Genoa Cricket and Football Club is een Italiaanse voetbalclub, opgericht in 1893 en daarmee de oudste Italiaanse voetbalclub. De club speelt, net als aartsrivaal UC Sampdoria, zijn thuiswedstrijden in het Stadio Luigi Ferraris in Genua.
Geschiedenis Gouden jaren Op 7 september 1893 richtten een aantal Engelsen de club op, als Genoa Cricket & Athletic Club. De club was er om Engeland te vertegenwoordigen in het buitenland. De clubkleur was dan ook wit, net zoals de kleur van het Engels nationaal elftal. Vreemd genoeg werden geen Italianen toegelaten bij de club en het eerste veldje waar de club speelde was het Piazza d'Armi. In het begin speelde de club alleen maar cricket, maar toen in 1896 James Richardson Spensley,Italian Committee for Sport de man die wordt gezien als de man die voetbal in Italië introduceerde, bij de club kwam, werd er ook een voetbalteam geformeerd. Vanaf 1897 werden, omdat het team niet erg goed was, ook Italianen toegelaten bij de club. De eerste vriendschappelijke wedstrijd vond plaats tegen een gemengd team van de clubs FC Torinese en Internazionale Torino, Genoa verloor met 1-0. De eerste overwinning voor het team was een 0-2 uitzege tegen UPS Alessandria.
Het voetbal in Italië werd opgewaardeerd in 1898 door de oprichting van de Italiaanse voetbalbond, die datzelfde jaar nog een eerste kampioenschap organiseerde. Op 8 mei werd het kampioenschap op 1 dag gespeeld in het stadion Velodromo Umberto I in Turijn. In de halve finale won de club van Ginnastica Torino en in de finale versloeg de club Internazionale Torino met 3-1 en mocht zich zo tot eerste Italiaanse landskampioen kronen. Het volgende seizoen nam de club opnieuw deel aan het kampioenschap, maar er waren enkele aanpassingen gebeurd. De naam werd veranderd in Genoa Cricket & Football Club en de kleur van het shirt werd veranderd in wit en blauw, met verticale strepen. In 1901 werd dit veranderd in de kleuren van het huidige tenue. Genoa behaalde opnieuw de finale en won met dezelfde cijfers van dezelfde club als het jaar ervoor.
In 1900 werd de competitie gewijzigd. Er namen meer teams deel en de clubs werden regionaal opgedeeld. Genoa zat in de groep Ligurië en won met 7-0 van zijn enige tegenstander en stadsrivaal, SG Sampierdarenese. De club kwalificeerde zich zo voor de finale en won daar met 1-3 van FC Torinese. Een jaar later mocht de club meteen uitkomen in de finale en verloor daar van Milan Cricket & Football Club, het latere AC Milan. Een jaar later nam de club revanche tegen Milan en won met 2-0 zijn vierde titel in vijf jaar tijd. Ook de volgende twee seizoenen werd de club kampioen, telkens tegen Juventus FC. Op 27 april 1903 speelde de club tegen FVC Nice en won met 3-0 en was hierdoor het eerste Italiaanse team dat een wedstrijd speelde tegen een buitenlandse club. In 1904, het jaar dat de zesde titel werd binnen gehaald, won het reserve-elftal de eerste uitgave van de II Categoria, een prototype van de Serie B.
In 1905 namen drie clubs deel aan een finaleronde om de titel en Genoa moest Juventus voor laten gaan met één puntje. De club begon langzaam de greep op het voetbal te verliezen. In 1907 verloor de club in de voorronde van stadsrivaal Andrea Doria. In 1908 verbood de Italiaanse voetbalbond het opstellen van buitenlandse spelers. Sinds de oprichting was Genoa al sterk getint, dat komt ook tot uiting in de naam, Genoa is de Engelse naam voor Genua, de Italiaanse is Genova. Genoa, Milan en Torino namen hierdoor niet deel aan het kampioenschap. Een jaar later herzag de bond deze beslissing en Genoa trad weer aan en bereikte de halve finale, waarin het verloor van nieuwe supermacht Pro Vercelli. Er werd ook een nieuw stadion gebouwd dat plaats bood aan 25.000 toeschouwers en vergelijkbaar was met Britse stadions uit die tijd. Het opende op 22 januari 1911.
Genoa onder Garbutt In 1912 werd Engelsman William Garbutt trainer van de club. Garbutt was een charismatische figuur en werd door zijn spelers aangesproken als Mister. Sindsdien worden de meeste trainers in Italië aangesproken met Mister. De resultaten verbeterden meteen en in 1913/14 werd de club vicekampioen achter Casale. Het volgende seizoen won de club 9 van de 10 wedstrijden in de voorronde en ook in de halve finaleronde en de finaleronde van Noord-Italië was de club beter dan de rest. De voorronde in Zuid-Italië werd niet beëindigd omwille van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 besloot de Italiaanse bond om de landstitel toe te kennen aan Genoa, omdat het voetbal in Noord-Italië van een hoger niveau was en Genoa naar alle waarschijnlijkheid de titel toch gewonnen zou hebben. De oorlog liet zware sporen na. Spelers als Luigi Ferraris, Adolfo Gnecco, Carlo Marassi, Alberto Sussone en Claudio Casanova sneuvelden allen voor hun vaderland en James Richardson Spensley, die de club had opgericht, kwam om in Duitsland.
In het eerste naoorlogse seizoen kon de club toch opnieuw het oude niveau halen en werd twee keer groepswinnaar in de Noord-Italiaanse voorronde, maar moest in de finale ronde Juventus en Internazionale voor laten gaan. In 1921/22 werd de competitie weer hervormd. De vele regionale groepen in het noorden werden teruggebracht tot twee groepen en Genoa werd groepswinnaar van groep B, maar verloor in de finale van Pro Vercelli.
thumb|Laatste Genoa elftal dat landstitel won in 1924 Het volgende seizoen waren er drie groepen en streden de drie winnaars in een finaleronde. Genoa werd winnaar en werd Noord-Italiaans kampioen. In de finale tegen de Zuid-Italiaanse kampioen SS Lazio won de club twee keer en werd zo acht jaar na de laatste titel nog eens landskampioen. In 1923/24 stond de club in de Noord-Italiaanse finale tegenover Bologna en won met 1-0 in de heenwedstrijd. In de terugwedstrijd stond het 1-1 toen de wedstrijd in de 84ste minuut werd stilgelegd wegens rellen. De bond veranderde het resultaat in een 0-2-overwinning voor Genoa. In de finale met de Zuid-Italiaanse kampioen FC Savoia won de club in twee wedstrijden met 4-1 en werd zo voor de negende keer, en tot dusver laatste keer, landskampioen. Bij deze laatste titel werd de scudetto geïntroduceerd, het wapenschild met de Italiaanse vlag dat de kampioenenploeg het volgende seizoen draagt. Bologna nam het volgende seizoen weerwraak in de finale, maar hield het wel spannend. Na een 2-1-overwinning van Genoa volgde een 2-1 nederlaag en dan nog twee gelijke spellen. Pas in de vijfde wedstrijd kon Bologna met 2-0 afstand nemen van de club. Na twee subtopseizoenen werd de club vicekampioen achter AC Torino in 1927/28. Felice Levratto scoorde 20 goals in 27 wedstrijden. Een jaar eerder had William Garbutt ontslag genomen als trainer na vijftien jaar.
Genova 1893 In 1928 dwong de Italiaanse fascistische regering de club om de naam te veranderen in Genova 1893 Circolo del Calcio omdat Genoa CFC te Brits klonk. In 1929 nam de club deel aan de Mitropacup, een voorloper van de huidige Europacups. Rapid Wien schakelde de club al in de kwartfinale uit. In 1929/30 werd het eerste seizoen gespeeld van de professionele Serie A. Genova werd met 2 punten achterstand op Ambrosiana-Inter vicekampioen. Het zou de laatste keer zijn dat de club het nog zo goed deed. De volgende seizoenen speelde de club in de middenmoot, maar in 1933/34 werd de voorlaatste plaats behaald en zo moest de voormalige topclub voor het eerst in de geschiedenis naar de Serie B. Genova werd meteen kampioen en promoveerde terug naar de elite. In het tweede seizoen werd de zesde plaats bereikt en won de club de beker tegen AS Roma. Hierdoor nam de club opnieuw deel aan de Mitropacup en bereikte de kwartfinale, maar opnieuw was een team uit Wenen te sterk voor de club. In 1937/38 werd de club samen met Milan gedeeld derde en telde slechts drie punten achterstand op kampioen Ambrosiana-Inter. Datzelfde seizoen werd het Italiaans voetbalelftal wereldkampioen en telde drie Genova spelers in de rangen: Sergio Bertoni, Mario Genta en Mario Perazzolo. De jaren dertig werden goed afgesloten met een vierde plaats. Tijdens de eerste seizoenen van de Tweede Wereldoorlog bleef de club het vrij goed doen, maar de oorlog eiste een zware tol en Genova herstelde niet zo goed als andere clubs. Na de val van het regime greep de club terug naar de vroegere naam Genoa CFC. De club kreeg er ook een nieuwe rivaal bij. Andrea Doria en Sampierdarenese die beiden in de Serie A speelden in het eerste naoorlogse seizoen besloten hun krachten te bundelen en zo ontstond de nieuwe club Sampdoria Genua.
Naoorlogse periode De club werd een grijze muis in de competitie en verbleef in de middenmoot tot 1950/51 toen de club troosteloos laatste werd. Deze keer had de club twee seizoenen nodig om terug te keren. De club raakte echter nooit weg uit de middenmoot en in 1960 volgde een nieuwe degradatie. Twee jaar later werd de club kampioen en won ook de Alpencup tegen het Franse FC Grenoble. Twee jaar later won de club opnieuw deze beker, deze keer tegen Calcio Catania. Eén seizoen later volgde echter een nieuwe degradatie. Deze keer zou de club langer in de Serie B verblijven en de club was ook instabiel en veranderde elk seizoen van trainer. Genoa kon meestal zelfs niet in de subtop eindigen en in 1970 werd de club laatste en degradeerde naar de Serie C, een dieptepunt in de rijke clubgeschiedenis. Ook financieel ging het Genoa niet voor de wind en de club veranderde enkele keren van eigenaar.
Liftploeg Met twee punten voorsprong op SPAL werd de club kampioen en beperkte de afwezigheid in de Serie B tot één seizoen. Onder leiding van Arturo Silvestri werd Genoa twee seizoenen kampioen en keerde zo terug naar de Serie A, maar het geluk was van korte duur en de club werd opnieuw naar de Serie B verwezen. Na twee seizoenen promoveerde de club terug en kon nu twee seizoenen volhouden. De degradatie was pijnlijk omdat de club degradeerde omdat concurrent Fiorentina een beter doelsaldo had van één goal. Enkele goede spelers verlieten de club. Na drie seizoenen werd de club vicekampioen achter het grote AC Milan, dat door een omkoopschandaal in de Serie B verzeild geraakt was. Milan keerde dan wel meteen terug, maar was nog niet hersteld van de mokerslag die het had gekregen door te degraderen en de club vocht samen met onder andere Genoa om het behoud in de Serie A. Op de laatste speeldag speelde Genoa tegen SSC Napoli dat met 2-1 voorstond tot laat in de wedstrijd. In Cesena-Milan stond met 2-3 waardoor Milan in eerste bleef, maar in de 85ste minuut scoorde Mario Faccenda voor Genoa en bezorgde de club zo het broodnodige punt dat het behoud verzekerde. Twee seizoenen later had de club minder geluk. Hoewel het op de laatste speeldag landskampioen Juventus versloeg en zo op gelijke hoogte kwam met Lazio, degradeerde de club omdat Lazio het beter gedaan had in onderlinge confrontaties.
Europese campagne