Op 10 mei 1940 raakte Nederland door de Duitse invasie rechtstreeks betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, waarna Nederland bezet werd door nazi-Duitsland. Nederland werd eind 1944 en begin 1945 bevrijd door de geallieerden, voornamelijk Amerikaanse, Britse en Canadese troepen. Als einde van die periode wordt in Nederland 5 mei 1945, de dag van de capitulatiebesprekingen aangehouden. Internationaal geldt 8 mei als einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa.

De Nederlandse kolonie Nederlands-Indië werd in 1942 door Japan met militair geweld bezet. In augustus 1945 gaven de Japanners zich over, wat als het internationale einde van de Tweede Wereldoorlog beschouwd wordt. Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden bleven buiten de oorlog.

Grofweg kan voor Europees Nederland de Tweede Wereldoorlog in vier fasen worden onderscheiden: 1 september 1939 tot 10 mei 1940, waarin Nederland neutraal was en trachtte te blijven; 10 mei 1940 tot 22 juni 1941, de 'meevallende bezetting', waarbij Seyss-Inquart in zijn bestuur de 'fluwelen handschoen'-aanpak hanteerde en de economische uitbuiting nog beperkt bleef; 22 juni 1941 tot 6 juni 1944, doordat de oorlog steeds minder in het voordeel van Duitsland verloopt, neemt de economische uitbuiting toe en wordt de bezetting grimmiger. Vanaf de zomer van 1942 worden de Nederlandse Joden massaal naar concentratiekampen gedeporteerd. 6 juni 1944 tot 4 mei 1945, waarbij honger en gebrek hun toppunt bereiken tijdens de Hongerwinter en ook de Duitse bezetter meer en meer zijn greep verliest maar tevens steeds onberekenbaarder wordt. Enerzijds oefenen kopstukken matigende invloed uit, anderzijds worden nog vernielingen aangericht.

Aanloop naar de oorlog

In de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog onderging Nederland, evenals andere landen, de invloed van de mondiale recessie na de beurskrach van 1929. Minister-president Hendrikus Colijn voerde de politiek van de harde gulden. Deze leidde wel tot een harde valuta, vermeed de hyperinflatie zoals deze in Duitsland ontstond, maar veroorzaakte volgens sommige economen ook veel armoede. De Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat trachtte met de campagne Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar de economische neergang te keren. Mede door de armoede was ook in Nederland de opkomst van het nationaalsocialisme mogelijk. Anton Mussert richtte begin 1932 samen met Kees van Geelkerken de NSB op. Onder invloed van de economische malaise en de gebroken geweer-beweging werden budgettaire prioriteiten niet bij het toenmalige ministerie van Oorlog gelegd. Pas in 1939, toen de geallieerden Duitsland de oorlog verklaarden, mobiliseerde Nederland. Men trachtte nog op de valreep wapens te kopen in onder andere Zweden, Engeland en Zwitserland, maar al snel werden geen orders meer geaccepteerd. In de winter 1939-1940, met name in november 1939, ontstond een aantal keer een crisissfeer. Het Venlo-incident, en het uitlekken van de Duitse aanvalsplannen zorgden een aantal keer voor paniek, maar telkens dreef de bui over. De Nederlandse agenten in Berlijn hadden een paar keer gewaarschuwd, maar werden op het laatst niet meer geloofd. Dat gold ook toen op de avond van 9 mei 1940 de volgende boodschap werd doorgegeven: Morgenvroeg bij het krieken van de dag. Houdt stand!

Eerste slachtoffers Op 8 september 1939 sneuvelden de eerste Nederlandse militairen, bij het zinken van de mijnenveger Willem van Ewijck, ter hoogte van de Noordvaarder bij West-Terschelling. Bij het tot stand brengen van een doorvaart in het Boomkensdiep werd het schip door een geactiveerde verspermijn midscheeps geraakt. De mijnenveger brak in tweeën en zonk onmiddellijk in 10 meter diep water. Daarbij verloren 30 bemanningsleden het leven.De Willem van Ewijck is op een zelfgelegde mijn gevaren. Die mijn was kort daarvoor op een foutieve plaats gelegd. Daarom moest hij weer worden opgeruimd, maar men wist niet meer waar de verkeerd gelegde mijnen waren. Derhalve heeft men tussen twee schepen een ketting over de bodem gesleept om de mijnen los te trekken, om ze dan door een kanon te beschieten en zo te laten exploderen. Om onduidelijke reden was de machine van de Van Ewijck stilgelegd en verandering van de getijstroming dreef de Van Ewijck op een losgetrokken mijn. De bemanningen, overlevenden en opvarenden van de andere schepen, kregen zwijgplicht opgelegd. Hetzelfde gebeurde met de Jan van Gelder op 1 oktober 1939, bij het afmaken van de klus die op 8 september 1939 zo dramatisch afliep. Algemeen Handelsblad van 8 september 1989.

Op 18 november 1939 zonk het Nederlandse passagiersschip Simon Bolivar voor de oostkust van Engeland na op een vermoedelijk Duitse mijn gelopen te zijn. Daarbij kwamen 84 passagiers en 18 bemanningsleden om. Dit waren de eerste Nederlandse burgerslachtoffers van de oorlog.Dr L. de Jong, 'Koninkrijk'

Duitse inval

Hoewel Nederland bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 zich opnieuw neutraal had verklaard, viel Duitsland op 10 mei 1940 Nederland, tegelijk met België en Luxemburg, toch binnen

Adolf Hitler liet op vrijdag 3 uur 55 Nederlandse tijd de invasie op Nederland inzetten. Het slecht bewapende Nederlandse leger werd snel door de Duitsers onder de voet gelopen. Bij de Afsluitdijk, de Grebbeberg en de Moerdijkbrug bood het Nederlandse leger weerstand. De Slag om Den Haag, waarbij Duitse luchtlandingstroepen onder meer als doel hadden om het Nederlandse Koninklijk Huis en de regering gevangen te nemen, liep op een Duitse mislukking uit. De aanval op de Nederlandse regering was toevertrouwd aan de 22e Luchtlanding Infanteriedivisie. De belangrijkste taak tijdens deze operatie “Fall Festung”, was het veroveren van de vliegvelden rondom Den Haag, en vervolgens de gijzelneming van koningin Wilhelmina. Voor het verplaatsen van de uit 10 000 man bestaande divisie waren twee dagen uitgetrokken. Het Nederlandse leger sloeg tegen alle verwachtingen in de aanval af: 525 Duitse vliegtuigen werden neergehaald.

De koningin en de ministers weken uit naar Londen, zie verder het lemma Londens kabinet. Minister Max Steenberghe, die eerst samen met Aart van Rhijn in het land had willen blijven, terwijl de anderen al in Hoek van Holland waren, droeg op eigen initiatief, maar uit naam van de koningin en het kabinet, op 13 mei het regeringsgezag in Nederland over aan opperbevelhebber generaal Henri Winkelman. Hij verzocht tegelijkertijd de secretarissen-generaal zich te voegen naar de aanwijzingen van Winkelman. Dit werd die middag door het kabinet, en op 15 mei door de koningin, informeel bekrachtigd, er werd echter niets op papier gezet.

thumb|Rotterdam na het bombardement (en puinruiming) met de ruïne van de Laurenskerk. Op 14 mei eisten de Duitsers de overgave van Rotterdam. Terwijl de onderhandelingen nog liepen, was het Duitse bombardement op Rotterdam al begonnen, met circa 800 doden en 78 000 daklozen tot gevolg. Er werd van gezegd dat dit door een communicatieprobleem was veroorzaakt. Toen ook Utrecht met een bombardement werd bedreigd besloot Winkelman zijn strijdmacht, in de late middag van 14 mei, over te geven. De schriftelijke capitulatie vond plaats in de nacht van woensdag 15 mei in Rijsoord, een dorp onder Rotterdam.Pg 67 MArtin Gilbert the 2nd World War De capitulatie werd getekend door generaal Winkelman, in een school die was gevorderd door generaal Kurt Student, en die in eerste instantie als diens hoofdkwartier had dienstgedaan (deze school is tegenwoordig een museum). De hierbij aanwezige hoogste officier van Duitse zijde was generaal Georg von Küchler. De capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar nog enkele dagen strijd werd geleverd, totdat een Duits bombardement op Middelburg ook de overgave van Zeeland forceerde.

De hoop was dat de Fransen en Engelsen snel Nederland weer zouden bevrijden, maar na de evacuatie uit Duinkerken, waar de geallieerden maar ternauwernood aan een Duitse omsingeling ontsnapten, volgde de capitulatie van Frankrijk. Het nieuwe bewind onder maarschalk Pétain, later bekend als het Vichy-regime, ging met de Duitsers samenwerken (collaboratie). Ook de regering van minister-president De Geer werd door de Duitsers uitgenodigd terug te keren. De Geer wilde daaraan gehoor geven, maar dat zinde koningin Wilhelmina allerminst. De Nederlandse marine en handelsvloot waren van groot belang voor de Engelsen, en dan was er nog Nederlands-Indië met al zijn olie. Frankrijk moest later Indochina van de Duitsers aan Japan overdragen, en Wilhelmina was bang dat hetzelfde met Nederlands-Indië zou gebeuren. Zij ontsloeg haar defaitistische premier en stelde voor hem in de plaats Pieter Sjoerds Gerbrandy aan, die wel door wilde vechten.

Tijdens de meidagen van 1940 vielen aan Nederlandse zijde 2200 doden, en ongeveer 7000 gewonden.Veel meer gewonden in mei 1940 NOS

Duitse bezetting

thumb|Duitse troepen arriveren in mei 1940 op de Dam in Amsterdam Na de Nederlandse capitulatie en het vertrek van de laatste Franse troepen was heel Nederland bezet. Bij het vertrek had de Nederlandse regering haar bevoegdheden aan generaal Henri Winkelman overgedragen.

Bestuur Het bezette Nederland kreeg aanvankelijk een militair bestuur, maar dit werd op 29 mei 1940 vervangen door een burgerlijk bestuur. Hitler had deze optie om ideologische redenen gekozen: de Nederlanders waren voor hem een "Germaans broedervolk" en moesten voor het nationaalsocialisme worden gewonnen. Dat kon volgens hem het beste door de overheidsdiensten zoveel mogelijk aan de Nederlanders te laten, met een nationaalsocialistische bovenbouw van civiele bestuurders en toezichthouders, die zou moeten sturen, in plaats van besturen. Andere uitgangspunten waren om de opzet van de economieën van Nederland en Duitsland met elkaar te laten overeenkomen, en het welvaartspeil van Nederland gelijk te trekken met dat van Duitsland.Berg, J.Th.J. van den & Vis, J.J. (2013) De eerste honderdvijftig jaar. Parlementaire geschiedenis van Nederland 1796-1946, p. 341

Aan het hoofd kwam een rijkscommissaris (Reichskommissar), de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart; hij werd op 29 mei 1940 geïnstalleerd. Daaronder kwamen vier Generalkommissäre (algemeen commissaris): Hans Fischböck voor financiën en economie, Fritz Schmidt voor openbare mening, Friedrich Wimmer voor bestuur en justitie en Hanns Albin Rauter was verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Het vijftal werd ondersteund door ongeveer tweeduizend ambtenaren, een kleiner aantal dan vooraf aan de bezetting. Hiervan was een derde Nederlands. Het Nederlandse parlement, bestaande uit de Eerste en Tweede Kamer, werd opgeheven.

De Nederlandse secretarissen-generaal bleven aan. Winkelman, aan wie de secretarissen-generaal formeel gehoorzaamheid verschuldigd waren, werd in de nacht van 1 op 2 juli 1940 naar Duitsland overgebracht om reden dat de Duitse bezetter hem onvoldoende coöperatief vond. Zo had hij zich conform het Landoorlogsreglement verzet tegen het door Nederlanders en de Nederlandse industrie meewerken aan Duitse defensieorders. Zelfs bij de secretarissen-generaal kreeg hij hiervoor geen enkele bijval.

Anton Mussert hoopte op bevoegdheden voor hem en zijn NSB, maar moest genoegen nemen met lagere posten. Seyss-Inquart hoopte de Nederlanders te winnen voor het nationaalsocialisme en het staats- en economisch bestel zo intact mogelijk in handen te krijgen. Hiertoe hanteerde hij de "fluwelen handschoen-aanpak". Hij besefte terdege dat de NSB veel te weinig draagvlak bezat en bovendien onvoldoende geschikte kandidaten voor hogere functies bood. Door deze 'fluwelen handschoen' aanpak en het feit dat de Nederlandse economie door allerlei oorzaken opleefde (zie hieronder) leek de Duitse bezetting in deze eerste fase mee te vallen.

Economie