en depressies lijdende oude man

"Sie wissen ja – Mozart, ich soll ihn vergiftet haben. Aber nein, Bosheit, lauter Bosheit! Sagen Sie es der Welt, lieber Moscheles, der alte Salieri, der bald stirbt, hat es Ihnen gesagt"."U weet wel – Mozart, ik zou hem vergiftigd hebben. Maar neen, kwaadsprekerij, louter kwaadsprekerij! Zegt u het de wereld, beste Moscheles, de oude Salieri, die weldra sterft, heeft het u gezegd".

Zijn biograaf Ignaz von Mosel schreef in 1827: "Salieri was eerder klein- dan forsgebouwd. Vet noch mager, hij had een bruine huid, levendige ogen, zwart haar en een cholerisch temperament, snel opgewonden maar kon, zoals Horatius, tot zichzelf zeggen "tamen ut placabilis essem".Bij Horatius staat "irasci celerem tamen ut placabilis essem" als beschrijving van zijn eigen karakter in een brief 1:20:25. In het Nederlands vertaald "snel boos en weer snel weer gekalmeerd".

De woede week steeds snel voor nadenkendheid. Hij hield van orde en reinheid, kleedde zich volgens de mode maar zo dat zijn kleding steeds bij zijn leeftijd paste. Van gokken hield hij niet. Hij dronk alleen water maar was ongewoonlijk verzot op taart en suikerwerk. Lezen, muziek maken en eenzame wandelingen waren zijn liefste tijdsverdrijf. Hij had een hekel aan ondankbaarheid en rekende daarentegen het tonen van dankbaarheid tot zijn aangenaamste plichten. Hij deed graag goeds, hielp waar hij kon en zijn beurs ging altijd open om mensen in moeilijkheden te helpen.."Ignaz von Mosel, Über das Leben und die Werke des Anton Salieri. Wallishausser, Wien, 1827. Herdruk: Bock, Bad Honnef, 1999.

Dood thumb|Plan van de eregraven op de centrale begraafplaats in Wenen (Wiener Zentralfriedhof) Nadat Salieri tot zijn zeventigste verjaardag, afgezien van het op portretten goed zichtbare verlies van zijn tanden, goed gezond was gebleven, trad na 1821 een langzaam lichamelijk en geestelijk verval in. In oktober 1823 werd hij met verlammingsverschijnselen aan de benen in het algemene ziekenhuis in Wenen opgenomen. Na langere tijd thuis bedlegerig te zijn geweest ontving de vrome katholiek op 7 mei 1825 de sacramenten. Hij overleed die dag om acht uur 's avonds. Als doodsoorzaak werd in de krant „Brand der Alten“ genoemd.

De uitvaart vond met veel plechtigheid in de Minorietenkerk plaats waar zijn leerlingen Salieri's Requiem in c mineur ten gehore brachten. Eerst werd het lichaam op het Matzleinsdorfer Friedhof begraven. Salieri werd later herbegraven op het Wiener Zentralfriedhof, hij rust nu onder een obelisk, links van de ingang in een van de eregraven van de zogeheten "Altbekannten". Zijn leerling Weigel schreef het grafschrift.Christian Blankenstein, Vergessen-Verkannt-Verfemt. Auf den Spuren (fast) vergessener Österreicher, Bautz 2008

Salieri in fictie Mozarts dood en Salieri's veronderstelde rol daarin gaven aanleiding tot vele geruchten, die diverse kunstenaars tot fictie hebben geïnspireerd. Aleksandr Poesjkin schreef in 1830 het korte toneelstuk Mozart en Salieri (Моцарт и Сальери). Door de belangstelling voor het onderwerp werd dit als enige theaterstuk van Poesjkin tijdens zijn leven opgevoerd. Nikolaj Rimski-Korsakov baseerde in 1897 zijn korte opera Mozart i Salieri op Poesjkins stuk. Het was in 1980 ook de basis van het toneelstuk Amadeus van Peter Shaffer. Daarvan verscheen in 1984 een verfilming, ook getiteld Amadeus en geregisseerd door Miloš Forman. Deze film won acht Oscars, waaronder die voor 'Beste Film' en ‘Beste acteur’ (voor F. Murray Abraham als vertolker van Salieri). De beide toneelstukken, Rimski's opera en de film droegen bij aan de beeldvorming bij een groot publiek van Salieri als een sinistere figuur die jaloers is op Mozarts talent en succes. De werken zijn echter grotendeels gebaseerd op fictie. Mozart en Salieri hadden in werkelijkheid wederzijds respect voor elkaar. Salieri dirigeerde zelfs verscheidene van Mozarts religieuze werken tijdens de kroningsfeesten voor keizer Leopold II in Praag.H.C. Robbins Landon, Het Mozart Compendium, Tirion 1990, pag.127. Het feit dat hij hem bij deze belangrijke gelegenheid zo op de voorgrond liet treden, wijst op zijn waardering voor Mozart. Na de dood van Mozart was Salieri enige tijd muziekleraar van diens jongste zoon, Franz Xaver.

Composities Werken voor orkest 1770 Concert in D-groot (Trippelconcert), voor viool, hobo, cello solo en orkest Allegro moderato Cantabile Andantino [con variazioni] 1773 Concert in C, voor orgel en orkest Allegro ma non molto Allegro assai 1773 Concert in C-groot, voor piano en orkest Allegro maestoso Larghetto Andantino 1773 Concert in Bes-groot, voor piano en orkest Allegro moderato Adagio Tempo di Minuetto 1774 Concert in C-groot, voor dwarsfluit, hobo en orkest Allegro spirituoso Largo Allegretto 1775 Sinfonia "Il giorno onomastico" in D-groot voor orkest Allegro, quasi presto Larghetto Minuetto e trio Allegretto 1777 Concert (Concertino da camera) in G-groot, voor dwarsfluit en strijkorkest 1815 26 variaties over "La Follia di Spagna", voor groot orkest Sinfonia "Veneziana" in D-groot, voor orkest Sinfonia "La Tempesta di Mare" in Bes-groot, voor orkest

Missen, oratoria, cantates en gewijde muziek Missen 1767 Missa stylo a cappella in C-groot, voor gemengd koor 1788 Hofkapellmeistermesse (Kaisermesse) in D-groot, voor gemengd koor en orkest 1799 Proklamationsmesse in C-groot, voor dubbelkoor en orkest 1804 Requiem in c-klein, voor solisten, gemengd koor en orkest 1805 Missa in Re-minore, voor solisten, gemengd koor en orkest 1809 Missa in Sib-maggiore, voor solieten, gemengd koor en orkest 1815-1820 Requiem in d-klein, voor gemengd koor en orkest (alleen maar fragmenten)

Oratoria 1776 La Passione di Nostro Signore Gesù Cristo, oratorium voor solisten, gemengd koor en orkest - libretto: Pietro Metastasio - première: 18 december 1777, Wenen, Tonkünstlersozietät 1791 Davidde, oratorium voor solisten, gemengd koor en orkest (fragment) 1791 Saul, oratorium voor solisten, gemengd koor en orkest (fragment) 1803 Gesù al limbo, oratorium voor solisten, gemengd koor en orkest

Cantates 1774-1775 Il Trionfo della Gloria e della Virtù, cantate voor twee sopranen, tenor, gemengd koor en orkest 1774-1775 La Sconfitta di Borea, cantate voor solisten, gemengd koor en orkest