Ida Gardina Margaretha Gerhardt (Gorinchem, 11 mei 1905 – Warnsveld, 15 augustus 1997) was een Nederlands dichteres en classica. Ook heeft zij literatuur vertaald uit het Latijn en het Hebreeuws, waaronder de psalmvertaling uit 1972, die drie jaar later ook werd opgenomen in de Willibrordvertaling.

Leven en werk Jeugd De ouders van Ida Gerhardt waren Dirk Reinier Gerhardt (1871) en Grietje Blankevoort (1873) die trouwden in 1898. Hun kinderen waren Truus (1899-1960), Everardus (1901), die slechts één dag heeft geleefd, Ida en Mia (1918-1988). Het gezin verhuisde in 1904 vanuit Alkmaar naar Gorinchem nadat Dirk Gerhardt daar werk had gevonden als directeur van een ambachtsschool. De zusters waren leergierig. Dat was niet naar de zin van de moeder, met wie Ida dan ook een slechte verhouding had.

In 1916 ging Ida, ook tegen de zin van haar moeder, naar het Erasmiaans Gymnasium, waar ze onder meer les kreeg van de dichter J.H. Leopold, die Ida en ook haar latere levensgezellin Marie van der Zeyde inspireerde tot de liefde voor klassieke letteren, filosofie en poëzie.

Klassieke talen Nadat Ida in 1924 haar eindexamen had gedaan, studeerde ze klassieke talen in Leiden. In die tijd werd haar moeder psychisch ziek en moest ze worden opgenomen in een inrichting. Over deze ingrijpende gebeurtenis gaat Gerhardts latere gedicht De Mantel. Niet veel later werd Ida uit haar ouderlijk huis gezet. Ze moest verder weg in Utrecht gaan studeren en werd niet meer financieel ondersteund. Een lichtpunt was dat ze daar Marie van der Zeyde ontmoette, die er Nederlandse letteren studeerde. Gerhardt liet Van der Zeyde een van haar vroegste verzen lezen.

In 1933 slaagde Gerhardt voor haar doctoraalexamen, maar er waren geen banen in de crisistijd. Ze werd werkloos en arm. In 1934 werd ze weer toegelaten tot haar ouderlijk huis. In hetzelfde jaar overleed haar moeder. In 1935 begon Gerhardt serieus met het schrijven van gedichten. Haar zus Truus Gerhardt had zich ook tot dichteres ontwikkeld en publiceerde toen haar eerste bundel: De engel met de zonnewijzer. Een jaar later verscheen Gerhardts eerste gedicht, Kinderspel in het tijdschrift Tijd en Taak, waarvoor ook Marie van der Zeyde werkte. Uiteindelijk vond ze werk aan het Stedelijk Gymnasium te Groningen.

Een negatieve kritiek van Marie van der Zeyde op Truus' tweede bundel, Laagland (1937), leidde tot verwijdering tussen Ida en Truus. Ondertussen vertaalde Ida het Latijnse leerdicht De Rerum Natura van Lucretius, waarop ze in 1942 zou promoveren.

In 1939 kreeg Gerhardt een baan aan het Gemeentelijk Lyceum te Kampen, waar ze van grote inzet blijk gaf. Hier ontwikkelde zich ook haar liefde voor het waterrijke rivierlandschap dat in latere gedichten tot uitdrukking zou komen.

Dichteres miniatuur|Het gedicht 'Onvervreemdbaar' van Ida Gerhardt (gepubliceerd in 1979) in poëzieroute Harderwijk Ida Gerhardts eerste boek – de bundel Kosmos – verscheen op 9 mei 1940, één dag vóór de Duitse inval in Nederland.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog rapporteerde een collega NSB leraar het volgende over haar: Mej. drs. Ida M. G. Gerhardt. Volkomen verjoodste, hyperspirituele blauwkous. Anti-Germaans, gevaarlijk, kwaadaardig. Volgens haar is door de uitschakeling der Joden alle cultuur en beschaving verdwenen. Zij zou in 1942 het volgende tegen hem gezegd hebben: Ik kan niet meer existeren. Alle fijne geesten maken er een einde aan, zoals Menno ter Braak, Marsman, du Perron. Alle cultuur is nu weg’, ‘Krantenlectuur is doelloos, de film bezoeken heeft geen zin meer, je ziet alleen maar bocht.’ Naar aanleiding van de metaalinzameling zei zij in de pauze in de docentenkring ‘en ik heb nog een doosje punaises voor de Duitse weermacht!” Deze inlichtingen leidden ertoe dat haar een aanstelling in vaste dienst geweigerd werd.

De bezetting inspireerde haar tot een van haar beroemdste gedichten, Het Carillon, dat in 1945 verscheen in haar tweede bundel: Het Veerhuis. Hiervoor ontving ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, maar Ida's familie misgunde het haar. Niettemin schreef ze in Kampen nog drie dichtbundels en vertaalde ze de Georgica van Vergilius.

In 1951 werd Ida gevraagd om haar manier van lesgeven, die ze in Kampen had ontwikkeld, ook toe te passen in Bilthoven op de Werkplaats Kindergemeenschap van Kees Boeke. Zij zou daar een gymnasiumafdeling gaan leiden. In 1953 overleed Ida's vader.

In 1955 verscheen de bundel Het Levend Monogram die de relatie van de jonge Ida met haar vader en moeder beschrijft:

Psalmvertaling Ida Gerhardt ging in 1956 te Bilthoven samenwonen met haar vriendin Marie van der Zeyde. Het overlijden van haar zuster Truus in 1960 inspireerde Ida tot de gedichten uit haar bundel De Hovenier (1961). Toen ook haar gezondheid achteruitging, werd ze in 1963 afgekeurd. Ze vond echter een nieuwe roeping: een vertaling van de psalmen rechtstreeks vanuit de Tenach naar het Nederlands. Ze ging Hebreeuws leren, waarvoor ze in 1964 cum laude slaagde, en ging samen met Marie aan een nieuwe psalmenvertaling werken. Om rust te vinden gingen Ida en Marie vaak gedurende langere tijd naar Ierland, waar ze in 1966 met hun project begonnen. Marie wilde zich echter niet in Ierland vestigen, waarop de vriendinnen naar een rustiger huis te Eefde verhuisden. De psalmvertaling verscheen in 1972.

Deze vertaling werd onder meer gebruikt door een zestal kerkmusici vanuit de Benedictijnen, Benedictinessen en de Cisterciënzers die, verenigd in de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie, zochten naar een psalmvertaling die na toonzetting een waardige opvolger van de Latijnse teksten zou kunnen zijn. Deze nieuwe toonzettingen in alle kerktoonladders werden uitgegeven als Het Boek der Psalmen bij de Katholieke Bijbelstichting in 1975. Alle 150 psalmen worden in geordende regelmaat gezongen tijdens de dagelijkse koorgebeden in de Nederlandstalige abdijen. In de katholieke bundel Gezangen voor Liturgie zijn 67 andere zettingen van deze psalmvertaling opgenomen van diverse Nederlandse en Belgische componisten, waarvan velen deel uitmaakten van de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie. Ook Gerhardt en Van der Zeyde zelf namen geregeld daaraan deel.

Bekendheid thumb|Gerhardt in Almen In de jaren zeventig en tachtig werd Ida Gerhardt steeds bekender als auteur, mede door gunstige recensies van Kees Fens en anderen. Al in de jaren zestig werd haar gedicht De Akelei, dat deel uitmaakte van bloemlezingen, in het voortgezet onderwijs gelezen. Haar door Johan Polak uitgegeven klassieke dichtbundels behaalden regelmatig herdrukken. In 1980 verschenen haar Verzamelde gedichten voor het eerst; de editie werd later aangevuld en in 2014 verscheen de 13e druk.

In 1988 werkte zij mee aan de documentaire De wording van Cherry Duyns, een cadeau dat werd aangeboden aan Beatrix der Nederlanden voor haar 50e verjaardag. Daarin is zij te zien bij 'de wording' van het gedicht Langzaam opent zich het inzicht.Dit gedicht werd vervolgens gedrukt door de Regulierenpers in een oplage van 20 exemplaren. Ook het drukken van deze uitgave is te zien in de documentaire.

In 2005 voorzag kerkmusicus Willem Vogel twee van haar gedichten – "Zevenmaal om de aarde te gaan" en "Het andere land" – van een melodie.

Mieke Koenen, classica en universitair docent Latijn aan de VU, publiceerde begin 2014 een uiterst gedetailleerde biografie over Ida Gerhardt, waarvoor ze in juni 2015 de OIKOS publieksprijs ontving., Dwars tegen de keer, Amsterdam, 2014. Koenen legde op basis van nieuw ontdekte archiefstukken, brieven, lezingen en ongepubliceerde gedichten verbanden tussen Gerhardts literaire werk en haar levensloop.

Einde Aan het eind van de jaren tachtig begon de dichteres te lijden aan aanvallen van paranoia en ging ze geestelijk achteruit. Ze overleed in 1997 in een verzorgingshuis. Marie van der Zeyde was al in 1990 overleden.Zie voor een beschrijving van Gerhardts levensavond: Hans Werkman, Uren uit het leven van Ida Gerhardt, Baarn: De Prom 1997.

In Zutphen, nabij Warnsveld staat een standbeeld van haar op de IJsselkade en is er een singel naar haar genoemd.

Betekenis van haar werk Ida Gerhardt beschrijft in krachtige bewoordingen een aantal thema's, zoals de spanningen van een ongelukkige jeugd, hypocrisie, en de teloorgang van het Hollandse landschap. Ze maakt daarbij ook gebruik van stijlfiguren die ontleend zijn aan de klassieke dichters en schrijvers. Zij was een religieuze vrouw, zoals blijkt uit haar werk, maar tevens een criticus van benepen calvinistische milieus. Gerhardt bleef trouw aan een traditionele stijl, die ze echter wist te beheersen en te vernieuwen.

Publieke erkenning 1945 · Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Het veerhuis 1956 · Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Het levend monogram 1962 · Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor De hovenier 1967 · Marianne Philips-prijs voor haar gehele oeuvre 1968 · Martinus Nijhoffprijs voor haar vertaling uit het Latijn van Vergilius' Georgica 1970 · Culturele prijs van de gemeente Arnhem voor haar gehele oeuvre 1971 · Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor De ravenveer 1979 · Prijs voor Meesterschap voor haar gehele oeuvre 1979 · P.C. Hooft-prijs voor haar gehele oeuvre In de gemeente Zutphen is in de wijk Leesten een singel naar haar genoemd, de Ida Gerhardtsingel. De dichteres heeft daar bij de opening zelf een boompje geplant op de grond van wat vroeger Warnsveld was, waar zij woonde en ook zou overlijden. Op de IJsselkade te Zuphen staat haar standbeeld, het is gemaakt door Herma Schellingerhoudt en werd in 2018 onthuld. In 1998 stelde de gemeenteraad van Zutphen de Ida Gerhardt Poëzieprijs in, die iedere twee jaar wordt uitgereikt. De stad Kampen eert Ida Gerhardt met een herdenkingssteentje op het Oude Raadhuisplein, er is in die stad ook een Ida Gerhardtstraat. Het Ida Gerhardt Genootschap wil in Bilthoven sinds 2022 aldaar een gedenkteken realiseren voor Ida Gerhardt. In Geldermalsen is er een school naar Gerhardt vernoemd: Ida Gerhardt Academie.

Bibliografie Oeuvre 1940 · Kosmos 1945 · Het veerhuis 1947 · Buiten schot 1948 · Bij de jaarwende 1949 · Kwatrijnen in opdracht 1951 · Sonnetten van een leraar 1955 · Het levend monogram 1956 · De argelozen 1961 · De hovenier 1966 · De slechtvalk 1970 · De ravenveer 1971 · Twee uur: de klokken antwoordden elkaar 1971 · Achter een woord verscholen (juryrapport en toespraken bij het uitreiken van de Culturele prijs van Arnhem) 1974 · Vijf vuurstenen 1978 · Vroege verzen 1979 · Het sterreschip 1980 · Nu ik hier iets zeggen mag (voordrachten) 1980 · Verzamelde gedichten 1980 · Dolen en dromen 1983 · De zomen van het licht 1988 · De wording 1988 · De adelaarsvarens 1990 · Wijs de weg van de eeuwigheid mij (met Marie van der Zeyde) 1996 · Hoefprent van Pegasus 1998 · Anamnèsis (notities voor een toespraak) 1999 · Verzamelde gedichten (drie delen) 2001 · Zeven maal om de aarde te gaan 2001 · Brieven aan Céleste (met Marie van der Zeyde) 2001 · Dolen en dromen (heruitgave met geluidsopname) 2005 · Courage! – Brieven,

Vertalingen 1942 · Lucretius: de natuur en haar vormen, boek I en boek V (De rerum natura, dissertatie) 1946 . Lucretius: de natuur en haar vormen, boek I en V (herdruk van het tweede deel van de dissertatie) 1949 · Vergilius: Het boerenbedrijf (Georgica) 1972 · De Psalmen (uit het Hebreeuws vertaald door Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde)

Secundaire literatuur M. van den Berg en D. Idzinga, Trots en in zichzelf besloten: Ida Gerhardt. Afkomst en eerste deel van haar leven, Kampen: Ten Have 2005 M. van den Berg et al., Een tocht door dit ingedijkt laagland. Holland draagt mijn sporen, Oosterbeek/Eefde: Kontrast/Ida Gerhardt Genootschap 2007 F.A. Berkelmans, Stralende aanhef. Over Kosmos, de eerste bundel van Ida Gerhardt (Reeks: Acanthus, 1), Egmond-Binnen: Abdij van Egmond 1993