miniatuur|Schokland en omgeving (Werelderfgoed) miniatuur|Monumentenschildje voor Nederlandse rijksmonumenten miniatuur|Aanduiding archeologisch monument Een monument is een overblijfsel van kunst, cultuur, architectuur of nijverheid dat van algemeen belang wordt geacht vanwege de historische, volkskundige, artistieke, wetenschappelijke, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde.
Onderverdeling Ook zijn er natuurmonumenten, landschapsmonumenten en aardkundige monumenten.
Een onroerend (bouwkundig) monument is het toonbeeld voor een bepaalde stijl van bouwen, of heeft anderszins een belangrijke betekenis als tekenend bouwwerk voor een bepaalde periode.
Ook de Verenigde Naties verlenen een titel van cultureel erfgoed aan cultuurgoederen mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo wil men culturele diversiteit bewaren en de vrede en verstandhouding tussen de volkeren bevorderen. Een voordeel hiervan is dat landen en regio’s hierdoor het toerisme zien toenemen. Tegelijkertijd wordt het engagement om het cultureel erfgoed te bewaren aangewakkerd.
Cultureel Erfgoed Het cultuurhistorische belang van gebouwde monumenten kent vijf aspecten. Bij elkaar bepalen deze de cultuurhistorische waarde van het monument. Dat geldt voor ieder soort monument, of het een kerk, molen, woonhuis of boerderij is. Bij het in stand houden van gebouwde monumenten als cultureel erfgoed gaat het er om deze vijf aspecten te onderkennen en zo veel mogelijk te respecteren.
(i) gebouw De kern van het monument is uiteraard het gebouw.
(ii) interieur Het interieur van een monument draagt in belangrijke mate bij aan de cultuurhistorische waarde ervan. Zo heeft een molen die nog de oorspronkelijke maalinrichting bezit, een hogere cultuurhistorische waarde dan die waarin een pannenkoekenrestaurant is gevestigd.
(iii) omgeving Een (directe) omgeving die in harmonie is met het monument en die (deels) in samenhang met de buitenplaats is aangelegd is wezenlijk voor de uitstraling ervan. Een kerk in een dorpskern die nog grotendeels authentiek is, heeft een grotere cultuurhistorische waarde dan één die naast een supermarkt of een sporthal ligt.
(iv) het gebruik Ook het gebruik van een monument draagt bij aan de cultuurhistorische betekenis ervan. Het gaat daarbij om een voor ieder monument optimale combinatie van – zo mogelijk – traditioneel gebruik en openstelling:
a. traditioneel gebruik Traditioneel gebruik kan bestaan uit het traditionele gebruik of uit traditionele activiteiten, waaronder activiteiten die een voortzetting zijn van de traditionele band van het monument en zijn omgeving.
b. openstelling Veel monumenten zijn (deels) op regelmatige tijden opengesteld voor het publiek, zodat eenieder kan genieten van het cultureel historische erfgoed.
(v) het historisch bewustzijn Het bewustzijn van de historische context van het monument en zijn omgeving is een belangrijk element dat bijdraagt aan de waarde van het cultureel erfgoed. Het gaat daarbij niet alleen om het bewustzijn dat leeft bij de beheerder(s) van het monument, maar ook bij de omgeving, zoals een plaatselijke heemkundekring.
Deze vijf elementen vormen het wezen van een gebouwd monument als cultureel erfgoed. De samenhang ervan is essentieel: zo kan het interieur niet zonder gebouw bestaan en zou het gebouw zonder de omgeving minder authentiek zijn. Voor ieder gebouwd monument zijn deze vijf aspecten van belang, zij het dat zij niet in ieder monument even sterk aanwezig zijn. Het besef dat deze vijf aspecten voor ieder monument een rol spelen en zo veel mogelijk gerespecteerd moeten worden is van belang voor zowel de instandhouding van het cultureel erfgoed als ook voor de waardering ervan.
De bouw en aanwezigheid van monumenten hebben een aantoonbare invloed op hun directe omgeving. Deze invloed wordt door veel mensen als een positief neveneffect ervaren. Bovendien blijkt uit economisch onderzoek dat monumenten vaak bijdragen aan een toename van zowel de welvaart als het welzijn van de lokale gemeenschap.Zie o.m. Koster, Hans R.A. en Rouwendal, Jan (2015), 'Historic Amenities and Housing Externalities: Evidence from The Netherlands, Tinbergen Institute Discussion Paper TI 2015-023/VIII Beheer Vaak zijn nationale agentschappen, handelend namens de regionale of centrale overheid, verantwoordelijk voor de ontsluiting, het beheer en het behoud van erfgoedsites van groot nationaal, cultureel en historisch belang. Zij hebben vaak hebben zij uitgebreide expertise. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
+ Bijschrift Land agentschap Beieren Nationale Beierse administratie van sloten, tuinen en meren Egypte Egyptisch ministerie van Toerisme en Oudheden Nederland Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Spanje Patrimonio Nacional
Bescherming bij gewapende conflicten links|100px|miniatuur|'Blauwe schildje' Er is een aantal internationale verdragen die monumenten als cultuurgoed beschermen. Op circa 10% van de bouwkundige monumenten treft men een blauw-wit schildje aan.Blue Shield Nederland Dat wordt vaak onterecht een monumentenschildje genoemd. Hetzelfde schildje kan men ook aantreffen op moderne gebouwen waar waardevolle museale stukken, archieven of boeken zijn ondergebracht. Het is een internationaal erkend herkenningsteken dat cultureel erfgoed markeert, op grond van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954, inzake bescherming van cultuurgoed bij een gewapend conflict. In 1999 op initiatief van UNESCO en Nederland aangevuld met een tweede protocol waardoor het Cultuurgoederenverdrag ook van toepassing is bij interne conflicten. Aanleiding tot aanvulling waren de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië.
In 1985 is in het kader van de Raad van Europa het Verdrag van Granada (Convention for the protection of the architectural heritage of Europe) gesloten.Liste complète – Convention for the Protection of the Architectural Heritage of Europe. Gearchiveerd op 4 december 2021.
Monumenten in Nederland miniatuur|De Dom van Utrecht, een bekend monument in Nederland miniatuur|Kasteel Keppel miniatuur|Stadhuis van Maastricht Monumenten met de status rijksmonument zijn beschermd op grond van een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
Er zijn in Nederland 61.768 rijksmonumenten, die onderscheiden worden in de volgende categorieën:
+ Rijksmonumenten, aantal per CBS-categorie 2014 – NederlandBron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CBS nummer categorie aantal 01 Openbare gebouwen 2.053 02 Verdedigingswerken 1.721 03 Kerkelijke gebouwen 4.184 04 Objecten in/delen van kerkelijke gebouwen 190 05 Gebouwen, woonhuizen 36.155 06 Delen van gebouwen, woonhuizen 187 07 Liefdadige instellingen 450 08 Agrarische gebouwen 7.526 09 Molens 1.275 10 Weg-en Waterwerken 1.076 11 Horeca-instellingen 210 12 Kastelen 1.018 13 Losse objecten, niet eerder genoemd 5.712 Totaal 61.768
Er zijn ook provinciale en gemeentelijke monumenten in Nederland. Het besluit om deze monumenten te beschermen is door gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders genomen. Vaak verkeert men in de veronderstelling dat deze monumenten een meer regionale of plaatselijke betekenis hebben. Dat klopt lang niet altijd. De selectie en bescherming van monumenten is niet zo geregeld dat de belangrijkste 'vanzelf' rijksmonument worden, de minder belangrijke automatisch provinciale of gemeentelijke. Er zijn zelfs nog vele, uit monumentenoogpunt (zeer) belangrijke gebouwen die in het geheel geen bescherming genieten. Kanttekening hierbij is dat 'belangrijkheid' sowieso geen 100% objectief begrip is. De leeftijd van een gebouw is echter wel objectief en kan als een punt per eeuw in een puntenwaardering worden opgenomen. De waardering kan worden verhoogd met: Het passen in de omgeving. De ruimtelijke kwaliteit van het gebouw. Als het zichtbare deel van een gebouw een plat vlak is, voorzien van ramen en deuren, dan is er voornamelijk sprake van een tweedimensionale gevel, die dus geen ruimtelijke kwaliteit heeft. Goed in stijl uitgevoerde architectuur, waarbij een waarnemer met gevoel voor schoonheid, stijlfouten kan vaststellen. De originaliteit, die vaak moeilijk is vast te stellen. De bouwkundige staat, waarbij nadere oordeelkundige aangebrachte verbeteringen geen invloed mogen hebben op de leeftijd. De functionele waarde. Blijft de monumentwaarde van een kerk gelijk, als er een boekhandel in wordt gevestigd? Het constructieve- en uitvoeringsniveau is meestal alleen vast te stellen door deskundigen, die in een monumentencommissie kunnen zitten, maar dat is niet de bedoeling van de onderhavige puntenwaardering. Wanneer een vier eeuwen oud gebouw een waarderingsverhoging krijgt van een punt per bovenstaande toevoegingen, wordt de puntenwaardering 10 en kan dat gebouw als hoogwaardig monument worden aangemerkt.
Er bestaan subsidies voor onderhoud en restauratie en voor rijksmonumenten is er een fiscale regeling voor woonhuismonumenten. Subsidieregelingen voor gemeentelijke en provinciale monumenten zijn meestal veel beperkter of ontbreken in soms geheel. In tegenstelling tot rijksmonumenten, is er bij provinciale en gemeentelijke monumenten geen regeling om bij woonhuizen de instandhoudingskosten van de inkomstenbelasting af te trekken. Pogingen om deze rechtsongelijkheid op te heffen hebben tot op heden schipbreuk geleden bij het Ministerie van Financiën. Eigenaren van rijksmonumenten en soms ook die van provinciale en gemeentelijke monumenten kunnen ook gebruikmaken van laagrentende leningen van het Nationaal Restauratiefonds.
Om een beschermd monument (rijks-, provinciale- en gemeentelijke monumenten) te mogen wijzigen moet altijd een zogenaamde monumentenvergunning worden verkregen. (Let op: het gaat daarbij niet alleen om wijzigingen aan de buitenkant, maar ook om wijzigingen in het interieur.) Het loket om zo'n vergunning aan te vragen is de gemeente (of het stadsdeel). Burgemeester en wethouders (of de stadsdeelvoorzitter en de leden van het dagelijks bestuur van het stadsdeel) besluiten over zo'n vergunning. Ze worden daarbij geadviseerd door de gemeentelijke monumentencommissie en vaak ook door het gemeentelijke monumentenbureau of een gemeentelijke monumentenambtenaar. Om zo'n vergunningsaanvraag te kunnen beoordelen wordt, zeker bij meer ingrijpende plannen, steeds vaker gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek. Om op een verantwoorde manier een plan voor een monument te kunnen opstellen is zo'n onderzoek welbeschouwd onmisbaar. De minister van OCW bemoeit zich maar in beperkte mate met monumentenvergunningen. Dat gebeurt alleen als het een rijksmonument betreft én het om een ingrijpende wijziging of een aanvraag om het monument te mogen slopen gaat. In dat geval adviseert ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (namens de minister) het college van B&W.